Besluit van de voorzitter van de Veiligheidsregio Hollands Midden
inhoudende de vrijstelling externe binnen-accommodatie bewegingsonderwijs Basis Onderwijs en Speciaal Onderwijs
(artikel 3.1., eerste lid onder c. en tweede lid, 5e Noodverordening COVID-19 VRHM 11 mei 2020)
De voorzitter van de Veiligheidsregio Hollands Midden,
gelet op artikel 3.1. eerste lid onder c. en tweede lid, van de 5e Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Hollands Midden 11 mei 2020,
overwegende:
- dat op 11 mei 2020 de 5e Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Hollands Midden (hierna: de noodverordening) in werking is getreden;
- dat op 11 mei 2020 het Basis Onderwijs en het Speciaal Onderwijs worden hervat;
- dat bewegingsonderwijs integraal onderdeel uitmaakt van het lespakket en wordt gegeven door gespecialiseerde sportdocenten;
- dat door de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), in afstemming met betrokken partijen en na advies van het RIVM, een protocol heropening bewegingsonderwijs d.d. 7 mei 2020 is opgesteld voor het Basis Onderwijs en het Speciaal Onderwijs;
- dat dit protocol de voorwaarden voor het (herstarten van) bewegingsonderwijs bevat;
- dat het bewegingsonderwijs bij voorkeur buiten wordt gegeven en als er geen buiten-accommodatie beschikbaar is, of dit onwenselijk is (bijvoorbeeld in het Speciaal Onderwijs), dat in een binnen-accommodatie (gymzaal/speellokaal) alleen matig-intensieve activiteiten worden verzorgd;
- dat niet alle schoolinstellingen beschikken over een eigen binnen-accommodatie voor bewegingsonderwijs en daarom gebruik moeten maken van een externe gymzaal/speellokaal (bijvoorbeeld een gemeentelijke gymzaal/speellokaal);
- dat op grond van artikel 2.3., eerste lid onder b., van de noodverordening het verboden is om inrichtingen voor sport- en fitnessgelegenheden (zoals bijvoorbeeld een gymzaal/speellokaal) geopend te houden;
- dat in artikel 3.1., eerste lid onder c., van de noodverordening is bepaald dat de voorzitter van de veiligheidsregio (categorieën van) gevallen kan aanwijzen waarvoor de verboden in de noodverordening niet van toepassing zijn;
- dat in artikel 3.1., tweede lid, van de noodverordening de voorzitter voorschriften en beperkingen kan verbinden aan een vrijstelling op basis van artikel 3.1., eerste lid onder c., van de noodverordening;
- dat het van belang is dat kinderen deel kunnen nemen aan het bewegingsonderwijs, ook als hun school niet beschikt over een eigen buiten-accommodatie of wanneer het deelnemen aan het bewegingsonderwijs op een buiten-accommodatie onwenselijk is (bijvoorbeeld doordat het buiten sporten te veel prikkels oplevert, zoals in het Speciaal Onderwijs);
- dat aan de hiervoor te verlenen vrijstelling overeenkomstig artikel 3.1, eerste lid onder c. en tweede lid, van de noodverordening voorschriften en beperkingen moeten worden verbonden om de (verdere) verspreiding van COVID-19 tegen te gaan;
- dat het (enkel) onder de hierna genoemde voorschriften is toegestaan om voor het bewegingsonderwijs gebruik te maken van sport- en fitnessgelegenheden die geen onderdeel uitmaken van de onderwijsinstelling (externe binnen-accommodatie)
- dat voor deze vrijstelling een positief advies is afgegeven door de directeur Publieke gezondheid;
BESLUIT: