Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Zeeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio ZeelandBlad gemeenschappelijke regeling 2020, 380Verordeningen



Noodverordening van de voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland houdende voorschriften ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus/COVID-19 (Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland 8 april 2020)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1.1. Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeenten die behoren tot de veiligheidsregio Zeeland, te weten de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen.

 

Artikel 1.2. Begrippen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

- bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012;

- contactberoepen: beroepen waarbij het niet mogelijk is ten minste 1,5 meter afstand te houden tot de klant of patiënt;

- eet- en drinkgelegenheden: inrichtingen waar ter plaatse eten of drinken wordt verkocht en genuttigd, met uitzondering van inrichtingen in bedrijven die niet voor het publiek toegankelijk zijn (bedrijfskantines en bedrijfscatering) en inrichtingen in hotels ten behoeve van de hotelgasten;

- evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel h, van de Gemeentewet en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; hieronder vallen mede, maar niet uitsluitend, herdenkingsplechtigheden, braderieën, optochten niet zijnde manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties, feesten, muziekvoorstellingen, wedstrijden, straatfeesten, barbecues en vechtsportwedstrijden;

- gezamenlijke huishouding: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel en ouders, grootouders en kinderen, voor zover zij op één adres woonachtig zijn;

- kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang;

- onderwijsinstelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1, van de Wet op het onderwijstoezicht, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling;

- publieke ruimte: openbare ruimte en voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven;

- recreatief nachtverblijf: nachtelijk verblijf door (groepen van) personen voor ontspanning in de vrije tijd die hun hoofdverblijfplaats elders hebben

- samenkomsten: openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, samenkomsten in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, alsmede in vaartuigen, en samenkomsten buiten de publieke ruimte;

- sauna’s: sauna’s en andere vormen van wellness zoals Turkse stoombaden, hammams, beauty farms, thermale baden, badhuizen en spa’s;

- seksinrichtingen: inrichtingen waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of bedrijfsmatig vertoningen van erotisch-pornografische aard worden aangeboden;

- slaaphuisje: bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf op het strand;

- strandhuisje: bouwwerk op het strand langs de duinrand dat wordt gebruikt als omkleedcabine of als afgesloten plek voor strandspullen;

- sport- en fitnessgelegenheden: sportaccommodaties en sportinrichtingen, waaronder zwembaden, sporthallen en sportvelden;

- stervensfase: de periode waarin de behandelend arts verwacht dat de betrokken in de instelling of woonvorm in de ouderenzorg verblijvende persoon op betrekkelijk korte termijn, dat wil zeggen binnen één tot twee weken, zal overlijden;

- voorzitter: voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland;

- woonvorm in de ouderenzorg: een woonsituatie waarin minimaal drie bewoners verblijven vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking en zorg ontvangen als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg;

- zorg: zorg of dienst waarvan de bewoners van een instelling of woonvorm in de ouderenzorg gebruik maken die met het oog op de gezondheid van de bewoners redelijkerwijs niet kan worden uitgesteld;

- zorginstelling: instelling die zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet langdurige zorg verleent aan personen die daarop recht hebben vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking.

 

 

Hoofdstuk 2. Maatregelen

 

 

Artikel 2.1. Verboden samenkomsten en evenementen

1. Het is verboden om samenkomsten te laten plaatsvinden, te (laten) organiseren of te laten ontstaan, dan wel aan dergelijke samenkomsten deel te nemen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende samenkomsten, mits de aanwezigen te allen tijde ten minste 1,5 meter afstand houden tot de dichtstbijzijnde persoon:

a. wettelijk verplichte samenkomsten, zoals vergaderingen van gemeenteraden, mits daarbij niet meer dan honderd personen aanwezig zijn, alsook vergaderingen van de Staten-Generaal;

b. samenkomsten die nodig zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, mits daarbij niet meer dan honderd personen aanwezig zijn;

c. uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen, mits daarbij niet meer dan dertig personen aanwezig zijn;

d. samenkomsten waarbij het recht zijn godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden als bedoeld in artikel 6 van de Grondwet wordt uitgeoefend, mits daarbij niet meer dan dertig personen aanwezig zijn.

3. Evenementen zijn tot 1 juni 2020 verboden.

 

Artikel 2.2. Niet in acht nemen veilige afstand

1. Het is verboden zich in een groep van drie of meer personen op te houden zonder tot de dichtstbijzijnde persoon in die groep en andere personen een afstand te houden van ten minste 1,5 meter.

2. Dit verbod is niet van toepassing op:

a. personen die een gezamenlijke huishouding vormen;

b. kinderen tot en met 12 jaar die samenspelen onder toezicht van een of meer van hun ouders of voogden die daarbij onderling een afstand van 1,5 meter in acht nemen.

 

Artikel 2.3. Verboden openstelling inrichtingen

1. Het is verboden om een van de volgende inrichtingen geopend te houden:

a. eet- en drinkgelegenheden, tenzij uitsluitend sprake is van de verkoop, aflevering of verstrekking van eten of drinken voor gebruik anders dan ter plaatse (afhaalfunctie);

b. sport- en fitnessgelegenheden;

c. sauna’s;

d. seksinrichtingen;

e. coffeeshops, tenzij uitsluitend sprake is van de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs voor gebruik anders dan ter plaatse (afhaalfunctie);

f. inrichtingen waar speelautomaten als bedoeld in de Wet op de kansspelen kunnen worden bespeeld;

g. inrichtingen waar op de uiterlijke verzorging gerichte contactberoepen worden uitgeoefend.

2. Indien sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking voor gebruik anders dan ter plaatse als bedoeld in onderdeel a of e dient de duur van het verblijf zoveel mogelijk beperkt te worden.

 

Artikel 2.4. Verbod uitoefenen contactberoepen

1. Het is verboden om contactberoepen uit te oefenen.

2. Dit verbod geldt niet voor zorgverleners die hun beroep uitoefenen, mits voor deze uitoefening een individuele medische indicatie bestaat en daarbij door de zorgverlener alle in verband met COVID-19 benodigde hygiënevereisten in acht worden genomen.

 

Artikel 2.5. Verboden gebieden en locaties

1. Het is verboden zich te bevinden in door de voorzitter aangewezen gebieden en locaties.

2. Dit verbod geldt niet voor:

a. bewoners van woningen die zijn gelegen in het gebied of de locatie;

b. personen die in het gebied of de locatie noodzakelijke werkzaamheden verrichten.

 

Artikel 2.5a.Verbod recreatief nachtverblijf

1. Het is verboden:

a. recreatief nachtverblijf aan te bieden, en

b. zich tussen 19.00 uur en 7.00 uur te bevinden op locaties waar recreatief nachtverblijf plaatsvindt.

2. Deze verboden gelden niet voor:

a. locaties en gebieden waar recreatief nachtverblijf wordt aangeboden voor zover dat aangewend wordt voor verblijf van seizoenarbeiders en/of arbeidsmigranten;

b. tijdelijke bewoning anders dan ten behoeve van recreatief verblijf.

 

Artikel 2.5b. Verbod sanitaire voorzieningen recreatie

Het is verboden sanitaire voorzieningen in de vorm van gemeenschappelijke toilet-, was- en douchevoorzieningen zowel op of bij recreatieparken, vakantieparken, kampeerterreinen en kleinschalige kampeerveldjes als bij parken, natuurgebieden en stranden geopend te houden.

 

Artikel 2.5c. Verbod slaap- en strandhuisjes

1. Het is verboden om een bouwwerk van tijdelijke aard in de vorm van een slaaphuisje of strandhuisje op of aan een strand te bouwen.

2. Het is verboden om een bouwwerk van tijdelijke aard, zoals bedoeld in lid 1, te gebruiken of te laten gebruiken.

 

Artikel 2.6. Beëindiging voorziening openbaar vervoer

De voorzitter kan in overleg met de vervoerder voorzieningen voor openbaar vervoer beëindigen of beperken, indien deze voorzieningen niet of niet in voldoende mate voldoen aan de eis van verwezenlijking van de beperkende maatregelen met betrekking tot het houden van 1,5 meter afstand tussen alle in de voorziening aanwezige personen, of aan het op adequate wijze zichtbaar duidelijk maken daarvan, mits de beëindiging van deze voorziening het transport van personen die werkzaam zijn in vitale processen of transport dat anderszins noodzakelijk is voor de mobiliteit van Nederland niet onnodig belemmert.

 

Artikel 2.7. Verboden openstelling onderwijsinstellingen

1. Het is verboden om onderwijsactiviteiten te verrichten in onderwijsinstellingen, tenzij sprake is van:

a. de organisatie van onderwijs op afstand, waarbij studenten en leerlingen via een (digitaal) medium onderwijs krijgen in de thuissituatie;

b. de (nood)opvang van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of voor vitale processen, zoals beschreven op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestelde-vragen-over-coronavirus-en-kinderopvang/cruciale-beroepen;

c. de organisatie van toetsing en examens, mits zorgvuldige maatregelen zijn getroffen om het risico van besmetting te beperken; of

d. kleinschalig georganiseerde begeleiding van leerlingen voor wie vanwege bijzondere problematiek of moeilijke thuissituatie maatwerk nodig is.

2. Onderwijsinstellingen zijn verplicht om mee te werken aan openstelling ten behoeve van (nood)opvang als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

 

Artikel 2.8. Verboden openstelling kinderopvang

1. Het is verboden om opvang te bieden in verblijven voor kinderopvang, tenzij sprake is van de (nood)opvang van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of voor vitale processen, zoals beschreven op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestelde-vragen-over-coronavirus-en-kinderopvang/cruciale-beroepen.

2. Organisaties voor kinderopvang zijn verplicht om mee te werken aan openstelling ten behoeve van (nood)opvang als bedoeld in het eerste lid.

 

Artikel 2.9. Verboden toegang zorginstellingen en woonvormen ouderenzorg

1. Het is verboden om personen die niet noodzakelijk zijn voor de zorg toe te laten tot een door de zorginstelling beheerde zorgaccommodatie of een woonvorm in de ouderenzorg, tenzij sprake is van:

a. bezoek aan een naaste in de stervensfase of vergelijkbare omstandigheden;

b. structurele vrijwilligers;

c. het gerechtelijk horen van een cliënt op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte personen.

2. Het is verboden om zonder toestemming van de zorginstelling aanwezig te zijn in een door die zorginstelling beheerde zorgaccommodatie of woonvorm in de ouderenzorg.

 

 

Hoofdstuk 3. Uitzonderingen

 

 

Artikel 3.1. Uitzonderingen

1. De verboden in deze verordening zijn niet van toepassing op:

a. de betrokken hulpdiensten en toezichthouders;

b. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voortgang van vitale processen zoals beschreven op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestelde-vragen-over-coronavirus-en-kinderopvang/cruciale-beroepen;

c. door de voorzitter te bepalen (categorieën van) gevallen.

2. De voorzitter kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vrijstelling of ontheffing op basis van het eerste lid, onderdeel c. Het is verboden om in strijd met dergelijke voorschriften en beperkingen te handelen.

 

 

Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving

 

 

Artikel 4.1. Opvolgen aanwijzingen

Alle aanwijzingen en bevelen ter uitvoering van deze verordening gegeven door politiefunctionarissen, gemeentelijke opsporingsambtenaren of ambtenaren als bedoeld in artikel 4.2, dienen stipt en onmiddellijk nagekomen te worden.

 

Artikel 4.2. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

a. ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;

b. de door de voorzitter aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering;

c. door de voorzitter aangewezen toezichthouders;

d. militairen van de Koninklijke marechaussee als bedoeld in artikel 141, onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.

 

Artikel 4.3 Bestuursrechtelijke handhaving

De voorzitter is bevoegd een last onder bestuursdwang of dwangsom toe te passen ten einde overtredingen van deze noodverordening te voorkomen en te beëindigen.

 

 

 

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

 

 

Artikel 5.1. Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze verordening wordt bekendgemaakt op de website van de veiligheidsregio Zeeland: www.veiligheidsregiozeeland.nl, www.zeelandveilig.nl en op Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties, www.officielebekendmakingen.nl en treedt onmiddellijk na de bekendmaking in werking.

 

Artikel 5.2. Intrekking vorige noodverordening

De Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland zoals vastgesteld op 27 maart 2020, wordt ingetrokken.

 

Artikel 5.3. Overgangsrecht

Besluiten op basis van de Noodverordening Coronavirus Veiligheidsregio Zeeland maart 2020 zoals vastgesteld op 16 maart 2020 en de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland zoals vastgesteld op 27 maart 2020, worden geacht te berusten op deze noodverordening.

 

Artikel 5.4. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 8 april 2020.

 

 

 

 

 

De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland,

gelet op artikel 176 van de Gemeentewet en artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s,

gelet op de aanwijzingen van de minister voor Medische Zorg en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, van 13 maart 2020, nr. 1662578-203166-PG, van 15 maart, nr. 1663097-203238-PG en van 17 maart, nr. 1663666-203280-PG, de aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 maart 2020, nr. 1665126-203432-PG, de aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, van 23 maart 2020, nr. 1665182-203445-PG, en de aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, van 24 maart 2020, nr. 1666478-203555-PG;

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Vastgesteld op 8 april 2020 te Middelburg

De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland

J.A.H. Lonink