Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio Noord- en Oost-GelderlandBlad gemeenschappelijke regeling 2020, 263Overige besluiten van algemene strekking



Gewijzigde artikelen bij LOGA-brieven, aanpassingen CARUWO, t.b.v. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG)

 

Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;

 

Besluit:

 

Vast te stellen de navolgende wijzigingen van de CARUWO van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland;

 

Gewijzigde artikelen bij LOGA-brief met kenmerk TAZ/U201800181, van 29 mei 2018, aanpassingen CARUWO

 

CAR-tekst per 1 juli 2018

 

  • A.

    In artikel 10d:26 lid 2 en lid 3 worden de woorden ‘salaris en de toegekende salaristoelage(n)’ vervangen door: ‘grondslag’.

     

  • B.

    In artikel 10d:31 lid 1 worden de woorden ‘WW-uitkering’ vervangen door: ‘werkloosheidsuitkering’.

     

Gewijzigde artikelen bij LOGA-brief met kenmerk TAZ/U201800473, van 24 juli 2018, aanpassingen CARUWO

 

CAR-tekst per 1 oktober 2018

 

  • A.

    Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel ww een nieuw onderdeel toegevoegd: payroll werkgever / werknemer: de werkgever, die op basis van een overeenkomst met een gemeente, welke niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, een werknemer ter beschikking stelt om in opdracht en onder toezicht en leiding van de gemeente arbeid te verrichten, waarbij de werkgever die de werknemer ter beschikking stelt alleen met toestemming van die gemeente gerechtigd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen.

     

  • B.

    Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel xx een nieuw onderdeel toegevoegd: inlenersbeloning: de wettelijk verplichte beloningselementen benoemd in de cao van de payroll werkgever, die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst met een payroll werknemer en corresponderen met de beloningselementen in de CAR-UWO van een ambtenaar in dienst van de gemeente werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie.

     

  • C.

    Artikel 3:2a wordt toegevoegd en komt te luiden:

     

Artikel 3:2a Inleenvoorschrift gelijke beloning payrolling

 

  • 1.

    Het college spreekt schriftelijk met de payroll werkgever af dat de totale beloning van de payroll werknemer vanaf de eerste werkdag van de ter beschikkingstelling bij de gemeente vergelijkbaar is met de totale beloning van de ambtenaar, die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult onder dezelfde of vergelijkbare omstandigheden.

     

  • 2.

    De totale beloning wordt bij de ter beschikkingstelling van de payroll werknemer vastgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de totale beloning naast de wettelijk verplichte loonbestanddelen in de inlenersbeloning, in ieder geval verstaan: a. de beloningselementen van het IKB bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onderdeel b en 3:28 lid 2 onderdeel c; en b. de werkgeverspremie ouderdomspensioen (OP) / nabestaandenpensioen (NP) en arbeidsongeschiktheidspensioen (AAOP) van het ABP. 

     

     

     

  • 3.

    Als de gelijke of gelijkwaardige beloningselementen niet volledig onderdeel uitmaken van de totale beloning aan de payroll werknemer die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult, dan spreekt het college schriftelijk met de payroll werkgever af dat de payroll werknemer een toelage ter compensatie ontvangt.

  • 4.

    De toelage ter compensatie van de beloningselementen wordt uitgedrukt in een percentage van het salaris van de payroll werknemer en is niet pensioengevend. De toelage is gelijk aan het verschil tussen: a. de hoogte van gelijke of gelijkwaardige beloningselementen in lid 2 onderdeel a die de payroll werknemer per maand opbouwt of ontvangt, en b. de hoogte van de beloningselementen in lid 2 onderdeel a die een ambtenaar per maand opbouwt of ontvangt.

  • 5.

    Als de payroll werknemer geen deelnemer is bij het ABP, dan spreekt het college schriftelijk met de payroll werkgever af dat de payroll werknemer vanaf de eerste werkdag pensioen opbouwt volgens de Plus-regeling bij de STIPP vermeerderd met een toelage. De toelage ter compensatie van het verschil in pensioenopbouw met het ABP bedraagt 7% van het salaris. De hoogte van de toelage kan jaarlijks worden bijgesteld.

  • 6.

    Het college verstrekt de payroll werkgever schriftelijk alle informatie en middelen, waaronder de Matrix flexibiliteit en zekerheid, die nodig zijn om de totale beloning en eventuele toelage correct vast te stellen. De payroll werkgever informeert vervolgens bij aanvang van de ter beschikkingstelling de payroll werknemer schriftelijk als de payroll werknemer een toelage krijgt uitbetaald. Het college vergewist dan bij de payroll werkgever of de payroll werknemer de correcte toelage ontvangt.

     

Gewijzigde artikelen bij LOGA-brief met kenmerk TAZ/U201800348, van 30 april 2019, aanpassingen CARUWO

 

CAR-tekst per 1 januari 2018

 

  • A.

    In artikel 19a.1 lid 1 worden de woorden “A en B” geschrapt.

     

  • B.

    BIJLAGE IIb wordt vervangen door

     

Vergoedingentabel betreffende de vrijwilligers van de gemeentelijke brandweer per 1 januari 2018

  • Jaarvergoeding

    uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.

    uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening

    uurbedrag voor langdurig aanwezigheid

    1. Aspirant manschap

    349

    10,82

    20,20

    13,47

    2. Manschap met maximaal 1 specialisatie (Chauffeur, Voertuigbediener, Gaspakdrager, Brandweerduiker of Verkenner gevaarlijke stoffen)

    349

    12,42

    23,36

    15,56

    3. Duikploegleider, of Manschap met 2 of meer specialisaties uit categorie 2, of langer dan 5 jaar Manschap in categorie 2

    349

    13,77

    25,84

    17,23

    4. Bevelvoerder

    525

    17,27

    32,46

    21,63

    5. Officier van dienst

    4136

    0,00

    41,36

    0,00

    6. Hoofdofficier van dienst, adviseur gevaarlijke stoffen

    5943

    0,00

    59,40

    0,00

    7. Commandant van dienst

    8836

    0,00

    66,29

    0,00

  •  

  •  

  •  

  •  

  •  

  •  

  •  

 

  • C.

    BIJLAGE IIc wordt vervangen door

     

Gebruteerde Vergoedingsbedragen betreffende vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 januari 2018

  • Jaarvergoeding

    uurbedrag oefeningen en cursussen e.d.

    uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening

    uurbedrag voor langdurig aanwezigheid

    1. Aspirant manschap

    353

    10,96

    20,56

    13,69

    2. Manschap met maximaal 1 specialisatie (Chauffeur, Voertuigbediener, Gaspakdrager, Brandweerduiker of Verkenner gevaarlijke stoffen)

    353

    12,66

    23,82

    15,87

    3. Duikploegleider, of Manschap met 2 of meer specialisaties uit categorie 2, of langer dan 5 jaar Manschap in categorie 2

    353

    14,03

    26,26

    17,52

    4. Bevelvoerder

    533

    17,56

    32,95

    21,96

    5. Officier van dienst

    4215

    0,00

    42,15

    0,00

    6. Hoofdofficier van dienst, adviseur gevaarlijke stoffen

    6047

    0,00

    60,47

    0,00

    7. Commandant van dienst

    9002

    0,00

    67,47

    0,00

 

In deze bijlage is de tabel opgenomen die uitsluitend geldt voor de zeer beperkte categorie vrijwilligers bij de brandweer voor wie de vergoedingen tot het inkomen in de zin van het Pensioenreglement worden gerekend. Het gaat hierbij om personen die vóór 1 januari 1980 een aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer. Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Op 1 januari 1980 is de regeling op dit punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer uitgesloten van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de wijziging in 1980 is een overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat vrijwilligers die op 31 december 1979 al ambtenaar waren, het ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde dienstverhouding werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu nog vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen opbouwen bij het ABP. Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld, zijn per definitie geen ABP-deelnemer. Voor hen is deze bijlage niet van belang, maar geldt bijlage IIb.

 

Gewijzigde artikelen bij LOGA-brief met kenmerk TAZ/U201800344, van 2 mei 2019, aanpassingen CARUWO

 

CAR-tekst per 1 juli 2019

 

A.

In artikel 3:16 lid 2 worden de woorden “hoofdstuk 9a, 9b, 9d of 9e” vervangen door: “hoofdstuk 9a, 9b, 9e of 9f”.

 

B.

Artikel 9a:11 wordt, inclusief koptekst, gewijzigd en komt als volgt te luiden: Garantietoeslag, afbouwtoelage en afkoopbedrag

 

1. In dit artikel wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: het inkomen dat wordt verkregen door de optelsom van:

i. het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 3:3 en paragraaf 3 van hoofdstuk 3;

ii. de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 sub a en b;

iii. de TOR, bedoeld in artikel 3:37;

iv. de toelagen en vergoedingen bedoeld in hoofdstuk 20 en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan.

 

2. De ambtenaar die binnen de organisatie van de gemeente de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.

 

3. Op de garantietoeslag wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele (salaris)toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.

 

4. De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van de gemeente de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt:

a. het eerste jaar 100%;

b. het tweede jaar 75%;

c. het derde jaar 50%;

d. het vierde jaar 25%.

De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke

salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.

 

5. Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag en de afbouwtoelage de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.

 

6.  De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie van de gemeente ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van het verschil tussen de berekeningsgrondslag (op jaarbasis) en het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.

 

C.

In artikel 9b:2 worden de onderdelen a en g vervangen door:

 

a. berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 9f:2.

 

g. onbetaald volledig verlof: verlof voor de formele arbeidsduur per week, zonder doorbetaling van de berekeningsgrondslag.

 

D.

In artikel 9b:4 lid 1 worden de woorden “bezoldiging” vervangen door: “berekeningsgrondslag”

 

E.

Artikel 9b:7 wordt, inclusief koptekst, vervangen door: IKB, salaristoelagen en TOR tijdens de periode van artikel 9b:4 De ambtenaar, bedoeld in artikel 9b:4 lid 1, eerste volzin en onder a en b heeft geen recht op een IKB, salaristoelage(n) of TOR op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 20.

 

F.

In artikel 9b:9 wordt het woord “bezoldiging” vervangen door: “berekeningsgrondslag”

 

G.

Artikel 9b:10 leden 1 en 8 worden vervangen door:

 

1. Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4, eerste volzin of onder b, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.

 

8. Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.

 

H.

In artikel 9b:11 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

I.

In artikel 9b:12 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

J.

In artikel 9b:14 en de koptekst worden het woord “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

 

K.

In artikel 9b:17 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

L.

In artikel 9b:18 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

M.

Artikel 9b:20 lid 1 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

1. De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie van de gemeente definitief herplaatst wordt, heeft recht op een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in artikel 3:28 lid 3 sub a en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar. Tot het totaalinkomen wordt de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in artikel 3:28 lid 3 sub a in de nieuwe functie gerekend, alsmede de uitkeringen die de ambtenaar in verband met zijn arbeidsongeschiktheid ontvangt.

 

N.

Artikel 9b:22 lid 5 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

5. Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de berekeningsgrondslag.

 

O.

Artikel 9b:25 lid 6 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

6. De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere functie aanvaardt binnen de organisatie van de gemeente, ontvangt, in afwijking van artikel 9a:11, een garantietoeslag ter hoogte van het verschil tussen de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in artikel 3:28 lid 3 sub a in de oude en de nieuwe functie.

 

P.

Artikel 9b:26 vervalt.

 

Q.

Artikel 9b:27a vervalt.

 

R.

Artikel 9b:28 lid 1 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

De ambtenaar die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren heeft, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij een bepaalde leeftijd bereikt, volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van een bepaald percentage van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag. De leeftijd en het percentage zijn afhankelijk van het aantal dienstjaren op 1 januari 2006. De leeftijd waaraan de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof is gekoppeld, en het percentage dat vanaf dat moment wordt betaald, zijn bij een aantal dienstjaren op 1 januari 2006 van:

a. 5 tot 10 jaar: 58 jaar en 75%

b. 10 tot 15 jaar: 57 jaar en 78%

c. 15 tot 20 jaar: 56 jaar en 80%

 

S.

Artikel 9b:29 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:28, bouwt de ambtenaar pensioen op over de berekeningsgrondslag.

 

T.

Artikel 9b:30 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:28 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 75%, 78% of 80% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.

 

U.

Artikel 9b:34 leden 1 en 8 worden vervangen door :

 

1. Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.

 

8. Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.

 

V.

In artikel 9b:35 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

W.

In artikel 9b:36 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

X.

In artikel 9b:38 en de koptekst wordt het woord “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

Y.

In artikel 9b:41 en de koptekst worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

Z.

In artikel 9b:42 en de koptekst wordt het woord “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

AA.

Artikel 9b:45 vervalt.

 

BB.

Artikel 9b:56 lid 1 wordt vervangen door:

 

1. De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend voor een periode van 3 jaar, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag.

 

CC.

In artikel 9b:56 lid 4 wordt het woord “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

DD.

Artikel 9b:57 wordt, inclusief titel, vervangen door:

 

IKB, salaristoelagen en TOR tijdens de periode van artikel 9b:56 De ambtenaar bedoeld in artikel 9b:56 heeft geen recht op IKB, salaristoelage of een TOR op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 20. 

 

EE.

Artikel 9b:59 wordt vervangen door: De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:56 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.

 

FF.

Artikel 9b:60 leden 1 en 8 worden vervangen door:

 

  • 1.

    Wanneer de ambtenaar tijdens periode, bedoeld in artikel 9b:56, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:56 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.

     

8. Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.

 

GG.

Artikel 9b:67 lid 1 vervangen door:

 

1. De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend voor een periode van 3 jaar tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag.

 

HH.

In artikel 9b:67 lid 5 wordt het woord “onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

II.

Artikel 9b:68 wordt, inclusief titel, vervangen door: IKB, salaristoelagen en TOR tijdens de periode van artikel 9b:67 De ambtenaar bedoeld in artikel 9b:68 heeft geen recht op IKB, salaristoelage of een TOR op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 20.

 

JJ.

Artikel 9b:70 wordt vervangen door: De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:62 gedeeltelijk betaald verlof is verleend, tegen doorbetaling van 70% van de voor de ambtenaar geldende berekeningsgrondslag, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.

 

KK.

Artikel 9b:71 leden 1 en 8 worden vervangen door:

 

1. Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:67 inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:67 van kracht is geworden, wordt op de doorbetaling van de berekeningsgrondslag, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de inkomsten en de doorbetaalde berekeningsgrondslag, samen de laatstelijk genoten berekeningsgrondslag te boven gaan.

 

8. Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen berekeningsgrondslag toe te passen.

 

LL.

In artikel 9b:72 wordt het woord “bezoldigd” vervangen door “betaald”.

 

MM.

In artikel 9b:73 wordt het woord “bezoldigd” vervangen door “betaald”.

 

NN.

In artikel 9b:76 wordt het woord “ onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

OO.

In artikel 9b:79 wordt het woord “ onbezoldigd” vervangen door “onbetaald”.

 

PP.

Hoofdstuk 9d vervalt.

 

QQ.

Artikel 9e:7 wordt vervangen door:

 

De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht bestaat uit een of meer van de volgende bronnen:

a. het salaris;

b. de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 en 3;

c. de levensloopbijdrage als genoemd in artikel 9e:8 en 9e:9a;

d. de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als bedoeld in artikel 3:36;

e. het opgebouwde verloftegoed bedoeld in artikel 4:9 lid 3.

 

RR.

In artikel 9e:8 worden de woorden “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

SS.

In artikel 9e:8 worden de woorden “bezoldiging” vervangen door: “berekeningsgrondslag”.

 

TT.

In artikel 9e:11 wordt het woord “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

UU.

In artikel 9e:11 worden de woorden “bezoldiging” vervangen door: “berekeningsgrondslag”.

 

VV.

In artikel 9f:1 lid 1 onder ii wordt het woord “onbezoldigd” vervangen door: “onbetaald”.

 

WW.

Artikel 9f:2 lid 1 wordt vervangen door:

 

1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder berekeningsgrondslag de optelsom van:

a. het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 1:1 onder qq en rr;

b. de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onder a en b.

c. de TOR, bedoeld in artikel 3:37;

d. de toelagen bedoeld in hoofdstuk 20 en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, met uitzondering van de levensloopbijdrage, bedoeld in de artikelen 9e:8 en 9e:9a, berekend over de maand onmiddellijk voorafgaande aan de ingangsdatum van de geheel of gedeeltelijke periode van buitengewoon verlof.

 

XX.

In artikel 19a:3 lid 7 wordt het woord “bezoldiging” vervangen door: “salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 1:1 lid 1 qq en rr”.

 

YY.

In artikel 19a:3 lid 4 wordt de tweede “b.” vervangen door: “c”.

 

ZZ.

Aan artikel 20:2 wordt een nieuw vijfde lid toegevoegd, onder vernummering van lid 5 in lid 6:

 

Indien op 31 december 2015 lokaal was bepaald dat de structurele vergoedingen en toelagen van hoofdstuk 20 werden meegenomen in de opbouw van de vakantietoelage, worden de structurele vergoedingen en toelagen van hoofdstuk 20 meegenomen in de opbouw van het IKB als bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onderdeel a.

 

AAA.

Artikel 20:2 lid 6 komt te luiden:

 

6. Het bepaalde in dit artikel laat onverlet dat de in de leden 2 tot en met 5 genoemde lokale regelingen in het lokale overleg gewijzigd kunnen worden.

 

Gewijzigde artikelen bij LOGA-brief met kenmerk TAZ/U201800530, van 26 juni 2019, aanpassingen CARUWO

 

CAR-tekst per1 juli 2019

 

A.

Artikel 9b:25 lid 1 en 2 worden vervangen door: 1. Op de ambtenaar zijn tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de uittredeleeftijd als bedoeld in artikel 9f:3 bereikt, de artikelen 9a:5 tot en met 9a:8 en 9a:10 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van a) de periode van 20 jaar als bedoeld in 9a:5 lid 2 en 9a:8 lid 2 en b) artikel 9a:5, lid 5. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 9a:5 lid 4 wordt de ambtenaar een tweede loopbaanplan aangeboden op het moment dat is vastgesteld dat de ambtenaar om redenen van medische ongeschiktheid de bezwarende functie niet meer kan of mag vervullen.

 

B.

Artikel 9b:25 lid 6 wordt vervangen door: 6. De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere functie aanvaardt binnen de organisatie van de gemeente, ontvangt, in afwijking van artikel 9a:11, een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen de berekeningsgrondslag aangevuld met de toeslag bedoeld in 3:28 lid 3 sub a in de oude en de nieuwe functie.

 

C.

Artikel 9f:13 komt te vervallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewijzigde artikelen bij LOGA-brief met kenmerk TAZ/U201800624, van 25 juli 2019, aanpassingen CARUWO

 

CAR-tekst per 1 juli 2019

 

A.

Artikel 20:2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

1. Dit artikel is van toepassing op de ambtenaar die bij een Veiligheidsregio, onderdeel brandweer, werkzaam is in een dienstrooster, en die voor wat betreft de vaststelling van zijn werktijden valt onder artikel 4:8.

 

2. De artikelen 3:11 (TOD) en 3:18 (overwerk) zijn niet van toepassing op de ambtenaar genoemd in het eerste lid. Voor deze ambtenaar zijn de lokale regels over vergoeding van het verrichten van onregelmatige diensten en overwerk van toepassing, zoals deze op 31 december 2015 lokaal golden.

 

3. Indien op 31 december 2015 lokaal een regeling verschuivingstoelage van kracht was, dan blijft deze regeling vanaf 1 januari 2016 van toepassing op de ambtenaar genoemd in het eerste lid.

 

4. Indien op 31 december 2015 lokaal een regeling van kracht was die voorziet in een functiegebonden toelage dan blijft deze regeling vanaf 1 januari 2016 van toepassing voor de ambtenaar genoemd in het eerste lid. 5. Het bepaalde in dit artikel laat onverlet dat de in de leden 2 tot en met 4 genoemde lokale regelingen in het lokale overleg gewijzigd kunnen worden.

 

B.

Er wordt een nieuwe paragraaf 3 toegevoegd (met artikel 20:3) en komt als volgt te luiden:

 

§3 Opbouw IKB

Indien op 31 december 2015 lokaal was bepaald dat de structurele vergoeding en toelagen van hoofdstuk 20 werden meegenomen in de opbouw van de vakantietoelage, worden de structurele vergoedingen en toelagen van hoofdstuk 20 meegenomen in de opbouw van het IKB als bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onderdeel a.

 

Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,

 

Apeldoorn, 5 maart 2020

 

voorzitter A.J.M. Heerts

secretaris D. Kransen