Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio UtrechtBlad gemeenschappelijke regeling 2020, 240Verordeningen



Verordening van de voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht houdende regels omtrent openbare orde en gezondheid (Noodverordening Beperking bijeenkomsten ter voorkoming van het virus COVID-19)

De voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht;

 

  • overwegende dat infectie met het COVID-19 virus de gezondheid van grote groepen van de bevolking ernstig bedreigt en dat zich daarmee een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid van de Gemeentewet voordoet;

  • gezien de niet gedateerde aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid met kenmerk 1662578-203166-PG;

  • gehoord het regionaal beleidsteam bestaande uit de burgemeesters van de betrokken gemeenten;

  • gelet op artikel 39, eerste lid van de Wet Veiligheidsregio’s en artikel 176 van de Gemeentewet.

 

besluit:

 

I. vast te stellen de volgende noodverordening:

Artikel 1. Algemene bepalingen

Deze verordening is van toepassing voor het gehele grondgebied van de gemeenten Amersfoort, Baarn, De Bilt, Bunnik, Bunschoten, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg en Zeist;

Artikel 2. Verbodsbepaling

  • 1.

    Het is verboden om openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, samenkomsten in voor het publiek toegankelijke gebouwen en samenkomsten in besloten sfeer te laten plaatsvinden, te (laten) organiseren, te faciliteren dan wel te laten ontstaan waar meer dan honderd personen gelijktijdig samenkomen, dan wel aan dergelijke samenkomsten deel te nemen. Dit verbod is niet van toepassing op de dagelijkse gang van zaken in het openbaar vervoer en zorginstellingen.

  • 2.

    Het is verboden om Instellingen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo voor leerlingen geopend te houden met uitzondering van de opvang van leerlingen van ouders/verzorgers kinderen van ouders in cruciale beroepsgroepen, zoals bekend gemaakt op rijksoverheid.nl/beroepen

  • 3.

    Het is, ook indien het gelijktijdig aantal aanwezigen kleiner dan 100 is, verboden een van de volgende inrichtingen geopend te houden:

    • a.

      inrichtingen waar etenswaren en dranken voor consumptie ter plaatse worden verstrekt, met uitzondering van bedrijfskantines en bedrijfscatering die niet voor het publiek toegankelijk zijn;

    • b.

      sport- en fitnessclubs (sportaccommodaties), waaronder zwembaden, sporthallen en sportvelden;

    • c.

      sauna’s, en

    • d.

      inrichtingen waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of bedrijfsmatig vertoningen van erotisch-pornografische aard worden aangeboden,

    • e.

      coffeeshops.

Artikel 3. Opvolgen aanwijzingen en aanwijzing toezichthouders

  • 1.

    Alle aanwijzingen ter uitvoering van deze verordening gegeven door daartoe bevoegde ambtenaren dienen onmiddellijk te worden opgevolgd.

  • 2.

    De voorzitter van de veiligheidsregio kan (categorieën van) personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening.

Artikel 4. Uitzondering

De onder artikel 2 genoemde verboden gelden niet voor hulpdiensten en voor de door de voorzitter van de veiligheidsregio aangewezen personen, locaties en/of activiteiten.

Artikel 5. Inwerkingtreding en werkingsduur

Deze verordening treedt in werking onmiddellijk na bekendmaking en vervalt met ingang van 7 april 2020.

Artikel 6. Verhouding van de noodverordening tot de bevoegdheden voor de reguliere bestuurstaak van de burgemeesters

De voorzitter van de veiligheidsregio gebruikt de bevoegdheid als bedoeld in artikel 176 van de Gemeentewet, die krachtens artikel 39 eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s aan hem zijn overgedragen, uitsluitend voor het uitvoeren van de aanwijzing van de minister en voor het bestrijden van de bestrijding van de COVID-19 crisis. De bevoegdheid van de burgemeesters tot het vaststellen van verordeningen op basis van artikel 176 van de Gemeentewet voor andere, lokale omstandigheden als bedoeld in artikel 175, eerste lid van de Gemeentewet blijft onverlet.

 

II. Een afschrift te zenden aan:

  • De gemeenteraden en de burgemeesters van de betrokken gemeenten;

  • De commissaris van de Koning in de provincie Utrecht;

  • De hoofdofficier van Justitie van het parket Midden Nederland;

  • De eenheidsleiding van de politie Midden-Nederland.

Vastgesteld te Utrecht op 16 maart 2020 te Utrecht.

De voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht,

mr. J.H.C. van Zanen

Handhaving:

Overtreding van het verbod dat is gesteld in artikel 3 van deze verordening is strafbaar krachtens artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht. Overtredingen kunnen worden bestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

De voorzitter van de Veiligheidsregio is bevoegd om in geval van overtreding of van een situatie waarin klaarblijkelijk sprake is van en dreigende overtreding een last onder bestuursdwang (artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht) of een dwangsom (artikel 5:31d van die wet) op te leggen.

 

Toelichting:

Aanleiding en doel van de noodverordening

De bestrijding van de verspreiding van het virus COVID-19 onder de bevolking vereist onverwijlde maatregelen. De regering heeft hiertoe maatregelen bekend gemaakt, die met name beogen het bijeen komen van groepen van meer dan 100 personen te voorkomen. Deze maatregelen zijn op 15 maart uitgebreid en verlengd. Hiermee is in deze verordening rekening gehouden.

In de aanwijzing die in de considerans van deze verordening wordt genoemd wordt de voorzitters van de veiligheidsregio opgedragen gebruik te maken van de bevoegdheden die in artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s zijn vermeld. Hierbij is sprake van een indeplaatstreding van de voorzitter van de veiligheidsregio van de burgemeesters van de betrokken gemeenten. Dat betreft, gezien het verspreidingsrisico, alle gemeenten van de veiligheidsregio. Voorafgaand aan het nemen van dit besluit heeft de voorzitter van de veiligheidsregio op 13 maart 2020 het regionaal beleidsteam dat uit alle betrokken burgemeesters bestaat, geconsulteerd. Hierbij is niet gebleken van bezwaren tegen de maatregelen.

 

Toepasselijkheid van de verordening

Het eerste lid van artikel 2 bevat het op donderdag 12 maart 2020 aangekondigde verbod op bijeenkomsten met meer van honderd personen. Vanwege het risico dat besloten ligt in de samenkomst van grote groepen personen kent het verbod een ruime reikwijdte. Het gaat niet alleen om vergunde evenementen, maar ook om andere bijeenkomsten waar meer dan honderd personen bij elkaar komen. In de aanwijzing van de minister voor Medische Zorg en Sport wordt gesproken over musea, concertzalen, theaters en sportclubs en sportwedstrijden. Het kan ook gaan om besloten bijeenkomsten met meer dan honderd deelnemers, zoals besloten (huwelijks)feesten in horeca of op bedrijventerreinen.

Het verbod heeft geen betrekking op de dagelijkse gang van zaken in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende erven van, overheidsinstellingen en zorginstellingen.

In het tweede lid zijn de maatregelen uitgewerkt die het kabinet op zondag 15 maart 2020 heeft bekendgemaakt. Ook alle eet- en drinkgelegenheden, sport- en fitnessclubs, sauna’s, seksinrichtingen en coffeeshops worden gesloten vanaf 18.00 uur. Uitgezonderd van deze opdracht zijn hotels, thuisbezorgde maaltijden en catering.

Eet- en drinkgelegenheden is een brede omschrijving die duidt op gelegenheden waar ter plaatse de daar gekochte spijzen en dranken genuttigd kunnen worden. De ratio achter dit verbod is dat voorkomen moet worden dat te veel mensen in een naar zijn aard beperkte ruimte gedurende enige tijd bij elkaar zijn, om zo besmettingsgevaar te beperken. Dit betekent dat ook eet- en drinkgelegenheden van (woon-)warenhuizen, shoppingcenters, grote supermarkten of andere winkels moeten sluiten. Voorzieningen to go, zoals gelegenheden in stations, waar geen gelegenheid is om ter plaatse in de inrichting dranken en spijzen te nuttigen, vallen niet onder dit verbod. Onder eet- en drinkgelegenheden worden voorts niet begrepen inpandige bedrijfskantines en bedrijfscatering die niet voor publiek toegankelijk zijn. Dit zijn namelijk essentiële voorzieningen voor de bedrijfsvoering.

Ook sauna’s vallen onder het verbod, omdat dit een plek is waar naar zijn aard veel personen in een beperkte ruimte samenkomen. Onder sauna’s wordt mede begrepen andere vormen van wellness zoals een turks stoombad, hammam, beauty farms, thermale baden, badhuizen, spa’s et cetera. Een deel van deze vormen van saunarecreatie valt bovendien onder zwembaden. Ook vergelijkbare wellness-voorzieningen bij hotels of andere recreatieve voorzieningen.

Artikel 3 eerste lid maakt duidelijk dat dat iedereen verplicht is om bevoegd gegeven aanwijzingen ter uitvoering van deze verordening onmiddellijk op te volgen. Op grond van het tweede lid kan de voorzitter van de veiligheidsregio aanvullende (categorieën van) personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening.

 

Verhouding tot de bevoegdheden van de burgemeesters

In artikel 6 van de verordening is een regeling getroffen voor de verhouding tot de bevoegdheden van burgemeesters. Noch in de Wet veiligheidsregio’s, noch in het aanwijzingsbesluit van de ministers is een regeling getroffen voor de onderlinge verhouding van de bevoegdheden van de voorzitter van de veiligheidsregio ten opzichte van die van de burgemeesters. Nu de Wet veiligheidsregio’s in artikel 9 bepaalt dat de veiligheidsregio een gemeenschappelijke regeling is, is artikel 30, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regeling van toepassing en moet dus de onderlinge verhouding tussen op lokaal en op regionaal uit te voeren bevoegdheden worden geregeld. Hierin voorziet artikel 6.

Enkel afgaand op de tekst van artikel 39, eerste lid van de wet veiligheidsregio’s zouden alle daarin genoemde bevoegdheden van burgemeesters naar de voorzitter worden overgeheveld. Dat zou betekenen dat deze bevoegdheden, ook indien elk verband met de bestrijding van de coronacrisis ontbreekt, door de voorzitter worden uitgeoefend. Dit is om meerdere redenen niet bedoeld en is ook niet gewenst. Ten eerste zou burgemeesters een belangrijk deel van hun bevoegdheden worden ontnomen om hun reguliere bestuurstaak te kunnen uitvoeren. Daarnaast zou de voorzitter van de veiligheidsregio een aanzienlijke bestuurstaak op zich nemen en zich niet volledig kunnen concentreren op de bestrijding van de coronacrisis. Hij zou zich ook bezig moeten houden met lokale zaken die geen verband hebben met de coronacrisis. Tenslotte zou de organisatie van de veiligheidsregio, die hierop niet is toegerust, alle taken van gemeentelijke veiligheidsafdelingen moeten uitvoeren.

Met de regeling in artikel 5 wordt die ongewenste concentratie van bevoegdheden voorkomen.