Blad gemeenschappelijke regeling van Omgevingsdienst Haaglanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Omgevingsdienst HaaglandenBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 912Overige besluiten van algemene strekking



Besluit inzake het deelnemen van de ODH in een werkgeversvereniging voor gemeenschappelijke regelingen

Het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden,

Gelet op:

- artikel 55a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

- artikel 10 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden (hierna: GR ODH);

- de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren;

- het besluit van het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 18 april 2019 tot oprichting van een werkgeversvereniging voor gemeentelijke gemeenschappelijke regelingen, alsmede de brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 21 mei 2019 met kenmerk TAZ / U201900419 / Lbr: 19/039;

- het belang van de omgevingsdienst om voor het vaststellen van zijn arbeidsvoorwaarden aan te kunnen sluiten bij een werkgeversvereniging met volledige rechtsbevoegdheid die partij is of kan zijn bij een collectieve arbeidsovereenkomst;

- de wensen en bedenkingen die gemeenteraden en provinciale staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 55a tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen in reactie op het ontwerpbesluit ter kennis van het algemeen bestuur hebben gebracht;

 

Besluit als volgt:

1. De Omgevingsdienst Haaglanden neemt deel in c.q. wordt lid van een werkgeversvereniging die openstaat voor het lidmaatschap van gemeenschappelijke regelingen.

 

2. Het onder 1 genoemde besluit wordt genomen onder de opschortende voorwaarde dat ten minste twee derde van de deelnemende colleges van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden conform artikel 30 tweede lid GR ODH, ten tijde van de aanmelding als lid bij deze vereniging, heeft ingestemd met de wijziging van de GR ODH die overeenkomstig het bepaalde in artikel 55a eerste lid Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet in deze mogelijkheid.

 

3. De uitoefening van het lidmaatschap en de daarbij behorende rechten en de afvaardiging namens de Omgevingsdienst Haaglanden ligt bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan die uitoefening van het lidmaatschap en afvaardiging opdragen aan de directeur of diens plaatsvervanger. De afgevaardigde namens de Omgevingsdienst Haaglanden heeft volmacht om stemrecht uit te oefenen in de ledenvergadering.

 

4. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in het blad Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden van 27 november 2019,

de secretaris,

ir.L.P. Klaassen

de voorzitter,

drs.ing. R.C. Paalvast

Nota van toelichting

Wettelijk kader

Artikel 55a van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) regelt dat en hoe een gemeenschappelijke regeling kan deelnemen in een (privaatrechtelijke) vereniging. De besluitvorming daarover is voorbehouden aan het algemeen bestuur (AB) en kan niet worden gedelegeerd aan het dagelijks bestuur (DB).

Het hoe bestaat uit twee stappen: 1 In de gemeenschappelijke regeling zelf moet die bevoegdheid zijn opgenomen. 2 Het ontwerpbesluit (zijnde het voornemen) dient te worden toegezonden aan de gemeenteraden en Provinciale Staten en dienen zij in de gelegenheid te worden gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het AB (de voorhangprocedure).

In alle gevallen is een wettelijk vereiste dat de deelneming in de vereniging 'in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang'.

 

Feitelijke uitvoering

Stap 1, het in de gemeenschappelijke regeling zelf opnemen van de bevoegdheid gebeurt middels de derde wijziging van de GR ODH. Daarbij wordt in artikel 10 deze bevoegdheid van het AB toegevoegd.

De besluitvorming inzake de wijzing van de GR ODH door de colleges (stap 1) en het voorhangtraject bij raden en provinciale staten (stap 2) worden gelijktijdig gestart. Het is niet op voorhand zeker dat stap 1 eerder afgerond zal zijn dan stap 2 (lees: dat de bevoegdheid reeds in de GR zal zijn opgenomen als het concrete besluit tot deelnemen in het AB genomen moet worden). In verband daarmee is onder punt 2 van onderhavig besluit een opschortende voorwaarde opgenomen.

Het 'behartigen van het daarmee te dienen openbaar belang' is erin gelegen dat de gemeenschappelijke regeling zich kan aansluiten bij een werkgeversvereniging. Dit is zeer wenselijk omdat middels een werkgeversvereniging een CAO kan worden afgesloten en de constructie van aansluiten bij de VNG niet meer open staat. Uiteraard is het einddoel te komen tot dezelfde of vergelijkbaar uniforme arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de ODH als in de CAO gemeenten.