Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio IJsselland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio IJssellandBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 899Verordeningen



Wijziging van de lokale Arbeidsvoorwaardenregeling, Veiligheidsregio IJsselland

Te besluiten om

 

  • 1.

    De lokale arbeidsvoorwaarden met betrekking tot de dienstreizen te wijzigen, zoals voorgesteld in de bijlage, voor Veiligheidsregio IJsselland met ingang van 1 januari 2020.

  • 2.

    De lokale arbeidsvoorwaarden met betrekking tot de woon- en verblijfsverplichting voor crisisfuncties te wijzigen, zoals voorgesteld in de bijlage, voor Veiligheidsregio IJsselland met terugwerkende kracht per 1 januari 2019.

  • 1.

    Dienstreizen

Artikel 3:21:0:1 Reiskostenvergoeding dienstreizen in Nederland en buitenland

  • 1.

    De vergoeding van een dienstreis met eigen vervoer is € 0,37 bruto per kilometer.

    Het aantal kilometers wordt bepaald door middel van Webservices via de declaratiemodule van Youforce.  Deze vergoeding wordt niet uitgekeerd, indien gereisd wordt met een dienstauto of als de ambtenaar mee reist met een collega die de dienstreis zelf declareert.

  • 2.

    De ambtenaar die een dienstreis aflegt met openbaar vervoer, maakt in principe gebruik van een NS-Business Card die door de werkgever beschikbaar wordt gesteld. Als dat niet mogelijk is worden de openbaar vervoerskosten vergoed als de ambtenaar het betalingsbewijs overlegt. Conform artikel 3.21 Car-Uwo worden kosten op basis van het 2e klasse tarief vergoed.

  • 3.

    De reistijd van een dienstreis is werktijd.

  • 4.

    De reiskostenvergoeding wordt tot een bedrag van € 0,19 per kilometer belastingvrij vergoed en daarom netto aan de ambtenaar uitbetaald. De overige € 0,18 per kilometer wordt bruto uitbetaald. De wettelijke grondslag voor de belastingvrije vergoeding staat artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1994. Als dit belastingvrije bedrag verandert, verandert ook de netto uitbetaling.

 

Artikel 3:21:0:2 Begin en einde van dienstreis

  • 1.

    Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de standplaats het beginpunt en het eindpunt is van de dienstreis.

  • 2

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de woning van de ambtenaar of een andere plaats als beginpunt respectievelijk eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op de heenreis dan wel de terugreis door of langs de standplaats gereisd wordt.

 

Artikel 3:21:0:3 Verblijfkosten dienstreizen binnenland

  • 1.

    Er bestaat aanspraak op het vergoeden van verblijfkosten bij een dienstreis die langer dan 4 uren duurt.

  • 2.

    Er bestaat geen aanspraak op een maaltijdvergoeding als tijdens de dienstreis de gelegenheid bestaat al dan niet tegen betaling maaltijden in de bedrijfskantine van de plaats van bestemming te genieten.

  • 3.

    De hoogte van de vergoedingen van verblijfkosten zijn voor de:

    • a

      lunch maximaal € 15.67

    • b

      avondmaaltijd maximaal € 23,71

    • c

      logies/overnachting maximaal € 103,72

    • d

      d ontbijt maximaal € 10,13

    • e

      kleine uitgaven overdag € 5,07

    • f

      kleine uitgaven ‘s avonds € 15,12

  • 4

    Ontbijt en de kleine uitgaven ‘s avonds kunnen alleen worden gedeclareerd als buitenshuis wordt overnacht.

  • 5

    Als het verblijf langer duurt dan 8 dagen wordt het bedrag van de avondcomponent gehalveerd.

  • 6

    Voor de declaraties in lid 3 sub a tot en met d moet een factuur overlegd worden.

 

Artikel 3:21:0:4 Verblijfkostenvergoeding dienstreizen in het buitenland

  • 1.

    Bij het maken van een buitenlandse dienstreis ontvangt de ambtenaar  een redelijke vergoeding voor de daadwerkelijke verblijfkosten, indien voor de gemaakte kosten vooraf toestemming van de leidinggevende gegeven is en een factuur overlegd kan worden. Hierbij kan de hoogte voor de verblijfskosten bij dienstreizen in Nederland als leidraad aangehouden worden.

  • 2

    Een vergoeding voor de kleine uitgaven, waarbij geen factuur noodzakelijk  is, bedraagt per 24 uur €35. Indien de dienstreis korter of langer duurt, geldt deze vergoeding naar rato.

 

Artikel 3:21:0:5 Parkeerkosten dienstreizen binnenland

Parkeerkosten die de ambtenaar in het kader van een dienstreis maakt, worden, na overleg met de leidinggevende, vergoed op vertoon van een betalingsbewijs.

 

Artikel 3:21:0:6 Declaratie van reis- en verblijfkosten

  • 1.

    Declaraties van reis- en verblijfkosten kunnen maandelijks, voor de 1e van de maand, worden ingediend via het E-HRM systeem. Als dat is voorgeschreven, moeten betalingsbewijzen digitaal worden bijgesloten. De leidinggevende dient de declaratie te fiatteren. Na fiattering  wordt de declaratie zo spoedig mogelijk uitbetaald.

  • 2.

    Boetes als gevolg van dienstreis gerelateerde verkeersovertredingen worden niet vergoed.

 

Artikel 3:21:0:7 Maaltijdvergoeding 24-uursdienst

De met de 24-uurs aanwezigheidsdienst belaste ambtenaar ontvangt per 24-uurs aanwezigheidsdienst een maaltijd. In overleg met de leidinggevende wordt afgesproken op welke wijze de maaltijd verstrekt wordt, waarbij keuze is tussen:

  • a.

    Per aanwezigheidsdienst wordt een verzorgde maaltijd aangeboden;

  • b.

    Per aanwezigheidsdienst kan de dienstdoende ploeg zelf een maaltijd verzorgen, waarbij per dienstdoende medewerker maximaal €5,00 vergoed wordt.

     

  • 2.

    Verduidelijking woonverplichting

Artikel 15:1:17:1 Aanvullende regels woon- en verblijfsplicht

  • 1.

    Een ambtenaar, die een operationele functie in de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing uitvoert, kan verplicht worden binnen het vastgestelde verblijfsgebied van zijn of haar operationele functie te wonen en/of tijdens beschikbaarheids-/piketdiensten te verblijven. Hiervan kan worden afgeweken indien de ambtenaar buiten dit gebied wordt ingezet voor de uitoefening van de operationele functie.

  • 2.

    Onder verblijfsgebied dient te worden verstaan het gebied, bestaande uit meerdere (gedeelten) gemeenten waarin de ambtenaar verblijft zodat hij aan de bestuurlijk vastgestelde opkomsttijd kan voldoen.

  • 3.

    Een ambtenaar als bedoeld in lid 1, mag niet zonder toestemming van de commandant brandweer / directeur Veiligheidsregio, buiten het verblijfsgebied verhuizen. Toestemming wordt alleen gegeven als de beschikbaarheid van de functionaris onverminderd is en de ambtenaar een alternatieve verblijfsvoorziening tijdens de beschikbaarheidsdiensten heeft. De ambtenaar heeft geen recht op een tegemoetkoming in eventuele onkosten ten behoeve van deze verblijfsvoorziening. Overtreding van deze bepaling wordt opgevat als plichtverzuim.

  • 4.

    Indien de ambtenaar als bedoeld in lid 1, een tijdelijke aanstelling of aanwijzing heeft voor een operationele functie, geldt de woonverplichting niet. De ambtenaar is wel verplicht om tijdens de beschikbaarheidsdiensten te verblijven binnen het vastgestelde verblijfsgebied. Hiervan kan worden afgeweken indien de ambtenaar buiten dit gebied wordt ingezet voor de uitoefening van de operationele functie.