De directeur van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH),
overwegende dat:
een aanwijzing tot toezichthouder in het kader van bepaalde wettelijke regelingen alleen voor ambtenaren kan gelden;
door middel van de aanstelling als onbezoldigd ambtenaar aan deze voorwaarde wordt voldaan;
gelet op
de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden
almede de met de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, en Zoetermeer gesloten overeenkomsten inzake de uitvoering van wettelijke taken, additionele taken en adviesdiensten;
artikel 5.1, artikel 5.2 en artikel 5.10 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht;
artikel 1:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG)
de mandaatbesluiten van het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, de col- leges van Burgemeester en wethouders van de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer houdende de verlening van mandaat aan de directeur van de Omgevingsdienst Haaglanden; ieder voor zover het mandaat strekt en deze in werking is getreden,
BESLUIT
- 1.
De volgende functionarissen aan te stellen als onbezoldigd ambtenaar voor de periode van 29 november 2019 t/m 31 december 2020:
D. (Dennis) van der Gaag, geboren 7 april 1992 en
R.C. (Robert) Braak, geboren 22 februari 1969 .
Bovengenoemde personen zijn werkzaam bij Cauberg-Huygen B.V. en gedetacheerd bij de Omgevingsdienst Haaglanden.
- 2.
De onder 1 genoemde functionarissen worden aangewezen als toezichthouder, belast met het toezicht op de naleving van :
- a.
het bepaalde bij of krachtens de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten voor zover dit bij of krachtens de genoemde wetten is bepaald;
- b.
Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
- c.
Wet explosieven voor civiel gebruik;
- d.
de Provinciale Milieu Verordening;
- e.
de wetten en regelingen ter vervanging van de genoemde wetten en regelingen, voor zover hun aard en strekking ten opzichte daarvan niet wezenlijk veranderen.
- 3.
Aan de onder 1. genoemde personen wordt, ten behoeve van de toezichtuitoefening op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de onder 2. genoemde wetten of regelingen, een legitimatiebewijs verstrekt als bedoeld in artikel 5:12 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de daarop gebaseerde “Regeling model legitimatiebewijs toezichthouders Awb”;
- 4.
Dit besluit wordt bekend gemaakt conform artikel 3:41 van de Awb door toezending aan Hoofdweg 70, 3067 GH Rotterdam ter attentie van de onder 1. genoemde functionarissen;
- 5.
Dit besluit wordt conform artikel 3:42 van de Awb bekend gemaakt door plaatsing van dit besluit in het Blad Gemeenschappelijke Regeling en treedt in werking met ingang van de dag nadat het daarin bekend is gemaakt.
- 6.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing externe toezichthouder ODH 2019-II.
Den Haag, 26 november 2019
De directeur ODH,
ir. L.P. Klaassen