Blad gemeenschappelijke regeling van Tribuut belastingsamenwerking
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tribuut belastingsamenwerking | Blad gemeenschappelijke regeling 2019, 688 | Overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tribuut belastingsamenwerking | Blad gemeenschappelijke regeling 2019, 688 | Overige overheidsinformatie |
Regeling gegevensverstrekking Tribuut belastingsamenwerking
Het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking,
Gelet op artikel 67, tweede lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 67, tweede lid, onderdeel b, van de Invorderingswet 1990, artikel 40 van de Wet waardering onroerende zaken, artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht en artikel 6, vierde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
Vast te stellen de ‘Regeling gegevensverstrekking Tribuut belastingsamenwerking’
Artikel 1 – Geen geheimhouding
De geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 67, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht geldt niet voor verstrekking aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers voor zover het betreft de genoemde gegevens ten behoeve van de hierna genoemde publiekrechtelijke taak:
Artikel 3 – Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Regeling gegevensverstrekking Tribuut belastingsamenwerking’.
Tribuut beschikt door zijn taakuitoefening over veel gegevens die ook voor andere publiekrechtelijke taken van bestuursorganen relevant kunnen zijn. Tribuut mag gegevens die hem bekend zijn geworden als gevolg van een strikte (fiscale) geheimhoudingsplicht niet zonder meer gebruiken voor andere doeleinden en ook niet zomaar verstrekken aan andere bestuursorganen.
Voor gegevens die zijn verkregen in het kader van de uitvoering van de belastingwet zijn de regels met betrekking tot geheimhouding opgenomen in artikel 67 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen en artikel 67 van de Invorderingswet 1990. Deze regeling ziet ook op gegevens die Tribuut in het kader van de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken heeft verkregen. Hiervoor geldt (ook) de geheimhoudingsverplichting uit artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de verwerking van persoonsgegevens geldt de regelgeving van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Een belangrijke voorwaarde voor het verstrekken van belastinggegevens aan andere bestuursorganen is dat dit geschiedt binnen het wettelijke kader van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990. Het bestuur van Tribuut kan voor bepaalde publiekrechtelijke taken bepalen dat de (fiscale) geheimhoudingsplicht niet geldt. Bij het bepalen daarvan moet het bestuur rekening houden dat gegevensverstrekking te allen tijde in overeenstemming dient te zijn met de beginselen van proportionaliteit (het doel van de gegevensverstrekking moet in redelijke verhouding zijn met het belang van geheimhouding) en subsidiariteit (het doel van gegevensverstrekking moet niet op een andere, minder ingrijpende manier kunnen worden bereikt). Bij het verstrekken van gegevens op grond van deze regeling worden nooit meer gegevens verstrekt dan waarom gevraagd wordt.
Doel van de regeling gegevensverstrekking
Deze regeling is een ontheffingsregeling zoals bedoeld in artikel 67, tweede lid, onder b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De regeling bevat een artikelsgewijs overzicht van (persoons)gegevens die verstrekt wordenaan de deelnemende gemeenten van Tribuut. Tribuut verstrekt op basis van deze regeling alleen gegevens aan de colleges van de deelnemers. Vastgelegd is voor welke publiekrechtelijke taak de verstrekking van gegevens noodzakelijk is. In andere gevallen, waarin gegevensverstrekking (nog) niet van structurele aard is, kan om ontheffing als bedoeld in artikel 67, derde lid van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen en Invorderingswet 1990 verzocht worden. Een ontheffing is in de volgende situaties denkbaar (ontleend aan Kamerstukken II, 2005-2006, 30 322, nr. 3, p. 19):
a. voor gegevensverstrekkingen aan belastingplichtigen zelf voor zover de verstrekking niet noodzakelijk is voor de heffing of invordering (op grond van het eerste lid van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bestaat in die situatie geen geheimhoudingsplicht) en voor zover de verstrekking in artikel 67, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet is uitgezonderd van de geheimhoudingsplicht. Dit gaat bij het Rijk bijvoorbeeld over verklaringen over inkomen, vermogen en de eventuele afwezigheid van belastingschulden van de belastingplichtige. Bij Tribuut doet zich dit minder voor, maar gedacht zou kunnen worden aan verklaringen dat bepaalde aanslagen op naam van de deelnemer zijn voldaan;
b. voor gegevensverstrekkingen die noodzakelijk zijn voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak, maar waarbij dit (nog) niet is opgenomen in deze regeling. In dat geval wordt deze regeling na de ad hoc ontheffing aangepast indien het een structurele verstrekking is;
c. voor incidentele of onvoorziene gevallen waarin gegevensverstrekking gewenst is, bijvoorbeeld vanwege een groot maatschappelijk belang. Daarbij kan gedacht worden aan incidentele onderzoeken voor beleidsvoorbereiding, zoals woningmarktonderzoeken en onderzoeken naar het tegengaan van niet-gebruik bij ondersteunende financiële regelingen.
Artikel 1 – Geen geheimhouding
In deze regeling wordt, in overeenstemming met artikel 67, tweede lid, onder b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen resp. Invorderingswet 1990, bepaald dat Tribuut is ontheven van de geheimhoudingsplicht voor de genoemde gegevens.
Dit artikel bepaalt dat de genoemde gegevens enkel aan de colleges van burgemeesters en wethouders van de deelnemers worden verstrekt. Aan de colleges worden uitsluitend de gegevens verstrekt voor de doeleinden die genoemd zijn in deze regeling. Gegevens kunnen enkel verstrekt worden indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de publiekrechtelijke taak. Bij de beoordeling van de noodzaak van de gegevensverstrekking dient per geval rekening te worden gehouden met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en de regelgeving met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens in de Algemene verordening gegevensbescherming.
Artikel 1, onder a: gegevens die noodzakelijk zijn voor het voorbereiden of vaststellen van belastingverordeningen, begroting en rekening van de deelnemende gemeente
Een deelnemer van Tribuut moet jaarlijks belastingverordeningen, een begroting en een rekening vaststellen. Om de begroting, rekening of tarieven vast te stellen zijn gegevens over bijvoorbeeld de begrote of gerealiseerde belastingopbrengsten noodzakelijk. Dit zijn gegevens waarover enkel Tribuut beschikt. In beginsel verstrekt Tribuut enkel kengetallen en/of totaalcijfers. Dat wil zeggen cijfers die niet tot een persoon, belastingplichtige, belastingschuldige of object zijn te herleiden. Bijvoorbeeld voor de toeristenbelasting het aantal overnachtingen per soort accommodatie of het aantal één- en meerpersoonshuishoudens voor de afvalstoffenheffing.
In incidentele gevallen zijn gegevens noodzakelijk die wel tot een persoon, belastingplichtige, belastingschuldige of object zijn te herleiden. Hierbij kan gedacht worden aan een situatie dat een belastingplichtige een dermate groot aandeel heeft in de totale opbrengsten van een belastingsoort dat meer gegevens noodzakelijk zijn. Denk hierbij aan een situatie dat deze belastingplichtige kenbaar maakt dat zij haar activiteiten in het volgende belastingjaar drastisch gaat inperken of haar activiteiten staakt. Dit heeft gevolgen voor de begrote belastingopbrengst voor dat belastingjaar waarop de deelnemer moet anticiperen.
Artikel 1, onder b: gegevens die noodzakelijk zijn in het belang van een goede gebouwenregistratie als bedoeld in de Wet basisregistraties adressen en gebouwen
De gemeenten zijn bronhouder van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT). Tribuut is bronhouder van de basisregistratie WOZ. Er bestaat samenhang tussen deze basisregistratie. Over het realiseren van samenhang tussen deze basisregistratie schrijft de Waarderingskamer in de Waarderingsinstructie 2017, pagina 83:
“De uitvoering van de Wet WOZ vergt het verwerken van grote hoeveelheden informatie. De WOZ-administratie moet immers steeds een actuele weergave zijn van de werkelijkheid. Diverse basisregistraties uit het stelsel van basisregistraties leveren mutaties die verwerkt moeten worden in de WOZ-administratie en/of signalen over veranderingen in de werkelijkheid die naar verwachting moeten leiden tot mutaties in de WOZ-administratie. Basisregistraties die mutaties leveren die verwerkt moeten worden in de WOZ-administratie of die signalen leveren voor de bijhouding van de WOZ-administratie zijn in ieder geval de Basisregistratie Personen, het Handelsregister, de Basisregistratie Kadaster, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
Het gebruik van informatie uit basisregistraties is voor overheden verplicht. Deze verplichting betreft dus ook het gebruik van de genoemde basisregistraties bij de uitvoering van de Wet WOZ en de koppeling van de WOZ-administratie (Basisregistratie WOZ) aan deze basisregistraties.
Om te waarborgen dat de informatie uit deze basisregistraties op een adequate, consistente en doelmatige wijze wordt gebruikt en verwerkt, is het belangrijk dat de aansluiting van de WOZ-uitvoering en de WOZ-administratie op deze basisregistraties regelmatig wordt beoordeeld door de gemeente [en Tribuut, toevoeging Tribuut].
De aansluiting van de WOZ-administratie en WOZ-uitvoering op andere basisregistraties is overigens geen eenrichtingsverkeer, waarbij de WOZ-uitvoering uitsluitend gebruiker is. Bij koppeling van gegevens, bij verwerking van mutaties en bij uitvoering van WOZ-controles heeft men de plicht de andere basisregistratie te melden, wanneer er mogelijk sprake is van een onjuistheid (terugmelding bij gerede twijfel). En waar de WOZ-uitvoering gebruik maakt van signalen uit andere basisregistraties over mogelijke WOZ-relevante mutaties, leveren de diverse WOZ-activiteiten ook signalen die van belang zijn voor de bijhouding van andere basisregistraties zoals de BAG en de BGT.”
Om te waarborgen dat de informatie uit deze basisregistraties op een adequate, consistente en doelmatige wijze wordt gebruikt is het noodzakelijk dat Tribuut, als bronhouder van de WOZ, gegevens uitwisselt met de gemeenten als bronhouder van de BAG en BGT.
Tribuut verstrekt voor dit doel aan de gemeenten: adres, postcode, objectsoort, objectsoort omschrijving, objectsoort code, kadastraal perceel, WOZ objectnummer, bouwjaar, bouwlaag, ontsluiting; objectonderdelen, inhoud, oppervlakte, gebruikerscode, BAG-ID.
Artikel 1, onder c: gegevens die noodzakelijk zijn in het belang van een goede geografische objectadministratie als bedoeld in de Wet basisregistratie grootschalige topografie
Zie hiervoor de toelichting bij artikel 1, onder b.
Artikel 1, onder d: gegevens over niet (tijdig) betaald marktgeld of marktprecario ten behoeve van het ter zake handhavend kunnen optreden door de deelnemer
Sommige gemeenten hebben in het standplaatsenbeleid als voorwaarde voor het innemen van een (markt)standplaats dat daarvoor tijdig betaald moet worden. Als dat niet gebeurt, kan de gemeente de vergunning intrekken. Daarvoor is het noodzakelijk dat de gemeente weet in welke gevallen er door wie niet (tijdig) is betaald.
Tribuut verstrekt voor dit doel de volgende gegevens van de (markt)standplaatshouders die niet tijdig betaald hebben, per aanslag: naam, adres, postcode, woonplaats, heffingsjaar, aanslagnummer, laatste vervaldatum, openstaand bedrag en indicatie dat er een aanmaning is verzonden (of aanmaanbedrag).
Artikel 1, onder e: gegevens over gebruik van een woning ten behoeve van het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen
Het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen is in sommige gemeenten speerpunt van beleid. In dat kader kunnen gegevens over het gebruik van de woning, waaronder de registratie van de gemeentelijke belastingen die aan de woning gekoppeld zijn, en de eigenaar- en gebruikssituatie behulpzaam zijn.
Tribuut verstrekt voor dit doel: gegevens over het gebruik van de woning, die noodzakelijk zijn om de permanente bewoning van recreatiewoningen tegen te gaan.
Artikel 2 – Gegevensverstrekkingen
Dit artikel bepaalt dat de gegevens worden verstrekt conform de gemaakte afspraken in de collectieve samenwerkingsovereenkomst. Dit betekent dat de gegevens ofwel spontaan (zonder verzoek), ofwel op verzoek van het college van de betreffende deelnemer worden verstrekt. Ook vindt de gegevensverstrekking plaats met inachtneming van het protocol gegevensverstrekking van Tribuut.
Tot slot verstrekt Tribuut alleen gegevens aan het betreffende college, indien het gegevens van de eigen gemeente betreft. Dit betekent ook dat de ene deelnemer geen gegevens kan opvragen over de andere deelnemer.
Artikel 3 – Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel bepaalt dat deze regeling pas in werking treedt na bekendmaking. Bekendmaking vindt plaats in het elektronische Blad gemeenschappelijke regeling Tribuut. De regeling wordt aangehaald als “Regeling gegevensverstrekking Tribuut belastingsamenwerking.”
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2019-688.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.