Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio UtrechtBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 559Verordeningen



Besluit tot achtste wijziging Organisatieverordening VRU 2015

Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,

 

gelet op:

- de Gemeenschappelijke regeling VRU, in het bijzonder artikel 3.5, onder c;

- de Wet gemeenschappelijke regelingen;

- de Organisatieverordening VRU 2015;

 

overwegende:

- dat het dagelijks bestuur op 10 december 2018 de zevende wijziging van de Organisatieverordening VRU 2015 heeft vastgesteld;

- dat er vanaf 1 maart 2019 geen vaste plaatsvervanger van de algemeen directeur is benoemd;

- dat de plaatsvervanging in geval van belet van de algemeen directeur wel georganiseerd dient te zijn;

- dat de wijzigingen in verband met het ontstaan van de gemeente Vijfheerenlanden, waardoor de Veiligheidsregio Utrecht er vijf brandweerposten bij krijgt en een wijziging met betrekking tot de indeling van de werkgebieden nodig is;

- dat de indeling in clusters en werkgebieden hiermee weer congruent is;

- dat hiervoor genoemde wijzigingen in de organisatie worden vastgelegd door middel van voorliggende wijziging van de Organisatieverordening VRU 2015;

 

besluit:

 

de Organisatieverordening VRU 2015 als volgt te wijzigen:

 

Artikel I.

In artikel 2, zevende lid vervallen de onderdelen a en b en komen deze als volgt te luiden:

a. werkgebied 1, dat omvat het gebied van de gemeenten De Ronde Venen, Houten, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Vijfheerenlanden, Woerden en IJsselstein;

b. werkgebied 2, dat omvat het gebied van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrecht en Zeist, en.

 

Artikel 7, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

‘Crisisbeheersing en GHOR’ wordt vervangen door: Crisisbeheersing & GHOR.

 

In artikel 17 vervalt het eerste lid en deze komt als volgt te luiden:

1. Een lid van het dagelijks bestuur kan een plaatsvervanger van de algemeen directeur aanwijzen. Voor zover er op deze wijze geen plaatsvervanger is aangewezen, wijst de algemeen directeur in geval van belet voor de periode van belet één of meer plaatsvervangers aan. Deze plaatsvervanging omvat niet de plaatsvervanging van de commandant brandweer, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

 

Artikel 19, achtste lid, wordt als volgt gewijzigd:

‘het derde tot en met vijfde lid’ wordt vervangen door: het derde tot en met zevende lid.

 

 

Artikel 19, tiende lid, wordt als volgt gewijzigd:

‘het tweede tot en met vijfde lid’ wordt vervangen door: het tweede tot en met zevende lid.

 

Artikel II.

1. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2019.

Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur,

Utrecht, 17 juni 2019,

mr. J.H.C. van Zanen

voorzitter

dr. P.L.J. Bos

secretaris