Blad gemeenschappelijke regeling van Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Samenwerkingsverband Noord-NederlandBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 542Beleidsregels



Open Innovatie Call 2019

Uitvoeringskader

De uitvraag: WAAR ZIJN WE NAAR OP ZOEK?

Het SNN nodigt bedrijfsleven en kennisinstellingen uit om samen met initiatieven te komen die het in zich hebben een reeks samenhangende innovaties voort te brengen; innovaties die in onderlinge samenhang kunnen uitgroeien tot economische sterktes van Noord-Nederland.

 

Initiatieven kunnen gericht zijn op:

  • kansrijke thema’s die kunnen uitgroeien tot nieuwe noordelijke sterktes, denk aan nieuwe niches, nieuwe technologieën en/of crossovers (ontwikkelaars/koplopers1);

  • het met nieuwe waardeketens en/of verdienmodellen inspelen op veranderende marktomstandigheden (toepassers/ontwikkelaars);

  • het vergroten van het innovatief vermogen van mkb bedrijven, en specifiek het vergroten van het aantal mkb bedrijven dat aanhaakt bij ‘open innovatie’ processen (volgers/toepassers);

  • en/of een combinatie van het bovenstaande.

Wat maakt een project een goed project?

‘Niet de weg maar de eindbestemming’ (het doel) staat voor ons centraal. De uitdaging die we bij u neerleggen is om ons ervan te overtuigen dat de weg die u kiest de meeste kans biedt op resultaat. Concreet betekent dit dat uw projectaanvraag in de kern wordt beoordeeld op de bijdrage aan de doelstelling zoals wij deze in de uitvraag hebben geformuleerd. Het gaat om uw bijdrage aan de oplossing van het door ons gesignaleerde probleem. Dit betekent dat wij op voorhand geen afbakening maken naar een type project dat wel of niet in aanmerking komt, of naar een soort activiteit die wel of geen subsidie verdient. Als overheid pretenderen wij namelijk niet op voorhand exact te weten welke projectvorm de meest betekenisvolle initiatieven kan voortbrengen, noch de manier waarop het project het meest effectief zou kunnen worden georganiseerd.

 

De bal ligt dus bij u. Hoe hechter het verband tussen uw doel en ons doel, des te groter de kans dat uw aanvraag wordt gehonoreerd.

De projecten die wij verwachten zijn ongelijksoortig van aard. Daarom wordt elk project op de eigen merites beoordeeld. Elke beoordeling is een individuele sterkte-zwakteanalyse, waarbij per project onderscheidende elementen de doorslag kunnen geven. De uitkomsten van de sterkte-zwakteanalyse worden tevens bezien in relatie tot de hoogte van de gevraagde bijdrage.

 

Hoe kan uw project zich onderscheiden? Wat vinden wij belangrijk?

 

Verbeterd innovatie-ecosysteem

Wij vinden het belangrijk dat projecten bijdragen aan een structurele verbetering van het Noord-Nederlandse innovatie-ecosysteem. Dat wil zeggen dat er, nog meer dan nu het geval is, een creatief klimaat ontstaat, waarin:

  • nieuwe ideeën tot betekenisvolle innovaties uitgroeien, ook uit onverwachte hoek;

  • bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties zich structureel met elkaar verbinden en zich bezighouden met vernieuwing, vooral ook over sectorgrenzen heen en dat er verbindingen worden gelegd tussen waardenketens;

  • samenwerkingsinitiatieven en innovatieomgevingen onderling beter worden verbonden;

  • open innovatie hoog op de agenda van bedrijven staat, waarbij meer bedrijven externe kennis binnenhalen voor hun innovatieproces en meer bedrijven interne kennis via een nieuw business model gaan commercialiseren.

 

Samenhang en samenwerking

Samenhang en samenwerking staan bij ons voorop. We zoeken projecten die een coherent geheel aan activiteiten presenteren met partijen die samen tot nieuwe innovaties kunnen komen en/of samen de belemmeringen wegnemen die het ontstaan van betekenisvolle innovaties bemoeilijken.

 

Integrale benadering

We zoeken projecten die zijn opgezet vanuit een sterke visie en een ruime blik, met initiatiefnemers die hun project in een brede context kunnen plaatsen, dat wil zeggen: projecten met een breed draagvlak. We vragen dat partijen die logischerwijs bij het initiatief betrokken behoren te zijn, ook daadwerkelijk betrokken zijn: geen projecten vóór het bedrijfsleven, maar projecten mét het bedrijfsleven. Het subsidiëren van instituten, organisaties of intermediairs is dan ook nadrukkelijk níet het oogmerk van dit subsidie-instrument.

 

Business gerichtheid

Het ontstaan van meerdere samenhangende innovatietrajecten is geen doel op zich. Uiteindelijk gaat het erom dat Noord-Nederland nieuwe ontwikkelingskansen benut en er meer business ontstaat, als gevolg van een zichzelf vernieuwend mkb.

 

Blijvende impact

We zoeken projecten die structurele veranderingen teweeg brengen, projecten met een overtuigende visie op de fase na de subsidieperiode.

 

Maatschappelijke betekenis

Kansrijke projecten dragen aanmerkelijk bij aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals die zijn verwoord in de Regionale Innovatiestrategie (RIS3) en Noordelijke Innovatie Agenda (NIA) voor Noord-Nederland.

Bij sterke projecten staat maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel. Die projecten vinden een balans tussen ‘people, planet en profit’ en dragen bij aan een circulaire en inclusieve economie.

 

Consortium

Een overtuigend projectvoorstel is belangrijk; maar een overtuigend consortium is minstens zo belangrijk. Wij zoeken partijen die in staat zijn de projectdoelstellingen daadwerkelijk te verwezenlijken en de risico’s, die inherent zijn aan innoveren, weten te beheersen.

WAT BIEDEN WIJ U?

 

Subsidie

Wij bieden u een bijdrage in de financiering van maximaal 40% van uw subsidiabele kosten voor een periode van maximaal vier jaren, waarbij geldt dat dat de einddatum van de projectperiode in geen geval later kan liggen dan 1 juli 2023.

 

Het is mogelijk dat op advies van de deskundigencommissie wordt gekozen voor een gefaseerde toekenning aan projecten die veelbelovend zijn, maar waarvan de risico’s hoog zijn. Vervolgfasen worden dan toegekend na positieve beoordelingen van de voorgaande fase(n).

Indien een dergelijke constructie wordt geadviseerd, zullen we dit in overleg met u verder uitwerken. De toekenning van een subsidie aan een eerste fase is altijd gebaseerd op een beoordeling van een integraal en compleet projectvoorstel. Haalbaarheidsstudies of -projecten vallen niet binnen de reikwijdte van dit subsidieinstrument.

 

Optopping

De subsidie kan worden aangevuld met een bijdrage door de provincies Groningen, Fryslân en/of Drenthe (en/of de noordelijke gemeenten). Deze extra bijdrage dient u afzonderlijk bij de provincies en/of gemeenten aan te vragen. Het SNN draagt hier geen verantwoordelijkheid voor.

 

Budget en projectomvang

Voor de verwezenlijking van onze doelstellingen hebben wij een budget beschikbaar van in totaal 10 miljoen euro. Dit bedrag wordt voor een deel gefinancierd uit het EFRO en voor een deel met cofinanciering van het Rijk (zogeheten Rijkscofinanciering).

Omdat ambities en doelstellingen vaak gerelateerd zijn aan het budget en wij de ambities van initiatiefnemers niet willen begrenzen, stellen wij vooraf geen absolute bovengrenzen aan de subsidie per project (anders dan de budgetgrens).

 

Ons netwerk

Zoals wij van u vragen relevante partners bij uw initiatief te betrekken, bieden wij u verbindingen met andere initiatieven die wij ondersteunen en partners in ons netwerk. Samen kan er nog meer synergie worden gecreëerd en kunnen er nog meer schaalvoordelen behaald worden.

 

Ondersteuning

Het is doorgaans niet eenvoudig om met meerdere partners een project te ontwikkelen dat niet alleen organisatorisch goed in elkaar zit, maar ook subsidietechnisch binnen de voorgeschreven kaders past. De provincies en het SNN kunnen u ondersteuning bieden tijdens dit proces.

 

Van idee naar kansrijk project

Er bestaat een mogelijkheid om uw voorstel of projectschets in een vroegtijdig stadium, dat wil zeggen vóór indiening van een subsidieaanvraag, met de deskundigencommissie te delen. Het voorleggen van een voorstel of projectschets vindt plaats in afstemming met het SNN en de provincies (zie ook hoofdstuk 4).

Het gaat in dit geval niet om een pre-beoordeling, maar om een mogelijkheid om informeel een reflectie op uw projectvoorstel te ontvangen.

 

WAT VRAGEN WIJ VAN U? (Aanvraag)

 

Wij vragen u ons te overtuigen op inhoud, zoals geformuleerd in de uitvraag, maar ook op uitvoerbaarheid, kansrijkheid en inpasbaarheid.

 

Uitvoerbaarheid

Commitment is uitermate belangrijk voor ons. We willen in zee met een sterk projectconsortium dat wordt gevormd door professionele organisaties. U dient ons ervan te overtuigen dat uw consortium bij uitstek geschikt is om het project tot een succes te maken.

 

Kansrijkheid

Wij vragen u op basis van grondige (markt-, keten- en/of behoeften-)analyses te onderbouwen dat uw initiatief een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het ontstaan van een reeks samenhangende innovaties met een niche- en/of sectorversterkend potentieel.

 

Inpasbaarheid

Wij vragen u uw project zo op te zetten dat het binnen de kaders past die gelden voor financiële ondersteuning vanuit het EFRO.

Zo betekent subsidie verstrekken overheidssteun geven. Wij mogen deze steun alleen verlenen als deze steun niet in strijd is met de Europese Mededingingsregels. U dient ons ervan te overtuigen dat uw initiatief niet marktverstorend zal werken. De opzet en organisatie van uw project dient hierbij aan te sluiten.

Indien u zelf niet de benodigde expertise in huis heeft, raden wij u ten zeerste aan onafhankelijk extern advies in te winnen en dit met ons te overleggen.

 

HOE WERKT HET? / HOE VERLOOPT HET PROCES?

 

We beogen een proces te faciliteren waarin u stap-voor-stap toewerkt naar een kansrijke subsidieaanvraag.

 

Het voortraject

Het SNN vormt het voorportaal van de deskundigencommissie. Met het SNN en de provincie bespreekt u uw projectidee en de inhoudelijke aansluiting bij de uitvraag in hoofdstuk 1. We bespreken samen met u welke elementen van belang zijn om in een projectschets uit te werken en wat het juiste moment is om deze voor te leggen aan de deskundigencommissie. In dit stadium staat de inhoud voorop.

 

De subsidieaanvraag

Met de feedback van de deskundigencommissie in de hand werkt u het projectplan verder uit en zorgt u voor een gedegen en overtuigende onderbouwing van uw voorstel.

Op het moment dat het projectplan de nodige rijpheid heeft bereikt, volgt de subsidietechnische uitwerking.

Zoals het projectplan ons dient te overtuigen op inhoud, kansrijkheid en uitvoerbaarheid, kunt u ons er met het aanvraagformulier van verzekeren dat uw project binnen de subsidietechnische kaders past.

Als bijlage voegt u een, bij voorkeur door een onafhankelijk deskundige opgestelde,, staatssteunanalyse toe.

De drie documenten tezamen (het projectplan, het aanvraagformulier en een staatssteunanalyse) vormen uw subsidieaanvraag. De aanvraag dient u in via het EFRO-webportaal: https://www.efro-webportal.nl/.

Gedurende het proces dat voorafgaat aan het indienen van de aanvraag is het SNN beschikbaar om te reflecteren op uw projectopzet en om subsidietechnische en procesmatige vragen te beantwoorden.

 

Beoordeling

In overleg met het SNN wordt uw aanvraag vervolgens geagendeerd en behandeld door de deskundigencommissie. Het kan zijn dat hierna enkele technische aspecten nog nader uitgewerkt dienen te worden.

Na een positieve inhoudelijke beoordeling door de deskundigencommissie wordt ook de subsidie-technische toets afgerond. Samen met u zetten we de laatste subsidie-technische puntjes op de ‘i’.

 

Besluitvorming

Uw subsidieaanvraag wordt met een zwaarwegend advies van de deskundigencommissie ter besluitvorming voorgelegd aan het DB SNN.

 

Beschikking

Na een positief besluit worden de concept-subsidiebeschikking en de concept-uitvoeringsovereenkomst opgesteld en met u besproken. Na instemming volgt ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst en wordt de beschikking afgegeven. De uitvoeringsfase van het project begint.

NADERE BEPALINGEN

 

Subsidie

Subsidies die vanuit deze openstelling worden verstrekt worden gefinancierd uit het Europees Fonds voor

Regionale Ontwikkeling. Dit fonds wordt in Noord-Nederland ingezet via het Operationeel Programma EFRO 2014-2020 Noord-Nederland (OP EFRO). Daarnaast worden voor de financiering van subsidies gelden van het Rijk, zogeheten Rijkscofinanciering, gebruikt.

Voor subsidies vanuit EFRO en Rijkscofinanciering gelden in aanvulling op deze uitvoeringsregeling als juridische basis de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (REES), de Uitvoeringswet EFRO en de Europese Kaderverordening.

Voor deze openstelling wordt een aanvraag voor EFRO-subsidie tegelijkertijd beschouwd als een aanvraag voor Rijkscofinanciering .

Rijkscofinanciering wordt onder dezelfde condities verstrekt als EFRO. Een begunstigde ontvangt één gecombineerde verleningsbeschikking.

De totale subsidie (EFRO en Rijkscofinanciering) die wordt verstrekt, bedraagt maximaal 40% van de totale voor subsidiëring in aanmerking komende kosten.

De ondergrens voor de subsidiëring in aanmerking komende kosten volgt uit de REES.

 

Kosten komen voor subsidiëring in aanmerking als:

- er een direct en logisch verband is tussen de activiteiten waar de kosten betrekking op hebben en de resultaten die met het project en het OP EFRO worden beoogd;

- deze voldoen aan de beginselen van proportionaliteit, waarbij deze niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het met de activiteiten waar de kosten betrekking op hebben, te dienen doel;de kosten als subsidiabele kosten in aanmerking komen op basis van de REES en de Europese Kaderverordening.

 

Subsidieaanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door natuurlijke rechtsvormen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden van de hiervoor genoemde groepen. Bij een samenwerkingsverband wordt de subsidie aangevraagd door een deelnemer aan het samenwerkingsverband, waarbij het project de instemming draagt van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

De samenwerking dient te worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, die door alle deelnemers wordt ondertekend.

 

Penvoerderschap

De aanvrager van de subsidie geldt als penvoerder voor het project. De pernvoerder is voor het SNN het aanspreekpunt voor het project en de partij aan wie het SNN de subsidie uitkeert. De penvoerder is verantwoordelijk voor het doorbetalen van subsidie aan andere deelnemers. Tenzij de penvoerder failliet is verklaard, in surséance van betaling verkeert, dan wel indien op hem de wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

Afspraken hierover dienen in de samenwerkingsovereenkomst te worden vastgelegd.

 

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze uitvoeringsregeling bedraagt 10 miljoen euro.

 

Afbakening

Voor de openstelling van deze uitvoeringsregeling geldt als afbakening specifieke doelstellingen A, B, C en D van het OP EFRO, waarbij projecten een specifiek doelstelling-overstijgend karakter dienen te hebben, in de zin dat wordt aangesloten bij de uitvraag in deze regeling.

 

Openstellingsperiode

Subsidieaanvragen voor deze openstelling kunnen worden ingediend in de periode van 15 mei 2019 tot en met 1 juli 2020 17.00 uur. Aanvragen die na 1 juli 2020 17.00 uur zijn ingediend, worden afgewezen.

 

Wijze van projectselectie

Het beschikbare budget wordt verdeeld op volgorde van ontvangst.

De inhoudelijke beoordeling van een aanvraag vindt plaats op basis van een sterkte-zwakteanalyse, waarbij de sterkten en zwakten per project worden geanalyseerd aan de hand van de bijdrage aan de in de uitvraag geformuleerde doelstellingen (“Wat maakt een project een goed project?”). De uitkomsten van de sterkte-zwakteanalyse worden bezien in relatie tot de hoogte van de gevraagde subsidiebijdrage.

De beoordeling wordt uitgedrukt in een kwalitatieve score die twee gradaties kent: voldoende en onvoldoende. Aanvragen met een voldoende totaalbeoordeling worden gehonoreerd, voor zover verenigbaar met geldende wet- en regelgeving, tot zover het budget rijkt en onder voorbehoud van de hierna volgende bepaling ten aanzien van gedeeltelijke toekenning. Aanvragen met een onvoldoende totaalbeoordeling worden afgewezen.

 

Gedeeltelijke toekenning

De beoordeling van de subsidieaanvraag kan uitwijzen dat een project potentieel in sterke mate bijdraagt aan de doelstellingen in de uitvraag, maar dat de resultaten met een substantiële mate van onzekerheid zijn omgeven.

Op goed gemotiveerd advies van de deskundigencommissie kan het Dagelijks Bestuur van het SNN (DB SNN) in dergelijke gevallen besluiten niet de gehele aanvraag, maar een helder af te bakenen deel van de subsidieaanvraag te honoreren.

De gedeeltelijke toekenning geldt dan voor een periode van maximaal twee jaar, waarbij de subsidieontvanger vanaf een half jaar voor het verstrijken van deze periode een nieuwe subsidieaanvraag in kan dienen voor het resterende deel. Deze subsidieaanvraag dient te worden vergezeld door een evaluatie van de vorige fase.

De punten die minimaal in de evaluatie aan de orde dienen te komen, worden in de subsidiebeschikking opgenomen.

Mocht er op het moment van indienen van een aanvraag voor een nieuwe fase geen openstelling zijn, dan kan het DB SNN besluiten tot openstelling over te gaan.

 

Afwijzen van een aanvraag:

Een subsidieaanvraag wordt zonder meer afgewezen als het DB SNN door toewijzing niet zou voldoen aan verplichtingen gesteld in de Europese Kaderverordening, of andere geldende wet- en regelgeving. Dit houdt onder andere in dat een aanvraag in ieder geval wordt afgewezen als:

- er onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;

- door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is;

- niet aannemelijk is dat het project fysiek kan zijn voltooid of dat alle concrete acties (projectactiviteiten) volledig ten uitvoer kunnen worden gelegd binnen de periode die ligt tussen de datum van indiening van de aanvraag en vier jaar na afgifte van een verleningsbeschikking (doch uiterlijk 1 juli 2023).

Concrete acties zijn volledig ten uitvoer gelegd als alle activiteiten die leiden tot outputs en resultaten volledig zijn uitgevoerd;

- de aanvraag niet voldoet aan de waarborging van gelijke kansen en voorkoming van discriminatie en of het project geen negatieve effecten op het milieu kent;

- de aanvrager in financiële moeilijkheden verkeert.

Subsidieduur en kosten

Een subsidie wordt verstrekt voor de periode die nodig is voor de uitvoering van het project, waarbij de maximale duur vier jaren bedraagt, gerekend vanaf het moment van verlening van de subsidie en waarbij geldt dat dat de einddatum van de projectperiode in geen geval later kan liggen dan 1 juli 2023.

Bij honorering van een subsidieaanvraag, komen kosten gemaakt vanaf de datum van indiening van de subsidieaanvraag voor subsidiëring in aanmerking. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het DB SNN hiervan afwijken, voor zover dit niet in strijd is met geldende wet- en regelgeving. Voorbereidingskosten of kosten die verband houden met het opstellen of indienen van de subsidieaanvraag, komen ook in dat geval niet voor subsidiëring in aanmerking.

 

Uitvoeringsovereenkomst

In de beschikking tot subsidieverlening worden verplichten opgenomen ten aanzien van de uitvoering van het project. Dit kunnen verplichtingen zijn ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project, ten aanzien van de frequentie hiervan en ten aanzien van het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Het DB SNN kan ook andere verplichtingen aan de subsidieontvanger opleggen.

Verplichtingen worden nader vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst tussen subsidieontvanger en DB SNN.

 

Besluit tot vaststelling van de uitvoeringsregeling

Deze uitvoeringsregeling voor het OP EFRO is vastgesteld door het DB SNN. Dit heeft zij gedaan in haar hoedanigheid van Management Autoriteit Noord-Nederland.

De uitvoeringsregeling wordt gepubliceerd en treedt in werking op 15 mei 2019 en werkt terug tot deze datum voor zover bekendmaking plaatsvindt na 15 mei 2019.

De uitvoeringsregeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling OP EFRO: versterking innovatie-ecosysteem 2019.

 

 

Achtergrond :

In Noord-Nederland zijn er in de afgelopen jaren, vaak met ondersteuning vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), innovatieomgevingen gecreëerd. Innovatieomgevingen zijn plaatsen of netwerken waar kennis en business samenkomen. Deze omgevingen vormen een creatieve voedingsbodem voor het ontstaan van nieuwe ideeën.

De meeste innovatieomgevingen die zijn gecreëerd, zijn daadwerkelijk fysieke omgevingen. Daarnaast zijn er ook verschillende ambitieuze niet-fysieke samenwerkingsinitiatieven ontplooid. Middels samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen beogen deze initiatieven een reeks innovaties in gang te zetten. Er wordt niet slechts een enkel innovatietraject geïnitieerd, maar een structuur gecreëerd waaruit meerdere samenhangende innovatietrajecten kunnen voortvloeien.

Kenmerkend voor zowel fysieke als niet-fysieke samenwerkingsinitiatieven is dat deze zijn opgezet rond een bepaald thema of een bepaalde maatschappelijke uitdaging.

Met het ontstaan van innovatieomgevingen en het in gang zetten van structurele samenwerkingsinitiatieven is er in Noord-Nederland een belangrijke aanzet gegeven tot een verbetering van het innovatieklimaat. Tegelijkertijd wordt echter geconstateerd dat de genomen initiatieven nog niet de gewenste economische impact hebben. Zo laat de intensiteit van de interactie tussen kennisinstellingen en bedrijven ruimte voor verbetering; zijn de innovatietrajecten die ontstaan nog relatief gering in aantal en impact; kan de samenhang tussen de innovatieomgevingen worden verbeterd; en, bovenal, blijft het aantal (mkb)bedrijven dat op actieve wijze aan de initiatieven deelneemt veelal beperkt tot een relatief kleine groep koplopers.