Blad gemeenschappelijke regeling van Omgevingsdienst de Vallei

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Omgevingsdienst de ValleiBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 372Overige besluiten van algemene strekking



Mandaatregeling van het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter aan de directeur van de Omgevingsdienst de Vallei

Het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter van de Omgevingsdienst de Vallei, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft,

 

gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

gelet op de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei;

 

besluiten vast te stellen:

 

 

– de intrekking van de op 5 november 2014 vastgestelde regeling;

 

– de regeling houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur van de Omgevingsdienst, waaronder art. 6 van de Procedureregeling functiebeschrijving en –waardering Gelderse Omgevingsdiensten aan de directeur van de Omgevingsdienst de Vallei met terugwerkende kracht per 1 januari 2019;

 

– deze wijziging in werking te laten treden op de dag na de bekendmaking van dit besluit en terugwerkende kracht te verlenen tot en met 1 januari 2019.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Ambtelijke organisatie: de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst;

b. Algemeen Bestuur: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst;

c. Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst;

d. Voorzitter: de voorzitter van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 3 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei;

e. Directeur: de directeur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 1,lid 1, onder e, van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei (tevens secretaris van het bestuur van de Omgevingsdienst;)

f. Ambtenaar: hij die door of vanwege de Omgevingsdienst is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan.

g. Omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst de Vallei, bedoeld in artikel 1, lid 2, van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei;

h. onder mandaat wordt tevens verstaan volmacht en machtiging van feitelijke handelingen.

Artikel 2 Algemeen

Bij de uitoefening van de bevoegdheden in mandaat wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, verordeningen, regelingen, besluiten, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen in acht genomen.

 

Artikel 3 Mandaat

1. Aan de directeur wordt mandaat verleend voor de bevoegdheid tot:

a. het benoemen, schorsen en ontslaan van functionarissen van de ambtelijke organisatie, alsmede het nemen van andere individuele rechtspositionele besluiten met betrekking tot ambtenaren, behoudens de aanwijzing tot plaatsvervangend secretaris;

b. het verder uitwerken van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van het openbare lichaam, welke door het algemeen bestuur is vastgesteld;

c. het aangaan van detacheringsovereenkomsten;

d. het uitoefenen van de bevoegdheden voortvloeiend uit de CAR/UWO en de vastgestelde lokale regelingen die voortvloeien uit de CAR/UWO.

e. het beslissen tot het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 300.000,- ten behoeve van de bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst;

f. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur voor zover het om autonome bevoegdheden van de Omgevingsdienst gaat.

g. het beslissen op klaagschriften die betrekking hebben op ambtenaren zoals bedoeld in artikel 1, met uitzondering van de directeur. Dit gebeurt met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Onder andere individuele rechtspositionele besluiten’ als bedoeld in het eerste lid aanhef en onder a wordt in ieder geval inbegrepen besluiten op grond van artikel 6 van de Procedureregeling functiebeschrijving en –waardering Gelderse Omgevingsdiensten.

3. Onder functionarissen van de ambtelijke organisatie als bedoeld in het eerste lid aanhef en onder a, worden mede die functionarissen verstaan met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan.

Artikel 4 Reikwijdte mandaat, volmacht- of machtigingsverstrekking

1. Indien het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur of de voorzitter mandaat, volmacht of machtiging verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid, geschiedt deze verlening in de ruimste zin des woords voor zover direct te maken hebbend met de opgedragen taken en onverminderd het bepaalde in artikel 2.

2. De uitoefening van bevoegdheden in mandaat, verleend bij of krachtens dit besluit, geschiedt met inachtneming van de ter zake schriftelijk vastgelegde instructies per geval of in algemene zin van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur dan wel de voorzitter overeenkomstig het mandaatregister.

3. Waar volmacht is verleend tot het besluiten en verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling aan een gevolmachtigde wordt daarmee ook de bevoegdheid verleend tot bewaking van uitvoering van die rechtshandeling, waartoe worden gerekend ingebrekestelling, ontbinding, vorderen van nakoming, opzegging van een overeenkomst ( voor zover het overeenkomsten betreft conform artikel 3, lid 1, van deze regeling) en alle andere besluiten, die hiermee verband (kunnen) houden, met uitzondering van de beslissing tot het voeren van een rechtsgeding.

Artikel 5 Kaders uitoefening bevoegdheden

De directeur maakt van het aan hem verleende mandaat geen gebruik indien:

a. het besluit genomen moet worden met toepassing van de in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht vervatte inherente afwijkingsbevoegdheid;

b. de financiële consequenties van het besluit naar verwachting het daartoe in de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting bestemde budget overschrijden;

c. een besluit ten aanzien van de directeur wordt genomen door het Dagelijks Bestuur met uitzondering van besluiten betreffende aanstelling en ontslag. Voor het nemen van deze besluiten blijft het Algemeen Bestuur bevoegd.;

d. de uitoefening van de bevoegdheden ingrijpende gevolgen voor de Omgevingsdienst kan hebben, of indien het Algemeen Bestuur vooraf om inlichtingen verzoekt.

e. De voorgaande onderdelen van dit artikel zijn ook van toepassing op de functionarissen aan wie ondermandaat is verleend op grond van artikel 7 van deze regeling.

Artikel 6 Informatieplicht

De directeur verschaft het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur dan wel de voorzitter op ieders verzoek informatie over de uitvoering van de aan hem gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 7 Ondermandaat

1. De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in artikel 3, eerste lid, in ondermandaat verlenen aan functionarissen in dienst van of werkzaam voor de Omgevingsdienst.

2. De directeur gaat niet over tot het opdragen in ondermandaat dan na verkregen toestemming van het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter.

Artikel 8 Ondertekening

In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht dat het besluit is genomen krachtens mandaat of volmacht. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden:

“Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst de Vallei,

namens deze: de directeur van de Omgevingsdienst de Vallei,”

 

gevolgd door de handtekening, functie en naam van de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde.

 

OF

“Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst de Vallei,

namens deze: de directeur van de Omgevingsdienst de Vallei,”

gevolgd door de handtekening, functie en naam van de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde.

 

OF

“De voorzitter van de Omgevingsdienst de Vallei,

namens deze: de directeur van de Omgevingsdienst de Vallei,”

gevolgd door de handtekening, functie en naam van de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde.

Artikel 9 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Regeling houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging van feitelijke handelingen aan de directeur van de Omgevingsdienst de Vallei’.

Artikel 10 Slotbepaling

Deze regeling treedt in werking op de dag na die waarop deze wordt bekendgemaakt.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst de Vallei, 4 april 2019

de voorzitter de secretaris