Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio UtrechtBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 20Verordeningen



Bijdrageverordening VRU 2015

Vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. 17 september 2014

Geconsolideerde tekst zoals geldend vanaf 1 januari 2017, op grond van het besluit van het algemeen bestuur tot wijziging d.d. 28 november 2016.

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht;

gelet op

artikel 4.2, derde lid, van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht;

besluit:

vast te stellen de navolgende:

Bijdrageverordening VRU 2015.

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:

  • a.

    gezamenlijk basistakenpakket: de wettelijke basistaken en de niet wettelijke basistaken tezamen;

  • b.

    wettelijke basistaken: de taken die overeenkomstig artikel 3.1, eerste lid, van de GR VRU, door de veiligheidsregio collectief worden uitgevoerd;

  • c.

    niet wettelijke basistaken: de taken, genoemd in artikel 2, tweede lid, die collectief door de gemeenten worden afgenomen;

  • d.

    individueel gemeentelijk pluspakket: de maatwerktaken en activiteiten ter intensivering van wettelijke basistaken tezamen;

  • e.

    activiteiten ter intensivering van wettelijke basistaken: de lokale activiteiten ter intensivering van de uitvoering van wettelijke basistaken waarvoor een gemeente separaat opdracht geeft aan de veiligheidsregio;

  • f.

    maatwerktaken: de taken waarvoor een gemeente separaat opdracht geeft aan de veiligheidsregio, niet zijnde de activiteiten ter intensivering van de wettelijke basistaken;

  • g.

    bijdrage: de bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • h.

    vergoeding: de vergoeding voor het individuele gemeentelijke pluspakket, bedoeld in artikel 2, derde lid;

  • i.

    algemene loonontwikkeling: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) alsmede mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling;

  • j.

    algemene prijsontwikkeling: de algemene prijsontwikkeling overeenkomstig de procentuele mutatie conform Bruto Binnenlands Product, als opgenomen in de circulaires van het Gemeentefonds, op basis van berekeningen van het Centraal Plan Bureau;

  • k.

    begrotingsjaar: het kalenderjaar waarvoor een begroting geldt;

  • l.

    ijkpuntscore gemeentefonds: het bedrag op gemeentelijk niveau in het Gemeentefonds, in het cluster OOV voor Brandweer en rampenbestrijding,

  • m.

    GR VRU: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht;

  • n.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 2.2, van de GR VRU;

  • o.

    algemeen directeur: de algemeen directeur van de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 2.13, van de GR VRU.

Artikel 2. Grondslag bijdrage en vergoeding

  • 1.

    Een gemeente is jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan de veiligheidsregio, waarbij de kosten voor de instandhouding van de veiligheidsregio zijn inbegrepen.

  • 2.

    De niet-wettelijke basistaken die de veiligheidsregio uitvoert worden vastgesteld door het algemeen bestuur en vastgelegd in het beleidsplan, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de GR VRU. Het beleidsplan behelst ook een overzicht van de wettelijke basistaken die de veiligheidsregio voor gemeenten uitvoert.

  • 3.

    Elke gemeente sluit met de veiligheidsregio een overeenkomst, gebaseerd op artikel 3.1 GR-VRU, eerste en tweede lid, genoemd taakuitvoeringsovereenkomst. In de taakuitvoeringsovereenkomst worden onder andere de wederzijdse verplichtingen van de veiligheidsregio en de gemeente neergelegd. Indien een gemeente een individueel gemeentelijk pluspakket wil afnemen dan vullen de betreffende gemeente en de veiligheidsregio deze taakuitvoeringsovereenkomst aan met de daaromtrent gemaakte afspraken. Op basis van deze aanvulling betaalt de gemeente een vergoeding.

  • 4.

    Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio stelt een model vast, ten behoeve van de taakuitvoeringsovereenkomst, bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    De gemeenten dragen er overeenkomstig artikel 4.2, eerste lid, van de GR VRU, zorg voor dat de veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien bij vaststelling van de jaarrekening blijkt dat de veiligheidsregio niet over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, wordt het ontbrekende bedrag gedekt uit de algemene reserve van de veiligheidsregio. Indien het ontbrekende bedrag niet uit de algemene reserve kan worden gedekt, dragen de gemeenten naar rato van hun bijdrage het ontbrekende bedrag bij.

Artikel 3. Geraamde kosten en grondslag ramingen

  • 1.

    De bijdrage en vergoeding worden, met inachtneming van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid inzake reservevorming, bepaald op basis van de geraamde kosten voor het desbetreffende begrotingsjaar verminderd met de overige inkomsten. Een en ander wordt opgenomen in de begroting overeenkomstig artikel 4.4 van de GR VRU.

  • 2.

    Bij de raming van de bijdrage wordt het verschil inzichtelijk gemaakt tussen kosten verbonden aan continuering van bestaand beleid en kosten die verband houden met wijzigingen in inhoud van beleid of volume. Een en ander wordt opgenomen in de kadernota en in de begroting overeenkomstig artikel 4.3 onderscheidenlijk artikel 4.4 van de GR VRU.

Hoofdstuk 2: De bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket

Artikel 4. Berekening bijdrage

De bijdrage wordt berekend overeenkomstig artikel 4.2a GR VRU.

Artikel 5. Vaststelling van de bijdrage

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt elk begrotingsjaar in de begroting overeenkomstig artikel 4.4 van de GR VRU, volgens de berekening genoemd in artikel 4, de bijdrage voor elke gemeente vast.

  • 2.

    Na afsluiting van het boekjaar vindt de nacalculatie van de werkelijke realisatie van de kosten van de gezamenlijke basistakenpakket plaats. De nacalculatie, bedoeld in de vorige volzin wordt opgenomen in de jaarrekening, overeenkomstig artikel 4.5 van de GR VRU.

  • 3.

    Indien de nacalculatie van de bijdragen lager is dan de bijdragen die berekend zijn in de begroting, besluit het algemeen bestuur over toevoeging van het exploitatieoverschot aan de algemene of specifieke reserves of over terugbetaling ervan aan gemeenten.

  • 4.

    Indien nacalculatie van de bijdragen hoger is dan de bijdragen die berekend zijn in de begroting, besluit het algemeen bestuur over dekking van het exploitatietekort. Het algemeen bestuur dekt het tekort zo veel als mogelijk uit de algemene of specifieke reserve. Indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio kritiek wordt door dekking van tekorten uit de algemene of specifieke reserves, dan beslist het algemeen bestuur tot nabetaling door de gemeenten.

Artikel 6. Betaling bijdrage

  • 1.

    De gemeenten betalen uiterlijk 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november een voorschot op de bijdrage van het lopende begrotingsjaar ten bedrage van 25% van de bijdrage.

  • 2.

    Indien betaling later dan 30 dagen dan de in het eerste lid genoemde data plaatsvindt, is de betreffende gemeente wettelijke rente verschuldigd over het aantal dagen dat de betaling te laat is ontvangen.

  • 3.

    Naar aanleiding van de bedrijfsvoeringsresultaten en financiële administratie over de afzonderlijke verstreken kwartalen kan het dagelijks bestuur bepalen dat een van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, afwijkend voorschot wordt betaald, met dien verstande dat het totaal aan voorschotten en afwijkende voorschotten op jaarbasis genomen niet hoger kan zijn dan de bijdrage als vastgesteld overeenkomstig artikel 5, eerste lid.

  • 4.

    De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening.

Hoofdstuk 3: Vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket

Artikel 7. Berekening vergoeding

  • 1.

    De vergoeding voor de uitvoering van het individueel gemeentelijk pluspakket wordt berekend op basis van stukprijzen voor producten en te werken uren voor diensten tegen een uurtarief.

  • 2.

    Stukprijzen en tarieven als bedoeld in het eerste lid worden door het algemeen bestuur jaarlijks vastgesteld in de begroting overeenkomstig artikel 4.4 van de GR VRU.

  • 3.

    Stukprijzen en tarieven als bedoeld in het eerste lid worden, in aanvulling op het tweede lid, in ieder geval jaarlijks aangepast aan de algemene loonontwikkeling en de algemene prijsontwikkeling.

Artikel 8. Vaststelling vergoeding

  • 1.

    De raming voor de vergoeding wordt opgenomen in de taakuitvoeringsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, derde lid.

  • 2.

    De vergoeding wordt bepaald aan de hand van het jaarlijks overeen te komen volume bestaande uit diensten en producten als bedoeld in artikel 7, eerste lid.

  • 3.

    De vergoeding wordt definitief vastgesteld op basis van nacalculatie van het werkelijk afgenomen volume aan taken in het individueel gemeentelijk pluspakket. De nacalculatie, bedoeld in de vorige volzin wordt opgenomen in de jaarrekening, overeenkomstig artikel 4.5 van de GR VRU.

Artikel 9. Betaling vergoeding

  • 1.

    De gemeenten betalen uiterlijk 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november een voorschot voor de vergoeding ten bedrage van 25% van de vergoeding.

  • 2.

    Indien betaling later dan 30 dagen dan de in het eerste lid genoemde data plaatsvindt, is de betreffende gemeente wettelijke rente verschuldigd over het aantal dagen dat de betaling te laat is ontvangen.

  • 3.

    Naar aanleiding van de bedrijfsvoeringsresultaten en financiële administratie over de afzonderlijke verstreken kwartalen kan het dagelijks bestuur bepalen dat een van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, afwijkend voorschot wordt betaald, met dien verstande dat het totaal aan voorschotten en afwijkende voorschotten op jaarbasis genomen niet hoger kan zijn dan de vergoeding als vastgelegd overeenkomstig artikel 8, eerste lid.

  • 4.

    De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening.

Hoofdstuk 4: Slotbepalingen

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking, met dien verstande dat inwerkingtreding niet eerder plaatsvindt dan de dag nadat de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht, in de gewijzigde versie volgend op de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht 2013 in werking is getreden.

Artikel 11. Citeerwijze

Deze verordening wordt aangehaald als Bijdrageverordening VRU 2015.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht d.d. 17 september 2014.

mr. J.H.C. van Zanen dr. P.L.J. Bos

voorzitter secretaris,