Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio UtrechtBlad gemeenschappelijke regeling 2019, 15Beleidsregels



Ondermandaatregeling Veiligheidsregio Utrecht 2015

 

Met bijbehorende Ondermandatenlijst VRU 2015

 

Vastgesteld door de algemeen directeur d.d. maart 2015.

 

Geconsolideerde tekst zoals geldend vanaf 6 februari 2017, op grond van het besluit van de algemeen directeur tot wijziging van de Ondermandatenlijst VRU 2015 d.d. 3 februari 2017

 

De algemeen directeur van de Veiligheidsregio Utrecht;

 

gelet op:

afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht;

artikel 33 tot en met artikel 33d Wet gemeenschappelijke regelingen;

de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht;

de Mandaatregeling VRU 2015, en

de Organisatieverordening VRU 2015;

 

overwegende:

  • -

    dat het dagelijks bestuur en de voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht in de Mandaatregeling VRU 2015 de algemeen directeur van de Veiligheidsregio Utrecht hebben gemandateerd en dat deze op grond daarvan ondermandaat kan verlenen aan leidinggevenden en overige functionarissen;

  • -

    dat het voor het efficiënt functioneren van de organisatie van de Veiligheidsregio Utrecht wenselijk is dat leidinggevenden en overige functionarissen ondermandaat krijgen;

besluit:

 

vast te stellen de navolgende

 

Ondermandaatregeling Veiligheidsregio Utrecht 2015.

 

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze ondermandaatregeling wordt verstaan onder:

a.

algemeen directeur:

de algemeen directeur, bedoeld in artikel 2.13, van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht;

b.

directeur publieke gezondheid:

de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 14, van de Wet publieke gezondheid Jº artikel 32 Wet veiligheidsregio’s;

c.

veiligheidsregio

de veiligheidsregio, bedoeld in artikel 1.3 van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht;

d.

mandaat:

de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, bedoeld in afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht;

e.

volmacht:

de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

f.

machtiging:

de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan handelingen te verrichten, geen besluiten of privaatrechtelijke rechtshandelingen zijnde;

g.

ondergemandateerde

de functionaris van de veiligheidsregio, aan wie de algemeen directeur heeft opgedragen om namens een bestuursorgaan te beslissen;

h.

Ondermandatenlijst VRU 2015:

het bij deze regeling horende overzicht van door de algemeen directeur opgedragen bevoegdheden, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 2 Ondermandatering algemeen directeur

  • 1.

    Aan de in de Ondermandatenlijst VRU 2015 genoemde functionarissen van de veiligheidsregio wordt opgedragen het krachtens ondermandaat nemen van beslissingen die daarin zijn vermeld.

  • 2.

    Het verlenen van ondermandaat door ondergemandateerden is niet toegestaan.

Artikel 3 Niveaus ondermandatering

  • 1.

    Ondermandatering vindt in beginsel slechts plaats aan de in het derde lid onder a tot en met c vermelde functionarissen, en heeft slechts betrekking op aangelegenheden die hun organisatieonderdeel, bedoeld in de Organisatieverordening VRU 2015, betreffen, dan wel voor functionele taken die aan hen zijn toebedeeld.

  • 2.

    Ten behoeve van de bijzondere gevallen kan tevens specifiek ondermandaat aan andere functionarissen worden verleend.

  • 3.

    De volgende niveaus worden onderscheiden in het kader van de ondermandatering:

    • a.

      als mandaatniveau 2 wordt aangemerkt ondermandatering aan leidinggevenden op organisatieniveau 2, bedoeld in de Organisatieverordening VRU 2015;

    • b.

      als mandaatniveau 3 wordt aangemerkt ondermandatering aan leidinggevenden op organisatieniveau 3, programmamanagers en projectleiders, bedoeld in de Organisatieverordening VRU 2015;

    • c.

      als mandaatniveau 4 wordt aangemerkt ondermandatering aan leidinggevenden op organisatieniveau 4, bedoeld in de Organisatieverordening VRU 2015, en

    • d.

      als mandaatniveau 5 wordt aangemerkt ondermandatering aan overige functionarissen.

  • 4.

    De aan programmamanagers en projectleiders, bedoeld in het derde lid onder b, verleende ondermandaten, mogen slechts worden uitgeoefend indien er een door de algemeen directeur vastgesteld programmaplan of projectplan is, op grond waarvan de programmamanager respectievelijk projectleider expliciet is ondergemandateerd.

  • 5.

    Een ondergemandateerde op mandaatniveau 2 kan bepalen dat een ondergemandateerde op mandaatniveau 3 tot en met 6 bepaalde ondermandaten niet mag uitoefenen.

Artikel 4 Reikwijdte van het mandaat

Het verleende mandaat omvat tevens de bevoegdheid tot ondertekening van de krachtens het mandaat genomen beslissingen, alsmede alle voorbereidingshandelingen, zoals inwinnen van advies en verzoeken om aanvullende informatie, maar ook bijvoorbeeld het buiten behandeling stellen of het verbinden van voorschriften aan een beslissing, intrekking en dergelijke, tenzij daarvoor een andere functionaris is aangewezen.

Artikel 5 Algemene voorschriften ondermandaat

  • 1.

    Voorwaarden die worden verbonden aan de ondermandatering worden neergelegd in de Ondermandatenlijst VRU 2015.

  • 2.

    Nadere instructies voor het uitoefenen van specifieke ondergemandateerde bevoegdheden worden door de algemeen directeur gegeven.

Artikel 6 Uitzonderingen

De bevoegdheid om beslissingen in ondermandaat te nemen omvat, onverminderd het gestelde in artikel 4 van de Mandaatregeling VRU 2015, niet beslissingen:

  • a.

    waarbij de uitoefening van de ondergemandateerde bevoegdheid de persoon, de functie of enig ander belang van de ondergemandateerde zelf betreft.

  • b.

    waaruit financiële verplichtingen voortvloeien waarvoor door de budgethouder geen deelbudget beschikbaar is gesteld aan de ondergemandateerde.

Artikel 7 Plaatsvervanging

De plaatsvervanger op grond van de Organisatieverordening VRU 2015 beschikt over alle gemandateerde bevoegdheden van de ondergemandateerde.

Artikel 8 Informatieverstrekking

Ondergemandateerde informeert de algemeen directeur wanneer noodzakelijk geacht over de krachtens ondermandaat genomen beslissingen en over de wijze waarop elk mandaat overigens wordt uitgeoefend, rekening houdend met de aard en betekenis van het verleende ondermandaat.

Artikel 9 Beheer van mandaten

  • 1.

    De krachtens mandaat genomen beslissingen worden geregistreerd en gearchiveerd in de daartoe beschikbare systemen en het archief van de VRU.

  • 2.

    Het administratief beheer van deze regeling berust bij het hoofd van de stafafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken en Communicatie, bedoeld in de Organisatieverordening VRU 2015.

Artikel 10 Ondertekening bij mandaat

Bij de uitoefening van een (onder)mandaat worden uitgaande stukken ondertekend namens het ter zake bevoegde bestuursorgaan, conform de door de algemeen directeur of het ter zake bevoegde bestuursorgaan gestelde regels ter zake van ondertekening.

Artikel 11 Schakelbepaling volmachten en machtigingen

Voor de toepassing van dit besluit wordt met (onder)mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht of machtiging.

Artikel 12 Intrekking en inwerkingtreding

  • 1.

    Alle eerder verleende en nog geldende ondermandaten, waaronder in ieder geval begrepen de Ondermandaatregeling VRU, worden ingetrokken op 1 april 2015.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op 1 april 2015.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald onder de naam ‘Ondermandaatregeling VRU 2015’.

 

Aldus vastgesteld door de algemeen directeur,

Utrecht, 25 maart 2015,

dr. P.L.J. Bos MCDm

Bijlage: Ondermandatenlijst VRU 2015

Als bijlage behorende bij de Ondermandaatregeling VRU 2015

 

Vastgesteld door de algemeen directeur d.d. 25 maart 2015

 

Geconsolideerde tekst zoals geldend vanaf 6 februari 2017, op grond van het besluit van de algemeen directeur tot wijziging d.d. 3 februari 2017

 

I

organisatorische mandaten

 

 

Nr

Omschrijving bevoegdheden

Mandaterend

orgaan

Ondermandaat verleend aan:

(inclusief evt. voorwaarden)

 

Algemeen

 

 

1.

Handelingen waaruit financiële verplichtingen voortvloeien. (algemene voorwaarde)

dagelijks bestuur

voorzitter

Maximaal verplichting aangaan tot:

Mandaatniveau 2: € 100.000,-

Mandaatniveau 3: € 25.000,-

Mandaatniveau 4:

Teamleiders: € 5.000,-

Post- en ploegcommandanten: € 2.500,-

Mandaatniveau 5: € 50,- slechts na schriftelijke opdracht van leidinggevende, per geval en eenmalig verstrekt.

-Tenzij in specifieke ondermandaten andere financiële grenzen worden gesteld.

2.

Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, 3, en 4

Mandaatniveau 5 slechts na schriftelijke opdracht van leidinggevende, per geval en eenmalig verstrekt.

-Opdrachten aan marktpartijen waarop het aanbestedingsbeleid van toepassing is vallen worden zoveel mogelijk gebundeld en de verplichting wordt aangegaan voor de gebundelde opdracht.

3.

Vervreemden van roerende zaken.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2 tot opbrengst van maximaal € 100.000,-

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden, tot opbrengst van maximaal € 25.000,-

4.

Beslissen tot verwerven en vervreemden van onroerende zaken, alsmede het vestigen, wijzigen en beëindigen van beperkte zakelijke rechten, kwalitatieve verplichtingen, zowel ten behoeve van als ten laste van de VRU.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2, slechts directeur Bedrijfsvoering.

-Maximaal tot opbrengst realiseren van

€ 100.000,-

5.

Aangaan van convenanten en andere vormen van samenwerkingsafspraken, waarmee verplichtingen voor de VRU worden aangegaan.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3 en 4, slechts binnen de directie

Risicobeheersing en slechts voor de Convenanten

horend bij:

-Keurmerk Veilig Ondernemen;

-Convenant Veilig Uitgaan, en

-Convenant Dementievriendelijke gemeente.

6.

Bepalen of de VRU deelneemt aan PR activiteiten zoals open dagen etc.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts programmanagers

Mandaatniveau 4, slechts postcommandanten

 

Juridisch

 

 

7.

Het vertegenwoordigen van de VRU in bezwaar- en beroepsprocedures.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

-Geen nieuwe standpunten innemen.

8.

Het ter zitting vertegenwoordigen van de VRU in bezwaar en beroepsprocedures.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

-Geen nieuwe standpunten innemen.

9.

Het stellen van een termijn om de gronden van bezwaar aan te vullen en gegevens aan te vullen.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

10.

Verdagen van de afhandeling van bezwaarschriften.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

11.

Het bepalen van dag, tijd en locatie van de hoorzitting.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

12.

Het horen in het kader van klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

Mandaatniveau 4

13.

Het schriftelijk afdoen van klachten op grond van de Algemeen wet bestuursrecht Jº de klachtenregeling VRU.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

14.

Het schriftelijk afdoen van klachten, niet zijnde klaagschriften of personele klachten, bedoeld in de Klachtenregeling VRU.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

15.

Maken van bezwaar en beroep tegen beschikkingen die aan (het bestuur van) de VRU zijn gericht.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

16.

Maken van bezwaar en beroep in het kader van de ‘Wet Mulder’ tegen beschikkingen vanwege verkeersovertredingen die zijn begaan bij het rijden met dienstvoertuigen met prio 1.

voorzitter

Mandaatniveau 2

17.

Alle beslissingen in het kader van de uitvoering van de Wet bescherming persoonsgegevens

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

18.

Beslissen op aansprakelijkstellingen door derden.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2 , slechts directeur bedrijfsvoering, voor zover niet overgedragen aan verzekeraar op grond van contractuele afspraken.

19.

Aansprakelijkstellingen door derden ter afdoening behandeling doorzenden naar van toepassing zijnde verzekeraar van de VRU.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur Bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën.

20.

Aansprakelijk stellen van derden voor schade aan de VRU.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur Bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Facilitair & Inkoop

21.

Verhaal van schade aan de VRU.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur Bedrijfsvoering

22.

Aanvragen van subsidies.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

-Indien aan de subsidievoorwaarden kan worden voldaan binnen bestaand beleid.

 

Inkopen en aanbesteden

 

 

23.

Het voeren van meervoudige nationale en Europese aanbestedingsprocedures en het vaststellen van de opdracht.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slecht directeur bedrijfsvoering

-Binnen de gestelde voorwaarden van een door directieteam of het bestuur genomen beslissing dat de opdracht wordt aanbesteed.

24.

Het aanpassen van een overeenkomst na heronderhandeling, met uitzondering van overeenkomsten die tot stand zijn gekomen door middel van een meervoudige aanbestedingsprocedure.

dagelijks bestuur

voorzitter

Maximaal verplichting aangaan tot:

Mandaatniveau 2 € 100.000,-

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden, € 25.000,-

-Naast hogere leidinggevende ten opzichte van de functionaris die de oorspronkelijke overeenkomst aanging.

25.

Het aanvragen en overschrijven van kentekens voor motorvoertuigen bij de Rijksdienst voor het wegverkeer.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden.

-Beslissing tot overdracht van voertuig bevoegd genomen.

 

Financieel

 

 

26.

Het aangaan van de verplichting tot levering van diensten aan derden.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

27.

Het openen, wijzigen en beëindigen van bankrekeningen.

dagelijks bestuur?

Mandaatniveau 2, slechts directeur bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën.

28.

Het versturen van betalingsopdrachten aan de bank.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën

29.

Aan- of afmelden van de namen van procuratiehouders bij banken.

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts hoofd stafafdeling PCO

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën

30.

Het bij de belastingdienst aanvragen van een vrijstelling op grond van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, Wet op de motorijtuigenbelasting [alsmede de Wet op de omzetbelasting.]

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur Bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën

31.

Het van de belastingdienst terugontvangen van heffingen op grond van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, Wet op de motorijtuigenbelasting alsmede de Wet op de omzetbelasting.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur Bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën

32.

Het doen van belastingaangiftes.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2, slechts directeur bedrijfsvoering

Mandaatniveau 3, slechts hoofd afdeling Financiën, met uitzondering van aangifte loonbelasting.

Mandaatniveau 3, hoofd afdeling Human Resource Management, slechts aangifte loonbelasting.

 

Personele mandaten

 

 

 

Beroepsmedewerkers

 

 

33.

Rechtspositionele beslissingen inclusief financiële verplichtingen die daaruit voortvloeien (Aanstelling en tewerkstelling medewerkers), met uitzondering van disciplinaire straffen en ordemaatregelen.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

-Indien formatie bestaat voor de omvang en duur, en binnen de begroting budget beschikbaar is voor de financiële gevolgen van de beslissing.

34.

Het vaststellen van de beoordeling van medewerkers.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2,

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

Mandaatniveau 4, slechts teamleiders

35.

Alle rechtshandelingen ter uitvoering van reeds genomen rechtspositionele beslissingen.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

36.

Beslissen op verzoeken voor bijzonder/ uitzonderlijk verlof.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2,

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

Mandaatniveau 4, slechts teamleiders

37.

Schriftelijke waarschuwing.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

38.

Ongevraagd ontslag in de volgende gevallen:

Bij het einde van een tijdelijke aanstelling.

Bereiken van pensioengerechtigde leeftijd of FPU gerechtigdheid.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

-De grond voor ontslag moet objectief zijn vast te stellen.

 

Vrijwilligers

 

 

39.

Het aanstellen, bevorderen en eervol ontslaan van vrijwilligers bij de brandweer.

(19:1; 19:6 t/m 19:9; 19:41 CAR-UWO)

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

40.

Medewerkers opgeven voor opleidingen in het kader van verplichte scholing alsmede verplichte bij– en nascholing.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

41.

Aanwijzen in specialismen (valt onder tewerkstelling).

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

42.

Schriftelijke waarschuwing.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2,

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

Mandaatniveau 4

 

Overig

 

 

43.

Het aanwijzen als chauffeur die met optische- en geluidssignalen mag rijden op grond van artikel 4 Regeling optische en geluidssignalen.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

-Voldoen aan de eisen van de betreffende Brancherichtlijn.

44.

Afsluiten en verstrekken van voorschotten.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

-Slechts aan medewerkers en vrijwilligers.

45.

Het uitzetten van vacatures voor beroeps-, vrijwillige en piketfuncties.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

-Indien formatie bestaat voor de omvang en duur van de financiële gevolgen van de beslissing, volgens de vastgestelde programmabegroting.

46.

Het aanvragen van een koninklijke onderscheiding.

Voorzitter

Mandaatniveau 2

47.

Inhuren van tijdelijk personeel.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

48.

Intern detacheren van medewerkers.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

49.

Het aangaan van overeenkomsten van opdracht.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

50.

Het aangaan van stage-overeenkomsten.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

51.

Het aangaan van zogenoemde ‘belasting-vrijwilligersovereenkomsten’.

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

52.

Beslissen op aansprakelijkstellingen van medewerkers, daaronder begrepen het bepalen of sprake is van een ongeval in en door de dienst.

(7:1 lid 1 sub d CAR)

dagelijks bestuur

voorzitter

Mandaatniveau 2

 

Jeugdbrandweer

 

 

53.

‘Aanmelden’ van leden.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

54.

Beslissen op verzoek vergoeden declaratie.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

-Tot een bedrag van € 500,-.

II

mandaten voor wettelijke taken

 

 

 

Preventie & Risicobeheersing

 

 

55.

Het adviseren van colleges van burgemeester en wethouders inzake brandveiligheidsaspecten en GHOR-aspecten ten aanzien van

-Omgevingsvergunningen op grond van de Woningwet;

-Evenementenvergunningen;

-beslissingen op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

-beslissingen op grond van het Besluit externe veiligheid transport;

-beslissingen op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen;

-en overige beslissingen op grond van gemeentelijke verordeningen,

onder andere op grond van artikel 10 Wet veiligheidsregio’s Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, brandbeveiligingsverordening, algemene plaatselijke verordening et cetera.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofden

Mandaatniveau 4, slechts binnen de directie Risicobeheersing.

-Per trimester rapporteren aan de directeur Risicobeheersing.

56.

Beslissingen met betrekking tot of verband houdend met bestuursdwang en dwangsom, ter handhaving van de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 31 Wet veiligheidsregio’s Jº artikel 63 Wet Veiligheidsregio’s Jº artikelen 5:24 en 5:32 Algemene wet bestuursrecht.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts afdelingshoofd Beleid & Expertise in de directie Risicobeheersing

-Vooraf informeren van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gelegen.

57.

Het adviseren van gedeputeerde staten inzake brandveiligheidsaspecten ten aanzien van vuurwerkontbrandingen en –opslag op grond van artikel 3B3a lid 7 onder c Vuurwerkbesluit.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts voor afdelingshoofd Beleid & Expertise in de directie Risicobeheersing

58.

Het beoordelen van veiligheidsrapporten die bij het coördinerend bevoegd gezag zijn binnengekomen en naar de VRU zijn doorgezonden.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts voor Afdelingshoofd Beleid & Expertise in de directie Risicobeheersing

59.

Het voorbereiden van beslissingen tot het aanwijzen van inrichtingen als bedrijfsbrandweerplichtig op grond van in Artikel 31 Wet veiligheidsregio’s Jº hoofdstuk 7 Besluit veiligheidsregio’s, daaronder in ieder geval begrepen:

-Het opvragen van een bedrijfsbrandweerrapportage.

-De handelingen zoals bedoeld in artikel 7.2 leden 3 en 4 alsmede 7.3 leden 2 en 4 Besluit veiligheidsregio’s.

dagelijks bestuur

Mandaatniveau 2

Mandaatniveau 3, slechts voor Afdelingshoofd Beleid & Expertise in de directie Risicobeheersing

-Slechts voor brzo bedrijven.

-Informeren van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gelegen.