Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel betekent:
- a.
Cliënt: persoon die een uitkering van WerkSaam ontvangt.
- b.
Flextensie: een instrument voor cliënten om te werken met behoud van uitkering in een tijdelijk dienstverband. Cliënten ontvangen geen salaris, maar een premie per gewerkt uur. De werkgever betaalt een uurtarief voor de inzet van de cliënt.
- c.
Werkgever: bedrijf of (overheids)instelling, die tijdelijke werkzaamheden op basis van flextensie aanbiedt.
- d.
WerkSaam: het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland
Artikel 2. Deelname aan
flextensie
door cliënten
1. Voorwaarden voor deelname aan flextensie voor cliënten zijn:
a. de cliënt heeft minimaal vier maanden een uitkering van WerkSaam
b. de cliënt heeft basisvaardigheden om als werknemer te werken en is geschikt voor de tijdelijke werkzaamheden die de werkgever aanbiedt.
2. Voor deelname aan flextensie ontvangt de cliënt:
a. een premie van € 2 per gewerkt uur, als de cliënt 27 jaar of ouder is. Dit bedrag wordt niet gekort op de uitkering.
b. een opleidingsbijdrage van € 2 per gewerkt uur als de cliënt jonger is dan 27 jaar. Het opgebouwde budget is bestemd voor opleidingsdoeleinden en blijft ook beschikbaar als de jongere uitstroomt uit de uitkering. Het budget blijft voor de jongere beschikbaar tot zes maanden na afronding van deelname aan flextensie.
c. een reiskostenvergoeding overeenkomstig de Beleidsregel reiskostenvergoeding re-in integratie en verwervingskosten WerkSaam Westfriesland.
Artikel 3. Deelname aan
flextensie
door werkgevers
Voorwaarden voor deelname aan flextensie voor werkgevers zijn:
- 1.
De werkgever heeft een tijdelijke klus die uitgevoerd kan worden door een cliënt die met inzet van flextensie wil werken.
- 2.
Bij een volledige werkweek is de maximale arbeidsperiode drie maanden. Bij een gedeeltelijke werkweek is de maximale arbeidsperiode zes maanden.
- 3.
De werkgever betaalt een tarief dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon.
- 4.
De werkgever biedt begeleiding op de werkplek.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze gewijzigde beleidsregel treedt in werking op 1 juli 2018.
Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 14 juni 2018,
De voorzitter, D. te Grotenhuis
De directeur, M.J. Dölle
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen
Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.
Artikel 2. Deelname aan
flextensie
door cliënten
Flextensie is bedoeld om cliënten met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt de kans te bieden om werkervaring op te doen. Daarom is ervoor gekozen om de cliënten die korter dan vier maanden een uitkering hebben niet te laten deelnemen. Deze cliënten moeten eerst op eigen kracht en met hulp van WerkSaam proberen om werk te vinden.
Deelname aan flextensie kan niet verplicht worden. De cliënt gaat aan de slag bij een reguliere werkgever met normale begeleiding vanuit de werkgever.
Het gaat dus niet om cliënten die veel begeleiding nodig hebben of beperkte arbeidsmogelijkheden.
De ontvangen premie wordt niet gekort op de uitkering.
Op grond van de wet mag een jongere geen premie ontvangen zoals een cliënt van 27 jaar of ouder wel mag. Als de jongere een premie ontvangt, moet die gekort worden op de uitkering. Daarom is gekozen voor een opleidingsbudget. De jongere kan over het opleidingsbudget beschikken tot zes maanden na afloop van deelname aan flextensie. De inzet van het budget bepaalt de jongere in overleg met de coach.
Artikel 3. Deelname aan
flextensie
door werkgevers
Deze termijnen worden landelijk gehanteerd en moeten de tijdelijkheid benadrukken. Het is niet de bedoelging dat cliënten langer dan deze periode met behoud van uitkering werken. Als de werkgever de cliënt langer wil houden, moet deze een dienstverband aanbieden of de cliënt via een uitzendbureau inhuren.
Artikel 4.
Inwerkingtreding
Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.