Blad gemeenschappelijke regeling van Omgevingsdienst West-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst West-Holland | Blad gemeenschappelijke regeling 2017, 392 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst West-Holland | Blad gemeenschappelijke regeling 2017, 392 | Overige besluiten van algemene strekking |
Instructie directeur Omgevingsdienst West-Holland
Met instemming doorgeleid door het dagelijks bestuur d.d 7 juni 2017 naar het algemeen bestuur.
Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland d.d. 3 juli 2017
In deze instructie en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 2 Taken en verantwoordelijkheden
Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt aan de directeur mandaat, volmacht of machtiging verleend voor:
a. De uitoefening van bevoegdheden op grond van de op het ODWH-personeel van toepassing zijnde rechtspositieregelingen. Van deze besluiten zijn uitgezonderd het nemen van rechtspositionele besluiten ten aanzien van afdelingshoofden, voor zover het betreft aanstelling, schorsing en ontslag van afdelingshoofden alsmede rechtspositionele besluiten ten aanzien van de directeur zelf. Ook uitgezonderd is het nemen van beslissingen op bezwaar tegen rechtspositionele besluiten, tenzij het primaire besluit is genomen door een door de directeur ondergemandateerde functionaris.
b. De uitoefening van bevoegdheden ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur, waaronder tevens begrepen het nemen van een beslissing op bezwaar mits het primaire besluit is genomen door een door de directeur ondergemandateerde functionaris.
c. Het doen van aanbestedingen en het verstrekken van opdrachten voor leveringen, diensten en werken, met inachtneming van het inkoopbeleid van de dienst.
d. Het doen van betalingen passend binnen de goedgekeurde begroting of investeringsprogramma, voor zover de kosten de ramingen niet overschrijden.
e. Het maken van schriftelijke werkafspraken met de deelnemers over de uitvoering en invulling van de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b, c en e van de gemeenschappelijke regeling.
f. Het aangaan van overeenkomsten met andere dan de deelnemende gemeenten en/of derden met betrekking tot werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid van de gemeenschappelijke regeling.
g. Het aangaan van publiek- en privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomsten met deelnemers en andere samenwerkingspartners op het terrein van de aan de dienst opgedragen taken.
h. Het nemen van conservatoire maatregelen, voordat wordt besloten tot het voeren van rechtsgedingen, het instellen van bezwaar en beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening, ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.
i. Het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van door of namens het dagelijks en algemeen bestuur genomen besluiten.
j. Het verrichten van andere handelingen dan het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die verband houden met zijn taken en verantwoordelijkheden zoals vermeld in artikel 2.
Artikel 4 Kaders uitoefening bevoegdheden
De directeur maakt van het aan hem verleende mandaat geen gebruik indien:
1.1. Naar het oordeel van de directeur afdoening door het dagelijks bestuur noodzakelijk is. Hiervan is onder meer sprake indien de dienst gesteld staat voor het doen van bijzondere uitgaven;
1.2. Er persoonlijke betrokkenheid bij het te nemen besluit bestaat;
1.3. De uitoefening van de bevoegdheden ingrijpende gevolgen voor de omgevingsdienst kan hebben.
2. Indien de directeur van het aan hem verleende mandaat gebruik wenst te maken en het algemeen bestuur verzoekt vooraf om inlichtingen, treedt de directeur hierover voorafgaande aan de besluitvorming in overleg met het algemeen bestuur.
Artikel 5 Algemene bepalingen inzake mandaat, volmacht en machtiging
Artikel 6 Bijzondere omstandigheden
Wanneer de directeur vermoedt dat er zodanig tegenstellingen (dreigen te) ontstaan in het beleid van de deelnemers, dat het functioneren van de dienst als gemeenschappelijke Omgevingsdienst daardoor zou kunnen worden bemoeilijkt, meldt hij dit aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling en aan het bestuur van de betreffende deelnemers.
De directeur informeert de voorzitter en de bestuurders indien de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen kan hebben. In de gevallen bedoeld in de vorige volzin verschaft de directeur tijdig alle benodigde informatie en voert hij overleg met de voorzitter en bestuurders alvorens de bewuste bevoegdheid uit te oefenen.
Artikel 7 Afwezigheid / bereikbaarheid
Artikel 8 Waarnemend directeur
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2017-392.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.