Blad gemeenschappelijke regeling van Regio Gooi en Vechtstreek

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Regio Gooi en VechtstreekBlad gemeenschappelijke regeling 2017, 283Verordeningen



Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017

Het Algemeen Bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek,

 

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek d.d. 23 maart 2017

 

gelet op het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek

en het bepaalde in de artikelen 10.23, 10 24, 10.25 en 10.26 van de Wet Milieubeheer

 

gezien het advies van het portefeuillehoudersoverleg fysiek domein en het verslag van de inspraakprocedure

 

BESLUIT

Vast te stellen de navolgende:

 

Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017

 

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

 

  • Perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan;

  • Gemeenten: de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren

  • Inzameling: verzameling van afvalstoffen die binnen de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren ter inzameling worden aangeboden, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie;

  • Inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, ten behoeve van één huishouden;

  • Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer of een wijkcontainer, ten behoeve van meerdere huishoudens;

  • Omgekeerd inzamelen: een methode van inzamelen waarbij de nadruk meer ligt op het frequent huis-aan-huis inzamelen van herbruikbare bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen dan op de frequentie en het huis aan huis inzamelen van huishoudelijk restafval.

Artikel 2 Doelstelling

De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

 

Paragraaf 2 Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3 Aanwijzing van de inzamelingsdienst

  • 1.

    De Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst (GAD) is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 4 Regulering van andere inzamelaars

  • 1.

    Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

    • a.

      daartoe is aangewezen door het dagelijks bestuur;

    • b.

      bij nadere regels van het dagelijks bestuur van het verbod is vrijgesteld; óf

    • c.

      verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 5 Aanwijzing van inzamelplaats

  • 1.

    Het dagelijks bestuur draagt zorg voor tenminste vier daartoe ter beschikking gestelde plaatsen binnen de gemeenten waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen inzake de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen met inbegrip van grof huishoudelijk afval op de in lid 1 bedoelde inzamelplaatsen dienen te worden achtergelaten.

Artikel 6 Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:

  • a.

    ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4 eerste lid;

  • b.

    over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

  • c.

    achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7 Afzonderlijke inzameling

  • 1.

    De inzameldienst of andere inzamelaars zamelen in ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk in:

    • groente-,fruit- en tuinafval;

    • papier en karton;

    • glas;

    • textiel;

    • plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken;

    • afgedankte elektrische of elektronische apparatuur;

    • klein chemisch afval;

    • grof huishoudelijk afval;

    • grof tuinafval;

    • (auto)banden;

    • asbest en asbesthoudend materiaal;

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan een omschrijving vaststellen van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8 Frequentie inzameling bij of nabij elk perceel

  • 1.

    De onderstaande bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij of nabij elk perceel door middel van een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening;

  • 2.

    Groente, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per twee weken afzonderlijk bij of nabij elk perceel ingezameld in gebieden waar wordt ingezameld door middel van een inzamelmiddel;

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid wordt groente-,fruit- en tuinafval niet afzonderlijk ingezameld bij of nabij elk perceel in de hoogbouwgebieden en in de centrumgebieden in Hilversum, Weesp, Huizen en in de vesting Naarden en de vesting Muiden;

  • 4.

    Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken worden tenminste eenmaal per vier weken afzonderlijk bij of nabij elk perceel ingezameld in gebieden waar wordt ingezameld door middel van een inzamelmiddel;

  • 5.

    Papier en karton worden ten minste eenmaal per maand afzonderlijk bij of nabij elk perceel ingezameld in gebieden waar wordt ingezameld door middel van een inzamelmiddel;

  • 6.

    Het dagelijks bestuur besluit tot aanwijzing van (delen van) het grondgebied van de gemeenten waar omgekeerd wordt ingezameld;

  • 7.

    Restafval wordt tenminste eenmaal per twee weken bij of nabij elk perceel ingezameld in gebieden waar wordt ingezameld door middel van een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening met uitzondering van de gebieden waar, met inachtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel, omgekeerd wordt ingezameld alwaar tenminste eenmaal per vier weken wordt ingezameld bij of nabij elk perceel.

 

Artikel 9 Gescheiden aanbieding

  • 1.

    Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:

    • a.

      aan te bieden;

    • b.

      achter te laten op een inzamelplaats bedoeld in artikel 5.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10 Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door het dagelijks bestuur daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 11 Wijze en plaats van aanbieding

  • 1.

    Het dagelijks bestuur kan aanwijzen via welk al dan niet vanwege de GAD verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan regels stellen over de aanwijzing en het gebruik van:

    • a.

      inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij of nabij een perceel;

    • b.

      inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.

  • 3.

    Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens het eerste lid, een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening.

  • 4.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de regels als bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden als bedoeld in artikel 10 buiten een perceel te laten staan.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

 

Paragraaf 3 Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 12 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Het dagelijks bestuur kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 3, in gevallen waarin het voor deze inzameling verschuldigde tarief, als vermeld in de tarieventabel behorende bij de begroting voor de Regio Gooi en Vechtstreek, is voldaan.

Artikel 13 Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 12 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 14 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

  • 1.

    Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het dagelijks bestuur te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 12 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het tweede lid, inhouden.

 

Paragraaf 4 Zwerfafval en overige

Artikel 15 Dumpingsverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder ontheffing van het dagelijks bestuur, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te verbranden, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;

    • b.

      het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

    • c.

      het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

    • d.

      handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit;

    • e.

      het verbranden van kerstbomen, voorzover dit plaatsvindt tijdens en in het kader van een evenement, waarvoor door de burgemeester van de betrokken gemeente vergunning is verleend.

  • 3.

    Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 16 Zwerfafval in de openbare ruimte

  • 1.

    Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

  • 2.

    Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen, inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen te doorzoeken en /of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 17 Zwerfafval rondom inrichtingen

  • 1.

    Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

  • 2.

    Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.

  • 3.

    De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 18 Afval en verontreiniging op de weg

  • 1.

    Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

  • 2.

    Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 19 Geen opslag van afval in de open lucht

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 20 Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

 

Paragraaf 5 Handhaving en toezicht

Artikel 21 Strafbare feiten

Overtreding van artikel 4, artikel 6 of van artikel 9 tot en met artikel 11 en artikel 13 tot en met artikel 19, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3e , van de Wet op de economische delicten.

Artikel 22 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaren.

 

Paragraaf 6 Slotbepalingen

Artikel 23 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking daarvan.

Artikel 24 Intrekking oude verordening

De Afvalstoffenverordening gewest Gooi en Vechtstreek 2010 wordt ingetrokken.

Artikel 25 Overgangsbepalingen

Besluiten, waaronder mede begrepen aanwijzingsbesluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 24, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 26 Citeerbepaling

Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017.

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, gehouden op 13 april 2017.

 

J.J. Bakker

secretaris

A.Ph. Hertog

Vicevoorzitter

Toelichting Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017

 

Algemeen

 

1. Inleiding

Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden verandert. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Uitvoering van het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) moet leiden tot een verdere vermindering van het restafval per persoon per jaar en tot een verbetering van de kwaliteit van afvalscheiding en inzameling.

 

2. Hoofdlijnen van de verordening

Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte.

 

Huishoudelijke afvalstoffen

De regiogemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren hebben teken en bevoegdheden op het terrein van de inzameling afvoer en verwerking van afvalstoffen zoals vermeld in hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) overgedragen aan de Regio Gooi en Vechtstreek. De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wm, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast te stellen. De op grond van de wet aan de gemeenten opgedragen taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen vindt plaats door middel van de in de verordening aangewezen inzameldienst, de GAD. Deze verordening regelt ook de aanwijzing van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld.

 

Bedrijfsafvalstoffen

Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is ook de afvalscheiding door kantoren, winkels en diensten (hierna: KWD) is van belang De inzameling van dergelijk bedrijfsafval kan plaatsvinden door de GAD maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels die van belang indien de inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst aan de orde is.

 

Afval in de openbare ruimte

Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval.

 

Gemeentelijke milieubeleidsplannen

Nagegaan is of de verordening in lijn is met het afvalstoffenbeleid in de gemeentelijke milieubeleidsplannen voor zover aanwezig in de aan de Regio deelnemende gemeenten. Dat is het geval.

 

3. Wettelijke begrippen

In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts zeer beperkt gebruik van begripsbepalingen. Veelal zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Voorbeelden zijn o.m. de begrippen huishoudelijke afvalstoffen, afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen. Uit de artikelen 3 en 4 in de verordening volgt voldoende waarom het gaat bij de begrippen inzameldienst en inzamelaar.

 

Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten en, anderzijds, dat door gebruikers van de percelen waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overgedragen aan inzamelaars, of achtergelaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling of het aanbieden ter inzameling door of aan anderen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt t.a.v. de huishoudelijke afvalstoffen:

 

De gebruiker van een perceel

De inzameldienst of inzamelaar

Overdragen (aan een inzamelaar)

Innemen (door een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats

Inzamelplaats

 

Uitvoeringsbesluit van het dagelijks bestuur

De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het dagelijks bestuur:

  • Nadere regels over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3, tweede lid).

  • Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid onder b).

  • Nadere regels met de mogelijkheid van vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 9, tweede lid) en nadere regels over afzonderlijke bestanddelen zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.

  • Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen en regels over de aanwijzing van inzamelvoorzieningen ten behoeve van een perceel (artikel 11 lid 2).

  • Nadere regels ivoor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen (artikel 14) 

    Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door het dagelijks bestuur die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhouden maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kunnen worden in het uitvoeringsbesluit van het dagelijks bestuur. Deze besluitvorming gaat over:

    - De aanwijzing van delen van het grondgebied van de regio waar omgekeerd inzamelen wordt ingevoerd (artikel 8 lid 6)

    - De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt artikel 9).

    - De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).

     

    Artikelsgewijs

     

    Artikel 1. Begrippen

    Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Op grond van jurisprudentie is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan.” Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden.

     

    In dit artikel is ook het begrip “omgekeerd inzamelen” gedefinieerd. Dat is gedaan om het gefaseerd invoeren van het omgekeerd inzamelen mogelijk te maken. In gebieden waar omgekeerd wordt ingezameld wordt de frequentie van huis-aan-huis inzamelen van huishoudelijk restafval verlaagd of het huishoudelijk restafval moet worden weggebracht naar een inzamelvoorziening. Voor hergebruik geschikte bestanddelen van afvalstoffen worden in die gebieden huis-aan-huis opgehaald.

    Het dagelijks bestuur wijst op grond van artikel 8 lid 6 de gebieden waar omgekeerd wordt ingezameld aan.

     

    Artikel 2. Doelstelling

    In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zal derhalve telkens in dat kader plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is als volgt gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.

     

    Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst

    In het eerste lid van artikel 3 wordt de GAD aangewezen als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

     

    Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

    In beginsel is het op grond van de verordening verboden voor anderen dan de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Uitzonderingen zijn:

    - Aangewezen inzamelaars. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden.

    - Producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid.

     

    Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats

    Dit artikel regelt dat op ten minste vier plaatsen op het grondgebied van de regiogemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. In de Regio gaat het om vier scheidingsstations in resp. Bussum, Hilversum, Huizen en Weesp.

     

    Artikel 6. Algemene verboden

    Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen niet anders mag geschieden dan via de kanalen die daarvoor in de artikelen 3, 4 en 5 zijn aangewezen. Dit tot de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan gerichte verbod is de keerzijde van de in die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte verbod.

     

    Artikel 7. Afzonderlijke inzameling

    Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld.

     

    Artikel 8. Frequentie inzameling bij of nabij elk perceel

    Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk met welke frequentie en op welke locatie moeten worden ingezameld. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel.

     

    Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. Groente-, fruit- en tuinafval moet volgens dit artikel verplicht afzonderlijk worden ingezameld. De gemeenteraad kan volgens artikel 10.21, derde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Deze vrijheid is ingeperkt door artikel 3 van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Dat verplicht gemeenten ertoe om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens gescheiden in te zamelen.

     

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen moet ook rekening gehouden worden met het Landelijk afvalbeheersplan (hierna: LAP). In het LAP zijn bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen benoemd, die door de consument gescheiden dienen te worden.

     

    Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de gemeenteraad in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de afvalstoffenverordening afwijken:

  • a.

    van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel),

  • b.

    van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening),

  • c.

    van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld),

  • d.

    van de afzonderlijke inzameling van GFT-afval (bepaald mag worden dat bestanddelen GFT-afval afzonderlijk worden ingezameld),

  • e.

    en bepaald mag worden dat GFT-afval met andere daarbij aangewezen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk van het overige huishoudelijke afval wordt ingezameld.

 

De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaats vindt is lager dan eenmaal per week. Bij een frequentie lager dan eenmaal per week is de inspraakverordening van toepassing.

Een afvalstoffenverordening die één van deze mogelijkheden benut dient te worden voorbereid met toepassing van de inspraakverordening. Inspraak heeft dan ook plaatsgevonden.

 

Artikel 9. Gescheiden aanbieding

Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door het dagelijks bestuur in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden. Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt.

 

Artikel 10. Tijdstip van aanbieding

De tijdstippen voor de inzameling worden door het dagelijks bestuur bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking.

 

Artikel 11. Wijze en plaats van aanbieding

Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen. Op grond van dit artikel worden inzamelmiddelen voorgeschreven. Onderdeel van het voorschrijven van inzamelvoorzieningen is het aanwijzen van locaties waar inzamelvoorzieningen zoals ondergrondse verzamelcontainers worden geplaatst ten behoeve van meerdere huishoudens.

Ook kunnen regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen.

 

Artikel 12. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

De inzameldienst kan ook bedrijfsafvalstoffen (of bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval. Het dagelijks bestuur kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die afzonderlijk worden ingezameld door de GAD.

 

Artikel 13. Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen (gescheiden) aanbieden aan de inzameldienst.

 

Artikel 14. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het dagelijks bestuur kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 Wm voorbehouden aan de minister.” Vanzelfsprekend mag deze bevoegdheid niet worden aangewend ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt. Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen aan te wijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard gelden deze regels voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.

 

Artikel 15. Dumpingsverbod

Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt een instrument te bieden om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan

 

Artikel 16. Zwerfafval in de openbare ruimte

Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kan in de afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek worden geregeld.

 

Eerste lid

Dit lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.

 

Derde lid

Het begrip zwerfafval zelf behoeft geen verdere definitie. Het artikel is zodanig geredigeerd dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, etc. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren, niet onder het verbod valt.

 

Artikel 17. Zwerfafval rondom inrichtingen

Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar heeft het meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op een aantal punten van dat artikel af. Het dient ter aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

 

Artikel 18. Afval en verontreiniging op de weg

Het gaat in dit artikel over laden en lossen en het biedt de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen.

 

Artikel 19. Geen opslag van afval in de open lucht

Het gaat in dit artikel om opslag van huishoudelijke afvalstoffen. Opslag is niet het bewaren voor de eerstvolgende aanbieding ter inzameling. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast.

 

Artikel 20. Ontdoen van autowrakken

Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld.

 

Artikel 21. Toezichthouders

Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.