Blad gemeenschappelijke regeling van Waddenfonds

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
WaddenfondsBlad gemeenschappelijke regeling 2016, 390Verordeningen



Verordening van 30 juni 2016 van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds, houdende bepalingen tot wijziging van de Subsidieverordening Waddenfonds 2014; (3e wijzigingsverordening Subsidieverordening Waddenfonds 2014) (Rectificatie)

Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds,

gelet op hoofdstuk 3 van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds,

besluit als volgt:

 

Artikel I  

 

De Subsidieverordening Waddenfonds 2014 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1.1, onderdeel p, komt te luiden:

 

p. Vrijstellingsverordening visserij: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Publicatieblad van de Europese Unie van 24 december 2014;

 

B

Hoofdstuk 5.4 komt te luiden als volgt:

Hoofdstuk 5.4 Subsidie die wordt verstrekt met toepassing van de artikelen 13, 23, 25, 27, 30, 41 en 42 van de Vrijstellingsverordening visserij

 

Titel 5.4.1 Algemene bepalingen

 

Artikel 5.4.1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Op dit hoofdstuk is de Vrijstellingsverordening visserij van toepassing.

  • 2.

    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

    • a.

      activiteiten die niet voor subsidie in aanmerking komen op grond van artikel 11 van de Verordening inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (Verordening (EU) nr. 508/2014);

    • b.

      ondernemingen aan wie geen subsidie wordt verleend op grond van artikel 10, eerste, tweede en derde lid, van de Verordening inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (Verordening (EU) nr. 508/2014).

  • 3.

    Het totaal van de met toepassing van dit hoofdstuk te verstrekken subsidie mag de aanmeldingsdrempels als bedoeld in artikel 2 van de Vrijstellingsverordening visserij niet overschrijden.

  • 4.

    Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend verleend aan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten.

 

Artikel 5.4.2 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

visserij- en aquacultuurproducten: de producten die zijn gedefinieerd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013.

 

Artikel 5.4.3 Algemene voorwaarde

Bij de uitvoering van een project is de subsidieontvanger gehouden de regels van het Europees gemeenschappelijk visserijbeleid na te leven. Inbreuken daarop leiden tot terugvordering van de subsidie, in verhouding tot de ernst van de inbreuk.

 

Artikel 5.4.4 Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.10 worden als subsidiabele kosten in aanmerking genomen de naar het oordeel van het dagelijks bestuur in redelijkheid gemaakte en betaalde kosten, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 67, 68 en 69 van de Verordening (EU) nr. 1303/2013.

  • 2.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

  • 3.

    Operationele kosten zijn niet subsidiabel.

 

Titel 5.4.2 Duurzame ontwikkeling van de visserij

 

Paragraaf 5.4.2 Subsidie voor innovatie

 

Artikel 5.4.5 Subsidiabele activiteit

Innovatie in de visserij, gericht op de ontwikkeling of de invoering van nieuwe of substantieel verbeterde producten en voorzieningen, nieuwe of verbeterde processen en technieken of nieuwe of verbeterde beheer- en organisatiesystemen, mede wat verwerking en afzet betreft.

 

Artikel 5.4.6 Voorwaarden

  • 1.

    De eigenaar van een vissersvaartuig die op grond van deze paragraaf subsidie heeft ontvangen mag dat vaartuig gedurende ten minste vijf jaar na de datum waarop die subsidie is betaald, niet buiten de Unie overdragen. Indien een vaartuig toch binnen dat tijdsbestek wordt overgedragen, wordt de subsidie als onverschuldigd betaald teruggevorderd, naar rato van de periode waarin niet aan de voorwaarde is voldaan.

  • 2.

    Op grond van deze paragraaf gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd in samenwerking met een door de Nederlandse Staat of de Europese Unie erkende wetenschappelijke of technische organisatie, die de resultaten van het project valideert.

 

Paragraaf 5.4.3 Subsidie voor de beperking van de impact van de visserij op het mariene milieu en voor de aanpassing van de visserij aan de bescherming van soorten

 

Artikel 5.4.7 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Investeringen gericht op de beperking van de impact van de visserij op het mariene milieu en voor de aanpassing van de visserij aan de bescherming van soorten. Uitsluitend de navolgende investeringen komen in aanmerking voor subsidie:

    • a.

      in uitrusting om de selectiviteit van het vistuig op grootte en soort te verfijnen;

    • b.

      aan boord of in uitrusting voor het uitbannen van teruggooi door voorkoming en vermindering van ongewenste vangsten van commerciële bestanden of voor de behandeling van ongewenste vangsten die moeten worden aangeland overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

    • c.

      in uitrusting om de fysieke en biologische impact van de visserij op het ecosysteem of de zeebodem te beperken en zo mogelijk tot nul te reduceren.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer het vistuig of de overige in het eerste lid bedoelde uitrusting aantoonbaar beter selecteert op grootte of een aantoonbaar geringere impact op het ecosysteem en op de niet-doelsoorten heeft dan de standaard-vistuigen of andere voorzieningen die zijn toegestaan op grond van Unierecht, of op grond van toepasselijk nationaal recht in het kader van de regionalisering zoals voorzien in Verordening (EU) nr. 1380/2013.

 

Artikel 5.4.8 Kring van subsidieontvangers

Er wordt uitsluitend subsidie verstrekt aan:

  • a.

    eigenaren van Unievissersvaartuigen die als actief zijn geregistreerd en die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag gedurende ten minste 60 dagen visserijactiviteiten op zee hebben verricht;

  • b.

    vissers die eigenaar zijn van het te vervangen vistuig en die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag gedurende ten minste 60 dagen aan boord van een Unievissersvaartuig hebben gewerkt.

 

Artikel 5.4.9 Voorwaarden

  • 1.

    De eigenaar van een vissersvaartuig die op grond van deze paragraaf subsidie heeft ontvangen mag dat vaartuig gedurende ten minste vijf jaar na de datum waarop die subsidie is betaald, niet buiten de Unie overdragen. Indien een vaartuig toch binnen dat tijdsbestek wordt overgedragen, wordt de subsidie als onverschuldigd betaald teruggevorderd, naar rato van de periode waarin niet aan de voorwaarde is voldaan.

  • 2.

    Gedurende de periode van het Nederlands Operationeel Programma van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) 2014–2020, wordt niet meer dan één keer subsidie verleend voor hetzelfde type uitrusting aan boord van hetzelfde Unievissersvaartuig.

 

Paragraaf 5.4.4 Subsidie voor de bescherming en het herstel van de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen

 

Artikel 5.4.10 Subsidiabele activiteit

Activiteiten gericht op de bescherming en het herstel van de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen door:

  • a.

    het door vissers verzamelen van afval op zee, zoals verloren vistuig en zwerfvuil;

  • b.

    het bouwen, installeren of moderniseren van vaste of verplaatsbare voorzieningen om de mariene flora en fauna te beschermen en te ontwikkelen, met inbegrip van de wetenschappelijke voorbereiding, en beoordeling daarvan;

  • c.

    het bijdragen tot een beter beheer of een betere instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee.

 

Artikel 5.4.11 Kring van subsidieontvangers

Er wordt uitsluitend subsidie verstrekt aan vissers.

 

Artikel 5.4.12 Voorwaarde

De eigenaar van een vissersvaartuig die op grond van deze paragraaf subsidie heeft ontvangen mag dat vaartuig gedurende ten minste vijf jaar na de datum waarop die subsidie is betaald, niet buiten de Unie overdragen. Indien een vaartuig toch binnen dat tijdsbestek wordt overgedragen, wordt de subsidie als onverschuldigd betaald teruggevorderd, naar rato van de periode waarin niet aan de voorwaarde is voldaan.

 

Paragraaf 5.4.5 Subsidie voor toegevoegde waarde, productkwaliteit en gebruik van ongewenste vangsten

 

Artikel 5.4.13 Subsidiabele activiteit

Activiteiten gericht op:

  • a.

    investeringen die waarde toevoegen aan visserijproducten, in het bijzonder door de vissers toe te staan hun eigen vangst te verwerken, af te zetten en rechtstreeks te verkopen;

  • b.

    innoverende investeringen aan boord ter verbetering van de kwaliteit van de visserijproducten.

 

Artikel 5.4.14 Kring van subsidieontvangers

Er wordt uitsluitend subsidie verstrekt aan eigenaren van vissersvaartuigen. Subsidie ten behoeve van de in artikel 5.4.13, onder b, genoemde activiteit wordt slechts verleend aan eigenaren van Unievissersvaartuigen die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag gedurende ten minste 60 dagen visserijactiviteiten op zee hebben verricht.

 

Artikel 5.4.15 Voorwaarden

  • 1.

    De eigenaar van een vissersvaartuig die op grond van deze paragraaf subsidie heeft ontvangen mag dat vaartuig gedurende ten minste vijf jaar na de datum waarop die subsidie is betaald, niet buiten de Unie overdragen. Indien een vaartuig toch binnen dat tijdsbestek wordt overgedragen, wordt de subsidie als onverschuldigd betaald teruggevorderd, naar rato van de periode waarin niet aan de voorwaarde is voldaan.

  • 2.

    Subsidie ten behoeve van de in artikel 5.4.13, onder b, genoemde activiteit wordt slechts verleend op voorwaarde dat selectieve vistuigen worden gebruikt om ongewenste vangsten zoveel mogelijk te beperken.

 

Titel 5.4.2 Duurzame ontwikkeling van de aquacultuur

 

Paragraaf 5.4.6 Subsidie voor innovatie in de aquacultuur

 

Artikel 5.4.16 Subsidiabele activiteit

Activiteiten ter stimulering van innovatie in de aquacultuur gericht op:

  • a.

    het ontwikkelen van technische of organisatorische kennis in aquacultuurbedrijven ten behoeve van het faciliteren van nieuwe duurzame productietechnieken;

  • b.

    het ontwikkelen of op de markt brengen van nieuwe aquacultuursoorten met een grote marktpotentie, nieuwe of substantieel verbeterde producten, nieuwe of verbeterde processen of nieuwe of verbeterde beheer- en organisatiesystemen.

 

Artikel 5.4.17 Kring van subsidieontvangers

Er wordt uitsluitend subsidie verstrekt aan aquacultuurbedrijven.

 

Artikel 5.4.18 Voorwaarden

  • 1.

    Op grond van deze paragraaf gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd in samenwerking met een door de Nederlandse Staat erkende publieke of private wetenschappelijke of technische organisatie, die de resultaten van het project valideert.

  • 2.

    Voor de toepassing van deze paragraaf dienen beginnende aquacultuurexploitanten een bedrijfsplan in en, voor investeringen van meer dan € 50.000,- tevens een haalbaarheidsstudie, met inbegrip van een milieubeoordeling van de activiteiten. Subsidie wordt slechts verleend indien in een onafhankelijk marketingverslag duidelijk wordt aangetoond dat er goede en duurzame marktvooruitzichten voor het product zijn.

  • 3.

    Indien de activiteiten betrekking hebben op investeringen in uitrusting of infrastructuur die borg moet staan voor de inachtneming van de in het Unierecht vastgestelde voorschriften op het gebied van milieu, gezondheid van mens en dier, hygiëne en dierenwelzijn, kan subsidie worden verleend tot de datum waarop dergelijke voorschriften voor de bedrijven bindend worden.

  • 4.

    Voor de kweek van genetisch gemodificeerde organismen wordt geen subsidie verleend.

  • 5.

    Voor concrete aquacultuuractiviteiten in mariene beschermde gebieden wordt geen subsidie verleend indien het dagelijks bestuur op grond van een milieueffectbeoordeling vaststelt dat de activiteit significante, niet naar behoren te matigen milieuschade zou veroorzaken.

 

Titel 5.4.3 Maatregelen in verband met afzet en verwerking

 

Paragraaf 5.4.7 Subsidie voor afzetmaatregelen

 

Artikel 5.4.19 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Activiteiten ten behoeve van afzetmaatregelen ten bate van visserij- en aquacultuurproducten die gericht zijn op:

    • a.

      het vinden van nieuwe markten en het verbeteren van de voorwaarden voor het op de markt brengen van visserij- en aquacultuurproducten, gericht op ongewenste vangsten van commerciële bestanden die worden aangeland overeenkomstig technische maatregelen, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en artikel 8, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1379/2013;

    • b.

      het verbeteren van de kwaliteit en de toegevoegde waarde, door het stimuleren van de certificering en de afzetbevordering voor onder meer duurzame visserij- en aquacultuurproducten, met inbegrip van producten van de kleinschalige kustvisserij, en milieuvriendelijke verwerkingsmethoden.

  • 2.

    De activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de productie-, verwerkings- en afzetactiviteiten die in de bevoorradingsketen plaatsvinden.

 

Paragraaf 5.4.8 Subsidie voor de verwerking van visserij- en aquacultuurproducten

 

Artikel 5.4.20 Subsidiabele activiteit

Activiteiten ten behoeve van de volgende investeringen in de verwerking van visserij- en aquacultuurproducten:

  • a.

    investeringen die energie helpen besparen of de milieu-impact helpen reduceren, met inbegrip van afvalbehandeling;

  • b.

    investeringen die gericht zijn op het verbeteren van de hygiëne;

  • c.

    investeringen ter ondersteuning van de verwerking van vangsten van commerciële vis die niet voor menselijke consumptie kan worden bestemd;

  • d.

    investeringen met betrekking tot de verwerking van bijproducten van de voornaamste verwerkingsactiviteiten;

  • e.

    investeringen met betrekking tot de verwerking van biologische aquacultuurproducten op grond van de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 834/2007;

  • f.

    investeringen die leiden tot nieuwe of verbeterde producten, nieuwe of verbeterde processen of nieuwe of verbeterde beheer- en organisatiesystemen.

 

Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel

 

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het publicatieblad van het Waddenfonds.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als 3e wijzigingsverordening Subsidieverordening Waddenfonds 2014.

 

Het algemeen bestuur van het Waddenfonds

K. Kielstra, voorzitter

D. Hamhuis, secretaris