Het eerste gedeelte van artikel 15:1:10 wordt verplaatst naar een nieuw artikel 2:1B en wordt een
nieuw artikel 2:1A toegevoegd en komt, inclusief koptekst te luiden:
A Artikel 2:1A en 2:1B worden, inclusief koptekst, na artikel 2:1 ingevoerd:
Aanstelling in algemene dienst
Artikel 2:1A
1. De aanstelling geschiedt in algemene dienst van de gemeente.
2. Het college stelt in een lokale regeling nadere regels ter uitvoering van dit artikel.
3. De ambtenaar die op 31 december 2012 in dienst is van de gemeente is met ingang van 1
januari 2013 van rechtswege aangesteld in algemene dienst van de gemeente.
De toelichting op artikel 2:1A komt te luiden:
Artikel 2:1A
Lid 1
Er bestaat een verplichting om de functie waarin de ambtenaar wordt geplaatst in het bericht van
aanstelling op te nemen (Wet van 2 december 1993, Stb. 1993, 635). Dit is geregeld in artikel 2:4:1
UWO.
Lid 3
ln de CAO gemeenten 2011-2012 hebben LOGA-partijen de afspraak opgenomen dat alle
ambtenaren uiterlijk op 1 januari 2013 een aanstelling in algemene dienst hebben. De functie van de
medewerker verandert niet als gevolg van deze omzetting.
Artikel 2:1B
1. De ambtenaar is - nadat hij is gehoord - verplicht om in het belang van de dienst een andere
passende functie te aanvaarden. Een passende functie is een functie die de ambtenaar
redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem
bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen.
2. lndien het college dit in het belang van de dienst nodig acht, is de ambtenaar verplicht om:
a. tijdelijk niet tot zijn functie behorende werkzaamheden te verrichten, dan wel tijdelijk
een andere functie waar te nemen;
b. tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de voor hem vastgestelde werktijden;
c. beschikbaar te zijn buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden. Voor het,
gedurende onbepaalde tijd periodiek verrichten van deze beschikbaarheids-diensten
wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen, indien deze diensten ten minste op
gemiddeld zestig kalenderdagen in een periode van twaalf maanden zullen moeten
worden verricht, hetgeen uit de schriftelijke aanwijzing moet blijken.
3. Wanneer de ambtenaar meent, dat in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden de
in het tweede lid bedoelde werkzaamheden redelijkerwijs niet van hem kunnen worden
gevergd, geeft hij- onverminderd zijn verplichting om die werkzaamheden terstond aan te
vangen - daarvan door tussenkomst van het hoofd van dienst terstond kennis aan het college,
dat zo spoedig mogelijk een beslissing ter zake neemt.
De toelichting op artikel 2:1 B komt te luiden:
Artikel 2:1B
Lid 1
ln elk concreet geval zal nauwkeurig moeten worden overwogen of een nieuwe functie passend is.
Het 'horen' van de ambtenaar moet niet als formaliteit worden beschouwd. Uit de besluitvorming moet
duidelijk blijken dat met de argumenten van de ambtenaar rekening is gehouden.
Het belang van de dienst moet de reden zijn voor de aanwijzing van een andere betrekking. Het
dienstbelang is hier geen subjectief gegeven. Het gaat er dus niet om of naar het oordeel van het
bevoegd gezag een dienstbelang aanwezig is, maar of er gemeten met objectieve maatstaven van
een dienstbelang sprake is.
Lid 2
Het tijdelijk verrichten van niet tot de betrekking behorende werkzaamheden is een minder ingrijpende
zaak dan het aanvaarden van een andere betrekking. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan
om de opdracht daartoe te kunnen geven zijn dan ook minder stringent. Het dienstbelang moet- in
tegenstelling tot het bepaalde in het eerste lid - al aanwezig worden geacht als dat naar het oordeel
van het bestuursorgaan het geval is. De rechter zal slechts kunnen toetsen of het bestuursorgaan in
redelijkheid tot dat oordeel is gekomen.
Lid 3
De ambtenaar moet met de werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid direct beginnen, ook als hij
daartegen bezwaren heeft in verband met zijn persoonlijkheid of omstandigheden. Het bezwaar schort
de werking van het besluit niet op.