Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016

Het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân

besluit:

gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de nadere regelingen in dat kader, het beleidsplan Sociaal domein in de praktijk en het bepaalde in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân

vast te stellen het

 

Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016

 

1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Alle begrippen die in dit Financieel Besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân.

  • 2.

    In dit Financieel Besluit wordt verstaan onder:

    • -

      Eerste meereizende: indien en voor zover het voertuig daartoe de ruimte biedt, de eerste persoon die meereist en dezelfde reis maakt als de Pashouder. Deze persoon mag geen rolstoel en/of scootmobiel gebruiker zijn en moet in staat zijn zelfstandig in het voertuig te stappen.

    • -

      Gekwalificeerde ondersteuners: Ondersteuning door professionals die werken voor een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven organisatie. Die organisatie voldoet in elk geval aan onze kwaliteitseisen en is daarnaast gecontracteerd als ZIN-aanbieder of kan door middel van plannen (over relevante wet- en regelgeving, aansprakelijkheid, administratie en continuïteit) of visitatie door onze gebiedsteams en toezichthouder aantonen dat de organisatorische bekwaamheid voldoet aan het niveau van onze inkoopvoorwaarden.

    • -

      Kwetsbaar gekwalificeerde ondersteuners: Ondersteuning door professionals die werken voor een organisatie dat in elk geval voldoet aan onze kwaliteitseisen en daarnaast bereid is om door middel van visitatie aan te tonen dat het op termijn kan gaan voldoen onze professionele en toezichthoudende voorwaarden.

    • -

      Sociaal netwerk: Ondersteuning door niet-professionals die voldoen aan de kwaliteitseisen.

    • -

      Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Dienst SoZaWe Nw. Fryslân.

    • -

      ZIN: Zorg in natura tarief.

2. Hoogte PGB

  • 1.

    Begeleiding

    Het PGB-tarief voor begeleiding voor gekwalificeerde ondersteuners bedraagt maximaal 95% van het ZIN-tarief.

    Bij de inzet van het sociaal netwerk, rekening houdend met de voorwaarden zoals deze zijn gesteld in artikel 12 lid 6 van de Verordening, of bij de inzet van kwetsbaar gekwalificeerde ondersteuners bedraagt het PGB-tarief maximaal 75% van het ZIN-tarief.

  • 2.

    Huishoudelijke hulp

    Het bedrag voor een PGB voor huishoudelijke hulp bedraagt, indien als maatwerkvoorziening verstrekt, € 16,61 per uur HH1 en € 23,24 per uur HH2.

  • 3.

    Wonen, rolstoelen en vervoersvoorzieningen

    Het bedrag voor een PGB voor een voorziening voor wonen, rolstoelen of vervoer wordt bepaald als tegenwaarde van die voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als die voorziening in natura zou zijn verstrekt. Als die naturaverstrekking geen nieuwe voorziening zou zijn geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn en rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als die naturaverstrekking een nieuwe voorziening zou zijn geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de Dienst te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.

  • 4.

    Woningaanpassingen

    Voor kleine woningaanpassingen wordt gewerkt met de actuele versie van de limitatieve lijst waar standaardbedragen in staan.

    Voor grote woningaanpassingen wordt gewerkt op basis van aangevraagde offertes.

3. Collectief vervoer, reizigersbijdragen

  • 1.

    De reizigersbijdrage voor personen van 12 jaar tot en met 64 jaar voor verplaatsingen met het collectief vervoer is vastgesteld op een bedrag van €0,145 per kilometer. Daarbij geldt een opstaptarief van €0,88 per enkele reis.

  • 2.

    De gereduceerde reizigersbijdrage voor kinderen van 4 jaar tot en met 11 jaar en voor personen van 65 jaar en ouder jaar voor verplaatsingen met het collectief vervoer is vastgesteld op een bedrag van € 0,09 per kilometer. Daarbij geldt een opstaptarief van €0,55 per enkele reis.

  • 3.

    Het tarief voor de eerste meereizende is vastgesteld op €0,80 per kilometer, daarbij geldt geen opstaptarief.

  • 4.

    De vervoerder crediteert de reizigersbijdragen van de personen bedoeld in lid 1 t/m 3 aan de Dienst.

4. Bijdrage maatwerkvoorziening in natura of als PGB

  • 1.

    De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

  • 2.

    Daarbij geldt dat de ontvanger van een maatwerkvoorziening als bijdrage de maximale bijdrage per vier weken, zoals genoemd in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, betaalt.

  • 3.

    Voor taken die de gemeente Leeuwarden als centrumgemeente vervult, zal de centrumgemeente met betrekking tot de bijdragen in de kosten de hoogte en op welke wijze en door welke organisatie(s) deze bijdragen worden geïnd, bepalen.

5. Huishoudelijke hulp als algemene voorziening

  • 1.

    Voor de eerste drie uren huishoudelijke hulp betaalt de inwoner de kosten zelf, rechtstreeks aan een zorgaanbieder.

  • 2.

    Inwoners die de kosten uit lid 1 niet zelf kunnen betalen, kunnen een beroep doen op de Compensatieregeling Huishoudelijke Hulp.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing voor inwoners van de gemeente Vlieland. Voor hen wordt huishoudelijke hulp tot 1 juli 2016 slechts als maatwerkvoorziening verstrekt. Per 1 juli 2016, het moment dat huishoudelijke hulp op Vlieland als algemene voorziening wordt verstrekt, treedt dit artikel in werking.

6. Tegemoetkoming in de vorm van inkomensondersteuning

  • 1.

    Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat, zal deze mogelijkheid slechts beoordeeld worden indien de aanpassing van de woning het bedrag van € 5.000,- te boven gaat.

  • 2.

    De tegemoetkoming voor verhuis- en (her)inrichtingskosten is een forfaitaire tegemoetkoming van € 2.376,30.

  • 3.

    De hoogte van een tegemoetkoming voor een woningaanpassing bedraagt maximaal 100% van de door de Dienst aanvaarde aanpassingskosten, tenzij sprake is van onvoorziene omstandigheden.

  • 4.

    Kosten voor reparatie van hetgeen door de Dienst niet in eigendom is verstrekt, komen - indien dat redelijk is - voor maximaal 100% voor een tegemoetkoming in aanmerking.

  • 5.

    Voor het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte kan gedurende maximaal 6 maanden een tegemoetkoming worden verstrekt ter hoogte van de werkelijke kosten, met een maximum van € 642,77 per maand.

  • 6.

    Voor het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte kan gedurende maximaal 6 maanden een tegemoetkoming worden verstrekt ter hoogte van de werkelijke kosten, met een maximum van € 321,39 per maand.

  • 7.

    Voor maximaal 6 maanden kan een tegemoetkoming worden verstrekt voor huurderving van een woonruimte. De kosten daarvan worden bepaald door de werkelijke huur van die woonruimte (inclusief verbruik van gas, water en elektra).

  • 8.

    De tegemoetkoming voor vervoerskosten voor het gebruik van een bruikleenauto bedraagt € 305,75 per jaar.

  • 9.

    De tegemoetkoming voor vervoerskosten voor het gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 1.046,52 per jaar.

  • 10.

    De tegemoetkoming voor de vervoerskosten voor het individueel gebruik van een taxi bedraagt € 1.046,52 per jaar.

  • 11.

    De tegemoetkoming voor de vervoerskosten voor het individueel gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 1.572,13 per jaar.

  • 13.

    Een sportvoorziening wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een forfaitaire tegemoetkoming ad € 2.571,74 per drie jaar als tegemoetkoming in de aanschaf- en onderhoudskosten voor een periode van tenminste 3 jaar.

7. Indexatie

Het dagelijkse bestuur kan de bedragen die in het kader van dit Financieel Besluit zijn opgenomen, jaarlijks per 1 januari aanpassen. Indien er geen indexering in de betreffende inkoopdocumenten is opgenomen, vindt deze aanpassing plaats overeenkomstig de prijsontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) ‘alle huishoudens’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarbij wordt om praktische redenen het jaargemiddelde (voortschrijdend 12-maandsgemiddelde) van de periode september tot en met augustus voorafgaand aan de datum van aanpassing genomen.

8. Hardheidsclausule

Het DB kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van bepalingen in dit Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016, indien toepassing daarvan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

9. Inwerkingtreding, geldigheidsduur en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2016 en geldt voor 2016.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân, op 20 juni 2016.

De voorzitter, De secretaris,

Dhr. Th. Twerda Dhr. M. Jellema

 

Toe lichting bij het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016

 

In het bijgevoegde Financieel Besluit zijn de vergoedingen en de percentages van de kosten opgenomen waar in  wet- en regelgeving waar het Financieel Besluit op gebaseerd is, naar verwezen wordt.  

Persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp (verder: PGB-HH)

In het beleidsplan Sociaal domein in de praktijk zijn kaders voor het PGB gesteld. Die kaders zijn voor de nieuwe (gedecentraliseerde) taken in de begeleiding opgenomen. Echter, voor het PGB-HH is de keuze gemaakt de geldende tarieven te indexeren. Reden daarvoor is dat in 2009, om precies te zijn op 30-9-2009, het bestuur de keuze heeft gemaakt de koppeling tussen de HH-naturatarieven en de PGB-HH tarieven los te laten. Dat, omdat PGB-houders niet verplicht zijn HH af te nemen via een werknemer in dienst bij een zorgaanbieder. De tarieven zijn vanaf dat moment jaarlijks geïndexeerd.  

 

Inzet sociaal netwerk en ongekwalificeerde ondersteuning bij het PGB-HH

In het beleidsplan Sociaal domein in de praktijk staan aangepaste percentages voor de PGB-tarieven bij de inzet van het sociale netwerk en bij de inzet van ongekwalificeerde ondersteuning opgenomen.

In zeer specifieke gevallen (b.v. in terminale situaties) is het mogelijk om het sociale netwerk in te zetten voor het PGB-HH. Het onderscheid tussen ongekwalificeerde en gekwalificeerde ondersteuning is in het geval van het PGB-HH lastig te maken en dus niet toe te passen.

Omdat er op basis van het bovenstaande in het geval van de HH alleen in uitzonderingsgevallen sprake is van de inzet van het sociale netwerk, en het invoeren van kwalificaties voor het schoonmaken van een woning niet toepasbaar is, is ervoor gekozen de huidige PGB-HH tarieven voor 2016, overeenkomstig voorgaande jaren, te indexeren.

 

Gehanteerde begrippen in het kader van het persoonsgeboden budget

In het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016 worden de volgende begrippen gehanteerd:

  • 1.

    In plaats van het begrip gekwalificeerd personeel wordt het begrip gekwalificeerde ondersteuners gehanteerd.

  • 2.

    In plaats van het begrip ongekwalificeerd personeel wordt het begrip kwetsbaar gekwalificeerde ondersteuners gehanteerd. 

    Voor het hanteren van bovengenoemde begrippen is met reden gekozen. Het begrip ongekwalificeerd personeel suggereert namelijk dat het aanbod van iets mindere kwaliteit in aanmerking komt voor een PGB. Dat lijkt in tegenspraak met de wet die gemeenten, in ons geval de Dienst, juist verantwoordelijk maakt voor een goed toezicht op de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Die tegenspraak lijkt niet de bedoeling te zijn geweest van het beleidsplan Sociaal domein in de praktijk, waar het begrip ongekwalificeerde ondersteuners voor het eerst wordt gehanteerd. Daarom wordt die term vervangen door de term kwetsbaar gekwalificeerde ondersteuners. Dat gebeurt niet alleen in het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016, maar ook in de verordening en de beleidsregels voor 2016 op basis van de Wmo 2015.

     

    In het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016 worden de hierboven genoemde begrippen gedefinieerd. Het begrip kwetsbaar gekwalificeerde ondersteuners moet echter zolang de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning 2015 Noardwest Fryslân nog gelden, worden uitgelegd met de definitie van het begrip ‘ongekwalificeerd’ in die beleidsregels. Die definitie wijkt iets af van de definitie van het begrip kwetsbaar gekwalificeerde ondersteuners in dit financieel besluit. De afwijking zit in de manier waarop de kwetsbaarheid vastgesteld wordt: in de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning 2015 Noardwest Fryslân wordt gewerkt met administratief bewijs, zoals bijvoorbeeld bedrijfsplannen, terwijl in de nieuwe beleidsregels ook wordt gewerkt met visitatie door de gebiedsteams en door onze toezichthouder.

      

Naar boven