Blad gemeenschappelijke regeling van Werk & Inkomen Lekstroom

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Werk & Inkomen LekstroomBlad gemeenschappelijke regeling 2016, 324Overige besluiten van algemene strekking



Procedureregeling functiebeschrijving en -waardering Werk & Inkomen Lekstroom

 

Het algemeen bestuur van Werk & Inkomen Lekstroom

 

Overwegende:

 

dat middels een besluit is vastgelegd dat Werk & Inkomen Lekstroom per 1 mei 2013 voor het beschrijven en waarderen van functies aansluiting zoekt bij het sectorale functiewaarderingssysteem HR21 en ter zake een licentieovereenkomst heeft gesloten;

 

dat het noodzakelijk is dat in lijn met de uitgangspunten van HR21 een nieuwe procedureregeling, afgestemd op een generieke wijze van beschrijven en waarderen, wordt vastgesteld;

 

Gelet op:

 

het bepaalde in de Bezoldigingsregeling van Werk & Inkomen Lekstroom ;

 

de instemming van de ondernemingsraad d.d. 24 april 2014 met kenmerk OR 14/077 met betrekking tot de aansluiting bij HR21;

 

de bereikte overeenstemming in de Commissie voor Georganiseerd Overleg van 30 oktober 2014 ter zake de inhoud van deze regeling;

 

b e s l u i t e n:

 

vast te stellen de:

 

Procedureregeling functiebeschrijving en -waa rdering Werk & Inkomen Lekstroom

Artikel 1: DEFINITIES

Functie:

Het samenstel van taken en of werkzaamheden dat, afgeleid uit de taakstelling van de organisatie, is opgedragen aan een functiehouder

Functiebeschrijving:

De normbeschrijving dan wel de lokale functiebeschrijving die een resultaatgerichte weergave is van aard, overwegend karakter, niveau en complexiteit van taken.

Normbeschrijving:

De generieke functiebeschrijving zoals opgenomen in het normbestand van HR21. De normbeschrijving is voorzien van een vaste waardering (puntenreeks).

Lokale functiebeschrijving:

De volgens het format van HR21 lokaal gewijzigde normbeschrijving of toegevoegde (nieuwe) functiebeschrijving.

Functiehouder:

  • -

    de ambtenaar in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en/of Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) van Werk & Inkomen Lekstroom of

  • -

    de werknemer met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, als bedoeld in artikel 2:5 van de CAR, is aangegaan.

Functiewaardering:

Het bepalen van de relatieve functiewaarde van een functiebeschrijving aan de hand van de in HR21 vastgelegde waarderingsmethode.

Bevoegd gezag:

Het algemeen bestuur van Werk & Inkomen Lekstroom.

Bestuurder:

De bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (WOR).

HR manager :

De manager van de HR portefeuille en hiërarchisch leidinggevende van de medewerkers van Werk & Inkomen Lekstroom.

Managemen tteam :

De directeur en de managers.

Gecertificeerde gebruiker:

De opgeleide lokale gebruiker die door de systeemhouder geautoriseerd is om te werken met HR21.

Externe deskundige:

Een door de systeemhouder (VNG) erkend deskundige inzake de ontwikkeling, toepassing en werking van HR21.

Bezwarencommissie:

De commissie als bedoeld in de ‘Verordening behandeling bezwaar- en beroepsschriften personele aangelegenheden’, die is ingesteld ingevolge artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht en die zich bezig houdt met de advisering over bezwaarschriften inzake personele aangelegenheden.

Artikel 2: VASTSTELLING FUNCTIEBESCHRIJVINGEN

  • 1.

    De bestuurder, of in opdracht de HR manager, selecteren in samenspraak met de gecertificeerd gebruiker en/of externe deskundige per functie een normbeschrijving uit HR21. Indien de normbeschrijving voor de functie onvolledig is, dan wel een voor de functie dekkende normbeschrijving niet beschikbaar is, wordt een lokale functiebeschrijving opgesteld.

  • 2.

    De geselecteerde normbeschrijving(en) en/of lokale functiebeschrijving(en), wordt/worden besproken binnen het managementteam en door de bestuurder voorlopig vastgesteld. De voorlopig vastgestelde functiebeschrijving(en) wordt/worden door de bestuurder ter informatie aangeboden aan de ondernemingsraad (OR).

  • 3.

    Indien sprake is van een organisatiebrede functiebeschrijvingsronde, of indien sprake is van een organisatorische verandering zoals bedoeld in artikel 25 lid 1 van de WOR, dan stelt de bestuurder de OR in de gelegenheid advies uit te brengen over de voorgenomen vaststelling van de functiebeschrijvingen. Artikel 25 lid 2 tot en met 6 en artikel 26 WOR zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 of 3, legt de bestuurder de functiebeschrijvingen ter vaststelling voor aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag stelt de aldus voor de functies van Werk & Inkomen Lekstroom tot stand gekomen (norm- en lokale) functiebeschrijvingen bij algemeen verbindend voorschrift vast.

Artikel 3: vaststelling waarderingen

  • 1.

    In opdracht van de bestuurder en in afstemming met de HR manager, worden door de gecertificeerd gebruiker en/of externe deskundige, aan de hand van de in HR21 vastgelegde functiewaarderingsmethode, alle lokale functiebeschrijvingen gewaardeerd.

  • 2.

    De waarderingsresultaten van de lokale functiebeschrijvingen worden ter toetsing aangeboden aan de bestuurder.

  • 3.

    De waarderingsresultaten worden opgenomen in een eindadvies functiewaardering aan het bevoegd gezag. Het waarderingsadvies bevat in ieder geval:

    • a.

      Een motivering, gerubriceerd per invalshoek en dimensie, van de subscores en de totaalscore per lokale functiebeschrijving;

    • b.

      Een overzicht van de functiewaarderingsresultaten van alle lokale functiebeschrijvingen;

    • c.

      Een gecombineerd overzicht van de functiewaarderingsresultaten van alle geselecteerde normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen;

    • d.

      Een verslag van de toetsing als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

  • 4.

    Het bevoegd gezag stelt de waarderingen vast met inachtneming van het eindadvies functiewaardering. Afwijking van het advies kan slechts plaatsvinden op basis van zwaarwegende argumenten. Het bevoegd gezag stelt de waarderingen van de lokale functiebeschrijvingen en normbeschrijvingen bij algemeen verbindend voorschrift vast.

Artikel 4: VASTSTELLING CONVERSIETABEL

  • 1.

    Het bevoegd gezag stelt op basis van de vastgestelde ambtelijke salarisstructuur, na verkregen overeenstemming binnen de commissie voor Georganiseerd Overleg, een conversietabel vast. Wijziging van de ambtelijke salarisstructuur vindt niet plaats zonder overeenstemming binnen de commissie voor Georganiseerd Overleg.

  • 2.

    Door middel van toepassing van de vastgestelde conversietabel worden de waarderingen van alle geselecteerde normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen omgezet naar functionele schalen.

Artikel 5: VOORBEREIDING INDELINGSADVIES, INDELINGSBESLUIT, BEZWAAR EN BEROEP

  • 1.

    De bestuurder adviseert in samenspraak met de HR manager, de gecertificeerd gebruiker en/of externe deskundige het bevoegd gezag over de indeling van de functies in norm- en/of lokale functiebeschrijvingen. De adviezen worden vooraf in het managementteam besproken.

  • 2.

    Het bevoegd gezag maakt aan de functiehouder schriftelijk bekend welke (norm- of lokale) functiebeschrijving zij voornemens is op de functie van toepassing te verklaren (indelingsbesluit). In het voorgenomen indelingsbesluit zijn tevens de gevolgen opgenomen voor de inschaling, het salaris en/of de bezoldiging.

  • 3.

    De functiehouder wordt in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijze over de indeling aan de norm- of lokale functiebeschrijving kenbaar te maken. De termijn voor het kenbaar maken van de zienswijze bedraagt tien werkdagen volgend op de datum van verzending. Ten gunste van de medewerker kan van deze termijn afgeweken worden. De zienswijze wordt schriftelijk en gemotiveerd kenbaar gemaakt aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag legt de zienswijze ter advisering voor aan de bestuurder.

  • 4.

    Na het verstrijken van de termijn als bedoeld in lid 3, maakt het bevoegd gezag, indien van toepassing na kennisneming van de ingediende zienswijze(n) van de functiehouder(s) en het advies van de bestuurder, binnen zes weken, schriftelijk en gemotiveerd aan de functiehouder bekend in welke functiebeschrijving de functie van de functiehouder is ingedeeld en welke de gevolgen zijn voor de inschaling, het salaris en/of bezoldiging. Deze mededeling is een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Tegen dit besluit kan de functiehouder binnen zes weken schriftelijk en gemotiveerd bezwaar maken bij het bevoegd gezag.

Artikel 6: BEZWARENCOMMISSIE

  • 1.

    Er is een onafhankelijke commissie van bezwaar en beroep inpassing ingesteld ingevolge artikel 7:13 AWB.

  • 2.

    De bezwarencommissie bestaat uit:

    • a.

      een lid aan te wijzen door het bevoegd gezag, niet zijnde een bestuurder van de gemeente of anderszins werkzaam voor of bij de organisatie;

    • b.

      een lid aan te wijzen door de werknemersdelegatie namens de commissie voor Georganiseerd Overleg, niet werkzaam bij of voor de organisatie of vaste adviseur van de werknemersdelegatie in de Commissie voor Georganiseerd Overleg;

    • a.

      een voorzitter, aan te wijzen door de leden onder a en b.

  • 3.

    Aan de bezwarencommissie wordt een door het bevoegd gezag aan te wijzen functionaris als secretaris toegevoegd. De secretaris heeft geen stemrecht.

  • 4.

    De bezwarencommissie adviseert het bevoegd gezag over de ontvankelijkheid en inhoud van bezwaren voortvloeiende uit de besluitvorming ex artikel 6 van deze regeling.

  • 5.

    De bezwarencommissie hoort de bezwaarde in tegenwoordigheid van de werkgever. De bezwaarde kan zich laten bijstaan door een adviseur.

  • 6.

    Het staat de bezwarencommissie vrij bij de behandeling van het bezwaarschrift informanten te raadplegen. De commissie krijgt alle informatie die zij nodig acht om haar werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten.

  • 7.

    De bezwarencommissie dient bij elke vergadering voltallig tot besluitvorming te komen. Minderheidsstandpunten kunnen worden ingenomen. Het advies wordt schriftelijk uitgebracht en bevat tenminste een verslag van het horen. De bezwarencommissie handelt conform de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstuk 6 en 7 Awb.

ARTIKEL 7: NIEUWE EN GEWIJZIGDE TAKEN

  • 1.

    Indien aan een functiehouder, door of namens de bestuurder, nieuwe of gewijzigde taken worden opgedragen, dan heroverweegt het bevoegd gezag, na en met inachtneming van het advies van de bestuurder, de indeling in de functiebeschrijving.

  • 2.

    Indien de heroverweging leidt tot een nieuw indelingsbesluit, dan is het bepaalde in artikel 5 van overeenkomstige toepassing. In het geval dat de heroverweging niet leidt tot een nieuw indelingsbesluit, dan wordt de functiehouder hiervan onverwijld in kennis gesteld.

Artikel 8: WIJZIGING FUNCTIEBESCHRIJVINGEN

  • 1.

    Bij wijziging van de structuur, taken of doelstellingen van de organisatie wordt, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, door of namens de bestuurder bezien of de vastgestelde functiebeschrijvingen volledig en/of toereikend zijn. Het selecteren, wijzigen of opstellen van nieuwe functiebeschrijvingen verloopt volgens de procedure als beschreven in artikel 2.

  • 2.

    Een verzoek tot heroverweging van de bestaande functiebeschrijvingen kan ook worden ingediend door de OR.

Artikel 9: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent hetgeen in deze procedureregeling is neergelegd voor zover aard en strekking van deze regeling zich daartegen niet verzet. Indien en voor zover bij nadere regels van deze regeling wordt afgeweken, dient hierover voorafgaand instemming te worden gevraagd aan het Georganiseerd Overleg.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet beslist het bevoegd gezag.

  • 3.

    Deze regeling, welke kan worden aangehaald als ‘Procedureregeling functiebeschrijving en -waardering Werk & Inkomen Lekstroom’, treedt terstond in werking na publicatie / bekendmaking dezes en vervangt alle voorgaande regelingen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom van 18 december 2014.

 

de voorzitter,                              de directeur,

C.van Dalen                                R. Esser