Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg – Verordening auditcommissie 2014-2017

Het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden;

 

Overwegende dat het contact tussen bestuur en accountant dient te worden versterkt;

 

Gelet op artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 19 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden;

 

Gezien:

- het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 21 november 2013;

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening tot instelling van de auditcommissie RDOG Hollands Midden:

 

Artikel 1  

ln deze verordening wordt verstaan onder:

a. gemeenschappelijke regeling: Gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden;

b. commissie: commissie bedoeld in artikel 2.

Artikel 2  

Er is een auditcommissie RDOG Hollands Midden.

Artikel 3  

1. De commissie heeft ten doel het contact tussen bestuur en accountant te versterken door het Dagelijks Bestuur van de RDOG Hollands Midden te adviseren over aandachtspunten bij de start van de controle, naar aanleiding van de resultaten van de interim-controle(s) en naar aanleiding van de resultaten van de jaarrekeningcontrole, alsmede het actualiseren van de Controleverordening RDOG Hollands Midden en het bijbehorende programma van eisen voor de jaarlijkse accountantscontrole.

2. De commissie, inclusief de adviseurs, maar exclusief de zittend accountant, fungeren als selectiecommissie voor de (onderhandse) aanbesteding contract accountant. Het Algemeen Bestuur besluit op grond van een DB-advies.

Artikel 4  

De commissie heeft tot taak:

1. Het Dagelijks Bestuur te adviseren over het 'programma van eisen voor de jaarlijkse accountantscontrole, zoals voor geschreven in artikel 2, lid 2 van de Controleverordening RDOG Hollands Midden'. Op grond daarvan jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole het Dagelijks Bestuur te adviseren te zake van de posten in de jaarrekening en/ of organisatieonderdelen, waaraan de accountant specifieke aandacht dient te besteden en de, voor derden apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties en (afwijkende) controle-protocollen;

2. Het Dagelijks Bestuur te adviseren over de (te nemen maatregelen naar aanleiding van de) resultaten van de interim-controle(s);

3. Het Dagelijks Bestuur te adviseren over het programmajaarverslag en het daarin opgenomen 'voorstel bestemming saldo programmarekening;

4. Het Dagelijks Bestuur te adviseren over (de te nemen maatregelen naar aanleiding van) het rapport van bevindingen bij de jaarrekening als onderdeel van het programmajaarverslag;

5. Het bewaken van de uitvoering van afspraken, te nemen en genomen maatregelen, alsmede het opvolgen van adviezen. Daartoe worden de gemaakte afspraken, te nemen en genomen maatregelen, alsmede het opvolgen van adviezen in een overzicht opgenomen, dat met een actuele stand van zaken als vast punt op de agenda van de reguliere vergaderingen van de commissie wordt geplaatst, alsmede het Dagelijks Bestuur hierover te adviseren;

6. Het Dagelijks bestuur te adviseren over de geactualiseerde Controleverordening RDOG HM;

7. Het Dagelijks Bestuur te adviseren over het 'Aanbestedingsdocument Onderhandse aanbesteding contract accountant RDOG HM';

8. Het selecteren van de te benoemen accountant op basis van de vereisten uit het 'Aanbestedingsdocument Onderhandse aanbesteding contract accountant RDOG HM'. De zittende accountant maakt voor deze taak geen deel uit van de auditcommissie.

Artikel 5  

1. De commissie bestaat uit 3 leden van het Algemeen Bestuur, waarvan twee niet zijnde DB-leden en waarvan één DB-lid. leder lid kan zich laten vervangen door degene die als zijn plaatsvervanger door het Algemeen Bestuur is aangewezen.

2. De algemeen directeur en de controller zijn adviseur van de commissie;

3. Daarnaast neemt de accountant deel aan de auditcommissie;

4. Het lidmaatschap van de commissie eindigt op het moment dat het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt.

Artikel 6  

1. De commissie vergadert ten minste driemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt, dan wel ten minste twee leden, onder opgaaf van redenen, schriftelijk daarom verzoeken;

2. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.

Artikel 7  

1. De commissie geeft aan het Algemeen Bestuur ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van werkzaamheden van de commissie nodig is;

2. De commissie doet aan het Algemeen Bestuur ten minste één maal per jaar verslag van haar werkzaamheden.

Artikel 8  

1. De commissie heeft met betrekking tot de aan haar opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens verordeningen aan het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de voorzitter van het openbaar lichaam of aan de voorzitter van de commissie zijn opgedragen.

Artikel 9  

1. De voorzitter, een niet DB-lid, wordt door de commissie uit haar midden aangewezen. De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

2. De commissie is voor het gevoerde beleid verantwoording schuldig aan het Algemeen Bestuur.

3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van de commissie. De commissie geeft, met inachtneming van artikel 16, zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aan het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

4. De voorzitter tekent de stukken die van de commissie uitgaan.

Artikel 10  

1. De algemeen directeur regelt de ondersteuning van de commissie.

Artikel 11  

1. De algemeen directeur zorgt voor aantekening van het verhandelde in de vergaderingen van de commissie.

Artikel 12  

1. De verordening wordt gewijzigd of ingetrokken door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur;

2. Het Dagelijks Bestuur doet een in het eerste lid bedoeld voorstel niet dan nadat daarover advies is uitgebracht door de commissie;

3. De commissie brengt het in het tweede lid bedoelde advies uit binnen 30 dagen nadat daarom is verzocht;

4. Het Dagelijks Bestuur doet zijn voorstel bedoeld in het eerste lid vergezellen van het advies van de commissie;

5. Indien de commissie niet binnen de in het derde lid genoemde termijn advies heeft uitgebracht, is het Dagelijks Bestuur bevoegd zijn voorstel, bedoeld in het eerste lid, zonder het advies van commissie bij het Algemeen Bestuur in te dienen.

Artikel 13  

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 14  

De verordening wordt aangehaald als Verordening auditcommissie 2014-2017 RDOG Hollands Midden

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van woensdag 11 december 2013

De secretaris

J.M.M. de Gouw

De voorzitter,

M.J.C. Suijker

Naar boven