Mandaatbesluit directeur Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling

Het Dagelijks Bestuur van het SVHW:

 

Overwegende dat:

 

  • de Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2015, in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, Wet Gemeenschappelijke Regelingen, Waterschapswet, Gemeentewet en diverse andere wetten bevoegdheden zijn neergelegd bij het Dagelijks Bestuur, die geen verband houden met de bevoegdheden van de heffingsambtenaar en de invorderingsambtenaar;

 

  • het uit het oogpunt van efficiency wenselijk is dat bevoegdheden uitgeoefend worden op een niveau dat in overeenstemming is met de aard en inhoud van die bevoegdheden;

 

  • het Dagelijks Bestuur een mandaatregeling heeft vastgesteld, waarin de randvoorwaarden voor het mandaat worden gegeven.

 

Gelet op de Algemene Wet Bestuursrecht en de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) 2015 en gelezen hebbend het voorstel van de Directie SVHW d.d. 18 mei 2016 (DB 16/44)

 

Besluit:

 

Aan de directeur mandaat, volmacht en machtiging te verlenen voor;

 

  • 1.

    de voorbereiding en uitvoering van bestuursbesluiten met betrekking tot het taakgebied van SVHW, met inbegrip van de correspondentie daarover;

 

  • 2.

    het nemen van besluiten en verrichten van handelingen met betrekking tot het taakgebied van SVHW, met inbegrip van de correspondentie daarover;

    • a.

      het nemen van besluiten en verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen tot de Europese aanbestedingsgrens;

    • b.

      het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten tot de Europese aanbestedingsgrens;

    • c.

      het verzekeren van eigendommen en risico’s, inclusief verzekeringen op personeelsgebied.

 

  • 3.

    het nemen van besluiten en verrichten van handelingen inzake verzoeken op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur en de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

 

  • 4.

    het verrichten van handelingen op grond van de bevoegdheden als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden;

 

  • 5.

    het nemen van conservatoire maatregelen, het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep, voor zover dit niet tot de bevoegdheid van de heffingsambtenaar behoort;

 

  • 6.

    het nemen van besluiten over de toepassing van regelingen inzake sectorale en decentrale secundaire arbeidsvoorwaarden op de direct ondergeschikte medewerkers;

 

  • 7.

    benoeming en ontslag van medewerkers van SVHW, met uitzondering van de directeur;

 

  • 8.

    het treffen van disciplinaire maatregelen waarvoor conform de sectorale arbeidsvoorwaarden geen verplichting geldt dat betrokkene wordt gehoord door het dagelijks bestuur, te weten:

    • a.

      de toegang ontzeggen tot netwerken, kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen. De ambtenaar levert bij de ontzegging van de toegang direct alle eigendommen van de werkgever in;

    • b.

      het opleggen van schriftelijke berisping.

 

  • 9.

    het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting;

 

  • 10.

    het nemen van besluiten in administratief beroep naar aanleiding van besluiten op verzoeken om kwijtschelding;

 

  • 11.

    het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het Dagelijks Bestuur kennis heeft genomen;

 

  • 12.

    het op grond van artikel 66 AWR verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een opgelegde boete.

 

De gemandateerde oefent zijn bevoegdheden uit met inachtneming van de algemene regels die gesteld zijn in de mandaatregeling Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). Bij afwezigheid van de directeur worden diens bevoegdheden uitgeoefend door zijn plaatsvervanger.

 

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2016 en vervangt het Mandaatbesluit van 31 mei 2006. Het besluit kan worden aangehaald als: “Mandaatbesluit directeur SVHW”

 

 

Aldus vastgesteld op 18 mei 2016 in het Dagelijks Bestuur SVHW

Directeur, Voorzitter,

R.S. Heij MBA drs P.J. Verheij RA

Naar boven