Blad gemeenschappelijke regeling van Regionale uitvoeringsdienst Zeeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Regionale uitvoeringsdienst ZeelandBlad gemeenschappelijke regeling 2016, 26Overige besluiten van algemene strekking

Handreiking gedragscode RUD Zeeland

Het Algemeen Bestuur van RUD Zeeland,

Gelet op

Gelet op artikel F1, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

Gezien de instemming van de Ondernemingsraad d.d. 9 juli 2015;

Besluit

vast te stellen:

‘Handreiking gedragscode RUD Zeeland

De overheid is er voor de burgers. Zij verkeert vaak in een monopoliepositie: de burger die iets wil of juist niet wil, kan niet om de overheid heen. Dit stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de overheid en van degenen die daarin werkzaam zijn. Integriteit is daarvan een wezenlijk onderdeel. Als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen kan de integriteit onder druk komen te staan. Te noemen zijn de toenemende complexiteit van de samenleving en van het openbaar bestuur, de steeds sterkere verstrengeling van het publieke en private domein, de agressieve lobby vanuit de samenleving en het opleggen van bedrijfseconomische normen aan het overheidsmanagement.

Voor het adequaat functioneren van de overheid zijn gezaghebbende bestuurders noodzakelijk. Bestuurders die het vertrouwen genieten van de burgers omdat ze deskundig, gedreven en integer zijn. Dat geldt ook voor de ambtenaren die werkzaam zijn in de provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Zeeland. Het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben een handreiking voor de bestuurlijke integriteit aangeboden. In die handreiking wordt voor een aantal onderwerpen aangegeven wat de integriteitrisico’s zijn en hoe daarmee kan worden omgegaan. De handreiking bevat een groot aantal aanbevelingen en als bijlage is een model voor gedragsregels opgenomen.

Voor de ambtenaren van de RUD Zeeland is er op het punt van integriteit het nodige geregeld in onder meer de Ambtenarenwet en de rechtspositie. De Ambtenarenwet verplicht overheden om een gedragscode voor hun personeel op te stellen. Sociale partners in het Sectoroverleg Provinciale Arbeidsvoorwaarden (SPA) geven hoge prioriteit aan een verdere versterking van de integriteit en onderschrijven het belang van de handreiking integriteit voor de provinciale bestuurders. Hierin staat veel dat ook voor de ambtenaren van de RUD Zeeland van belang is. Sociale partners in het SPA hebben in navolging van de provinciale bestuurders bij wijze van handreiking een gedragscode voor ambtenaren ontwikkeld.

Deze handreiking richt zich primair op werknemers in dienst van de RUD Zeeland. Vanzelfsprekend zullen gedragsregels inzake integriteit ook moeten gelden voor hen die bij de RUD Zeeland anders dan in dienstverband werkzaam zijn (uitzendkrachten, detacheringen).

Integriteit is echter meer dan gedragsregels. Integriteit is in de eerste plaats een kwestie van mentaliteit en bewustwording. Net als de bestuurders moeten ook de ambtenaren zich er permanent van bewust zijn dat zij voor de gemeenschap werken en uit gemeenschapsgeld worden betaald.

Bij een goed integriteitbeleid hoort een organisatieproces dat kwetsbare plekken in de organisatie opspoort en zoveel mogelijk afdekt. Integriteit is gediend met een transparante organisatie waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden helder zijn toegedeeld (waar nodig met functiescheiding en/of functieroulatie) en die een sluitend systeem van controle en verantwoording kent. Een goede administratieve organisatie is daarbij van groot belang. Maatregelen op dit terrein zullen in elke organisatie afzonderlijk moeten worden getroffen en passen bij de eigen organisatiestructuur en -cultuur.

De ontwikkelde gedragscode voor ambtenaren bevat normen en waarden waaraan de organisatie en de daarin werkende ambtenaren zich dienen te houden. De ambtenaren zijn op de naleving van de gedragscode aanspreekbaar. De code bestaat uit drie paragrafen.

Paragraaf 1 beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het vraagstuk in een breder kader. Zij vormen als het ware de algemene uitgangspunten voor de gedragscode.

Paragraaf 2 bevat de feitelijke gedragsregels, waarbij een aantal thema’s wordt onderscheiden.

Paragraaf 3 bevat een opsomming van bestaande wettelijke en rechtspositionele gedragsregels die betrekking hebben op de ambtelijke integriteit.

In samenhang met deze handreiking hebben sociale partners in het SPA ook afspraken gemaakt over een procedure voor het melden van misstanden binnen de organisatie en de bescherming van de ambtenaar die vermoedens van misstanden volgens die procedure heeft gemeld.

 

GEDRAGSCODE AMBTELIJKE INTEGRITEIT

Paragraaf 1. Kernbegrippen van ambtelijke integriteit

Ambtenaren van de RUD Zeeland stellen bij hun handelen de kwaliteit van de dienstverlening van de RUD Zeeland centraal. Integriteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de RUD Zeeland, en in het verlengde daarvan de belangen van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Ambtelijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover rekenschap af te leggen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst de ambtelijke integriteit in een breder perspectief:

* Dienstbaarheid

Het handelen van een ambtenaar is altijd en volledig gericht op het belang van de RUD Zeeland en dat van organisaties, bedrijven, instellingen en burgers.

* Professionaliteit

Ambtenaren zijn vakmensen op hun terrein. Zij beschikken over de juiste kennis en vaardigheden en weten met nieuwe situaties om te gaan. Zij houden hun vak bij en nemen, waar nodig, initiatief.

* Onafhankelijkheid

Het handelen van een ambtenaar wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

* Verantwoordelijkheid

De ambtenaar krijgt en neemt de verantwoordelijkheid die bij zijn functie past en is bereid daarover verantwoording af te leggen aan collega’s, leidinggevenden, bestuur en de burger.

* Betrouwbaarheid

Op een ambtenaar moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

* Zorgvuldigheid

Het handelen van een ambtenaar is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.

 

Paragraaf 2. Gedragsregels ambtelijke integriteit

1. Algemene bepalingen

  • 1.1

    De gedragscode is openbaar.

  • 1.2

    De ambtenaar ontvangt bij indiensttreding een exemplaar van de gedragscode.

  • 1.3

    In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is beslist de directie.

2. Aannemen van geschenken en giften

  • 2.1

    Geschenken en giften worden nooit aangenomen in ruil voor een tegenprestatie.

  • 2.2

    Geschenken en giften die een ambtenaar uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de RUD Zeeland. Er wordt een passende bestemming voor gezocht. De ambtenaar registreert de aangenomen geschenken en giften op het daarvoor bestemde formulier op SharePoint.

  • 2.3

    Geschenken en giften die een waarde van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kan de ambtenaar in afwijking van punt 2.2 behouden. Zij worden wel gemeld.

  • 2.4

    Geschenken en giften - van welke waarde dan ook - worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd wordt dit aan de leidinggevende gemeld en wordt een beslissing genomen over de bestemming van het geschenk of de gift.

  • 2.5

    Geschenken en giften worden niet geaccepteerd zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

3. Excursies, werkbezoeken, studiereizen, congressen en evenementen

  • 3.1

    Excursies, werkbezoeken, studiereizen en congressen moeten functioneel zijn en in het belang van de RUD Zeeland. Voor evenementen zal dat niet steeds een voorwaarde kunnen zijn. Hier geldt als regel dat meerdere personen of instanties moeten zijn uitgenodigd zodat de openheid gegarandeerd wordt.

  • 3.2

    Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.

  • 3.3

    Er moet vooraf toestemming zijn verleend door de leidinggevende.

  • 3.4

    De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen.

  • 3.5

    De RUD Zeeland betaalt in ieder geval de reis- en verblijfkosten.

4. Lunches, diners en recepties

  • 4.1

    Lunches, diners en recepties moeten functioneel zijn.

  • 4.2

    Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.

  • 4.3

    Uitnodigingen worden gemeld, zo mogelijk vooraf.

  • 4.4

    Bij lunches en diners moet waar mogelijk sprake zijn van wederkerigheid (bijv. om de beurt betalen).

  • 4.5

    De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen.

5. Verrichten van incidentele diensten voor derden in werktijd (houden van presentatie of lezing e.d.)

  • 5.1

    Verzoeken aan ambtenaren om incidenteel in werktijd diensten voor derden te verrichten worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd.

  • 5.2

    Vergoedingen als blijk van waardering in de vorm van cadeaubonnen, flessen wijn en dergelijke, voor zoveel de waarde daarvan niet meer is dan 50 euro, mogen worden behouden. Vergoedingen in geldbedragen mogen nooit worden geaccepteerd.

6. Draaideurconstructies

  • 6.1

    Ambtenaren kunnen, anders dan bij hoge uitzondering na instemming van het dagelijks bestuur, niet worden ingehuurd om tegelijkertijd als externe voor de RUD Zeeland werkzaamheden te verrichten.

  • 6.2

    Voormalige ambtenaren van de RUD Zeeland worden, anders dan bij hoge uitzondering na instemming van het dagelijks bestuur, niet binnen 2 jaar na ontslag ingehuurd voor het verrichten van werkzaamheden voor de RUD Zeeland.

7. Nevenactiviteiten (hoofdstuk F.1 lid 1 t/m 3 van de CAP)

  • 7.1

    Ambtenaren melden nevenactiviteiten bij de directeur.

  • 7.2

    Nevenactiviteiten van ambtenaren die een functie vervullen waarvoor een hogere salarisschaal geldt dan salarisschaal 13 worden geregistreerd in een algemeen dossier.

  • 7.3

    Het is de ambtenaar verboden om nevenwerkzaamheden te verrichten die strijdig zijn met de uitoefening van zijn functie in openbare dienst.

8. Verklaring omtrent het Gedrag (VOG)

Voordat de ambtenaar kan worden aangesteld dient hij een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen aan de RUD Zeeland. De kosten hiervoor worden vergoed door de RUD Zeeland.

 

Paragraaf 3. Bestaande wettelijke en rechtspositionele gedragsregels inzake integriteit

Een groot aantal gedragsregels die van belang zijn in verband met de integriteit van de ambtenaar is al neergelegd in wettelijke en rechtspositionele voorschriften.

 

Wetboek van Strafrecht (WvS):

  • -

    verduistering (artikel 359)

  • -

    vervalsing (artikel 360)

  • -

    verduistering, beschadiging, vernieling van akten, bewijsmateriaal, bescheiden e.d. (artikel 361)

  • -

    fraude en corruptie (artikelen 362 en 363)

Wetboek van strafvordering

Verder kan worden genoemd de verplichting voor de ambtenaar om aangifte te doen van misdrijven (artikel 162 Wetboek van Strafvordering).

 

Ambtenarenwet

In de Ambtenarenwet zijn diverse zaken ten aanzien van de integriteit geregeld.

  • 1.

    In de eerste plaats bevat de Ambtenarenwet de algemene verplichting voor de openbare diensten en hun medewerkers om zich te gedragen als een goed werkgever, onderscheidenlijk een goed ambtenaar.

  • 2.

    De openbare diensten moeten daarnaast:

    • -

      een integriteitbeleid voeren dat is ingebed in het personeelsbeleid, o.a. via functioneringsgesprekken, werkoverleg, scholing en vorming;

    • -

      een gedragscode integriteit opstellen;

    • -

      jaarlijks verantwoording afleggen aan het bestuur over het gevoerde integriteitbeleid en over de naleving van de gedragscode regelen.

  • 3.

    De openbare diensten moeten ook:

    • -

      de verplichte eed of belofte voor ambtenaren bij hun aanstelling regelen; en

    • -

      voorschriften vaststellen over verbod, melding, registratie en openbaarmaking van nevenwerkzaamheden van hun ambtenaren, alsmede over verbod van financiële belangenverstrengeling en over melding van hun financiële belangen.

  • 4.

    Verder verplicht de Ambtenarenwet de openbare diensten om een procedure vast te stellen voor de melding van vermoedens van misstanden in de organisatie en biedt de Ambtenarenwet de ‘klokkenluider’ rechtsbescherming.

  • 5.

    Tenslotte is in de Ambtenarenwet geregeld dat de ambtenaar verplicht is tot geheimhouding van hetgeen hem i.v.m. zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

De CAP

Daar waar in de CAP staat vermeld ‘provincie’ moet ‘RUD Zeeland worden gelezen.

In meer algemene zin is geregeld dat de provincie en de ambtenaren verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen (artikel A.5), dat de ambtenaar verplicht is zich te gedragen naar de maatregelen van orde (artikel G.1) en dat de ambtenaar disciplinair gestraft kan worden als hij opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt (artikel G.3).

Daarnaast is in artikel F.1, onder meer ter uitvoering van de verplichtingen in de Ambtenarenwet, een aantal specifieke gedragsregels opgenomen. Die hebben betrekking op de melding, registratie en openbaarmaking van nevenwerkzaamheden (lid 1), het verbod om bepaalde nevenwerkzaamheden te verrichten (lid 2), de verplichting om inkomsten uit nevenfuncties die verricht worden in het kader van de vervulling van de functie in de provinciale kas te storten (lid 3), het verbod om deel te nemen aan aannemingen of leveringen ten behoeve van de provincie (lid 4), het verbod tot verzoeken of aannemen van steekpenningen of andere vormen van bevoordeling (lid 5), het verbod ten eigen bate of ten bate van derden diensten te laten verrichten door provinciale ambtenaren, provinciale eigendommen te gebruiken of gebruik te maken van kennis uit hoofde van zijn functie (lid 6), de verplichting voor de ambtenaar om bij aanstelling de eed of belofte af te leggen (lid 7), de melding en registratie van financiële belangen (lid 8) en het verbod van financiële belangenverstrengeling (lid 9). De hierboven genoemde verboden hebben overigens niet steeds een absoluut karakter.

Tenslotte is in artikel F.1, elfde lid, de verplichting opgenomen voor bij de provincie werkzame personen de procedure van en rechtsbescherming bij melding van (vermeende) misstanden te regelen. Daarvoor is de Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand getroffen.

 

Slotbepalingen

 

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Handreiking gedragscode RUD Zeeland

 

Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland van 28 september 2015,

 

de voorzitter, A.G. van der Maas

de secretaris, ing. A. van Leeuwen MPA