Vanaf 1 januari 2015 wordt het toekennen van een individuele inkomenstoeslag een bevoegdheid. Dit is het gevolg van het woordje 'kan' in artikel 36 lid 1 Participatiewet. Dit betekent dat kan worden afgezien van het toekennen van een individuele inkomenstoeslag, ook al voldoet de aanvrager aan de voorwaarden voor de toeslag.
Het is echter niet de bedoeling dat nooit een individuele inkomenstoeslag wordt verstrekt. Er kan wel besloten worden om de wettelijke doelgroep in te perken door bijvoorbeeld een bepaalde groep (studenten) uit te sluiten. Wie van het toekennen van een individuele inkomenstoeslag worden uitgesloten is in deze beleidsregels vastgelegd.
3.Zicht hebben op inkomensverbetering:
Personen die zicht hebben op inkomensverbetering komen niet in aanmerking voor een Individuele inkomenstoeslag.
Het zicht hebben op inkomensverbetering is o.a. afhankelijk van:
- -
de krachten en bekwaamheden van de desbetreffende persoon alsmede van
- -
de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Dit vereist een individuele beoordeling.
Krachten en bekwaamheden van de betrokkene:
Voor de persoon waarvan is vastgesteld dat hij/ zij behoort tot de groep personen waarvan wordt geacht dat zij binnen afzienbare tijd een reële kans op inkomensverbetering te hebben door werkaanvaarding.
De hieronder genoemde groepen personen worden in ieder geval geacht binnen afzienbare tijd uitzicht te hebben op inkomens verbetering. Zij hebben daardoor geen recht op een individuele inkomensondersteuning:
-studerenden en pas afgestudeerden.
Hieronder wordt verstaan:
- ∘
personen die uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgen of korter dan 6 maanden geleden dit onderwijs hebben verlaten;
- ∘
personen die met behoud van uitkering een opleiding volgen of korter dan 6 maanden geleden deze opleiding hebben verlaten;
- -
personen die korter dan zes maanden geleden werkloos zijn geworden, zowel uit dienstbetrekking als uit zelfstandige arbeid (zowel uit full time als part time dienstbetrekking).
Inspanningen die de persoon heeft verricht:
Voor iedereen die op grond van de Participatiewet een uitkering ontvangt wordt, ongeacht de afstand tot de arbeidsmarkt een actieve houding verwacht ten aanzien van re integratie en participatie. Zij moeten hun krachten en bekwaamheden zodanig benutten en zich zodanig inspannen dat dit uiteindelijk leidt tot inkomensverbetering en uiteindelijk volledige uitkeringsonafhankelijkheid.
Voor de groep personen met een geringe afstand tot de arbeidsmarkt is een actieve houding vereist ten aanzien van participatie en re-integratie door middel van het naar vermogen solliciteren en arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen. Voor de groep personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ligt de nadruk meer op een actieve houding ten aanzien van participatie en het daarmee een bijdrage leveren aan de maatschappij (tegenprestatie).
De hieronder genoemde groepen personen worden in ieder geval geacht dat zij zich in onvoldoende mate hebben ingespannen om de afstand tot arbeidsinschakeling te verkleinen danwel zicht te hebben op inkomens verbetering of volledige uitkeringsonafhankelijkheid. Zij hebben daardoor geen recht op een individuele inkomensondersteuning:
- -
personen die zich in de periode van 12 maanden voorafgaande aan de peildatum in onvoldoende mate hebben ingespannen ten aanzien van de aan zijn uitkering verbonden verplichtingen t.a.v. arbeid, re-integratie en participatie en als gevolg daarvan een waarschuwing of een afstemming hebben gekregen. Voor de beoordeling van het recht op de individuele inkomenstoeslag is het moment van de gedraging bepalend;
- -
personen met inkomsten uit (part time of full time) arbeid welke lager is dan het inkomen zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening Individuele inkomenstoeslag en die de 12 maanden voorafgaande aan de peildatum geen aantoonbare inspanningen hebben verricht om een hoger inkomen te verwerven.
Met deze laatste groep van personen wordt beoogd dat werkenden die bewust kiezen voor een deeltijdbaan maar die op zichzelf wel het potentieel hebben om inkomensverbetering te realiseren in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag.
4.Inherente afwijkingsbevoegdheid
Met toepassing van artikel 4:84 Awb kan in voorkomende gevallen van deze beleidsregels worden afgeweken.
5.Hardheidsclausule
Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing ervan tot kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid leidt.
6.Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Verordening individuele inkomenstoeslag 2015.
7.Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2015.