A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

Brussel, 17 maart 1948

B. TEKST

De Franse en de Engelse tekst van het Verdrag zijn bij Koninklijk besluit van 30 november 1948 bekendgemaakt in Stb. I 519.

Zie voor wijziging en aanvulling van de tekst van het Verdrag Trb. 1954, 178 en rubriek J hieronder.

C. VERTALING

De vertaling van het Verdrag is bij Koninklijk besluit van 30 november 1948 bekendgemaakt in Stb. I 519.

Een vertaling van het gewijzigde en aangevulde Verdrag is afgedrukt in het Jaarboek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken 1954/55, blz. 207.

D. PARLEMENT

Zie Trb. 1952, 71.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 1952, 71.

F. TOETREDING

Zie Trb. 1955, 108.

Door de inwerkingtreding van het op 14 november 1988 te Londen tot stand gekomen Protocol tot wijziging en aanvulling van het onderhavige Verdrag (zie rubriek J hieronder) zijn, krachtens artikel I van dat Protocol, tot het Verdrag toegetreden:

Portugal27 maart 1990
Spanje27 maart 1990

Door de inwerkingtreding van het op 20 november 1992 te Rome tot stand gekomen Protocol tot wijziging en aanvulling van het onderhavige Verdrag (zie rubriek J hieronder) is, krachtens artikel I van dat Protocol, tot het Verdrag toegetreden:

Griekenland 6 maart 1995

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1952, 71.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 1952, 71, Trb. 1954, 178, Trb. 1955, 108 en Trb. 1957, 10.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Handvest van de Verenigde Naties zie ook, laatstelijk, Trb. 1994, 277.

Voor het op 26 juni 1945 te San Francisco tot stand gekomen Statuut van het Internationale Gerechtshof zie ook, laatstelijk, Trb. 1987, 114.

Voor het op 7 november 1949 te Parijs tot stand gekomen Verdrag tot uitbreiding en coördinatie van de toepasselijkheid van de wetgeving inzake sociale zekerheid op de onderdanen van de landen welke partij zijn bij het Verdrag van Brussel, zie ook Trb. 1957, 11.

Voor het op 17 april 1950 te Brussel tot stand gekomen Verdrag betreffende de stagiaires zie ook, laatstelijk, Trb. 1960, 159.

Voor het op 17 april 1950 te Brussel tot stand gekomen Verdrag betreffende grensarbeiders zie ook Trb. 1960, 158.

Voor het op 23 oktober 1954 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag inzake de toetreding van de Bondsrepubliek Duitsland zie ook Trb. 1960, 122.

Voor het op 23 oktober 1954 te Parijs tot stand gekomen Protocol tot wijziging en aanvulling van het Verdrag van Brussel zie ook, laatstelijk, Trb. 1966, 265.

Voor de op 23 oktober 1954 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de aanwezigheid van buitenlandse troepen in de Bondsrepubliek Duitsland zie ook Trb. 1990, 165.

Op 14 november 1988 is te Londen een Protocol tot wijziging en aanvulling van het onderhavige Verdrag tot stand gekomen; van dat Protocol zijn tekst en vertaling geplaatst in Trb. 1989, 38; zie ook Trb. 1992, 206.

Op 20 november 1992 is te Rome een Protocol tot wijziging en aanvulling van het onderhavige Verdrag tot stand gekomen; van dat Protocol zijn tekst en vertaling geplaatst in Trb. 1993, 2; zie ook Trb. 1995, 103.

Op 20 november 1992 is te Rome een Document inzake geassocieerd lidmaatschap van de West-Europese Unie van Noorwegen, Turkije en IJsland tot stand gekomen. De Engelse tekst van het Document luidt als volgt:

Document on Associate Membership of WEU of the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey

1. The Ministers of Foreign Affairs of the member States of WEU and the Ministers of Foreign Affairs of the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey met in Rome on 20 November 1992. They reaffirmed the commitments which bind their countries aimed at ensuring peace and security in Europe. In this connection, they welcomed the development of the European security and defence identity. Determined, taking into account the role of WEU as the means to strengthen the European pillar of the Atlantic Alliance, to put the relationship between WEU and the other European States of the Atlantic Alliance on a new basis in order to promote stability and security in Europe, they recalled the Declaration in which the WEU Council of Ministers invited these States on 10 December 1991 in Maastricht to become associate members of WEU.

2. In this context, they recalled the invitation issued on 30 June 1992 by the German Minister of Foreign Affairs and the then Chairman-in-Office of the WEU Council to the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey to open discussions with a view to their possible association to WEU. During these exchanges of views, it has been confirmed that the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey accept the determination of the WEU member States to strengthen the role of WEU in the longer term perspective of a common European defence policy compatible with that of the Atlantic Alliance, and that they accept in full Section A of Part III of the Petersberg Declaration.

Following these discussions, the Ministers of Foreign Affairs of WEU confirmed their wish to see the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey become associate members of WEU.

Ministers considered, moreover, that the association of these three countries represents a significant step in the strengthening of the European pillar of the Atlantic Alliance, and thus of the transatlantic link itself, in the spirit of the Declaration of Rome on Peace and Cooperation of 8 November 1991.

3. Accordingly, and without the following elements entailing any changes to the modified Brussels Treaty, the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey become associate members of WEU. They may, although not being parties to the modified Brussels Treaty, participate fully in the meetings of the WEU Council – without prejudice to the provisions laid down in Article VIII –, of its working groups and of the subsidiary bodies, subject to the following provisions:

– at the request of a majority of the member States, or of half of the member States including the Presidency, participation may be restricted to full members;

– they will have the right to speak but may not block a decision that is the subject of consensus among the member States;

– they may associate themselves with the decisions taken by member States; they will be able to participate in their implementation unless a majority of the member States, or half of the member States including the Presidency, decide otherwise;

– the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey will be able to be associated to the Planning Cell through a permanent liaison arrangement;

– the will take part on the same basis as full members in WEU military operations to which they commit forces;

– they will be connected to the member States' telecommunications system (WEUCOM) for messages concerning meetings and activities in which they participate;

– they will be asked to make a financial contribution to the Organization's budgets.

For practical reasons, space activities will be restricted to the present members until the end of the experimental phase of the Satellite Centre in 1995. During this phase the new member and associate members will be kept informed of WEU's space activities. Appropriate arrangements will be made for associate members to participate in subsequent space activities at the same time as decisions are taken on the continuation of such activities.

4. The Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey will have the same rights and responsibilities as the full members for functions transferred to WEU from other fora and institutions to which they already belong.

5. The Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey will become associate members of WEU on the day the Hellenic Republic becomes a member of WEU. In the meantime, the Republic of Iceland, the Kingdom of Norway and the Republic of Turkey will be considered as active observers to WEU.

Het Document is ondertekend voor:

België20 november 1992
Duitsland20 november 1992
Frankrijk20 november 1992
Italië20 november 1992
Het Koninkrijk der Nederlanden20 november 1992
Luxemburg20 november 1992
Noorwegen20 november 1992
Portugal20 november 1992
Spanje20 november 1992
Turkije20 november 1992
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland20 november 1992
IJsland20 november 1992

Noorwegen, Turkije en IJsland zijn geassocieerde leden van de West-Europese Unie geworden op 6 maart 1995.

Uitgegeven de vijfentwintigste april 1995

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. VAN MIERLO

Naar boven