Besluit aanwijzen specialisatie

1 mei 2012

De Raad voor Rechtsbijstand (hierna: de Raad),

Gelet op:

  • artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Stb. 2007, 375, hierna: de Wbtv);

  • artikel 10, tweede lid, van het Besluit beëdigde tolken en vertalers (Stb. 2008, 555: hierna: het Besluit btv);

  • de Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 13 januari 2011 tot wijziging van de Regeling houdende aanwijzing tot bewerker en verlening van mandaat en machtiging van de Minister van Justitie aan de raad voor de rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch betreffende het register beëdigde tolken en vertalers, (Stcrt. 19 januari 2011, 1030);

  • het Besluit specialisatie van 1 mei 2012;

  • het advies van het Kwaliteitsinstituut beëdigde tolken en vertalers van 26 maart 2012;

Stelt het volgende Besluit aanwijzen specialisatie vast:

Aanwijzen specialisatie

Artikel 1

De specialisaties die op verzoek in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) kunnen worden vermeld, worden aangewezen en neergelegd in de bijlagen bij dit besluit.

Artikel 2

Een specialisatie wordt aangewezen indien daar naar het oordeel van de Raad aanleiding toe bestaat.

Inwerkingtreding

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag van publicatie daarvan in de Staatscourant en wordt aangehaald als Besluit aanwijzen specialisatie.

1 mei 2012

Raad voor Rechtsbijstand, P.J.M. van den Biggelaar, Directeur stelsel.

BIJLAGE: TOLK IN STRAFZAKEN

Tolk in strafzaken

Artikel 1

Als specialisatie wordt aangewezen de bekwaamheid ‘tolk in strafzaken’.

De voorwaarden

Artikel 2

De specialisatie ‘tolk in strafzaken’ kan in het Rbtv worden vermeld indien, in aanvulling op de voor inschrijving in het Rbtv vereiste competenties, wordt aangetoond dat over de volgende competenties wordt beschikt:

  • a. kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht van het land waarin de brontaal de standaardtaal is;

  • b. kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht van het land waarin de doeltaal de standaardtaal is;

  • c. tolkvaardigheid in strafzaken;

  • d. minimaal 50 uren ervaring als tolk in strafzaken.

Verlenging

Artikel 3

De specialisatie ‘tolk in strafzaken’ kan bij een volgende periode van inschrijving in het Rbtv worden vermeld, indien wordt aangetoond dat:

  • a. de onder artikel 2, aanhef en onder a en b, genoemde kennis op peil is gehouden doordat vanaf het moment van vermelding van de specialisatie tot aan het einde van de periode van inschrijving in het Rbtv jaarlijks gemiddeld minimaal 4 PE-punten zijn behaald met scholingsactiviteiten, zoals bedoeld in het Besluit permanente educatie Wbtv;

  • b. minimaal 50 uur in strafzaken is getolkt.

31 mei 2012

Raad voor Rechtsbijstand,

P.J.M. van den Biggelaar,

Directeur stelsel.

Toelichting

Artikel 1

Binnen de strafrechtsketen is het van groot belang dat gebruik wordt gemaakt van tolken en vertalers waarvan de kwaliteit en integriteit gewaarborgd is. De Wbtv is met het oog op dit belang tot stand gekomen en heeft in eerste instantie betrekking gehad op tolken en vertalers die werkzaamheden verrichten binnen het domein van politie en justitie.

Een uitvloeisel hiervan is de afnameplicht van artikel 28 van de Wbtv, waarmee wordt gewaarborgd dat binnen de keten ook enkel van tolken en vertalers uit het Rbtv gebruik wordt gemaakt voor zover die beschikbaar zijn.

Uit de rapporten ‘De juiste tolk op de juiste plaats’ van Van Duijn en Van den Reijen uit 2001 en ‘Praktisch en effectief’ van de Commissie Jurgens van februari 2005, welk rapport aan de Wbtv ten grondslag heeft gelegen, volgt dat afnemers in het justitiële domein bij de selectie van een tolk of vertaler ook aan andere of extra competenties waarde hechten dan aan de competenties die gelden voor inschrijving in het Rbtv. Het gaat dan om specifieke ervaring, kennis of vaardigheden. Deze extra competenties zijn relevant voor de afnemer bij het bepalen van de keuze voor een bepaalde tolk of vertaler.

De recente correspondentie tussen de Nationale ombudsman en de minister van Veiligheid en Justitie, alsmede de implementatie van Richtlijn 2010/64 aangaande het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures onderstrepen de noodzaak om de specialisaties tolk en vertaler in strafzaken te introduceren. Ook vanuit het werkveld (rechtbanken, openbaar ministerie, beroepsgroepen van tolken en vertalers) bereiken de Raad signalen die de publicatie en implementatie van uitvoeringsbeleid voor tolken en vertalers in strafzaken bepleiten.

Met het oog hier op is de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ aangewezen.

Het Kwaliteitsinstituut heeft onderzoek verricht naar de benodigde specifieke bekwaamheden voor de specialisatie ‘tolk in strafzaken‘ en een voorstel gedaan voor aanvullende bekwaamheden waarover een dergelijke tolk moeten beschikken. Dat voorstel is hier als uitgangspunt genomen.

In afwijking van het advies van het Kwaliteitsinstituut is er echter niet voor gekozen om er van uit te gaan dat het Nederlands de bron- of doeltaal is van de talencombinatie en vertaalrichting waarvoor de tolk of vertaler in het Rbtv is ingeschreven. Dat uitgangspunt vindt geen steun in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wbtv. Een tolk of vertaler kan ook in het Rbtv worden ingeschreven voor een talencombinatie of vertaalrichting waarbij het Nederlands niet de bron- of doeltaal is. Daarnaast geldt dat bij onder name afnameplichtige opdrachtgevers behoefte bestaat aan het vermelden van specialisaties, en het Nederlands dan veelal de bron- of doeltaal zal zijn, maar het niet uitsluitend deze opdrachtgevers zijn waarvoor het vermelden van de specialisaties bedoeld is.

Ook is er in afwijking van het advies van het Kwaliteitsinstituut er vooralsnog niet voor gekozen om als specialisatie ‘interceptietolken’ aan te wijzen. Dat heeft ermee te maken dat in tegenstelling tot de specialisaties ‘tolk in strafzaken’ en ‘vertaler in strafzaken’ de Raad niet is gebleken dat er vraag en dus behoefte bestaat aan het vermelden van de specialisatie ‘interceptietolken’. Het Kwaliteitsinstituut spreekt overigens ook van vermoedelijke vraag en behoefte. Momenteel worden interceptietolken hoofdzakelijk door de politie ingezet. De politie heeft een – op het Rbtv gebaseerde – eigen register waaruit het put. De politie kan daar naar eigen goeddunken gegevens aan toevoegen die voor haar relevant zijn. Omdat de afnameplicht niet ziet op specifieke bekwaamheden, is er ook anderszins geen aanleiding om gegevens over interceptietolken toegankelijk te maken. Met het oog op de veiligheid van de betrokken tolken ligt het bovendien niet voor de hand dat deze gegevens in het Rbtv worden opgenomen. Tot slot – en niet onbelangrijk – zijn de door het Kwaliteitsinstituut geformuleerde voorwaarden moeilijk aan te tonen en daarmee te hanteren.

Artikel 2

De Stichting Instituut Gerechtstolk & Vertalers (hierna: de SIGV) biedt reeds sinds 1994 taalgebonden opleidingen ‘Gerechtstolken in strafzaken’ aan. Die opleidingen zijn erop gericht basistolken op te leiden tot gekwalificeerde en professionele gerechtstolken en omvat vrijwel alle kennis- en vaardigheidsonderdelen die, overeenkomstig het advies van het Kwaliteitsinstituut, vereist zijn voor de specialisatie ‘tolk in strafzaken’. Daarmee is de opleiding van de SIGV de norm voor de kennis en vaardigheden die hier worden genoemd.

In het advies van het Kwaliteitsinstituut is echter neergelegd dat een tolk die de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ krijgt vermeld, alle facetten van het werk als tolk moet beheersen. Daaronder valt ook het zogenaamde fluistertolken. In de opleidingen van de SIGV werd daaraan in het verleden nog geen aandacht besteed. De afgelopen jaren gebeurde dat in zeer beperkte omvang. Pas met ingang van het studiejaar 2011–2012 is fluistertolken een onderdeel van het curriculum en de toetsing van de opleidingen van de SIGV. Er zijn in Nederland ook geen andere opleidingen en toetsen waarmee tolken afdoende kunnen aantonen te beschikken over deze competentie. Omdat de competentie dus feitelijk niet aan te tonen is, heeft de Raad besloten de bekwaamheid niet in de voorwaarden voor de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ op te nemen. Zodra er wel mogelijkheden zijn om deze competentie aantoonbaar te ontwikkelen, kan dat alsnog gebeuren.

Mede om dit gebrek te compenseren, is er voor gekozen ook ervaring als tolk in strafzaken als voorwaarde te hanteren. Kort gezegd leiden een diploma van een taalgebonden opleiding van de SIGV én ervaring dus tot het vermelden van de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ bij de inschrijving in het Rbtv van de tolk.

Voor zover een tolk anderszins wil aantonen te beschikken over de gevraagde kennis en vaardigheden, is aansluiting gezocht bij eindkwalificaties die de SIGV hanteert voor de taalgeboden opleidingen ‘Gerechtstolk in strafzaken’.

Benadrukt wordt dat het hier om cumulatieve voorwaarden gaat. Ervaring als tolk in strafzaken alleen is onvoldoende voor het vermelden van de specialisatie.

Kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht

Dit betekent dat de vertaler kennis van en inzicht in belangrijke beginselen, terminologie en leerstukken van materieel en het straf(proces)recht, de rol en positie van deelnemers aan de strafrechtpleging, mede aan de hand van wetgeving en jurisprudentie, heeft opgedaan. Analyseren, oplossen en becommentariëren en in eigen bewoordingen weergegeven van strafrechtelijke casusposities en jurisprudentie horen daar ook bij. Het gaat om grondige kennis en inzicht van strafrechtelijke begrippen in zowel de bron- als de doeltaal. De belangrijkste verschillen tussen het strafrechtsysteem van het land waarin de brontaal de standaardtaal is en het land waarin de doeltaal de standaardtaal is moeten kunnen worden aangegeven. Deze kennis en dit inzicht moeten bovendien zijn getoetst door middel van een afsluitend schriftelijk examen. Uiteraard moet de vertaler dat examen hebben behaald.

Dit betekent overigens dus dat bijvoorbeeld een cursus straf(procesrecht) van OSR Juridische Opleidingen of Tolken Select, zoals die ten tijde van dit besluit worden aangeboden, niet toereikend is in dit verband. Dergelijke cursussen worden niet afgesloten met een examen.

Met ‘standaardtaal’ wordt bedoeld: de taal die algemeen bruikbaar is in het publieke domein, dat wil zeggen in alle belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media.

Deze uitleg gaat niet op voor landen met meerdere standaardtalen zoals België en Zwitserland, bijvoorbeeld het Frans. Het rechtssysteem in die landen kan echter afwijken van dat in Frankrijk.

Het onderhavige beleid kan zulke complicaties niet ondervangen. Opdrachtgevers zijn er verantwoordelijkheid voor om de juiste voorwaarden te formuleren voor een specifieke opdracht en tolken en vertalers hebben op basis van Gedragscode beëdigde tolken en vertalers de verplichting te beoordelen of ze voldoende zijn toegerust om een opdracht adequaat uit te voeren en dan te aanvaarden. Als uitgangspunt moet de formulering uit dit artikel daarom volstaan.

Tolkvaardigheid in strafzaken

Naast de algemene tolkvaardigheid, is voor deze specialisatie specifieke tolkvaardigheid nodig. Daarbij valt te denken aan het kunnen omgaan met een aantal fysieke omstandigheden tijdens bijvoorbeeld een strafrechtzitting en de aard van de communicatie (tussen de uiteenlopende actoren, zoals de advocaat, officier van justitie en strafrechters). Dat de tolk beschikt over deze specifieke tolkvaardigheid wordt aangetoond door middel van een mondelinge tolktoets waarbij een strafrechtelijke procedure, zoals een zitting bij de strafrechter of een politieverhoor, is nagebootst. Uiteraard moet de tolk geslaagd zijn voor de toets.

Ervaring als tolk in strafzaken

Zoals reeds is opgemerkt, wordt het van belang geacht dat de tolk over ervaring beschikt als ‘tolk in strafzaken’. Het gaat om 50 uren. Die uren moeten zijn getolkt in het kader van strafrechtelijke procedures. Dan kan worden gedacht aan tolken bij een politieverhoor, tijdens een zitting bij de strafrechter, bij een overleg tussen een advocaat en diens cliënt rond die strafzaak of deelname aan een rogatoire commissie. Tolken bij een gehoor van de IND of tijdens een zitting bij de vreemdelingen- (dat wil zeggen bestuurs-)rechter valt daar dan ook niet onder.

Voorts is er in afwijking van het advies van het Kwaliteitsinstituut voor gekozen om de specialisatie als ‘tolk in strafzaken’ en dus niet ‘gerechtstolk’ aan te duiden. Dat heeft er mee te maken dat de specialisatie aansluit bij de inmiddels beproefde opleiding van de SIGV. Tijdens die opleiding wordt slechts in zeer beperkte mate aandacht besteed aan het vreemdelingenrecht. De opleiding leidt een tolk immers op als gerechtstolk in strafzaken. De kennis is derhalve op het strafrecht en niet op het vreemdelingenrecht gericht. Hetzelfde geldt voor de vaardigheden die worden aangeleerd en uiteindelijk getoetst. Het gaat om tolkvaardigheid in strafzaken. Niet kan dan ook worden volgehouden dat een tolk die de opleiding van de SIGV heeft afgerond, ook zonder meer in het kader van het vreemdelingenrecht kan worden ingezet. De Raad sluit niet uit een specialisatie ‘tolk in vreemdelingenzaken’ aan te wijzen. Daarvoor is echter vereist dat kennis van het vreemdelingenrecht wordt opgedaan en wordt getoetst. Bovendien is dan van belang dat tolkvaardigheid in vreemdelingenprocedures wordt aangeleerd en eveneens wordt getoetst. Daarvan is echter nog geen sprake.

Overigens duidt een benaming van de specialisatie ‘gerechtstolk’, zoals het Kwaliteitsinstituut voorstelt, er ook op dat de tolk kan worden ingezet ten behoeve van elke gerechtelijke procedure. Dat werpt vragen op en veronderstelt ten onrechte dat een tolk die bijvoorbeeld als tolk in strafzaken is opgeleid ook kan worden ingezet ten behoeve van de meest uiteenlopende civielrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures. Die veronderstelling mist echter feitelijke basis en doet afbreuk aan het uitgangspunt ‘de juiste tolk op de juiste plaats’.

Artikel 3

Omdat ook het strafrecht en strafrechtelijke procedures, bijvoorbeeld als gevolg van wetswijzigingen en jurisprudentie, in binnen- en buitenland voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn, is het noodzakelijk dat een tolk zijn kennis en vaardigheden onderhoudt via bijscholing. De tolk moet aantoonbaar minimaal 4 uur per jaar besteden aan bijscholing op het gebied van strafrecht om voor verlenging van de vermelding van de specialisatie in aanmerking te kunnen komen.

De verplichting geldt vanaf het moment van vermelding van de specialisatie en loopt tot het einde van de periode van inschrijving in het Rbtv. Als voorbeeld: een tolk staat sinds 1 mei 2012 in het Rbtv ingeschreven. Als de tolk op het moment van inschrijving al is beëdigd, gaat een vermelding van de specialisatie ook op 1 mei 2012 in. De periode van inschrijving in het Rbtv eindigt op 1 mei 2017. De specialisatie wordt vanaf die datum ook niet meer vermeld. De inschrijving in het Rbtv brengt een bijscholingsverplichting van 80 PE-punten met zich vanaf 1 mei 2012 tot 1 mei 2017. Van die 80 PE-punten moeten er per jaar gemiddeld 4 PE-punten worden besteed aan de specialisatie.

Een ander voorbeeld: een tolk staat sinds 1 november 2012 in het Rbtv ingeschreven. De tolk moet zich nog laten beëdigen bij de rechtbank. Daarna wordt een verzoek tot specialisatie ingewilligd en op 1 januari 2013 wordt bij de inschrijving in het Rbtv de specialisatie ‘vertaler in strafzaken’ vermeld. De inschrijving loopt tot 1 november 2017 en kent een bijscholingsverplichting van weer 80 PE-punten. Dat betekent dat de tolk van die 80 PE-punten in 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 gemiddeld 4 PE-punten moet behalen ten behoeve van de specialisatie.

Een derde voorbeeld tot slot: een tolk staat sinds 1 januari 2009 in het Rbtv ingeschreven. Hij of zij dient op 1 mei 2012 een verzoek tot vermelding van de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ in. Dat verzoek wordt ingewilligd en op 1 juni 2012 wordt de specialisatie vermeld. Vanaf die datum geldt dan de bijscholingsverplichting voor de specialisatie. De inschrijving in het Rbtv en de vermelding van de specialisatie eindigen op 1 januari 2014. Voor die datum moet de vertaler 80 PE-punten hebben behaald. Van die 80 punten moet de tolk in 2012 en in 2013 gemiddeld 4 PE-punten hebben behaald met de specialisatie.

BIJLAGE: VERTALER IN STRAFZAKEN

Vertaler in strafzaken

Artikel 1

Als specialisatie wordt aangewezen de overige specifieke bekwaamheid ‘vertaler in strafzaken’.

De voorwaarden

Artikel 2

De specialisatie ‘vertaler in strafzaken’ kan in het Rbtv worden vermeld indien, in aanvulling op de voor inschrijving in het Rbtv vereiste competenties, wordt aangetoond dat over de volgende competenties wordt beschikt:

  • a. kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht van het land waarin de brontaal de standaardtaal is;

  • b. kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht van het land waarin de doeltaal de standaardtaal;

  • c. vertaalvaardigheid in strafzaken;

  • d. minimaal 25.000 woorden ervaring als vertaler in strafzaken.

Verlenging

Artikel 3

De specialisatie ‘vertaler in strafzaken’ kan bij een volgende periode van inschrijving in het Rbtv worden vermeld indien wordt aangetoond dat:

  • a. de onder artikel 2, aanhef en onder a en b, genoemde kennis op peil is gehouden doordat vanaf het moment van vermelding van de specialisatie tot aan het einde van de periode van inschrijving in het Rbtv jaarlijks gemiddeld minimaal 4 PE-punten zijn behaald met scholingsactiviteiten, zoals bedoeld in het Besluit permanente educatie Wbtv;

  • b. minimaal 25.000 woorden in strafzaken zijn vertaald.

31 mei 2012

Raad voor Rechtsbijstand,

P.J.M. van den Biggelaar,

Directeur stelsel.

TOELICHTING

Artikel 1

Binnen de strafrechtsketen is het van groot belang dat gebruik wordt gemaakt van tolken en vertalers waarvan de kwaliteit en integriteit gewaarborgd is. De Wbtv is met het oog op dit belang tot stand gekomen en heeft in eerste instantie betrekking gehad op tolken en vertalers die werkzaamheden verrichten binnen het domein van politie en justitie.

Een uitvloeisel hiervan is de afnameplicht van artikel 28 van de Wbtv, waarmee wordt gewaarborgd dat binnen de keten ook enkel van tolken en vertalers uit het Rbtv gebruik wordt gemaakt voor zover die beschikbaar zijn.

Uit de rapporten ‘De juiste tolk op de juiste plaats’ van Van Duijn en Van den Reijen uit 2001 en ‘Praktisch en effectief’ van de Commissie Jurgens van februari 2005, welk rapport aan de Wbtv ten grondslag heeft gelegen, volgt dat afnemers in het justitiële domein bij de selectie van een tolk of vertaler ook aan andere of extra competenties waarde hechten dan aan de competenties die gelden voor inschrijving in het Rbtv. Het gaat dan om specifieke ervaring, kennis of vaardigheden. Deze extra competenties zijn relevant voor de afnemer bij het bepalen van de keuze voor een bepaalde tolk of vertaler.

De recente correspondentie tussen de Nationale ombudsman en de minister van Veiligheid en Justitie, alsmede de implementatie van Richtlijn 2010/64 aangaande het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures onderstrepen de noodzaak om de specialisaties tolk en vertaler in strafzaken te introduceren. Ook vanuit het werkveld (rechtbanken, openbaar ministerie, beroepsgroepen van tolken en vertalers) bereiken de Raad signalen die de publicatie en implementatie van uitvoeringsbeleid voor tolken en vertalers in strafzaken bepleiten.

Met het oog hier op is de specialisatie ‘vertaler in strafzaken’ aangewezen.

Het Kwaliteitsinstituut Wbtv heeft onderzoek verricht naar de benodigde specifieke bekwaamheden voor de specialisatie ‘vertaler in strafzaken‘ en een voorstel gedaan voor aanvullende bekwaamheden waarover een dergelijke vertaler moet beschikken. Dat voorstel is hier als uitgangspunt genomen.

In afwijking van het advies van het Kwaliteitsinstituut is er echter niet voor gekozen om er van uit te gaan dat het Nederlands de bron- of doeltaal is van de talencombinatie en vertaalrichting waarvoor de tolk of vertaler in het Rbtv is ingeschreven. Dat uitgangspunt vindt geen steun in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wbtv. Een tolk of vertaler kan ook in het Rbtv worden ingeschreven voor een talencombinatie of vertaalrichting waarbij het Nederlands niet de bron- of doeltaal is. Daarnaast geldt dat bij onder name afnameplichtige opdrachtgevers behoefte bestaat aan het vermelden van specialisaties, en het Nederlands dan veelal de bron- of doeltaal zal zijn, maar het niet uitsluitend deze opdrachtgevers zijn waarvoor het vermelden van de specialisaties bedoeld is.

Ook is er in afwijking van het advies van het Kwaliteitsinstituut vooralsnog niet voor gekozen om als specialisatie ‘interceptietolken’ aan te wijzen. Dat heeft ermee te maken dat in tegenstelling tot de specialisaties ‘tolk in strafzaken’ en ‘vertaler in strafzaken’ de Raad niet is gebleken dat er vraag en dus behoefte bestaat aan het vermelden van de specialisatie ‘interceptietolken’. Het Kwaliteitsinstituut spreekt overigens ook van vermoedelijke vraag en behoefte. Momenteel worden interceptietolken hoofdzakelijk door de politie ingezet. De politie heeft een – op het Rbtv gebaseerde – eigen register waaruit het put. De politie kan daar naar eigen goeddunken gegevens aan toevoegen die voor haar relevant zijn. Omdat de afnameplicht niet ziet op specifieke bekwaamheden, is er ook anderszins geen aanleiding om gegevens over interceptietolken toegankelijk te maken. Met het oog op de veiligheid van de betrokken tolken ligt het bovendien niet voor de hand dat deze gegevens in het Rbtv worden opgenomen. Tot slot – en niet onbelangrijk – zijn de door het Kwaliteitsinstituut geformuleerde voorwaarden moeilijk aan te tonen en daarmee te hanteren.

Artikel 2

De Stichting Instituut Gerechtstolk & Vertalers (hierna: de SIGV) biedt reeds sinds jaren een taalgebonden opleiding ‘Juridisch vertaler in strafzaken’ aan. Die opleiding is erop gericht basisvertalers op te leiden tot gekwalificeerde en professionele gerechtsvertalers en omvat alle kennis- en vaardigheidsonderdelen die, overeenkomstig het advies van het KI, vereist zijn voor de specialisatie ‘vertaler in strafzaken’. Daarmee is de opleiding van de SIGV de norm voor de kennis en vaardigheden die hier worden genoemd.

Voor zover een vertaler anderszins wil aantonen te beschikken over de gevraagde kennis en vaardigheden is aansluiting gezocht bij eindkwalificaties die de SIGV hanteert voor de opleiding ‘Juridisch vertaler in strafzaken’.

Benadrukt wordt dat het hier om cumulatieve voorwaarden gaat. Ervaring als vertaler in strafzaken alleen is onvoldoende voor het vermelden van de specialisatie.

Kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht (artikel 2, aanhef en onder a en b)

Dit betekent dat de vertaler kennis van en inzicht in belangrijke beginselen, terminologie en leerstukken van materieel en het straf(proces)recht, de rol en positie van deelnemers aan de strafrechtpleging, mede aan de hand van wetgeving en jurisprudentie, heeft opgedaan. Analyseren, oplossen en becommentariëren en in eigen bewoordingen weergegeven van strafrechtelijke casusposities en jurisprudentie horen daar ook bij. Het gaat om grondige kennis en inzicht van strafrechtelijke begrippen in zowel de bron- als de doeltaal. De belangrijkste verschillen tussen het strafrechtsysteem van het land waarin de brontaal de standaardtaal is en het land waarin de doeltaal de standaardtaal is moeten kunnen worden aangegeven. Deze kennis en dit inzicht moeten bovendien zijn getoetst door middel van een afsluitend schriftelijk examen. Uiteraard moet de vertaler dat examen hebben behaald.

Dit betekent overigens dus dat bijvoorbeeld een cursus straf(procesrecht) van OSR Juridische Opleidingen of Tolken Select niet toereikend is in dit verband. Dergelijke cursussen worden niet afgesloten met een examen.

Met ‘standaardtaal’ wordt bedoeld: de taal die algemeen bruikbaar is in het publieke domein, dat wil zeggen in alle belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media.

Deze uitleg gaat niet op voor landen met meerdere standaardtalen zoals België en Zwitserland, bijvoorbeeld het Frans. Het rechtssysteem in die landen kan echter afwijken van dat in Frankrijk.

Het onderhavige beleid kan zulke complicaties niet ondervangen. Opdrachtgevers zijn er verantwoordelijkheid voor om de juiste voorwaarden te formuleren voor een specifieke opdracht en tolken en vertalers hebben op basis van Gedragscode beëdigde tolken en vertalers de verplichting te beoordelen of ze voldoende zijn toegerust om een opdracht adequaat uit te voeren en dan te aanvaarden. Als uitgangspunt moet de formulering uit dit artikel daarom volstaan.

Vertaalvaardigheid in strafzaken

De vertaalvaardigheid in strafzaken wordt aangetoond door middel van een schriftelijke vertaaltoets, waarbij teksten uit een strafrechtelijke procedure worden vertaald. Uiteraard moet de vertaler geslaagd zijn voor de toets.

Ervaring als vertaler in strafzaken

Ook is van belang dat de vertaler over ervaring beschikt als ‘vertaler in strafzaken’. Naast het opdoen van aanvullende kennis en het aanleren van aanvullende vaardigheden, acht de Raad enige ervaring met het toepassen van die kennis en vaardigheden van belang. Het gaat om in dit geval om 25.000 woorden. Die woorden moeten zijn vertaald in het kader van strafrechtelijke procedures. Dan kan worden gedacht aan getuigenverklaringen, een dagvaarding en deskundigenrapporten.

Vertalen in het kader van vreemdelingrechtelijke procedures (dat wil zeggen bestuursrechtelijke procedures) valt daar dan ook niet onder.

Voorts is er in afwijking van het advies van het Kwaliteitsinstituut voor gekozen om de specialisatie als ‘vertaler in strafzaken’ en dus niet ‘vertaler in de strafrecht- en vreemdelingenketen’ aan te duiden. Dat heeft er mee te maken dat de specialisatie is gebaseerd op de opleiding van de SIGV. Tijdens die opleiding wordt er slechts in zeer beperkte mate aandacht besteed aan het vreemdelingenrecht. De kennis die tijdens de opleiding wordt opgedaan is derhalve op het strafrecht en niet op het vreemdelingenrecht gericht. Hetzelfde geldt voor de vaardigheden die worden aangeleerd en uiteindelijk getoetst. Het gaat om vertaalvaardigheid in strafzaken. Niet kan dan ook worden volgehouden dat een vertaler die de opleiding van de SIGV heeft afgerond ook zonder meer in het kader van het vreemdelingenrecht kan worden ingezet. De Raad sluit niet uit een specialisatie ‘vertaler in vreemdelingenzaken’ aan te wijzen. Daarvoor is echter vereist dat kennis van het vreemdelingenrecht wordt opgedaan en wordt getoetst. Bovendien is dan van belang dat vertaalvaardigheid in vreemdelingenprocedures wordt aangeleerd en eveneens wordt getoetst. Daarvan is echter nog geen sprake.

Artikel 3

Omdat ook het strafrecht en strafrechtelijke procedures, bijvoorbeeld als gevolg van wetswijzigingen en jurisprudentie, in binnen- en buitenland voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn, is het noodzakelijk dat een vertaler zijn kennis en vaardigheden onderhoudt via bijscholing. De vertaler moet aantoonbaar minimaal 4 uur per jaar besteden aan bijscholing op het gebied van strafrecht om voor verlenging van de vermelding van de specialisatie in aanmerking te kunnen komen.

De verplichting geldt vanaf het moment van vermelding van de specialisatie en loopt tot het einde van de periode van inschrijving in het Rbtv. Als voorbeeld: een vertaler staat sinds 1 mei 2012 in het Rbtv ingeschreven. Als de vertaler op het moment van inschrijving al is beëdigd, gaat een vermelding van de specialisatie ook op 1 mei 2012 in. De periode van inschrijving in het Rbtv eindigt op 1 mei 2017. De specialisatie wordt vanaf die datum ook niet meer vermeld. De inschrijving in het Rbtv brengt een bijscholingsverplichting van 80 PE-punten met zich vanaf 1 mei 2012 tot 1 mei 2017. Van die 80 PE-punten moeten er per jaar gemiddeld 4 PE-punten worden besteed aan de specialisatie.

Een ander voorbeeld: een vertaler staat sinds 1 november 2012 in het Rbtv ingeschreven. De vertaler moet zich nog laten beëdigen bij de rechtbank. Daarna wordt een verzoek tot specialisatie ingewilligd en op 1 januari 2013 wordt bij de inschrijving in het Rbtv de specialisatie ‘vertaler in strafzaken’ vermeld. De inschrijving loopt tot 1 november 2017 en kent een bijscholingsverplichting van weer 80 PE-punten. Dat betekent dat de vertaler van die 80 PE-punten in 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 gemiddeld 4 PE-punten moet behalen ten behoeve van de specialisatie.

Een derde voorbeeld tot slot: een vertaler staat sinds 1 januari 2009 in het Rbtv ingeschreven. Hij of zij dient op 1 mei 2012 een verzoek tot vermelding van de specialisatie ‘vertaler in strafzaken’ in. Dat verzoek wordt ingewilligd en op 1 juni 2012 wordt de specialisatie vermeld. Vanaf die datum geldt dan de bijscholingsverplichting voor de specialisatie. De inschrijving in het Rbtv en de vermelding van de specialisatie eindigen op 1 januari 2014. Voor die datum moet de vertaler 80 PE-punten hebben behaald. Van die 80 punten moet de vertaler in 2012 en in 2013 gemiddeld 4 PE-punten hebben behaald met de specialisatie.

TOELICHTING

Algemeen

De vermelding van specialisaties in het Rbtv duidt erop dat een tolk of vertaler voor een bepaalde talencombinatie of vertaalrichting over overige specifieke bekwaamheden (specialisatie) beschikt. Opdrachtgevers moeten er vanuit kunnen gaan dat aan die vermelding waarde kan worden gehecht en dat de vermelding dan ook een kwaliteit behelst. In het onderhavige besluit en de bijlagen daarbij worden daarom de voorwaarden voor vermelding van een specialisatie uitgewerkt. Slechts als aan de voorwaarden van een specialisatie wordt voldaan, wordt de specialisatie vermeld.

Artikel 1

Elke bijlage betreft een afzonderlijke specialisatie. Er is om praktische redenen voor gekozen om de aangewezen specialisatie en de voorwaarden die daarvoor gelden in bijlagen bij dit besluit neer te leggen. Voor zover opnieuw een specialisatie wordt aangewezen kan die dan op eenvoudige wijze in een bijlage worden uiteengezet en aan dit besluit worden toegevoegd.

Artikel 2

Het aanwijzen van specialisaties gebeurt met name op basis van signalen die de Raad ontvangt van partijen uit het werkveld, zoals brancheverenigingen, bureaus die bemiddelen tussen opdrachtgevers en tolken en vertalers, rechtbanken, de politie, het Openbaar Ministerie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en andere institutionele opdrachtgevers en stakeholders.

De vraag van opdrachtgevers is dan ook leidend bij het aanwijzen van specialisaties.

Er vindt regelmatig overleg met deze partijen plaats. Ook de behoefte aan de vermelding van specialisaties in het Rbtv komt daarbij aan de orde. Die behoefte wordt dus regelmatig geïnventariseerd en naar aanleiding daarvan gaat de Raad al dan niet over tot het aanwijzen van een specialisatie. Benadrukt wordt dat een tolk of vertaler alleen een verzoek tot het vermelden van specialisatie kan indienen die aangewezen is.

Een tolk of vertaler kan de Raad voorts niet verzoeken om een specialisatie aan te wijzen. Net als de inschrijving in het Rbtv beoogt de vermelding van een specialisatie, zoals gezegd, een bepaalde kwaliteit van de tolk of vertaler te garanderen. Die kwaliteit kan slechts worden gewaarborgd als er voor het vermelden van een specialisatie voorwaarden worden uiteengezet en de tolk of vertaler aantoonbaar aan die voorwaarden voldoet. Er is dus uitdrukkelijk voor gekozen dat slechts aangewezen specialisaties in het Rbtv kunnen worden vermeld en uiteraard nadat is aangetoond dat aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan. Indien als uitgangspunt wordt genomen dat elke specialisatie die de tolk of vertaler vermeldenswaardig acht, kan worden vermeld, kan de beoogde kwaliteit op geen enkele wijze worden gegarandeerd. Er ontstaat dan immers een wildgroei aan specialisaties, waarbij opdrachtgevers er niet van op aan kunnen dat ook daadwerkelijk sprake is van een specialisatie en zij dus de voor hen juiste tolk of vertaler hebben gevonden.

Naar boven