Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
---|---|---|---|---|
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2007, 37 pagina 16 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
---|---|---|---|---|
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2007, 37 pagina 16 | Overig |
25 januari 2007
Nr. C/S&A/07/257
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 18 januari 2006, arc-2006.03456/10);
Besluiten:
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Flora en Fauna over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Den Haag, 25 januari 2007
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de Algemene Rijksarchivaris, M.W. van Boven.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze:
de ProjectdirecteurProject Wegwerken Archiefachterstanden PWAA, A. van der Kooij.
Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdragers
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Minister van Financiën
Minister van Justitie
FLORA EN FAUNA
1945–1993
Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA)
concept/versie juni 2006
AMvB: Algemene maatregel van bestuur
BZK: (Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BSD: Basis Selectiedocument
CAS: Centrale Archief Selectiedienst
CRM: (Ministerie van) Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
EZ: (Ministerie van) Economische Zaken
Fin: (Ministerie van) Financiën
Jus: (Ministerie van) Justitie
KB: Koninklijk Besluit
KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap
LVV: 1946–1960 (Ministerie van) Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
LenV: 1960–1989 (Ministerie van) Landbouw en Visserij
LNV: 1989–2003 (Ministerie van) Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
2003– (Ministerie van) Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
NA: Nationaal Archief
OCW: (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OKW: (Ministerie van) Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
OM: Openbaar Ministerie
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
RAD: Rijksarchiefdienst
RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek
Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Stcrt.: Nederlandse Staatscourant
SZV: (Ministerie van) Sociale Zaken en Volksgezondheid
TK: Tweede Kamer (Kamerstukaanduiding)
VenW: (Ministerie van) Verkeer en Waterstaat
VB: Verordeningenblad voor het Nederlandsche bezette gebied
VoMil: (Ministerie van) Volksgezondheid en Milieuhygiëne
VROM: (Ministerie van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VWS: (Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WVC: (Ministerie van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
Doel en werking van het Basis Selectiedocument
Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.
Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.
Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.
Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.
Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.
De definitie van het beleidsterrein
Het Flora- en Faunabeleid houdt zich bezig met het beschermen en instandhouden van in het wild levende planten- en diersoorten. Hiervoor is een uitgebreid instrumentarium ontwikkeld dat voornamelijk bestaat uit wet- en regelgeving.
De afbakening van het beleidsterrein
Dit BSD is gebaseerd op het RIO nr. 32, ‘Flora en Fauna’ en de selectielijst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor dit beleidsterrein. De meeste handelingen in dit BSD zijn overgenomen uit het RIO Flora en Fauna’. Tevens zijn ter completering een aantal algemene handelingen toegevoegd. Het oorspronkelijke BSD voor het beleidsterrein Flora en Fauna dateert van 1999 en hierin waren deze algemene handelingen niet opgenomen. Het is echter gebruikelijk dat deze handelingen worden opgenomen in het BSD, omdat ze op vrijwel elk beleidsterrein voorkomen.
In het onderhavige BSD zijn handelingen opgenomen van de actor de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (1945–1965). De taken die de Minister van OKW had met betrekking tot natuurbescherming, werden in 1965 overgenomen door de actor de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (1965–1983). In dit BSD zijn de handelingen van deze actoren opgenomen onder de kop ‘de Minister (mede) belast met Flora en Fauna’.
Ook zijn in dit BSD handelingen opgenomen voor de Minister van Financiën, de Minister van Justitie en het onder de laatste Minister ressorterende Openbaar Ministerie.
In het RIO zijn een groot aantal handelingen opgenomen voor de verschillende commissies die vanaf 1945 op het beleidsterrein flora en fauna actief zijn geweest. In dit BSD zijn handelingen opgenomen voor de actoren de Commissie van Bijstand, de Adviescommissie Wet Bedreigde Uitheemde Diersoorten en de Natuurbeschermingsraad. Aangezien de betrokkenheid van de Ministers van OKW en CRM bij andere commissies, zoals de Jachtcommissie, de Jachtraad, het Jachtfonds en de Wildschadecommissies niet aantoonbaar aanwezig is geweest, is er voor gekozen om deze actoren niet in dit BSD op te nemen.
De handelingen die in het RIO voor de commissies zijn geformuleerd lopen nogal uiteen. Ter aanvulling van de commissiehandelingen van de bovengenoemde actoren zijn een aantal algemene commissiehandelingen opgenomen. Het gaat om de nummers 18, 19, 20, 21, 22, en 23. Zodoende wordt voorkomen dat archiefbescheiden, hetzij van de actor de Minister (mede) belast met flora en fauna, hetzij van de commissies, niet kunnen worden bewerkt en geselecteerd.
Doelstellingen en taken van de overheid op beleidsterrein Flora en Fauna
De doelstelling van het overheidsbeleid, dat zich bezig hield met in het wild levende dieren, heeft zich ontwikkeld van de bescherming van de jachtbelangen via de bescherming van de landbouwgewassen tot de bescherming van flora en fauna door instandhouding van in- en uitheemse planten- en diersoorten.
De doelstelling wordt gerealiseerd door:
– het ontwikkelen van beleid op het gebied van Flora en Fauna;
– het vastleggen van het beleid in wet- en regelgeving en beleidsnota’s;
– het verstrekken van financiële middelen aan met de uitvoering van de verschillende wetten belaste raden en commissies;
– het bekostigen van op bescherming van planten- en diersoorten gerichte projecten.
De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1945–1965)
Commissie van Bijstand
De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1965–1983)
Natuurbeschermingsraad
Adviescommissie wet bedreigde uitheemse diersoorten
De Minister van Financiën
De Minister van Justitie
Openbaar Ministerie
In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’
Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.
De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (’blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.
De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.
1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
3. Handelingen die betrekking hebben verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met de RAD, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).
Verslag van de vaststellingsprocedure
In 2006 is het ontwerp-BSD door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Financiën en de Minister van Justitie aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).
Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.
Vanaf 1 december 2006 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van genoemde Ministeries en bij de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 18 januari 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2006.03456/10), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD op 25 januari 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/07/256), de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/07/257) de Minister van Financiën (C/S&A/07/254) en de Minister van Justitie (C/S&A/07/255) vastgesteld.
Handelingnr.: Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.
Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.
Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.
Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.
Vermeld worden:
de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de Ministeriële regeling;
het betreffende artikel en lid daarvan;
de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;
wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.
Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.
Product: Waar mogelijk wordt hier vermeld welke documenten uit de handeling zijn voortgekomen.
Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.
Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).
Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.
Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.
Eventueel een nadere toelichting op de waardering.
Actoren onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
– De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1945–1965)
Hij is verantwoordelijk voor natuurbescherming en de vanuit dit oogpunt geregelde bescherming van planten- en diersoorten.
Deze commissie is ingesteld door de rechtsvoorganger van de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening bij KB (Stb. 1947, H148). Deze commissie had tot taak de Minister van Landbouw te adviseren inzake de uitvoering van de Vogelwet.
Actoren onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
– De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk als de Minister die (mede) is belast met Flora en Fauna (1965–1983)
Hij is verantwoordelijk voor natuurbescherming en de vanuit dit oogpunt geregelde bescherming van planten- en diersoorten.
Ingesteld door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk bij de Natuurbeschermingswet (Stb. 1967, 572).
De raad was in de periode 1968–1983 onderdeel van genoemd Ministerie. Sinds 1983 maakt de raad deel uit van het Ministerie van LNV. Ze had tot taak de Minister te adviseren in zaken op het gebied van natuurbescherming en het verrichten van opgedragen werkzaamheden. De Commissie van Faunabescherming is onderdeel van deze raad.
– Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten
Ingesteld door de rechtsvoorganger van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening bij Besluit (Stb. 1975, 9). Deze commissie had tot taak de staatssecretaris van LNV te adviseren over maatregelen ter uitvoering van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten enerzijds, en taken uit te voeren die bepaald waren in de Conventie van Washington.
Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën
– De Minister onder wie Financiën ressorteert
Deze Minister had enkele taken op het beleidsterrein Flora en Fauna, die voortvloeiden uit de Nuttige Dierenwet (Stb. 1914, 262), de Jachtwet (Stb. 1923, 331, Stb. 1954, 523, Stb. 1977, 387) en de wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten (Stb. 1975, 48).
Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie
– De Minister onder wie Justitie ressorteert
Deze Minister had een taak op het beleidsterrein Flora en Fauna, die voortvloeide uit de Jachtwet (Stb. 1923, 331 en Stb. 1954, 523).
Het Openbaar Ministerie had taken op het beleidsterrein Flora en Fauna, die voortvloeiden uit de Molwet (Stb. 1917, 706), de Jachtwet (Stb. 1923, 331) en de Vogelwet (Stb. 1936, 700, Stb. 1947, H12).
Actor: de Minister (mede) belast met Flora en Fauna
Algemene beleidsvoorbereiding en verantwoording
Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Bron: Begrotingen
Waardering: B 1, 2
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het beleidsterrein flora en fauna, alsmede het evalueren daarvan.
Periode: 1945–1983
Bron: Begrotingen, algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Bron: Algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief
Waardering: B 3
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van de Kamers der Staten-Generaal op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Bron: Begrotingen, algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief
Waardering: B 3
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Bron: Algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief
Waardering: B 3
Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende ‘Flora en Fauna’ en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.
Periode: 1945–1983
Product: beschikkingen, verweerschriften
Waardering: B 3
Handeling: Het (mede-)voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van internationale regelingen op het beleidsterrein flora en fauna en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.
Periode: 1945–1983
Product: internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten
Waardering: B 1
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Bron: Begrotingen, algemene handelingen opgesteld door het Nationaal Archief
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Product: voorlichtingsmateriaal
Opmerking: Het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) valt onder handeling 1.
Waardering: V, 5 jaar na afhandeling
B 3: 1 exemplaar van het gedrukte voorlichtingsmateriaal. De voorbereidende stukken worden vernietigd.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Product: offertes, brieven, rapporten
Waardering: B 1, 2
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Product: notities, notulen, brieven
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Product: rekeningen, declaraties
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Bron: Begrotingen
Product: beschikkingen
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verlenen van medewerking aan de voorbereiding van de vaststelling, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het beleidsterrein flora en fauna waarvan de Minister van OKW of CRM niet de eerste ondertekenaar is.
Periode: 1945–1983
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede-)voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur op het beleidsterrein flora en fauna, gebaseerd op wetgeving die het beleidsterrein overstijgt.
Periode: 1945–1983
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ‘zelfstandige’ Ministeriële regelingen op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen van adviescommissies ten aanzien van het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Product: Instellingsbeschikkingen
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van leden van adviescommissies werkzaam op het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Product: Besluit
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het faciliteren op het gebied van bedrijfsvoering en logistiek ten aanzien van adviescommissies.
Periode: 1945–1983
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verzoeken om en reageren op een advies van een adviescommissie inzake het beleidsterrein flora en fauna.
Periode: 1945–1983
Waardering: B (criterium 5) adviezen
V 5 jaar, Voorbereiding
Handeling: Het deelnemen aan commissies en werkgroepen inzake de voorbereiding en evaluatie van beleid dat het beleidsterrein flora en fauna raakt, waarbij het voorzitterschap en/of secretariaat bij de Minister (mede) belast met Flora en Fauna berust.
Periode: 1945–1983
Product: verslagen, nota’s, rapporten, agenda’s, notulen
Waardering: B 1, 2
Handeling: Het deelnemen aan commissies en werkgroepen inzake de voorbereiding en evaluatie van beleid dat het beleidsterrein flora en fauna raakt, waarbij het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij de Minister (mede) belast met Flora en Fauna berust.
Periode: 1945–1983
Product: verslagen, nota’s, rapporten, agenda’s, notulen
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het wijzigen en intrekken van de Vogelwet.
Periode: 1945–1983
Grondslag: interview
Product: Vogelwet
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van de modellen van de vogelvergunningen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit, art. 37 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184);
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het merkteken op een vergunning bedoeld in de Volgelwet waardoor men geprepareerde beschermde vogels onder zich mag hebben, te koop mag vragen, mag kopen en mag vervoeren.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 15bis lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een in Nederland in het wild voorkomende diersoort als beschermde diersoort.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 22 lid 1b (Stb. 1967, 572)
Product: Besluit beschermde inheemse diersoorten (Stb. 1973, 488)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van de Natuurbeschermingswet
Periode: 1965–1983
Grondslag: interview
Product: Natuurbeschermingswet
Waardering: B 1
Jachtseizoenen en raapperiodes
Handeling: Het vaststellen van de raapperiode van kievitseieren, eieren van kemphanen, wulpen, scholeksters, grutto’s, tureluurs, waterhoentjes en meeuwvogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 17 lid 1 en 2, artt. 18 en 19 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12); Vogelbesluit 1937, art. 12 en 13 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Product: AMvB
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen van de tijd waarin vergunning kan worden verleend tot het zoeken, rapen en in het veld vervoeren van eieren van meeuwvogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 18 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: Vogelbesluit 1937, art. 13 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Opmerking: Zie ook Vogelbesluit, art. 27 en Vogelbeschikking, § 6 (Stcrt. 1937, 162) (vergunningen)
Waardering: B 1
Handeling: Het bepalen van de tijdvakken of delen van het Rijk waarin bepaalde vogelsoorten niet beschermd zullen zijn.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 3 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen inzake het verlenen van in de Vogelwet genoemde vergunningen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 27 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: Vogelbesluit 1937, artt. 23, 24 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen om dode beschermde vogels onder zich te hebben, te koop te vragen, te kopen en te vervoeren alsmede tot het te koop aanbieden, verkopen, afleveren, ten vervoer aanbieden en in te voeren van geprepareerde beschermde vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 25 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van soorten beschermde vogels (uitgezonderd verminkte vogels) waaraan vergunning kan worden verleend ze te vangen voor de kooi of voor de jacht, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, zowel binnen als buiten het veld te vervoeren en ten vervoer aan te bieden, benevens de voor de jacht gevangen vogels in te voeren, door te voeren of uit te voeren.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 11 lid 1 en 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12); Vogelbesluit 1937, artt. 9 en 10 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Product: AMvB
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen tot het onder zich hebben van geprepareerde beschermde vogels met een merkteken van de vergunninghouder.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 25bis (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb.1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen beschermde vogels te vangen voor de jacht of de kooi, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, zowel binnen als buiten het veld te vervoeren en ten vervoer aan te bieden.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 24 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden over het verlenen van vergunningen door de Minister of, voor wat het vervoeren betreft, door de door die Minister aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 26 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake vergunningen voor het zoeken, rapen en in het veld vervoeren van eieren van meeuwvogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 27 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het (kunnen) verlenen van vergunningen verboden activiteiten te verrichten ten aanzien van beschermde vogels, hun nesten en eieren in belang van de vogelstand, de opvoeding of de wetenschap.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 28 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen G voor het doden van vogels met verboden vuurwapens door de Minister of door hem aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 28bis (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb.1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor het vervoeren en ten vervoer aanbieden van eieren en nesten van beschermde vogels.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 30. (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Opmerking: Art. 30 is vervallen, KB 10 mei 1947, Stb. H 148
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor het doden en vogels met verboden vangmiddelen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 31 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verstrekken van vergunningen anders dan bij wet genoemd.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 34 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van regelen en voorwaarden inzake het verlenen van vergunningen voor het vervoeren en ten vervoer aanbieden van geprepareerde beschermde vogels door de Minister of door hem aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 29 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het niet langer tot beschermde vogels rekenen van vogelsoorten, voor bepaalde of onbepaalde tijd, voor het gehele Rijk of een gedeelte hiervan, omwille van de vogelstand of schade.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: AMvB
Waardering: B 1
Handeling: Het voorwaardelijk toestaan dat preparateurs dode beschermde vogels te koop aanbieden, verkopen, afleveren, ter verzending aan hen vervoeren en ten vervoer aanbieden.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 16 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Deze handeling is komen te vervallen door de wijziging van 10 januari 1947.
Waardering: B1
Handeling: Het bepalen welke beschermde vogels gevangen mogen worden voor de kooi of voor de jacht, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, in te voeren, door te voeren of uit te voeren.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 11 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: AMvB
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur omtrent levende diersoorten waarvan het verboden is deze ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren.
Periode: 1977–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 2 (Stb. 1975, 48)
Product: Besluit bedreigde uitheemse diersoorten (Stb. 1977, 370)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur na overleg met de Minister van Economische Zaken omtrent soorten levende dieren en herkenbare delen waarvan het voortbestaan wordt bedreigd waarvan het verboden is ze onder zich te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren.
Periode: 1975–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 3 lid 2 (Stb. 1975, 48)
Product: Besluit (Stb. 1980, 454) en wijziging van Wet bedreigde uitheemse diersoorten (Stb. 1983, 444)
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren aan welke houders van vogelvergunningen inzage moeten verlenen in hun administratie met betrekking tot de kooivogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 8 lid g (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de Controleurs-Vogelwet 1936 en het geven van aanwijzingen voor uitoefening van hun functie.
Periode: 1947–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, artt. 9, 13 en 18 (Stcrt. 1937, 162, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1947, 105)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het aanwijzen van mensen die belast zijn met het opsporen van bij de Vogelwet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 30 lid 3 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het aanstellen van personen welke gemachtigd zijn houders van geprepareerde vogels de dieren te laten voorzien van een merkteken.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het aanwijzen van personen die houder van Vogelvergunning I verplicht de onder zich hebbende geprepareerde beschermde vogels te voorzien van een metalen plaatje met sluiting met volgnummer en de letters C.V.
Periode: 1977–1983
Grondslag: Beschikking Staatssecretaris CRM 28 jan. 1977, N.L.B./F.F.24300
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die controle uitoefenen op houders van vogelvergunningen B-1.
Periode: 1980–1983
Grondslag: Rondschrijven CRM 10 juli 1980
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
Handeling: Het aanwijzen van personen die mede belast zijn met het opsporen van strafbare feiten.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 28 lid 1 (Stb. 1967, 572)
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het (kunnen) instellen van een Commissie van Bijstand welke tot taak heeft de Minister van Landbouw desgevraagd of uit eigener beweging te adviseren omtrent maatregelen, met betrekking tot de vogelwet genomen of te nemen, en hem des gevraagd bij de uitvoering bij te staan.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Vervallen bij KB 19 mei 1947, Stb. 148
Waardering: B 4
Handeling: Het stellen van nadere regelen ten aanzien van de bevoegdheid, samenstelling, benoeming en werkwijze van de commissie.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: Vogelbesluit 1937 art. 4–8. Vervallen bij KB 10 mei 1947, nr. H 148.
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie van Bijstand en het toevoegen van adviserende leden.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 4 en 5 (Stb. 1937, 647)
Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het aanwijzen van organisaties met welke de Minister van Landbouw overleg pleegt inzake het benoemen van leden van de Commissie van Bijstand.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 4 lid 3 (Stb. 1937, 647)
Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het op verzoek laten vergaderen van de Commissie van Bijstand.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 6 lid 1 (Stb. 1937, 647)
Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het Reglement van de Commissie van Bijstand.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 8 (Stb. 1937, 647)
Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)
Waardering: V, 5 jaar
Bedreigde uitheemse diersoorten
Handeling: Het aanwijzen van personen die belast zijn met de opsporing van bij de Wet bedreigde uitheemse diersoorten gestelde strafbare feiten.
Periode: 1977–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 8 (Stb. 1975, 48)
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het instellen van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1975–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 (Stb. 1975, 48)
Product: Besluit
Waardering: B 4
Adviescommissie Wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten
Handeling: Het (kunnen) geven van nadere voorschriften omtrent de benoeming, samenstelling, werkwijze en bevoegdheid van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1975–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 lid 4 (Stb. 1975, 48)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van met redenen omklede beschikkingen ingevolge de Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1977–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 13 (Stb. 1975, 48)
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van een ondervoorzitter van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 3 lid 1
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het (kunnen) toevoegen van een of meer adjunct-secretarissen aan de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 4 lid 2
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het goedkeuren van de kosten, voortvloeiend uit de werkzaamheden die door, namens of in opdracht van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten worden verricht.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 14 (Stb. 1976, 560)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van rijksambtenaren die de vergaderingen van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten kunnen bijwonen met adviserende stem.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 6 (Stb. 1976, 560)
Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris allen deskundigen op het gebied van de natuurbescherming, van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1975–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 lid 3 (Stb. 1975, 48)
Waardering: V, 10 jaar na ontslag
V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden
Handeling: Het op verzoek van de Natuurbeschermingsraad instellen van de Commissie voor de Faunabescherming.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 3 lid 6 (Stb. 1967, 572)
Waardering: B 4
Jachtakten en vogelvergunningen
Handeling: Het bepalen van de geldsom tegen welke een vogelvergunning kan worden verstrekt.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 32 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verstrekken van vogelvergunningen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 35j (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Opmerking: De handeling betreft alle soorten vogelvergunningen.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verbieden of voorwaardelijk toestaan van bepaalde aangewezen middelen voor het doden, vangen en pogen te vangen van in de Vogelwet bedoelde (beschermde) vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 23 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: B 1
Handeling: Het (kunnen) verbieden of voorwaardelijk toestaan van zich in het veld bevinden met bepaalde aangewezen middelen, geschikt tot het vangen of doden van in de Vogelwet bedoelde (beschermde) vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 23 lid 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen en wijzigen van het begrip ‘beschermde vogels’.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 1 lid 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: Vogelwet 1936 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1970, 422)
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen en wijzigen van de begrippen ‘vogels’, ‘eieren’ en ‘veld’.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 3 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: B 1
Handeling: Het aanwijzen van vogels voor de kooi en voor de jacht.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 9 en 10 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Opmerking: zie voorts art. 24 van het Vogelbesluit en §2 van de Vogelbeschikking
Waardering: B 1
Handeling: Het bepalen van vogelsoorten die niet tot de beschermde soorten gerekend zullen worden.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit, art. 3 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het bij beschikking aanwijzen van beschermde vogels en van voorwaardelijk onbeschermde vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 1 lid 2 en 3 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van een rondschrift inzake veranderingen in regelgeving aangaande onbeschermde vogels.
Periode: 1945–1983
Bron: Circulaire
Opmerking: De circulaires hebben verschillende geadresseerden.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer van vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 26 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het erkennen van preparateurs.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Deze handeling is komen te vervallen door de wijziging van 10 januari 1947.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het stellen van regels inzake het erkennen van preparateurs.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 15 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Deze handeling is komen te vervallen door de wijziging van 10 januari 1947.
Waardering: B 1
Handeling: Het verstrekken van een merkteken met vermelding van naam en nummer van de verleende Vogelvergunning.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 16 lid f (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van de Adviescommissie Wet bedreigde uitheemse dierensoorten inzake voorschriften verbonden aan ontheffingen van het verbod bedreigde diersoorten onder zich te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit, houdende regelen ter uitvoering van artikel 11, lid vier, van de wet Bedreigde uitheemse diersoorten, art. 9 (Stb. 1976, 560)
Waardering: B 1
Handeling: Het (kunnen) verlenen en intrekken met eventuele voorschriften van ontheffingen van het verbod bedreigde diersoorten onder zich te hebben, te koop aan te bieden of af te leveren.
Periode: 1977–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 5 lid 1 en 2 (Stb. 1975, 48)
Waardering: B 5
Handeling: Het (kunnen) verlenen van ontheffingen of vrijstellingen voor het vangen of doden van een beschermde diersoort.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 25 lid 1 (Stb. 1967, 572)
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van de Commissaris van de Koningin inzake het (kunnen) verlenen en intrekken van vergunningen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 23 lid 4 en 5 (Stb. 1937, 647, zoals laatstelijk gewijzigd bij Stb. 1976, 184)
Waardering: B 1
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen aan grondeigenaren, gebruikers of aan hun lasthebbers op verzoek van eigenaren of gebruikers van gronden of wateren om beschermde vogels die schade aanrichten of overlast veroorzaken of dreigen dat te doen, te doden, te vangen en daarna te vervoeren, hun nesten te verstoren en deze activiteiten door giften of beloften aan te moedigen of te belonen.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 10 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen om bepaalde soorten beschermde vogels (uitgezonderd verminkte vogels) te vangen voor de kooi of voor de jacht, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, af te leveren, zowel binnen als buiten het veld te vervoeren en ten vervoer aan te bieden, benevens de voor de jacht gevangen vogels in te voeren, door te voeren of uit te voeren.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 11 lid 1 en 2, en art. 14 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen in het belang van de vogelstand, de opvoeding of de wetenschap tot het verrichten van bij de in de Vogelwet genoemde verboden activiteiten.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 21 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van de vogelvergunningen H (schieten van beschermde vogels) en G (schieten van onbeschermde vogels) tot het gebruik maken van vuurwapenen bij het doden van beschermde vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen voor het vervoeren en ten vervoer aanbieden van beschermde vogels en eieren en nesten van beschermde vogels.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 22 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Deze handeling is vervallen per 10 januari 1947.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen (Vogelvergunning D) tot het vervoeren en ten vervoer aanbieden van op geoorloofde wijze voorhanden gehouden geprepareerde beschermde vogels en vogels bedoeld in de Vogelwet.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 24 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verstrekken van vergunningen om beschermde vogels te vangen of te doden.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit, art. 15, 16 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verstrekken van vergunningen om vogels te doden of te vangen met verboden vangmiddelen.
Periode: 1965–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 17 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het voorwaardelijk toestemming (kunnen) verlenen van het aan een vogelvergunninghouder te koop aanbieden, verkopen en afleveren van dode beschermde vogels en het ter verzending aan hen vervoeren en ten vervoer aanbieden van die vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 16 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Product: AMvB
Waardering: B 1
Handeling: Het bepalen van de prijs van een Vogelvergunning B.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 15 (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verlenen van de Vogelvergunningen D.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 29 (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bepalen van de prijs van een Vogelvergunning E.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 35 (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verstrekken van verlof tot vernietiging van het bij de Vogelvergunningen A-1, A-2, A-3 en A-4 behorende ontvangstregister met aantekeningen over de ontvangst van kooivogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 35 (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verstrekken van verlof tot vernietiging van het bij de Vogelvergunningen A-5, A-6 en A-7 behorende vangregister waarin is bijgehouden het aantal en de soort gevangen vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbesluit 1937, art. 11a (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bepalen van de geldigheidsduur van de vergunningen A-5, A-6 en A-7.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art. 6 (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen voor het onder zich hebben, te koop vragen, kopen en vervoeren van dode beschermde vogels, alsmede tot het te verkoop aanbieden, verkopen, afleveren, ten vervoer aanbieden, invoeren en doorvoeren van (geprepareerde) beschermde vogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 15 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Zie ook art. 25 van het Vogelbesluit 1937 en § 3 van de Vogelbeschikking 1937 (vergunningen)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het doen samenstellen van een lijst van vogelvergunningen B-1 en B-2 houders en preparateurs.
Periode: 1980–1983
Grondslag: Rondschrijven CRM 10 juli 1980
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vergunningen ter voorziening in de behoefte aan kooivogels.
Periode: 1945–1983
Grondslag: Vogelbeschikking 1937, art.4 (Stcrt. 1937, 162)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een in Nederland in het wild voorkomende plantensoort als beschermde plantensoort.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 2 (Stb. 1967, 572)
Product: Besluit beschermde inheemse plantensoorten (‘Rode lijst’ ) (Stb. 1973, 487)
Waardering: B 5
Handeling: Het (kunnen) verlenen van ontheffingen of vrijstellingen voor het onder zich hebben of te koop aanbieden van een beschermde plantensoort.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 25 lid 1 (Stb. 1967, 572)
Waardering: V, 5 jaar
B. Actoren onder de zorg van de primaire zorgdrager
Handeling: Het opstellen van het Reglement waarin de werkwijze en verantwoording van de uitgaven van de Commissie van Bijstand geregeld zijn.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 8 (Stb. 1937, 647)
Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)
Waardering: B 5
Handeling: Het onderzoeken van die gevallen, welke omschreven zijn in het reglement.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 7 (Stb. 1937, 647)
Opmerking: Vervallen door KB (Stb. 1947, H 148)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging de Minister (mede) belast met Flora en Fauna adviseren inzake maatregelen, met betrekking tot de uitvoering van de vogelwet genomen of te nemen, en hem desgevraagd bij de uitvoering bij te staan.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: B 3
Handeling: Het adviseren van de Minister (mede) belast met Flora en Fauna inzake het bepalen van het tijdvak of het gedeelte van het Rijk waarin een vogelsoort niet tot een beschermde soort behoort.
Periode: 1945–1947
Grondslag: Vogelbesluit art. 3 (Stb. 1937, 647)
Waardering: B 3
Actor: Adviescommissie Wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten
Handeling: Het instellen van sub-commissies met mogelijkheid van bijwonen met adviserende stem.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 5 lid 1 (Stb. 560)
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van nadere regelen omtrent werkzaamheden van de vaste- en de subcommissies.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 12 (Stb. 560)
Waardering: B 5
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag over de werkzaamheden van het afgelopen jaar.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 15 lid 1 (Stb. 560)
Waardering: B 2
Handeling: Het geven van adviezen aan de commissies alvorens voordrachten gedaan worden voor de vaststelling, de wijziging of de intrekking van een algemene maatregel van bestuur omtrent bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1976–1983
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet bedreigde uitheemse diersoorten van 1 oktober 1976, art. 9 (Stb. 560)
Waardering: B 3
Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van CRM over maatregelen met betrekking tot de uitvoering van de wet bedreigde uitheemse diersoorten en hem desgevraagd bij die uitvoering bijstaat.
Periode: 1975–1983
Grondslag: Wet bedreigde uitheemse diersoorten, art. 11 (Stb. 1975, 48)
Waardering: B 3
Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging adviseren van de Minister inzake zaken, welke op natuurbescherming betrekking hebben.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 2 (Stb. 1967, 572)
Waardering: B 3
Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging adviseren van de Minister omtrent maatregelen met betrekking tot de uitvoering van de vogelwet genomen of te nemen, en hem desgevraagd bij de uitvoering bij te staan.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Vogelwet, art. 4 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Waardering: B 3
Handeling: Het adviseren van de Minister inzake het verbieden van het onder zich hebben, te koop vragen, kopen, te koop aanbieden, ten verkoop voorhanden of voorradig hebben, verkopen of uitzetten van dieren, eieren, poppen of larven van die dieren, behorende tot een niet in Nederland van nature in het wild voorkomende soort, hetzij voor geheel Nederland hetzij voor een deel daarvan geheel of gedeeltelijk.
Periode: 1968–1983
Grondslag: Natuurbeschermingswet, art. 24a lid 1 (Stb. 1967, 562, zoals gewijzigd bij Stb. 1993, 586)
Waardering: B 3
Handeling: Het vergoeden van taxateurs voor hun werkzaamheden.
Periode: 1955–
Grondslag: Jachtwet, art. 46 lid 4 (Stb. 1954, 523, zoals gewijzigd bij Stb. 1977, 387)
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van reis- en verblijfskosten aan de leden en niet-leden van de adviescommissie Wet bedreigde uitheemse diersoorten.
Periode: 1976–
Grondslag: Besluit houdende regelen ter uitvoering van artikel 11 lid 4 van de wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten van 1 oktober 1976 art. 14
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het aanwijzen van plaatsen waar schadeloosstelling door het opheffen van jachtrechten, worden uitbetaald.
Periode: 1945–1955
Grondslag: Jachtwet, art. 73 lid 2 (Stb. 1923, 331)
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het aanwijzen van kohiers bestemd voor jachtrente.
Periode: 1971–1977
Grondslag: Jachtwet, art. 78 lid 2 (Stb. 1954, 523)
Opmerking: Deze handeling is erbij gekomen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1970, 608). Deze handeling is vervallen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1977, 387).
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het aantekenen in de kadastrale legger van het bedrag van de jachtrente bij ieder daaraan onderworpen perceel.
Periode: 1945–1955
Grondslag: Jachtwet, art. 80 (Stb. 1923, 331)
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het aantekenen van het bedrag van de jachtrente in de kadastrale legger bij ieder daaraan onderworpen perceel.
Periode: 1971–1977
Grondslag: Jachtwet, art. 78 lid 2 (Stb. 1954, 523)
Opmerking: Deze handeling is erbij gekomen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1970, 608) inzake gemeentelijke en provinciale belastingen. Hierin wordt aangekondigd dat artikel 78 is uitgebreid met een tweede lid. Deze handeling is vervallen naar aanleiding van een wijziging van de wet (Stb. 1977, 387).
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van bepalingen omtrent de afkoop van de jachtrente.
Periode: 1945–1955
Grondslag: Jachtwet, art. 83 lid 3 (Stb. 1923, 331)
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van schadevergoeding in die gevallen als in beslag genomen goederen, op grond van de Nuttige Dierenwet, niet meer terug gegeven kunnen worden.
Periode: 1945–1958
Grondslag: Nuttige dierenwet, art. 11 en 12 (Stb. 1914, 262)
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het aanwijzen, aanstellen en ontslaan van ambtenaren die belast zijn met in de jachtwet strafbaar gestelde feiten.
Periode: 1945–
Grondslag: Jachtwet, art. 43 (Stb. 1923, 331) en Jachtwet, art. 73 lid 1b (Stb. 1954, 523)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bevelen van vernietiging, teruggave of schadeloosstelling van en voor in beslag genomen voorwerpen die bij Molwet verboden zijn.
Periode: 1945–1958
Grondslag: Molwet, art. 8, 12 en 13 (Stb. 1917, 706)
Opmerking: Deze handeling is vervallen door een nieuwe wet (Stb. 1958, 296)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bevelen tot vernietiging van in beslag genomen voorwerpen die bij Molwet verboden zijn.
Periode: 1945–1955
Grondslag: Jachtwet, art. 50 (Stb. 1923, 331)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) laten vernietigen, teruggeven of het schadeloos stellen van in beslag genomen voorwerpen.
Periode: 1945–1958
Grondslag: Vogelwet, art. 32 lid 2 en art. 34 lid 1 en 2 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Deze handeling is vervallen door een nieuwe wet (Stb. 1958, 296)
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) gelasten in beslag genomen levende dieren weer in vrijheid te stellen.
Periode: 1945–1958
Grondslag: Vogelwet, art. 32 lid 1 (Stb. 1936, 700, zoals gewijzigd bij Stb. 1947, H12)
Opmerking: Deze handeling is vervallen door een nieuwe wet (Stb. 1958, 296)
Waardering: V, 5 jaar
BSD nr. | RIO nr. | Toelichting |
---|---|---|
1–23 | – | Toegevoegde algemene handelingen |
24 | 4 | |
25 | 6 | |
26 | 8 | |
27 | 11 | |
28 | 12 | |
29 | 17 | |
30 | 18 | |
31 | 19 | |
32 | 25 | |
33 | 26 | |
34 | 27 | |
35 | 28 | |
36 | 29 | |
37 | 30 | |
38 | 31 | |
39 | 32 | |
40 | 33 | |
41 | 34 | |
42 | 35 | |
43 | 36 | |
44 | 37 | |
45 | 47 | |
46 | 48 | |
47 | 49 | |
48 | 50 | |
49 | 51 | |
50 | 105 | |
51 | 106 | |
52 | 107 | |
53 | 108 | |
54 | 110 | |
55 | 111 | |
56 | 112 | |
57 | 113 | |
58 | 114 | |
59 | 116 | |
60 | 117 | |
61 | 118 | |
62 | 120 | |
63 | 124 | |
64 | 125 | |
65 | 126 | |
66 | 127 | |
67 | 128 | |
68 | 129 | |
69 | 131 | |
70 | 133 | |
71 | 134 | |
Verwijderd | 140 | Valt onder algemene handeling 3 van het BSD Natuur- en landschapsbeheer (en relatienotabeleid) dat voor VWS wordt vastgesteld. |
72 | 142 | |
73 | 172 | |
74 | 173 | |
75 | 193 | |
76 | 194 | |
77 | 202 | |
78 | 203 | |
79 | 204 | |
80 | 205 | |
81 | 206 | |
82 | 209 | |
83 | 215 | |
84 | 223 | |
85 | 224 | |
86 | 225 | |
87 | 233 | |
88 | 234 | |
89 | 236/238 | |
90 | 253 | |
91 | 255 | |
92 | 256 | |
93 | 257 | |
94 | 258 | |
95 | 259 | |
96 | 260 | |
97 | 261 | |
98 | 262 | |
99 | 265 | |
100 | 266 | |
101 | 267 | |
102 | 268 | |
103 | 269 | |
104 | 270 | |
105 | 271 | |
106 | 273 | |
107 | 275 | |
108 | 276 | |
109 | 279 | |
110 | 280 | |
111 | 119 | |
112 | 121 | |
113 | 122 | |
114 | 123 | |
115 | 132 | |
116 | 135 | |
117 | 136 | |
118 | 137 | |
119 | 138 | |
120 | 141 | |
121 | 143 | |
122 | 144 | |
123 | 45 | |
124 | 130 | |
125 | 148 | |
126 | 151 | |
127 | 152 | |
128 | 153 | |
129 | 155 | |
130 | 240 | |
131 | 54 | |
132 | 239 | |
133 | 241 | |
134 | 242 | |
135 | 243 |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-37-p16-SC79229.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.