XCIX Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

D VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN R. L. TE H. 2 BETREFFENDE HET HANDELEN VAN HET MINISTERIE VAN VROM, LATER BZK, INZAKE DE TERUGVORDERING VAN HUURSUBSIDIE

Vastgesteld 2 oktober 2012

Klacht

Verzoeker klaagt erover dat door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, later het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, door hem ontvangen huursubsidie over de tijdvakken 2001–2002 en 2002–2003 deels is teruggevorderd, zonder dat hem duidelijk is gemaakt op welke berekening dat is gebaseerd.

Naar aanleiding van deze klacht hebben de staatssecretaris van Financiën en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

In april 2006 heeft het toenmalige ministerie van VROM een beschikking aan verzoeker uitgereikt, houdende een herberekening van hem toekomende huursubsidie over tijdvakken gelegen in de jaren 2001 tot en met 2006, die tot een gedeeltelijke terugvordering leidde van reeds door hem ontvangen huursubsidie. Na enige correspondentie tussen verzoeker en het ministerie naar aanleiding hiervan, heeft het ministerie in september 2006 een uitvoerig overzicht gegeven van de diverse herberekeningen en hun achtergrond, maar besluit tevens om een deel van de terugvorderingen kwijt te schelden. Twee terugvorderingsbeschikkingen bleven echter staan, die in 2010 zijn verrekend met aan verzoeker toekomende huurtoeslag en een teruggave inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2009. Naar aanleiding van deze verrekening heeft verzoeker in december 2010 wederom om een toelichting verzocht, nadat zijn bezwaarschriften tegen deze verrekeningen door de belastingdienst waren afgewezen. In januari 2011 heeft het ministerie van BZK die toelichting verstrekt, overigens in april van dat jaar nogmaals omdat verzoeker te kennen had gegeven niets ontvangen te hebben.

Overwegingen

De herberekeningen van de huursubsidie waar verzoeker recht op had over de periode 2002 tot en met 2006 waren op verschillende momenten nodig, ook al vóór april 2006. Dat was het gevolg van het feit dat verzoeker bij de Huurcommissie bezwaar had gemaakt tegen de huurprijs van zijn woning en vervolgens, nadat de Huurcommissie in 2003 had geoordeeld dat een tijdelijke verlaging van de huurprijs vanaf een moment in 2001 redelijk was in afwachting van het herstel van een gebrek aan de woning, daartegen weer in bezwaar ging bij de rechtbank, die vervolgens in 2005 een nieuwe redelijke huurprijs vaststelde, die overigens zou gelden tot februari 2004. In de aanloop naar hoger beroep is in 2005 bij het gerechtshof vervolgens een overeenkomst vastgesteld tussen verzoeker en de verhuurder inzake de huur die vanaf dat tijdstip zou gelden. Daarnaast waren er de gebruikelijke mutaties als gevolg van andere wijzigingen in huur- of inkomensgegevens. Verzoeker heeft verder, zij het vergeefs, bezwaarschriften ingediend tegen diverse herberekeningen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid van beroep. De commissie moet er derhalve vanuit gaan dat de terugvorderingen rechtmatig zijn en tot een juist bedrag berekend.

Al met al ontstond zo een complex dossier, waar het ministerie van VROM, later BZK, overigens, zij het met enige vertraging, een uitgebreide en begrijpelijke toelichting op hebben gegeven, zowel in 2006 als in 2011. Uit coulance heeft het ministerie van VROM al in 2006 afgezien van het doorzetten van enkele terugvorderingen. Verzoeker werd wellicht daardoor in 2010 onaangenaam verrast door de verrekening van de nog openstaande terugvorderingen met huurtoeslag en een belastingteruggave, maar ook daarvoor geldt dat hij daar weliswaar bezwaarschriften tegen heeft ingediend maar geen gebruik heeft gemaakt van beroep. De commissie moet er derhalve vanuit gaan dat de verrekeningen rechtmatig waren en voor het juiste bedrag.

In de correspondentie met verzoeker heeft het ministerie van BZK gesteld dat voor de berekening van huursubsidie het advies van de huuradviescommissie bindend is, ook al volgt een rechterlijke uitspraak. Verzoeker heeft er terecht op geattendeerd dat een rechterlijke uitspraak in de plaats komt van het advies van de huuradviescommissie. De minister van BZK heeft erkend dat dit een missstelling in de correspondentie is. Een en ander had overigens geen gevolgen voor verzoeker omdat de rechterlijke uitspraak tot hetzelfde feitelijke resultaat leidde als het advies van de huuradviescommissie.

Voorzover verzoeker stelt dat hij van de verhuurder niet alles heeft ontvangen waar hij recht op had, te weten teveel betaalde huur en een vergoeding voor een door hem zelf geplaatst keukenblok en dat de Huurcommissie hem de leges niet heeft terugbetaald toen hij in het gelijk werd gesteld, zal hij deze klachten moeten richten aan de verhuurder respectievelijk de Huurcommissie, omdat de commissie uitsluitend het handelen van de overheid kan onderzoeken.

Oordeel van de commissie3

Vaststaat dat verzoeker, na diverse langdurige procedures, uiteindelijk minder huur hoefde te betalen voor zijn woning en dat hij daardoor teveel huursubsidie had ontvangen. Er is geen reden te twijfelen aan de juistheid van de berekeningen. Door de getoonde coulance bij het daadwerkelijk terugvorderen van een deel van de huursubsidie die verzoeker had ontvangen, heeft het ministerie van VROM voldoende blijk gegeven van begrip voor het gevoel van machteloosheid bij verzoeker tegenover de omvangrijke en langdurige administratieve procedures.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Van Strien

De griffier van de commissie, Van Dijk


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: R.R. Ganzevoort (GL), W.H. Huijbregts-Schiedon (VVD), A.C. Quik-Schuijt (SP), .J.M. Schouwenaar (VVD), G.A.Van Strien, (voorzitter) (PVV), J.G. Vlietstra (PvdA) en G. de Vries-Leggedoor (CDA).

Naar boven