35 526 Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19)

P VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 december 2020

In het debat over de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, dat op 26 oktober jl. is gehouden, werd de motie-Janssen (SP) c.s. over bepalende zeggenschap van de Staten-Generaal bij verlenging van de wet ingediend. Deze motie werd een dag later door de Eerste Kamer aangenomen.1

Naar aanleiding hiervan heeft de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid2 de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 19 november 2020 verzocht haar op de hoogte te stellen van de wijze van uitvoering van de motie en het beoogde tijdpad.

De Minister heeft op 1 december 2020 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 19 november 2020

In het debat over de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, dat op 26 oktober jl. is gehouden, werd de motie-Janssen (SP) c.s. over bepalende zeggenschap van de Staten-Generaal bij verlenging van de wet ingediend. Deze motie werd een dag later door de Eerste Kamer aangenomen.1 De commissie voor Justitie & Veiligheid heeft, als voortouwcommissie, in haar vergadering van afgelopen 17 november besloten – nu de wet op 1 december 2020 in werking zal treden en de mogelijke verlenging van de te vervallen bepalingen eind februari 2021 aan de orde kan zijn – u te verzoeken om de commissie voor 1 december aanstaande op de hoogte te stellen van de wijze van uitvoering van de motie en het beoogde tijdpad. Hierbij breng ik het verzoek van de commissie aan u over.

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Een afschrift van deze brief is heden verzonden naar de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, M.M. de Boer

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 december 2020

Bij brief van 19 november 2020, nr. 167290.139u, heeft de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van uw Kamer geïnformeerd naar de wijze van uitvoering van de op 27 oktober 2020 door uw Kamer aangenomen motie-Janssen (Kamerstukken I 2020/21, 35 526, L) en het beoogde tijdpad. In antwoord hierop bericht ik u, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als volgt.

In de motie wordt de regering verzocht om op de kortst mogelijke termijn mogelijk te maken dat over verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 bepalende zeggenschap toekomt aan de Staten-Generaal.

Een voorziening zoals in deze motie wordt verzocht, heeft majeure implicaties, zowel maatschappelijk als staatsrechtelijk. Bovendien zijn voor de vormgeving van een dergelijke voorziening verschillende modaliteiten denkbaar. De regering acht het van belang dat deze via een zorgvuldig en ordentelijk proces kunnen worden gewogen. Zoals bekend heeft de Tweede Kamer twee amendementen verworpen die ertoe strekten aan de Tweede Kamer onderscheidenlijk beide Kamers het recht toe te kennen om verlenging van de wet te blokkeren.3 Als onderdeel van een zorgvuldig en ordentelijk proces hecht de regering er daarom aan met de Tweede Kamer in overleg te treden teneinde haar opvattingen te vernemen over denkbare modaliteiten voor de vormgeving van de door uw Kamer gewenste voorziening. Vanzelfsprekend treden wij daarover ook gaarne nader met uw Kamer in overleg. Indien de regering naar aanleiding van dit overleg tot de conclusie komt dat het wenselijk is een wettelijke voorziening te treffen, zal zij die op de gebruikelijke wijze in procedure brengen, te beginnen met een consultatie.

Inmiddels zijn de voorbereidingen ter hand genomen voor het in kaart brengen van denkbare modaliteiten ter uitwerking van de in de motie gevraagde voorziening. Wij streven ernaar om voor het kerstreces een overzicht van deze modaliteiten aan de beide Kamers der Staten-Generaal toe te zenden.

Een afschrift van deze brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Tweede Kamer.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Kamerstukken I 2020/21, 35 526, L.

X Noot
2

Samenstelling:

Backer (D66), De Boer (GL) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Nooren (PvdA), Rombouts (CDA), Bikker (CU), Baay-Timmerman (50PLUS), Adriaansens (VVD), Arbouw (VVD), Bezaan (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), vac. (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Gerbrandy (OSF), Janssen (SP), Karimi (GL), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Otten (Fractie-Otten) (ondervoorzitter), Van Pareren (Fractie-Van Pareren), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Veldhoen (GL), Van Wely (FVD)

X Noot
3

Amendement-Van Haga/Baudet: blokkeringsrecht voor de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2020/21, 35 526, nr. 35). Amendement-Hijink: blokkeringsrecht voor beide Kamers (Kamerstukken II 2020/21, 35 526, nr. 36).

Naar boven