Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 oktober 2019
Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van LNV en BZK en gelet op
artikel 2.3, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, over de wijze waarop ik
het Nationaal Water Programma 2022–2027 vorm wil geven.
Het huidige Nationaal Waterplan en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren
hebben een looptijd tot 22 december 2021. Een aantal wateronderwerpen dient in de
nationale plannen te worden verankerd. Het beleid, uitvoering en beheer staan immers
niet stil. Dit betreft bijvoorbeeld de herijking van de Deltabeslissingen, waarvoor
het kabinet in september 2020 in het Deltaprogramma 2021 een voorstel zal doen. De
Waterwet bevat daarnaast de verplichting om uiterlijk 22 december 2021 het huidige
NWP en BPRW te herzien.
Omdat de Omgevingswet pas per 1 januari 2021 in werking treedt, zal ik de hoofdlijnen
van het nationaal waterbeleid en het beheer van de rijkswateren op grond van de geldende
wettelijke kaders (de Waterwet) vaststellen. Om echter in de geest van de Omgevingswet
te werken, zal ik beide plannen integreren in één Nationaal Water Programma. Ook zal
het Nationaal Water Programma aansluiten op de strategische hoofdlijnen van het waterbeleid
zoals verwoord in de ontwerp NOVI en deze verder uitwerken.
Aan de vereisten van de Waterwet, waaronder de eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn
Water, de Richtlijn Overstromingsrisico’s en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie,
wordt invulling gegeven en het Nationaal Water Programma zal die doelstellingen, maatregelen
en elementen bevatten die de Waterwet voorschrijft. Het gaat in ieder geval om de
hoofdlijnen van het nationale waterbeleid, het Noordzeebeleid, de hoofdlijnen van
het scheepvaartbeleid voor zover relevant voor het waterbeleid/beheer, stroomgebiedbeheerplannen,
overstromingsrisicobeheerplannen, maatregelenprogramma Kaderrichtlijn Mariene Strategie,
raakvlakken van ander beleid voor de leefomgeving met het waterbeleid/beheer, beschrijving
van het beheer en de functies van de rijkswateren en maatregelen die nodig zijn met
het oog op de ontwikkeling, werking en bescherming van rijkswateren, inclusief financiering.
Ik ben voornemens het plan-MER voor het Nationaal Water Programma 2022–2027 en het
ontwerp Nationaal Water Programma 2022–2027 eind 2020 ter inzage te leggen. Daarover
en over de zienswijzen die ik in de inspraakperiode van 6 maanden ontvang, zal ik
u tegen die tijd informeren.
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 wordt uiterlijk 22 december 2021 vastgesteld.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
C. van Nieuwenhuizen Wijbenga