35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

S MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S.

Voorgesteld 10 maart 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de strijd tegen de zware drugscriminaliteit op alle fronten gevoerd wordt;

overwegende, dat die strijd niet alleen door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, maar ook door de andere ministeries, zoals Financiën, Economische Zaken en Klimaat, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gevoerd zal moeten worden;

overwegende, dat de geldstromen in de zware criminaliteit niet alleen en zeker niet voor altijd ondergronds blijven;

overwegende, dat de motie Rombouts c.s. (34 997, letter Q) oproept om gevoelige branches op hun verantwoordelijkheden aan te spreken;

overwegende, dat het Nederlandse financiële stelsel, de onderliggende financiële sectoren en ook de adviserende sector in brede zin juist in het kader van het bewaken van hun integriteit zoveel mogelijk in staat moeten worden gesteld om gevrijwaard te blijven van verbindingen met de onderwereld en ongewenste geldstromen;

verzoekt de regering ter bescherming van de integriteit van dat stelsel om onderzoek te doen naar de kwetsbaarheden van het financiële stelsel, de adviserende sectoren in brede zin en de gevoelige branches en deze daartoe op systematisch niveau zo door te lichten dat een eerste overzicht wordt verkregen welke kwetsbaarheden er zijn en of de huidige wetgeving en het beleid in afdoende mate hier een antwoord op de bestrijding van zware criminaliteit geven of dat actie op dit punt geboden is en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bikker

De Blécourt-Wouterse

Rombouts

Backer

Recourt

Veldhoen

Van Dijk

Naar boven