33 037 Mestbeleid

Nr. 170 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2015

Tijdens het voortgezet Algemeen Overleg Landbouw, inclusief mestbeleid op 14 oktober jongstleden (Kamerstuk 33 037, nr. 167) is u een brief toegezegd over de kosten van fraudemaatregelen zoals genoemd in de brief van mijn ambtsvoorganger van 13 oktober jongstleden (Kamerstuk 33 037, nr. 160). Zoals aangegeven in deze brief zijn bij het maatregelenpakket de adviezen van het Openbaar Ministerie naar aanleiding van recente justitiële onderzoeken op het gebied van meststoffen betrokken.

Niet-naleving van de Meststoffenwet heeft grote impact op de agrarische sector en het milieu. Overtredingen kunnen leiden tot overbemesting en brengen daarmee de realisatie van milieudoelen in gevaar. Tegelijkertijd ondermijnt dergelijk handelen het draagvlak voor mest en mesthandel in de samenleving. De overheid besteedde daarom in 2014 27 miljoen euro aan de uitvoering van het toezicht en de handhaving, inclusief registratie en communicatie, op het terrein van meststoffen door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

De in de eerder genoemde brief genoemde fraudemaatregelen zijn nodig om de naleving van de meststoffenregelgeving te verbeteren, fraude en oneerlijke concurrentie tegen te gaan en de effectiviteit van het beleid te versterken om daarmee de milieurisico’s te verminderen. De kosten die ondernemers moeten maken om te voldoen aan deze maatregelen beschouw ik, in het licht van de ernst van de situatie, als proportioneel.

Kosten fraudemaatregelen

De kosten van de in de brief van 13 oktober jl. aangekondigde maatregelen worden hieronder per maatregel toegelicht, in de volgorde van genoemde brief:

– Zwaardere toets bij toetreding (BIBOB-toets bij registratie)

Intermediairs krijgen te maken met een zwaardere toets bij toetreding. Dit heeft tot gevolg dat intermediairs die vanwege een eerder strafrechtelijk verleden dan wel notoire niet-naleving van de meststoffenregelgeving, zich niet opnieuw kunnen laten registreren. Deze maatregel treft alle nieuw toetredende intermediaire ondernemers. Bij een nieuwe registratie als intermediair zal door RVO.nl gevraagd worden om een verkorte BIBOB- toets te doorlopen.

Voor de gemiddeld 20 toetredende intermediairs die jaarlijks een registratie aanvragen, bedragen de administratieve lasten gezamenlijk ongeveer 6.000 euro per jaar. Voor RVO.nl betekent deze verkorte BIBOB-toets, in eenvoudige situaties, een inzet van enkele uren per toetreder.

– Verantwoording van aan- en afvoer (mestopslagen)

De aangekondigde verbeterde mestopslagenregistratie heeft tot gevolg dat gebruikers van opslagen éénmalig de informatie van RVO.nl over hun opslagen moeten controleren en terugzenden. De eenmalige administratieve last van deze maatregel berekent RVO.nl voor intermediaire ondernemers met opslagen op 26.000 euro. De nu geldende procedure van het jaarlijks melden van de overdrachten (door één partij) wordt vervangen door het elektronisch melden van een overdracht die door twee partijen ondertekend wordt. Uitgaande van 200 overdrachten brengt dit in totaal 4.000 euro per jaar aan extra administratieve last voor het bedrijfsleven met zich mee.

De eenmalige investeringskosten bij RVO.nl bedroegen ongeveer 350.000 euro. Voor de jaarlijkse uitvoeringskosten aan RVO.nl-zijde is deze maatregel kostenneutraal omdat het aantal overdrachten, dus ook het aantal mutaties, op jaarbasis niet zal toenemen.

– Extreme waarden (voorafmelding van transport)

De mogelijkheid om een voorafmelding van een mesttransport te verplichten is een bestaande bestuursrechtelijke maatregel in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.

Zoals genoemd in de brief van 13 oktober jl. kunnen intermediaire ondernemers die mest met extreem hoge of lage waarden vervoeren, verplicht worden alle afvoer uiterlijk 24 uur voorafgaand aan het laden te melden, voor een periode van maximaal één jaar – met mogelijkheid tot verlenging. De NVWA kan vervolgens toezicht houden op het laden en lossen van het transport, de monsters onder zich nemen en eventueel een contra-monster nemen.

Het doen van een melding vraagt extra handelingen van de intermediair. RVO.nl heeft berekend dat dit ongeveer 10 euro per vracht aan administratieve last kost. Daarnaast kan er bij intermediairs sprake zijn van kosten of gederfde inkomsten als gevolg van bijvoorbeeld minder flexibele inzet van transportmaterieel.

– Onafhankelijke monsterneming

In eerdere brieven aan uw Kamer (zie bijvoorbeeld Kamerstuk 33 037 nr. 136 van 20 november 2014) is uitgebreid inhoudelijk ingegaan op de nieuw te ontwikkelen systematiek van bemonstering van vaste mest. Zoals in de brief van 13 oktober jl. is aangegeven, is het streven de regelgeving voor deze maatregel in de eerste helft van 2016 te publiceren.

In aanloop naar de publicatie worden varianten en kosten in beeld gebracht.

– Constructies met rechtspersonen

De ervaring leert dat een strafrechtelijk onderzoek, maar ook het opleggen van bestuursrechtelijke boetes op het terrein van de meststoffenregelgeving, zeer tijdrovend is. Deze kosten kunnen niet doorbelast worden aan de overtreder, maar drukken op het algemene uitvoeringsbudget van de overheid.

– AGR/GPS-apparatuur vaste mest

De berekening van de kosten voor AGR/GPS-apparatuur is opgenomen in de wijzigingsregeling, ter wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 28 november 2014. Destijds zijn de eenmalige investeringskosten van het verplicht stellen van de onlosmakelijke verbinding van AGR/GPS-apparatuur op transportmiddelen die ingezet worden voor het vervoer van vaste mest, vastgesteld op 2,1 miljoen euro.

De regeling is van kracht geworden op 1 april jongstleden. Het overgrote deel van de investeringen heeft de sector reeds gedaan. Alleen voor transportmiddelen van vaste mest die geen luchtvering hebben, geldt nog een overgangsperiode tot 1 januari 2016.

– Risicoanalyse uitzonderingen transportregelgeving (exporten bewerkte vaste mest)

Het aantal exporten van bewerkte vaste mest is sinds 2013 in omvang toegenomen. In 2013 ging het om ruim 7.000 exporten. De sector registreerde tot en met 26 oktober van dit jaar ruim 15.000 exporten bewerkte mest. Het schrappen van de AGR/GPS-uitzondering voor deze mesttransporten heeft tot gevolg dat 150 tot 300 transportmiddelen voorzien worden van AGR/GPS-apparatuur (bron: WUR Livestock Research). De aanschaf- en installatiekosten bedragen circa 3.500 euro per apparaat – met een afschrijving over 8 jaar.

Ten algemene geldt dat buitenlandse transporteurs niet uitgezonderd zijn van de AGR/GPS-verplichting. Voor zowel nationaal als internationaal transport geldt dat het essentieel is dat de meststroom gevolgd kan worden. Door te eisen dat ook exportvrachten van bewerkte vaste mest voorzien zijn van AGR/GPS-apparatuur wordt gefingeerde afzet in het buitenland gesignaleerd door RVO.nl en NVWA. Fictieve export heeft milieubelasting in Nederland tot gevolg. Dergelijke milieubelasting ondergraaft het realiseren van de streefwaarden voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Maar het geeft ook een ongelijk speelveld onder mestverwerkers. Ik ben er van overtuigd dat deze maatregel bijdraagt aan meer en rendabeler mestaanbod voor bonafide mestverwerking.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om een onvolkomenheid te corrigeren in de brief van mijn ambtsvoorganger van 13 oktober jongstleden. In de passage over de AGR/GPS-verplichting voor export van vaste mest is aangegeven dat transporten pas in beeld komen van handhavende instanties nadat de VDM’s zijn aangeleverd. Dat geldt alleen voor de buitenlandse handhavende instanties en na uitwisseling van betreffende gegevens. De Nederlandse handhavende instanties beschikken wel over informatie over voorgenomen transporten via de applicatie Client Export Mest. Voor de controle of de vracht ook daadwerkelijk zoals is opgegeven door de ondernemer in het buitenland aankomt is AGR/GPS nodig.

Ik vind het van zeer groot belang dat de naleving van de mestregelgeving wordt verbeterd en ben van mening dat de genoemde maatregelen daarvoor onvermijdelijk en noodzakelijk zijn. Invoering van de maatregelen betekent dat zowel de sector als de overheid extra kosten maken voor naleving en handhaving. Die kosten vind ik proportioneel, gezien de omvang van de fraude en de risico’s van de gevolgen van fraude voor de waterkwaliteit.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Naar boven