33 000 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2012

Nr. 198 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 september 2012

Naar aanleiding van het wetgevingsoverleg van de vaste Commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, op 13 juni( Kamerstuk 33 240 XIII, nr. 21), is door uw Kamer een motie aangenomen van het kamerlid Van Vliet (Kamerstuk 33 240 XIII, nr. 14) waarin de regering wordt verzocht om er bij toekomstige toekenning van subsidies en exploitatiebijdragen naar te streven, de budgetflexibiliteit te verhogen en ervoor te zorgen dat de Tweede Kamer haar budgetrecht maximaal kan gebruiken. Met deze brief laat ik u weten hoe ik uitvoering kan geven aan deze motie.

Zoals ik reeds tijdens het wetgevingsoverleg uiteengezet heb, onderschrijf ik de strekking van de motie. De Tweede Kamer moet haar budgetrecht goed kunnen uitoefenen. De onderliggende spanning, namelijk dat bedrijven en organisaties de zekerheid moeten hebben dat de overheid zich aan gemaakte afspraken houdt, kan ik echter niet wegnemen.

Zo worden in het kader van de subsidieregeling duurzame energie (SDE+) langjarige verplichtingen vastgelegd waardoor bedrijven in staat zijn langjarige investeringen te doen in duurzame energie. Met die afspraak legt de overheid zich moreel, bestuurlijk en juridisch vast, hetgeen onvermijdelijk een beslag legt op een deel van de begrotingsmiddelen van komende jaren.

Wel onderken ik dat er ruimte voor verbetering is in de informatievoorziening aan de Tweede Kamer, zodat de Kamer – gegeven het hiervoor beschreven onvermijdelijke beslag op toekomstige begrotingsmiddelen – haar budgetrecht goed kan uitoefenen.

Om hiervoor te zorgen, wordt in de toelichting per begrotingsartikel informatie gegeven over de uitgaven die juridisch verplicht zijn. Deze informatie over de budgetflexibiliteit zal op een aantal punten verder worden verbeterd. In de eerste plaats zal ik bij begroting 2013 de informatie over de budgetflexibiliteit uitbreiden door naast kwantitatieve informatie per begrotingsartikel ook een inhoudelijke toelichting op te nemen. Hiermee wordt duidelijker op welke posten de budgetflexibiliteit beperkter is en waarom. In de tweede plaats zal door de nieuwe systematiek van Verantwoord Begroten de informatie over de budgetflexibiliteit toenemen doordat duidelijker wordt weergegeven via welke financiële instrumenten, regelingen en afspraken de programma-uitgaven worden besteed.

Naast de verbeterde informatievoorziening in de begroting geeft het kabinet ook invulling aan de motie door de introductie van de verplichte horizonbepaling bij subsidieregelingen. Per 1 juli 2012 is het verplicht nieuwe subsidieregelingen te voorzien van een vervaldatum, die niet later mag liggen dan vijf jaren na inwerkingtreding van de betreffende subsidieregeling. Via een voorhangprocedure bij uw Kamer kan een langere looptijd van de subsidieregeling worden voorgelegd of kan bij beëindiging van de subsidieregeling een verlenging van de subsidieregeling worden voorgesteld. Dit biedt de Tweede Kamer de mogelijkheid om met de vakminister in overleg te treden over eventuele verlenging van de betreffende regeling. Ook deze maatregel vergroot de invloed van de Kamer op de budgetflexibiliteit.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

Naar boven