33 000 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2012

Nr. 59 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2012

In het kader van het MIRT-overleg met de Noordvleugel najaar 2010 (Kamerstuk 32 500 A, nr. 63) heb ik met de regio afgesproken een Startbeslissing te zullen nemen voor het weggedeelte N50 Ens–Emmeloord. Daarna zou onder leiding van de provincie Flevoland een verkenning plaats vinden.

Ik wil u hierbij – in overeenstemming met de afspraken hierover – informeren over de voortgang van dit project.

Op 5 januari 2011 heb ik voor het project een Startbeslissing genomen. Vervolgens heeft er onder leiding van de provincie Flevoland een verkenning plaatsgevonden, die thans is afgerond.

Onlangs, op 19 januari 2012, heb ik in de vorm van een convenant afspraken gemaakt met de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder over de conclusies uit de verkenning, o.a. over de bestuurlijke voorkeursoplossing die uit de verkenning voortvloeit.

De bestuurlijke voorkeur is als volgt:

  • Ten aanzien van het wegvak N50 Ens–Emmeloord: de ombouw van de N50 van 2x1 rijstrook met vluchtstrook naar een 2x2- regionale stroomweg van 100 km/h zonder vluchtstrook (autoweg).

  • Ten aanzien van de Knoop Emmeloord (N50-A6): de ombouw van de N50 loopt door tot in het knooppunt. De huidige vormgeving van het knooppunt van de N50 op de A6 blijft in stand, de verbindingen tussen de N50 en de A6 blijven enkelstrooks.

  • Ten aanzien van de Bomenweg: de gelijkvloerse kruising wordt in een «schuine variant» omgebouwd tot een halve ongelijkvloerse aansluiting met fietspaden. De «schuine variant» betreft een aansluiting ten noorden van de huidige kruising van de Bomenweg met de N50.

Het taakstellend budget voor het project bedraagt € 17 mln (all-in). Dit bedrag wordt geheel opgebracht door de regio. Het grootste gedeelte van het geld is afkomstig uit het Regionaal Economisch Programma van het RSP (Zuiderzeelijngelden), het overige wordt betaald door gemeenten Urk en Noordoostpolder en de provincie Flevoland.

Met de ondertekening van het convenant, dat gepubliceerd wordt in de Staatscourant, is het project in de planuitwerkingsfase terecht gekomen.

Ik verwacht te kunnen beslissen over het ontwerp-Tracébesluit en het Tracébesluit in 2013. De start realisatie kan ook in 2013 plaatsvinden, waarna de openstelling in 2014 of 2015 is voorzien.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven