32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 55 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 januari 2012

Hierbij bied ik u de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 6 december 2011 met kenmerk 32 623-54/2011D59988 inzake Voortgang VN-missie in Libië.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

In vervolg op mijn brieven van 27 september en 28 november jl. (Kamerstuk 32 623, nrs. 49 en 54) over de actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten informeer ik u over de voortgang met betrekking tot de United Nations Support Mission in Libya (UNSMIL).

Mandaat UNSMIL

  • Op 2 december 2011 nam de VN Veiligheidsraad resolutie 2022 aan. Deze resolutie verlengt de termijn van UNSMIL tot 16 maart 2012.

  • Daarnaast bepaalt de resolutie dat het mandaat van UNSMIL uitgebreid wordt met het ondersteunen van Libische inspanningen om wapenproliferatie tegen te gaan. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar draagbare luchtdoel raketinstallaties (MANPADS).

Voortgang UNSMIL

  • Onduidelijkheid ten aanzien van politieke en ambtelijke gesprekspartners heeft de voortgang van de UNSMIL-activiteiten vertraagd.

  • Met de installatie van de interimregering is duidelijker geworden hoe aan Libische kant taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld voor UNSMIL.

  • De Libische autoriteiten willen de wederopbouw zelf beheren, een beginsel dat de VN nadrukkelijk respecteert. Libië is terughoudend ten aanzien van buitenlandse bemoeienis. In januari 2012 start een nieuwe Libische coördinatiestructuur die het wederopbouwproces en de coördinatie met de VN naar verwachting verbetert.

  • UNSMIL is op dit moment een assessment missie die de Libische behoefte in kaart brengt. De missie kent een flexibele opzet met een kleine kern. Waar nodig vindt versterking plaats (verkiezingen, veiligheid, ontwapening). UNSMIL beschikt momenteel over 100 mensen personeel, waarvan ongeveer de helft internationale staf.

  • De Libische autoriteiten zien de VN als sleutelpartner op de volgende vijf terreinen:

    • Verkiezingen. Om verkiezingen binnen acht maanden mogelijk te maken, moet binnen drie maanden de vereiste wetgeving zijn afgerond. In Benghazi is een comité bezig met het opstellen van een ontwerp kieswet. UNSMIL helpt hier bij. UNSMIL is (samen met UNDP) begonnen met campagnes om het kiezersbewustzijn te vergroten en het adviseren over de registratie van kiezers. UNSMIL zet experts in die eerder betrokken waren bij de voorbereiding van de verkiezingen in Tunesië en Egypte.

    • Mensenrechten, transitional justice en rechtstaat. UNSMIL heeft onder andere geadviseerd over een ontwerpwet over «transitional justice».

    • Openbare veiligheid. UNSMIL houdt zich onder meer bezig met overleg tussen overheid en verschillende VN-organisaties op het terrein van chemische wapens en non-proliferatie.

    • Economisch herstel en coördinatie van internationale hulp. In oktober heeft UNSMIL een gezamenlijke missie van Wereldbank en IMF begeleid. Follow-up wordt momenteel uitgewerkt.

    • Publieke informatievoorziening en outreach. De VN is gevraagd te helpen bij het opbouwen van een vrije pers.

  • Speciaal Gezant Ian Martin verwelkomt de inbreng van Libische maatschappelijke organisaties. In de huidige werkverdeling voor de post-conflict steun aan Libië, heeft de EU de leiding in het proces ter versterking van de maatschappelijke organisaties, waaronder de positie van vrouwen. Dit raakt het werk dat UNSMIL verricht ten aanzien van de ontwikkeling van het kiesstelsel. De Libische vrouwenbeweging wenst een quotum voor de aanstelling van vrouwen in de kieswet en de gelijkheid tussen man en vrouw in de nieuwe grondwet. UNSMIL en de EU zijn hierin naar verwachting instrumenteel.

Toekomst UNSMIL

  • Binnen de verschillende betrokken onderdelen van de Verenigde Naties wordt hard gewerkt aan voorbereidingen van een vervolgmissie na half maart. Dit geschiedt op basis van het Integrated Mission Planning Process, een instrument dat een geïntegreerde aanpak binnen VN-missies waarborgt.

  • De invulling van een vervolgmissie is sterk afhankelijk van de wensen en behoeften van de Libische autoriteiten. Het is duidelijk dat een vervolgmissie een zware verkiezingscomponent zal krijgen.

  • De veiligheidssituatie ter plaatse blijft een punt van zorg en beperkt de bewegingsvrijheid van UNSMIL.

Nederlandse betrokkenheid

  • In de opstartfase van UNSMIL deed de VN een beroep op Nederland voor snelle financiële ondersteuning ten behoeve van de ontplooiing van het VN team dat de betrokkenheid van de VN in post-conflict Libië moest voorbereiden. Nederland stelde één miljoen euro ter beschikking. De missie wordt nu uit de reguliere VN-begroting gefinancierd, waar alle VN-lidstaten verplicht aan bijdragen.

  • De VN verzoekt op dit moment alleen om experts voor specifieke deelterreinen. Nederland stelt naar verwachting vanaf begin 2012 een expert ter beschikking aan het assessment team van UNSMIL op het gebied van veiligheid en rechtsorde.

  • De bijdragen aan UNSMIL passen in een bredere Nederlandse betrokkenheid bij Libië. Nederland levert bijvoorbeeld drie experts aan needs assessment teams van de EU (op het gebied van «integraal grensbeheer» en «maatschappelijk middenveld en gender»), die ingezet worden in nauwe afstemming met de interimregering en de VN. Ook draagt Nederland bij aan een VS-initiatief, in coördinatie met UNSMIL, ten aanzien van het verwijderen van MANPADS.

Naar boven