32 605 Beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking

Nr. 24 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2011

Naar aanleiding van mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg over WRR-rapport «Minder pretentie, meer ambitie: Ontwikkelingshulp die verschil maakt» van 17 mei jl. (kamerstuk 32 605, nr. 19), bied ik u hierbij de lijst van landen aan die in 2010 meer dan EUR 2 miljoen «Official Development Assistance (ODA)» van Nederland hebben ontvangen.

De bedragen omvatten zowel de uitgaven van de posten in de betreffende landen, als die van het departement. Bij dat laatste gaat het bijvoorbeeld om noodhulp en het mensenrechtenfonds.

Alle 33 partnerlanden uit 2010 ontvingen meer dan EUR 2 miljoen. Aan vijf van de zeven exit-landen en aan in totaal elf overige landen werd meer dan EUR 2 miljoen bijgedragen. In absolute termen ontvingen de partnerlanden ruim EUR 1 miljard, de exit-landen bijna EUR 23 miljoen en de overige landen ruim EUR 54 miljoen. Dit laatste bedrag bestond voor bijna twee-derde deel uit noodhulp.

In Bhutan was het gehele bedrag bestemd voor algemene begrotingssteun en in Haïti voor noodhulp. De bijdragen aan Irak, Myanmar, Niger, Somalië en Tsjaad bestonden voor het overgrote deel uit noodhulp.

De uitgaven in China betroffen activiteiten in het kader van de Azië Faciliteit voor China of lagen op het terrein van mensenrechten (mensenrechtenfonds). In Costa Rica droeg Nederland bij aan een Zuid-Zuid samenwerkingsverband over duurzame ontwikkeling tussen Costa Rica, Benin en Bhutan. Nederland droeg in Iran bij aan mediadiversiteit, goed bestuur en de verbetering van de positie van vrouwen. In Iran werden tevens middelen van het mensenrechtenfonds ingezet.

In Zimbabwe vormden, naast activiteiten op het terrein van goed bestuur, bijdragen aan UNICEF en FAO de belangrijkste onderdelen van de Nederlandse bijdrage. Voor zowel Iran als Zimbabwe geldt dat dit financiering betreft van maatschappelijke en internationale organisaties in deze landen en uitdrukkelijk geen financiering aan de overheid.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Bijlage: Overzicht landen met Nederlandse bijdrage van meer dan EUR 2 miljoen in 2010

Land

Totaal ontvangen per land in 20101

Profiel 1 (2010)

EUR

Bangladesh

61 033 280

Benin

23 598 457

Bolivia

35 896 029

Burkina Faso

41 041 999

Ethiopië

44 924 172

Ghana

55 017 792

Jemen

20 025 982

Kenya

14 664 777

Mali

42 800 496

Mongolië

6 672 772

Mozambique

61 687 486

Nicaragua

19 912 306

Oeganda

29 267 859

Rwanda

28 596 663

Senegal

23 184 437

Tanzania

44 707 177

Zambia

27 481 153

   

Profiel 2 (2010)

 

Afghanistan

86 827 837

Burundi

14 398 948

Colombia

19 864 661

Congo (DRC)

14 269 502

Guatemala

15 810 126

Kosovo

2 505 450

Pakistan

40 562 374

Palestijnse Autoriteiten

41 922 208

Soedan

65 466 599

   

Profiel 3 (2010)

 

Egypte

8 314 082

Georgië

3 483 093

Indonesië

61 447 298

Moldavië

4 550 894

Suriname

57 504 222

Vietnam

16 507 786

Zuid Afrika

27 214 359

   

Exit (2010)

 

Albanië

2 520 508

Bosnië & Herzegovina

11 226 073

Eritrea

2 150 471

Kaapverdië

3 128 372

Sri Lanka

3 920 852

   

Overige Landen (2010)

 

Bhutan

2 010 680

China

4 255 453

Costa Rica

2 600 000

Haïti

14 459 962

Irak

3 255 416

Iran

2 636 259

Myanmar

2 070 613

Niger

2 094 998

Somalië

7 038 887

Tsjaad

3 699 996

Zimbabwe

10 565 597


X Noot
1

Totaal ontvangen per land is gebaseerd op zowel de uitgaven van de posten in de betreffende landen, als die van het departement (bijv. noodhulp en het mensenrechtenfonds).

Naar boven