32 500 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2011

Nr. 57 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 2010

Regelingen over inkomen en sociale zekerheid zijn in de eerste plaats bestemd voor mensen in Nederland. Het kabinet zal daarom de export van sociale voorzieningen naar landen buiten de EU zoveel mogelijk beperken.

Daartoe zal het woonlandbeginsel worden ingevoerd bij een aantal uitkeringen.

Bestaande bilaterale socialezekerheidsverdragen zullen worden aangepast om de export van kinderbijslag en het kindgebonden budget naar landen buiten de EU te beëindigen evenals de werelddekking in de Zorgverzekeringswet. De aanpak hiervan zal ik doen in nauwe afstemming met mijn collega’s van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Buitenlandse Zaken.

Het regeerakkoord voorziet in besparingen voor de invoering van het woonlandbeginsel per 2012 en het stopzetten van de export van de kinderbijslag en het kindgebonden budget per 2014. Hieronder ga ik nader in op de aanpak van deze maatregelen.

1. Invoering woonlandbeginsel buiten de EU

In de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de Algemene nabestaandenwet en de WGA-vervolguitkering zal het woonlandbeginsel worden ingevoerd. Deze regelingen voorzien in een bijdrage voor specifieke kosten of zijn gerelateerd aan het sociaal minimum en kennen een prikkel tot arbeidsparticipatie. Het woonlandbeginsel houdt in dat bij export van de uitkering buiten de EU, de hoogte van de uitkering wordt aangepast aan het niveau van het woonland. Zo wordt voorkomen dat Nederlandse uitkeringen, naar de lokale maatstaven bezien, uit de pas lopen. Dit wordt ongewenst geacht omdat de hoogte van de verstrekte uitkering daarmee zijn doel voorbij schiet en mede daardoor mogelijk negatief effect heeft op de arbeidsparticipatie.

Voor invoering van het woonlandbeginsel is wijziging van de Nederlandse materiewetgeving vereist. De voorbereidingen voor deze wijziging zijn inmiddels in gang gezet. Ik verwacht dat ik in de zomer van 2011 een wetsvoorstel aan uw Kamer kan aanbieden. Beoogde invoeringsdatum van de wetswijziging is 1 januari 2012. Het wetsvoorstel loopt wat betreft de kinderbijslag en het kindgebonden budget vooruit op de volledige stopzetting van export van deze regelingen.

Invoering van het woonlandbeginsel bij de de AOW-tegemoetkoming is niet meer relevant. Het door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel MKOB gaat namelijk een stap verder. Op basis van dit wetsvoorstel komt de koopkrachttegemoetkoming slechts toe aan personen die in Nederland belastingplichtig zijn, zodat export slechts bij uitzondering aan de orde is.

2. Aanpassing bilaterale socialezekerheidsverdragen

Het kabinet is van mening dat de kinderbijslag en het kindgebonden budget bestemd zijn voor de kosten van kinderen die in Nederland verblijven en niet voor kinderen die in het buitenland wonen. Voor zover van staatswege ondersteuning moet worden geboden voor de kosten van kinderen is dit niet de verantwoordelijkheid van het land waar de ouder verblijft, maar primair van het land waar het kind verblijft. Ook draagt het langdurig wonen of het volgen van een opleiding in het buitenland niet bij aan de integratie en uiteindelijk de arbeidsparticipatie van deze kinderen in Nederland.

Ik ben dan ook van plan om de export kinderbijslag en kindgebonden budget naar landen buiten de EU te beëindigen evenals de export van kinderopvangtoeslag naar deze landen. Dit vergt naast een wetswijziging de aanpassing van de circa 40 bilaterale socialezekerheidsverdragen.

Deze bilaterale socialezekerheidsverdragen bevatten ook handhavingsafspraken om de rechtmatigheid van de verschillende socialeverzekeringsuitkeringen, waaronder de AOW, te kunnen vaststellen. Waar nodig, zullen deze handhavingsafspraken in het licht van het regeerakkoord worden uitgebreid met afspraken over bijstandscontroles.

Gezien de de afspraak in het regeerakkoord zullen ook de aanpassingen van de bilaterale verdragen, die noodzakelijk zijn in verband met beëinding van de werelddekking in de Zorgverzekeringswet, worden meegenomen in nauwe afstemming met mijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Voor de wijziging van een verdrag is uiteraard de instemming van de verdragspartner nodig. Stemt de verdragspartner niet in met de wijziging, dan zal het kabinet bezien of het verdrag moet worden opgezegd. Dit vereist een zorgvuldige afweging per geval. Aanpassing of opzegging van bilaterale verdragen is een zeer bewerkelijk traject, zowel in de fase van voorbereiding, onderhandelingen als goedkeuring van de verdragswijziging of opzegging. Mijn inzet is om dit traject voor 2014 af te ronden.

Ik verwacht dat in de loop van 2011 de eerste onderhandelingen van start zullen gaan. Ik zal uw Kamer op gezette tijden informeren over de voortgang bij de onderhandelingen.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

Naar boven