32 500 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2011

Nr. 34 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 april 2011

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft besloten, conform het verzoek van het lid mevrouw Hachchi, u te verzoeken aan de Kamer het voorstel ter goedkeuring voor te leggen om aan de Raad van State ingevolge artikel 21a van de Wet op de Raad van State voorlichting te vragen ten behoeve van een te ontwikkelen visie op het Koninkrijk.

De Raad van State wordt gevraagd de volgende voorlichtingsvragen te beantwoorden.

  • 1. Kan de Afdeling een beschouwing geven over de uitleg van een aantal artikelen in het Statuut,waarvan de interpretatie in de verschillende delen van het Koninkrijk in de praktijk niet altijd eenduidig en uniform is gebleken: artikel 3, artikel 12, artikel 36, artikel 37, artikel 38, artikel 43, artikel 50, artikel 51 en artikel 52?

  • 2. Welke mogelijkheden biedt artikel 43 van het Statuut aan de Kamer?

  • 3. Hoe beschouwt de Afdeling de toepassingsruimte van het Statuut: worden de mogelijkheden van het Statuut voldoende gebruikt of is wijziging van het Statuut wenselijk?

  • 4. Op welke terreinen ziet de Afdeling mogelijkheden dan wel aanleiding om, binnen het verband van het Koninkrijk, incidenteel dan wel structureel ondersteuning te overwegen aan Caribische landen binnen het Koninkrijk om de naleving van de fundamentele mensenrechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur te waarborgen?

  • 5. Ziet de Afdeling aanleiding, en mogelijkheden, voor uitbreiding van de waarborgfunctie naar andere terreinen, zoals zorg, onderwijs en natuur?

  • 6. Wat zijn, kijkend naar de nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk, de mogelijkheden om binnen het huidige Statuut het democratische deficit te reduceren dan wel op te heffen?

  • 7. Biedt artikel 1 van het Statuut voldoende waarborgen voor de «bijzondere status» van de BES eilanden?

    In hoeverre rechtvaardigt de bijzondere status eigen wetgeving, afwijkend van de wetgeving voor het Europese deel van Nederland?

De commissie zou deze voorlichting graag willen betrekken bij het debat over de visie op het Koninkrijk.

De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,

Van der Burg

De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,

De Gier

Naar boven