32 201 Herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2011

De Commissie heeft de Raad een voorstel voor een onderhandelingsmandaat voorgelegd inzake de verlenging van het visserijprotocol tussen de EU en Guinee-Bissau, dat op 15 juni 2012 verstrijkt. De Commissie zet in op overeenstemming over het mandaat in de Raad in de tweede helft van deze maand (september).

Het akkoord met Guinee-Bissau is een zogenaamd gemengd akkoord over garnalen, inktvis en demersale vis, alsmede een aantal tropische tonijnsoorten (geelvin, skipjack, grootoog). De afgelopen jaren maakten met name Spaanse, Portugese en Franse vaartuigen gebruik van het akkoord.

De partnerschapovereenkomst met Guinee Bissau is in 2010 geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat het akkoord een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid in de regio en met name op het gebied van verbetering van controle en regionale integratie van het visserijbeleid. Zo wordt illegale visserij vaker aangepakt, zowel waar het gaat om industriële vaartuigen als kleinschalige visserij. Het akkoord vormt voor de EU een belangrijk handvat om hierover met Guinee Bissau in dialoog te blijven.

Tijdens het schriftelijk overleg van 19 juli (TK 32 201, nr. 18) heb ik u geïnformeerd hoe ik om wil gaan met de assessments van de IUCN (International Union for the Conservation of Nature) daar waar het commerciële vissoorten betreft. Daarbij heb ik aangegeven dat indien de «rode lijst» (van met uitsterven bedreigde diersoorten) van IUCN in de toekomst wordt uitgebreid met de betreffende tonijnsoorten, ik de Commissie zal verzoeken dit mee te nemen in haar overwegingen ten aanzien van visserijpartnerschappen waarin deze soorten een rol spelen.

In deze brief wil ik nader toelichten hoe ik deze toezegging invul. De rode lijst van de IUCN omvat verschillende categorieën, die een indicator zijn van hoe het een soort vergaat. In juli is er een assessment verschenen waarbij de grootoog tonijn in de categorie kwetsbaar valt en de geelvin tonijn in de categorie bijna bedreigd.

Tijdens de jaarvergadering later dit jaar (november) zal de nieuwe «rode lijst» worden vastgesteld. Hierbij past de kanttekening dat het een indicatie is hoe het de soort mondiaal vergaat. Verschillen in de situatie van de bestanden in de Indische Oceaan en de Atlantische Oceaan komen daarin niet tot uitdrukking.

Het assessment van de IUCN onderstreept de noodzaak dat deze soorten met voorzorg moeten worden beheerd op basis van effectieve managementplannen in de Regionale Visserijbeheer Organisaties (RVO’s). Voor de tonijnvisserij voor de Westafrikaanse kust is de regionale organisatie de International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas (ICCAT).

Ik ben van oordeel dat de RVO’s, zoals de ICCAT, rekening moeten houden met de beoordeling van de bestandsituatie door de IUCN. In november zal het wetenschappelijk comité van de ICCAT op basis van nieuwe bestandschattingen voor geelvin en een bestandschatting voor grootoog tonijn uit 2010, nieuwe beheerplannen voor deze soorten moeten opstellen.

Ik wil dat de Europese Commissie zich inzet om binnen ICCAT een duurzaam beheerplan voor deze tonijnsoorten tot stand te brengen, waarin de zorgpunten die er rondom deze bestanden in deze regio bestaan afdoende geadresseerd worden. Dat plan moet worden gebaseerd op de best beschikbare wetenschappelijke informatie. Waar vangstinformatie ontbreekt of incompleet is moeten belanghebbenden investeren om deze data te verzamelen.

De EU-vaartuigen moeten zich houden aan de in de RVO’s overeengekomen vangstbeperkingen, ongeacht waar zij de visserij uitoefenen. Het partnerschapakkoord met Guinee Bissau regelt voor de tonijnvisserij enkel de toegang tot de wateren van Guinee Bissau. Op deze wijze kunnen de EU vissersvaartuigen de migrerende tonijn volgen, ook als die zich in de wateren van Guinee Bissau bevindt of in een ander derde land waarmee de EU afspraken over toegang tot de wateren heeft.

In het ontwerp-onderhandelingsmandaat is opgenomen dat een nieuw protocol een (opschortings)clausule over de mensenrechtensituatie en de democratische beginselen dient te bevatten. Met het oog op de bevordering van een duurzame visserij zal tijdens de onderhandelingen onder meer van de best beschikbare wetenschappelijke adviezen gebruik worden gemaakt. Tevens wordt een versterking van de dialoog over het sectorale beleid voor de lokale visserij beoogd, in overeenstemming met de ontwikkelingsdoelstellingen van Guinee-Bissau.

Mijn inzet is dat in het mandaat wordt opgenomen dat afspraken over de toegang tot tonijn in de wateren van Guinee-Bissau enkel gemaakt kunnen worden op voorwaarde dat er adequate beheerplannen zijn vastgesteld.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker

Naar boven