32 123 VI
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2010

nr. 13
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 26 oktober 2009

De vaste commissie voor Justitie1, belast met het voorbereidende onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De op 2 oktober 2009 voorgelegde vragen zijn, bij brief van 23 oktober 2009, beantwoord door de minister van Justitie.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

De Pater van der Meer

De griffier van de commissie,

Nava

Vragen en antwoorden inzake de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2010

1

Zal één van de 20 werkgroepen, die het kabinet in het kader van brede heroverweging heeft ingesteld, zich bewegen op het justitieel gebied?

Twee werkgroepen die door het kabinet zijn ingesteld buigen zich over Justitiegerelateerd beleid. Het betreft in de eerste plaats de werkgroep Veiligheid en Terrorisme die onder meer gaat onderzoeken welke ombuigingsmogelijkheden er zijn op het gebied van de rechtspraak, opsporing en vervolging, het justitieel jeugdbeleid en het terrorismebeleid. Andere departementen die actief zijn op het terrein van veiligheid en terrorisme – Defensie en Binnenlandse Zaken – zijn eveneens lid van de werkgroep. Een tweede werkgroep gaat zich buigen over mogelijke ombuigingen op het terrein van asiel, immigratie en integratie. Hierbij zijn ook de ministeries van SZW, VROM (WWI), BUZA en BZK vertegenwoordigd.

2

Waarom wordt de subsidie voor de Landelijke Stichting Ouders en Verwanten van Drugsgebruikers beëindigd, wat zijn hiervoor de argumenten?

In de begroting van VWS is een subsidietaakstelling opgenomen. Doel van deze taakstelling is het aantal subsidies en de omvang van de subsidies te beperken. Op basis van de in dit kader verrichte doorlichting wordt ongeveer een kwart van de instellingssubsidies beëindigd. Daartoe behoort ook de subsidie aan de LSOVD. Bij de vorige doorlichting van VWS-subsidies in 2003 behoorde de LSOVD ook al tot de 130 organisaties waarvan destijds de subsidie werd beëindigd. Door een amendement op de begroting van 2006 is de subsidiëring hervat.

Nu is opnieuw – alle belangen tegen elkaar afwegend – het besluit tot beëindiging van de subsidie van de LSOVD genomen. Geoordeeld is dat de subsidie in geringe mate een bijdrage aan de operationele doelstelling «meer mensen kiezen voor een gezonde leefstijl» levert. Bovendien wordt de subsidie niet ingezet voor rechtstreekse zorg aan druggebruikers.

3

Bestaat er een groslijst van mogelijke bezuinigingsvormen op het departement van Justitie voor de ambtelijke commissies Asiel, immigratie en integratie en Veiligheid en terrorisme? Zo ja, welke mogelijke bezuinigingen onderzoeken deze ambtelijke commissies? Op welke wijze informeert u de Kamer over de voortgang van de genoemde ambtelijke commissies?

Over de mogelijke bezuinigingsvormen is in dit stadium nog niets te zeggen, er circuleert dan ook nog geen lijst met mogelijke bezuinigingen. De werkgroepen worden nu ingericht en opgestart en zullen op 1 mei 2010 hun taken voltooien.

Er zal niet over de voorgang van de werkgroepen worden gecommuniceerd. Voor de procedure en werkwijze van de Brede Heroverwegingen verwijs ik kortheidshalve naar de brief van de Minister-President aan de Kamer (TK 32 123 nr. 25) waarin een en ander wordt toegelicht.

4

Wat is de reactie van de regering op de noodkreet van de 32 gemeenten (G-32), die minder geld krijgen voor hun veiligheidsbeleid? Hoeveel krijgen zij nu vanuit het budget voor grotestedenbeleid? En hoeveel krijgen zij minder in 2010? En in 2011?

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 91.

5

Zijn politiebureaus verplicht om aangiftes op grond van artikel 279 Sr. op te nemen? Welke beleidsvrijheid hebben zij daarbij?

Een politieambtenaar is verplicht tot het ontvangen van aangifte van een misdrijf (art. 163 Sv), ook bij aangiftes van een misdrijf op grond van artikel 279 Sr. Er dient altijd een proces-verbaal te worden opgemaakt als een burger aangifte komt doen van een misdrijf.

6

Komt de vermindering van aangiftes bij de politie ook door de vermindering van de aangiftebereidheid? Hoe wordt dat gemeten? Welke initiatieven worden genomen om dit te verbeteren?

Uit de Integrale Veiligheidsmonitor 2008 (IVM 2008) van het CBS blijkt dat de aangiftebereidheid in de periode 2005–2008 vrij stabiel is gebleven en schommelt tussen de 23 en 26%. Uit de IVM 2008 blijkt voorts dat het totaal aantal door burgers ondervonden delicten in de periode 2005–2008 met 20% is afgenomen.

Het aantal door burgers ondervonden delicten is afgenomen terwijl de aangiftebereidheid nagenoeg gelijk is gebleven. Dit vertaalt zich door in de afname van de geregistreerde criminaliteit.

7

Gaat de stelling «respect is in onze samenleving iets geworden dat we gemakkelijk eisen maar moeilijk geven» op voor alle geledingen van de samenleving inclusieve de Tweede Kamer? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom niet?

Veel burgers maken zich zorgen over het eroderen van respect en omgangsvormen in onze samenleving. Dat blijkt onder meer uit het «Continue onderzoek burgerperspectieven» van het Sociaal Cultureel Planbureau (2008).Onderzoeksbevindingen wijzen niet op groepen waarvoor deze stelling niet geldt. Op hen die werkzaam zijn in een publieke functie rust een extra verantwoordelijkheid om zo respectvol mogelijk te handelen. Zij moeten er ook op kunnen rekenen dat zij in de uitoefening van hun taak ook respect ontvangen.

8

Hoe en door wie ontstaan de «valse tegenstellingen» in onze samenleving?

Bij Justitieonderwerpen is het van belang dat in de samenleving een juiste, op feiten gebaseerde, voorstelling van zaken bestaat. Een dergelijk juiste voorstelling van zaken kan worden doorkruist door hypes of door eenzijdige of te simpele berichtgeving. Daardoor kunnen misvattingen ontstaan die oneigenlijke tegenstellingen in de samenleving creëren en versterken. Verschillen tussen mensen zijn geen reden om de ander negatief te bejegenen of uit te sluiten maar juist een bron van dynamiek. Om effectief te zijn moet de aanpak van problemen zijn gebaseerd op feiten en niet op oneigenlijke tegenstellingen.

9

Leidt het voortzetten van het wetgevingstraject ten behoeve van een verplichte meldcode van professionals die in hun beroep geconfronteerd kunnen worden met huiselijk geweld tot een wetsvoorstel dat in 2010 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd? Zo ja, wanneer kan de Kamer dit wetsvoorstel verwachten? Zo nee, waarom niet?

Ja, medio 2010 zal naar verwachting het wetsvoorstel ten behoeve van een verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling naar de Tweede Kamer worden gezonden.

10

Welke repressieve acties jegens overvallers worden ondernomen? Wordt waar mogelijk snelrecht toegepast? Wat is bekend over de strafmaat voor winkelovervallen?

De repressieve maatregelen van de politie omvatten een breed scala van activiteiten variërend van het uitvoeren van risico-analyses, gericht toezicht op hot spots in de winkelgebieden en in de gaten houden van bekende overvallers tot aansluiting van het cameratoezicht op de meldkamer, dadergericht rechercheren en het inschakelen van het publiek bij het opsporen van de daders via sms-alert. Aangehouden verdachten worden door het Openbaar Ministerie voor de rechter gebracht.

Met betrekking tot overvallen is de kans groot dat vanwege de complexiteit van de zaak snelrecht niet kan worden toegepast. Een vereiste voor snelrecht is namelijk dat het moet gaan om een bewijstechnisch relatief eenvoudige zaak. Daarnaast kunnen zaken waarbij sprake is van vordering van immateriële schade of zaken waarin een slachtoffer gebruik wil maken van het recht om gehoord te worden, niet in aanmerking komen voor snelrecht. Een andere reden om snelrecht niet toe te passen kan de hoogte van de strafeis zijn. Snelrecht vindt plaats bij de politierechter, die maximaal 12 maanden gevangenisstraf kan opleggen.

In art. 312 Sr en 317 Sr is bepaald dat een gevangenisstraf van ten hoogste negen jaar of een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Deze strafmaat wordt verhoogd naar ten hoogste twaalf jaar of een geldboete van de vijfde categorie, onder meer wanneer het feit in een woning wordt gepleegd of wanneer het zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft. Wanneer het feit de dood ten gevolge heeft, wordt een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaar of een geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

11

Wanneer en op basis van welk wetenschappelijk onderzoek zal het kabinet de conclusie trekken of de ambitie «daling recidive met 10%» heeft gehaald?

De doelstelling van het kabinet is om de 2-jaars recidive onder jeugdige daders in de periode 2002–2010 met 10 procentpunt te verlagen. Dit komt tot uitdrukking in de verlaging van het 2-jaars recidivepercentage onder jeugdigen met 5,8 procentpunt in 2010. Deze doelstelling wordt gemonitord door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC). Het WODC maakt voor het einde van dit jaar de resultaten bekend van het onderzoek naar de 2-jaars recidive van jeugdigen die in de periode 1997-2006 een strafzaak hadden of uitstroomden uit een justitiële inrichting. Zodra deze recidivecijfers bekend zijn, wordt Uw Kamer geïnformeerd.

Aan het einde van deze kabinetsperiode zal in de laatste voortgangsrapportage van het project Veiligheid begint bij Voorkomen verantwoording worden afgelegd over de realisatie van de doelstelling tot dan toe. Immers, pas na 2012 kan de 2-jaarsrecidive worden onderzocht van jeugdigen die in 2010 een strafzaak hadden of uitstroomden uit een justitiële inrichting.

Het blokje bij het jaartal 2004 in de grafiek pagina 55 heeft geen betrekking op het jaar van het eerste misdrijf. De grafiek geeft aan dat 58,6% van alle ex-gedetineerden die in 2004 uitstroomden uit een justitiële inrichting, binnen 2 jaar is gerecidiveerd.

12

Per wanneer zal aan alle doelgroepen gedetineerden arbeid worden aangeboden? Hoe wordt er voor gezorgd dat er ook voor alle gedetineerden voldoende arbeid is?

In principe wordt aan alle doelgroepen arbeid aangeboden. Op dit moment wordt zowel binnen de Huizen van Bewaring als binnen de gevangenissen aan ten minste 60% van alle gedetineerden arbeid aangeboden.

Binnen het programma Modernisering gevangeniswezen is het project Werkt! ingericht om de arbeid voor gedetineerden te professionaliseren. Om dit te bereiken wordt de gedetineerdenarbeid ondergebracht in één organisatorische eenheid, het centrale arbeidsbedrijf. Het centrale arbeidsbedrijf gaat een ondersteunende en faciliterende rol spelen richting de penitentiaire inrichtingen, die op hun beurt de organisatie rond de activiteit arbeid voor hun rekening nemen. Het doel van het arbeidsbedrijf is primair het leveren van voldoende en continue arbeid voor gedetineerden. Door het aquireren van voldoende opdrachten wordt gezorgd dat zoveel mogelijk gedetineerden arbeid kunnen verrichten. Daarbij zal met name aandacht besteed worden aan interne opdrachten en opdrachten waarbij de Rijksoverheid de opdrachtgever is.

13

Welke resultaten hebben de werving en bijscholing van extra personeel voor justitiële jeugdinrichtingen tot nu toe opgeleverd?

De landelijke wervingscampagne «En nu jij» is in november 2008 van start gegaan. Daarbij is onder meer gebruik gemaakt van een tv-commercial, advertenties in dagbladen en vaktijdschriften en banners op internet. De wervingscampagne heeft veel impact gehad en de sector heeft (ook van ketenpartners) een groot aantal reacties gehad. Dat heeft ertoe geleid dat de jji’s ruim 100 nieuwe medewerkers hebben kunnen aanstellen, waarvan een groot deel al een hbo-diploma heeft. Daarnaast heeft de sector door deze wervingsactie meer positieve bekendheid als werkgever gekregen.

De jji’s werken de komende jaren toe naar een situatie waarin 75% van het personeel op de groep in bezit is van een hbo-diploma. Door de afname in de capaciteitsbehoefte zijn de jji’s op dit moment zeer terughoudend met het aannemen van nieuw personeel. Dat heeft tot gevolg dat de doelstelling van 75% hbo-geschoolden vooral zal moeten worden gerealiseerd door het opleiden van zittend personeel. Thans beschikt circa 27% van het personeel op de groep over een hbo-diploma. Daarnaast heeft 56% van de medewerkers een mbo-diploma en is 17% in het bezit van een vmbo-diploma. Om de doelstelling van 75% hbo-opgeleid personeel te bereiken zal de komende jaren dus een forse inhaalslag gemaakt moeten worden. In 2008 is een groot aantal opleidingstrajecten gestart. Op dit moment volgen sectorbreed 405 medewerkers een hbo-opleiding (23% van het totaal). Daarnaast volgen nog eens 117 medewerkers een mbo-opleiding (7% van het totaal). Gelet op de duur van de opleiding, de verschillende startsituaties per inrichting (verschillen in het huidige opleidingsniveau van de medewerkers) en het personeelsverloop kan de doelstelling van 75% hbo-opgeleid personeel vanaf 2014 zijn gerealiseerd.

14

Stuurt het OM standaard aan op een schaderegeling voor winkeliers in geval van een eenvoudige winkeldiefstal? Hoe vaak is dat het geval?

Het Openbaar Ministerie stuurt niet standaard aan op een schaderegeling voor de winkelier. Het betreft veelal een civiele vordering die zo mogelijk bij het strafproces gevoegd wordt.

Bij winkeldiefstal gaat het veelal niet alleen om gederfde inkomsten, maar ook om indirecte schade, zoals oponthoud en overlast ten gevolge van de een aanhouding van een winkeldief. Het instrument Overlastdonatie is erop gericht om die schade namens de winkelier te verhalen op de verdachte. Daartoe is de Stichting Overlastdonatie opgericht die namens de winkelier optreedt. De aansluiting bij de Stichting is echter alleen mogelijk voor winkeliers die aantoonbaar voldoende maatregelen tegen winkeldiefstal hebben genomen. Het initiatief om voor een Overlastdonatie in aanmerking te komen ligt bij de winkelier, die daarvoor een overeenkomst sluit met de Stichting Overlastdonatie. De schade die een winkelier lijdt door een winkeldiefstal in de vorm van oponthoud en overlast, wordt de winkeldief in rekening gebracht. Deze civiele vordering staat los van het strafrechtelijk traject en is gebaseerd op de onrechtmatige daad. Voor het incasseren van de schadevergoeding maakt de Stichting desnoods gebruik van een deurwaarder of voegt zij deze vordering in het lopende strafproces.

In 2006 is met subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en de gemeente Amsterdam een eerste pilotproject Overlastdonatie gestart. Dit pilotproject heeft laten zien dat Overlastdonatie werkt. Inmiddels is het al in meerdere gemeenten ingevoerd en daarnaast heeft een aantal grote winkelketens zich aangemeld.

15

Waarom is de ambitie niet om van 100% van de gedetineerden informatie uit te wisselen tussen justitie en de gemeenten? Eind 2010 is er toch voldoende tijd om het Samenwerkingsmodel geïmplementeerd te hebben en zal er toch een landelijk dekkend systeem van contactpersonen nazorg in de gemeenten zijn?

Dit heeft betrekking op de ervaring dat twee weken te kort is om volledige informatie uitwisseling op alle leefgebieden te bewerkstelligen. Circa 27% van de gedetineerden verblijft korter dan twee weken in detentie. In het Samenwerkingsmodel nazorg is afgesproken dat het gevangeniswezen in ieder geval binnen twee werkdagen de gemeente in kennis stelt dat een burger uit de desbetreffende gemeente is gedetineerd. Deze basale vorm van informatieverstrekking zorgt er in elk geval voor dat de noodzakelijke maatregelen door de gemeente van terugkeer kunnen worden getroffen. Het streven is dat het Samenwerkingsmodel nazorg eind 2010 is geïmplementeerd.

16

Kan bij project 10 «Veiligheid begint bij voorkomen», nr. 7 (Jeugd) toegelicht worden hoe de doelstelling waarbij de recidive bij jeugdcriminaliteit met tien procentpunt terugmoet wordt geëvalueerd?

Voor een antwoord op deze vraag wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 11.

17

Zijn er recente tevredenheidsonderzoeken beschikbaar over het slachtofferbeleid? Kan een indicatie worden gegeven van de oordelen van slachtoffers over de verbeteringen in het slachtofferbeleid die vanaf 2010 zullen worden ingezet?

In 2005 is het laatste tevredenheidsonderzoek gehouden onder slachtoffers. In 2006 is een secundaire analyse gemaakt van de resultaten van het onderzoek uit 2005. Een herhaling van een tevredenheidsonderzoek zoals in 2005 is uitgevoerd zou niet meer bijdragen aan nieuwe inzichten over de huidige kwaliteit van en fricties in de dienstverlening aan slachtoffers. Eind 2007 is gestart met de ontwikkeling van een nieuw meetinstrument slachtofferzorg. Intervict heeft in mijn opdracht gezocht naar een nieuwe methode, in aansluiting op de in de gezondheidszorg ontwikkelde wijze van kwaliteitsmeting, waarin meer concreet naar voren komt welke aspecten van de dienstverlening belangrijk worden gevonden door slachtoffers en hoe de ervaringen van slachtoffers met die aspecten van de dienstverlening zijn.

Zeer recent is dit meetinstrument om de kwaliteit van slachtofferzorg te meten gereed gekomen.

De voorgenomen maatregelen om de slachtofferzorg vanaf 2010 te verbeteren, waaronder de beoogde invoering van het wetsvoorstel versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, zijn van invloed op de meeste door slachtoffers genoemde behoeften. Verwacht wordt dat, bij een goede uitvoering van de nieuwe maatregelen, dit bijdraagt aan de mate waarin aan de behoeften van slachtoffers tegemoet wordt gekomen.

Het is mijn voornemen medio 2010 een grootschalig onderzoek via dit nieuwe meetinstrument voor te bereiden. U zult in het voorjaar van 2011 over de resultaten worden geïnformeerd.

18

Klopt het dat van de 106 gemeenten met coffeeshops er 85 (80%) in 2007 een afstands- of nabijheidscriterium hanteerden? Klopt het dat in de begroting 2009 staat «op dit moment beschikt 74% van alle gemeenten met coffeeshops over een afstandscriterium»? Kan dit verschil worden verklaard?

Uit de meest recente cijfers die ons ter beschikking staan (de VNG monitoring van het bestuursakkoord) blijkt dat momenteel 85% van de coffeeshopgemeenten over een afstandscriterium beschikt.

19

Zal het nieuwe identificatiesysteem voor de controle van identiteitsdocumenten en het gebruik van foto’s en vingerafdrukken ook van toepassing (kunnen) zijn voor het verrichten van identiteits- en nationaliteitsonderzoek bij asielzoekers?

Ja, in de toekomst zal het systeem ook gebruikt kunnen worden voor het verrichten van identiteits- en nationaliteitsonderzoek bij asielzoekers en ongedocumenteerde vreemdelingen. De vreemdelingenketen gebruikt vergelijkbare apparatuur en software als die gebruikt wordt voor het nieuwe identificatiesysteem voor verdachten, veroordeelden en getuigen. Eind 2009/begin 2010 wordt nader onderzocht hoe de integratie van de identificerende processen voor verdachten en vreemdelingen kan plaatsvinden. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan worden aangegeven hoe en op welke termijn de apparatuur en software kan worden geïntegreerd.

20

Is bekend of het hanteren van een afstandscriterium ten aanzien van de nabijheid van coffeeshops bij scholen daadwerkelijk leidt tot een verminderd gebruik van cannabis? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo nee, waarom worden dan afstandscriteria gehanteerd?

Er zijn geen gegevens waaruit blijkt dat het hanteren van een afstandscriterium direct verband houdt met een verminderd gebruik van cannabis. Het hanteren van een afstandscriterium tussen coffeeshops en scholen richt zich met name op het ontmoedigen van cannabisgebruik onder jongeren. De verwachting is dat hierdoor het gebruik van cannabis onder jongeren zal verminderen.

21

Aan welke migranten bestaat een grote maatschappelijke behoefte?

De afgelopen jaren heeft vooral een maatschappelijke behoefte bestaan aan de toelating van kennismigranten, wetenschappelijk onderzoekers en buitenlandse studenten. Deze behoefte hangt samen met de open, internationale oriëntatie van de Nederlandse economie en de internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs. Er kan ook behoefte bestaan aan lager gekwalificeerde arbeidsmigranten, voor wie het instrument van de tewerkstellingsvergunning bestaat. Het selectieve toelatingsbeleid is er op gericht snel te kunnen inspelen op veranderingen in de maatschappelijke behoefte, en de toelatingseisen daar waar mogelijk op aan te passen. Het volume van de toelating kan daardoor meebewegen met verschuivingen in de maatschappelijke vraag.

22

Kan het afstandscriterium bij doelstelling 54 nader worden toegelicht? Wat houdt dit criterium precies in (hoeveel meter etc.)?

Het afstandscriterium houdt in dat gemeenten een minimale afstand van 250 meter moeten hanteren tussen scholen en coffeeshops, tenzij kan worden aangetoond waarom dit niet mogelijk is en wordt aangegeven welk andere drempelverhogende maatregelen genomen zijn.

23

Hoe gaat de vereenvoudigde aangifteproces bij cybercrime bij doelstelling 57 er precies uitzien? Wat wordt er precies vereenvoudigd aan het aangifteproces?

Het vereenvoudigde aangifteproces bij cybercrime is onderdeel van een integrale aanpak om de intake bij de politie te vereenvoudigen. Hierbinnen wordt de wijze waarop aangiften en meldingen worden opgenomen bekeken. Doel is om – in het verlengde van de digitalisering van de maatschappij – de intake aan te passen. Binnen dit traject wordt specifiek aandacht besteed aan de cybercrimedelicten en de verbeteringen die te verwezenlijken zijn op dit onderdeel.

24

Is er (in de toekomst) een rol voorzien voor de zittende magistratuur in Veiligheidshuizen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Er is geen directe rol voorzien voor de zittende magistratuur in de Veiligheidshuizen. In de Veiligheidshuizen worden trajecten afgesproken voor verdachten en worden afspraken gemaakt tussen partners vanuit de justitieketen, de zorgketen en gemeentelijke instellingen. Op basis van de gedeelde informatie en de behandeling in het casusoverleg kan het Openbaar Ministerie beslissen het dossier aan de rechter voor te leggen. De bespreking in het Veiligheidshuis leidt tot een vollediger dossier, waarin ook de zorgtrajecten aangegeven kunnen worden. Dit geeft de rechter de mogelijkheid om op basis van deze informatie een goede afweging te maken en een beslissing te nemen. Gezien de onafhankelijke rol die de zittende magistratuur hierin heeft, is ze niet betrokken bij de inhoudelijke bespreking en het maken van afspraken voor trajecten in het Veiligheidshuis.

25

Waaraan wordt gedacht bij maatregelen die ertoe moeten bijdragen dat weigerachtige landen van herkomst eigen onderdanen sneller terugnemen?

Afhankelijk van de relaties die Nederland onderhoudt met de verschillende landen van herkomst, wordt bepaald hoe dat land van herkomst wordt benaderd om het land te bewegen tot betere medewerking bij terugkeer. Justitie en Buitenlandse Zaken werken intensief samen in deze benadering van herkomstlanden, maar ook de andere departementen worden hierbij betrokken.

Indien het land van herkomst meewerkt aan terugkeer, kan op bepaalde vlakken ondersteuning worden geboden. Wanneer deze bereidheid ontbreekt, zal nadrukkelijk worden gekeken naar andere onderdelen van het buitenlandse beleid en kan besloten worden tot het opvoeren diplomatieke en politieke druk.

26

Is de regering bereid onder politiefunctionarissen en de rechterlijke macht te onderzoeken wat zij vinden van alle tot nu toe geformuleerde voorstellen ten aanzien van de politieorganisatie en de gerechtelijke kaart? Klopt de indruk dat veel politiefunctionarissen zich ernstige zorgen maken over de werkdruk en de haalbaarheid van de inzet van het kabinet om criminaliteitsvormen te bestrijden?

De rechterlijke macht – en het Openbaar Ministerie – is nauw betrokken bij de herziening van de gerechtelijke kaart. Gebruikmakend van de adviezen van de Raad voor de rechtspraak (die «gehoord de gerechten» in juli heeft geadviseerd) en het College van procureurs-generaal stel ik een voorstel op dat ik dit najaar aan uw Kamer zal sturen. Hierbij betrek ik ook het standpunt van de beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Voor wat betreft de doorontwikkeling van de politieorganisatie is op 15 september 2009 de consultatiefase afgerond, waarin aan betrokken partijen in het politieveld is gevraagd om hun reactie op het conceptwetsvoorstel «Versterking samenwerking en gemeenschappelijk functioneren politie».

De reacties van de betrokken partijen op zowel de voornemens wat betreft de herziening van de gerechtelijke kaart als op de doorontwikkeling van de politieorganisatie – waaronder op de in de vraag genoemde aspecten – zijn inmiddels bekend en worden meegenomen in het verdere proces. Een onderzoek, als bedoeld in de vraagstelling, is mijns inziens daarmee overbodig.

27

Op welke wijze kan ervoor worden gezorgd dat het overzicht van de belangrijkste beleidsmatige mutaties beter leesbaar te maken, zodat in één opslag duidelijk is of hier sprake is van hogere kosten dan wel van meevallers?

De wijze waarop de belangrijkste beleidsmatige mutaties worden weergegeven is vastgelegd in de Rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. Ik kan dan ook geen uitspraak doen over hoe dit op een andere manier vorm te geven.

28

Hoe wordt de tegenvaller opbrengst boeten en transacties gecompenseerd?

Ter verbetering en optimalisering van de verkeershandhaving worden een aantal maatregelen genomen die de verwachte tegenvaller op boeten en transacties compenseren. Deze meevallers hebben pas in 2011 volledig effect. Om de resterende tekorten in 2009 en 2010 te dekken wordt een kasschuif toegepast.

29

Vindt de compensatie van de tegenvaller opbrengst boeten en transacties geheel plaats op de justitiebegroting of wordt deze (gedeeltelijk) generaal gecompenseerd?

De tegenvaller bij boeten en transacties wordt geheel gecompenseerd binnen de justitiebegroting.

30

Hoe worden de hogere uitgaven rechtsbijstand asiel gefinancierd?

Als gevolg van hogere instroom asiel zijn extra middelen vrijgemaakt voor de rechtsbijstand. Deze middelen zijn generaal gecompenseerd.

31

Wat betekent de sluiting van een aantal justitiële inrichtingen voor de kostenpost brandveiligheid?

Bij het bepalen van de kostenpost brandveiligheid is rekening gehouden met de verwachte daling van de capaciteitsbehoefte.

32

Waarom worden pas vanaf 2012 opbrengsten als gevolg van doorberekenen administratiekosten boeten en transacties berekend, terwijl deze doorberekening reeds per april 2009 is ingevoerd?

Vanaf medio 2009 worden de administratiekosten die samenhangen met de inning van boeten in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv; Wet Mulder) doorbelast aan de burger die de boete ontvangt.

Vanaf 2012 zullen tevens de administratiekosten, die samenhangen met de inning van boetevonnissen en transacties, worden doorbelast.

33

Waar wordt het budget Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen aan besteed?

Aan de prioriteiten die Justitie zich gesteld heeft ten aanzien van de beleidsterreinen waarvoor de Minister en de Staatssecretaris van Justitie na de transitie (mede) verantwoordelijk worden. Die prioriteiten liggen op het terrein van detentie, rechtspleging en rechtshandhaving, jeugd, vreemdelingen en beveiliging burgerluchtvaart. De Justitieprioriteiten zijn gekoppeld aan het overkoepelende programma van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de Staatkundige Hervorming van de Nederlandse Antillen, met de rijksbrede prioriteiten.

Vooruitlopend op de transitie is Justitie reeds begonnen op de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) met het overnemen van bepaalde taken om per transitiedatum de verantwoordelijkheid te kunnen overnemen.

34

Wat is de verklaring van de grote verschillen inzake de gerealiseerde opbrengsten en de meerjarenramingen van «Boeten en Transacties» in de begroting 2009 ten opzichte van de begroting 2010?

Het verschil tussen gerealiseerde opbrengsten en de meerjarenramingen in de begroting 2009 ten opzichte van de begroting 2010 kan als volgt worden verklaard:

Het aantal opgelegde verkeersboetes was begin 2009 lager. Dit werd onder meer veroorzaakt doordat de verkeersdrukte, waarschijnlijk onder meer vanwege de strenger dan gebruikelijke winter, minder was dan in voorgaande jaren. Daarnaast had strenge vorst in bepaalde gevallen effect op het functioneren van de meetapparatuur. Bovendien was vanwege een test door de Rijksdienst voor het Wegverkeer een van de trajectcontroles buiten werking gesteld.

Per 1 april 2008 zijn de boete- en transactietarieven met 20% verhoogd. Dit heeft echter niet geleid tot een evenredige verhoging van het gemiddelde van de boete- en transactiebedragen. Het gemiddelde boetebedrag steeg met 16%, het gemiddelde transactiebedrag steeg met 10%.

35

Waar wordt de structurele bijdrage van Justitie van € 35 miljoen aan de generale problematiek «weggehaald» (tabel op blz. 22)?

Door interne herschikkingen zijn deze middelen vrijgespeeld. De tabel op blz. 22 geeft aan welke interne herschikkingen hiervoor hebben plaatsgevonden.

36

Op welke uitgaven hebben de «herschikkingen uitgavenkader» betrekking?

Aan het oplossen van de Justitiebrede problematiek hebben alle dienstonderdelen een evenredig deel bijgedragen.

37

Kunt u de schommelingen in het budget nader toelichten bij de optimalisering boeten en transacties bij punt 12?

De schommelingen in de toename van het budget hangen samen met het feit dat de investeringen per begrotingsjaar voor de optimalisering van boeten en transacties verschillen.

38

Waarom schommelt het aanvullend tekort Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) regulier zo in het budget? Wat is de reden van het tekort? Waaruit bestaan de problemen bij de IND?

De financiële problematiek bij de IND is vooral ontstaan doordat de kosten die de IND maakt hoger liggen dan in de begrotingsramingen en de kostprijzen is voorzien.

In 2009 zijn maatregelen genomen om in 2010 binnen de gestelde kaders te blijven. Het gaat om een mix van kostenbesparingen bij de IND en specifieke compensatie. De weerslag daarvan treft u aan in de voorliggende begroting. Op dit moment wordt een kostprijsonderzoek uitgevoerd om te komen tot een nieuw kostprijsmodel.

39

Wat wordt bedoeld met de «generale problematiek», waaraan Justitie een bijdrage levert van € 35 miljoen structureel vanaf 2010?

Het betreft het aandeel van Justitie in de oplossing van de rijksbrede problematiek.

40

Wat wordt concreet bedoeld met «naar zorg toegeleid»? Is hier sprake van vrijwilligheid, drang of dwang?

De doelstelling om het aantal verslaafden dat naar zorg wordt toegeleid te verdubbelen, heeft betrekking op verslaafde justitiabelen die als voorwaarde bij een voorwaardelijke sanctie opgelegd krijgen dat zij zich dienen te laten behandelen. Concreet wordt met «toeleiding naar zorg» gedoeld op de activiteiten die nodig zijn om er voor te zorgen dat de betrokkene zich daadwerkelijk bij de betreffende behandelaar meldt. Door de gevangenisstraf als stok achter de deur bij voorwaardelijke sancties, is hier sprake van een justitieel «drang-kader».

Daarnaast komt het voor dat een reclasseringsmedewerker tijdens de adviesfase of tijdens een toezichttraject een justitiabele op vrijwillige basis naar zorg toeleidt.

41

Waaraan wordt het bedrag van € 32 miljoen dat naar de civiele en bestuursrechtspraak gaat in verband met de crisis precies besteed? En hoe is de hoogte van dit bedrag tot stand gekomen?

De tekst in de begroting suggereert abusievelijk dat dit bedrag alleen betrekking heeft op de rechtspraak. Het bedrag van € 32 miljoen betreft echter een verhoging van de bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak met € 12 miljoen en een verhoging van het rechtsbijstandbudget met € 20 miljoen.

Deze verhogingen hangen samen met de verwachte stijging van het aantal civiele- en bestuurszaken (arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken). De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad voor de rechtspraak maar beperkt gehonoreerd is.

42

Hoe wordt de tegenvaller voor het bedrag aan boetes ter hoogte van een bedrag van € 52 miljoen verklaard? Welke maatregelen worden precies getroffen ter verbetering en optimalisering van de verkeershandhaving?

Voor de verklaring van de tegenvallende opbrengsten boeten- en transacties wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 34. De getroffen maatregelen ter verbetering en optimalisering van de verkeershandhaving bestaan uit technische maatregelen zoals het vervangen van de huidige analoge flitspalen door digitale flitspalen en het aanschaffen van nieuwe trajectcontrolesystemen, die ook kunnen worden ingezet als het zogenaamde dynamiseren van de maximumsnelheid zal worden ingevoerd. Ook worden maatregelen genomen om het verwerken van door middel van flitspalen geconstateerde overtredingen effectiever en efficiënter te laten plaatsvinden.

43

Wat is de reden voor het tegenvallen van de inkomsten van boetes en transactie? Waarom zijn verbeteringen en optimalisering nodig van de verkeershandhaving nodig?

De oorzaak van de lager gerealiseerde ontvangsten boeten en transacties is toegelicht in het antwoord op vraag 34. Uitgangspunt voor de verbetering en optimalisering van de verkeershandhaving is een bijdrage te leveren aan het verder verhogen van de verkeersveiligheid. Dit gebeurt bijvoorbeeld op wegen waarop uit analyses van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie blijkt dat als gevolg van snelheidsovertredingen ongevallen plaatsvinden.

44

Welke maatregelen worden er genomen ter verbetering en optimalisering van de verkeershandhaving in 2009? Hoe wordt dit geëvalueerd? Hoe kan de inzet van maatregelen de belasting van het milieu verder terugdringen?

Voor de maatregelen ter verbetering en optimalisering van de verkeershandhaving wordt verwezen naar de beantwoording van de vragen 42 en 43. Door het Openbaar Ministerie wordt onder meer bekeken of het intensiveren van de handhaving leidt tot een lager aantal overtredingen van de maximumsnelheid en of het aantal verkeersslachtoffers afneemt. Het zich beter houden aan de maximumsnelheid heeft ook lagere emissies door het verkeer tot gevolg en levert zo dus tevens een bijdrage aan (lokale) milieudoelstellingen.

45

Wat houdt de kasschuif rechtsbijstand nu precies in en levert dit op termijn geen nieuwe problemen op indien de overschotten van 2011 t/m 2014 uitblijven?

Bij het Coalitieakkoord is een taakstelling afgesproken van € 50 mln. op de rechtsbijstand. Het volledig implementeren kost echter tijd, waardoor de besparingen in de eerste jaren lager uitvallen. Omdat de maatregelen in latere jaren meer geld opleveren, worden via een kasschuif deze besparingsverliezen gedekt. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat de overschotten in latere jaren zich niet gaan voordoen.

46

In hoeverre is er bij de forensische zorg in strafrechtelijk kader sprake van leegstaande capaciteit? Wat zijn daarvan de consequenties voor de productieafspraken voor 2010 met de gecontracteerde aanbieders en is er sinds 2009 en de volgende jaren nog wel sprake van een sterke autonome groei?

In de forensische zorg in strafrechtelijk kader wordt een onderscheid gemaakt tussen de tbs en de overige forensische zorg.

De overige forensische zorg voor 2010 wordt ingekocht op basis van de gerealiseerde bezetting in 2009. Lopende het jaar 2010 kan reeds ingekochte capaciteit worden herschikt, afhankelijk van daadwerkelijk geleverde zorg ten opzichte van gecontracteerde capaciteit. Uiteindelijk wordt dus met de zorginstellingen afgerekend op basis van werkelijke productie. Tot en met 2010 wordt voor de overige forensische zorg rekening gehouden met een autonome groei. Bij de overheveling van de budgetten van VWS naar Justitie is besloten dat na 2010 geen rekening meer wordt gehouden met autonome groei.

Voor de tbs wordt via vaste en flexibele capaciteit vraag en aanbod in evenwicht gebracht. Op basis van het prognosemodel justitie wordt rekening gehouden met groei of afname in de behoefte aan tbs-capaciteit. De afgelopen jaren is er steeds sprake geweest van een tekort aan tbs-capaciteit. Dit heeft geleid tot uitbreiding van de tbs-capaciteit, met als doel het terugdringen van de passantenproblematiek. Door de uitbreidingen is het aantal tbs-gestelden op de wachtlijst sterk teruggedrongen. De tbs bevindt zich hiermee in een situatie waarin de vraag naar en het aanbod van tbs-capaciteit nagenoeg in evenwicht is. Thans neemt de wachtlijst steeds verder af. Ten gevolge van diverse verbouwingen bij bestaande fpc’s is het bezettingspercentage momenteel 95%.

47

Is rekening gehouden met eventuele beperkte verhaalsmogelijkheden bij ontvangers van boeten en transacties wanneer de kostprijzen van het opleggen van boetevonnissen en transacties worden doorgerekend aan de ontvanger vanaf 2012? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo nee, waarom niet?

De mutatie als gevolg van het voornemen om ook bij boetevonnissen en transacties de administratiekosten door te berekenen aan de ontvanger is gebaseerd op het huidige kostenniveau van het CJIB met betrekking tot deze activiteiten. Dit voornemen zal de komende tijd nader worden uitgewerkt.

48

Is er sprake van een directe relatie tussen de bezuiniging op de geestelijke gezondheidszorg bij VWS en de extra kosten voor de forensische zorg? En zo ja, waaruit bestaat deze relatie?

Nee, er bestaat geen directe relatie. De bekostiging van de reguliere GGZ en die van de Forensische zorg kennen een verschillende grondslag.

De door Justitie bekostigde forensische zorg is voor cliënten die een strafrechtelijke titel hebben. De reguliere GGZ ontleent zijn rechtmatigheid aan de zorgverzekeringswet.

49

Wat moet precies worden verstaan onder «enige achterstand» betreffende de uitstroom van statushouders en uitgeprocedeerden? Hoe groot is de achterstand in de uitstroom van statushouders en uitgeprocedeerden? En wanneer verwacht u deze achterstand te hebben ingelopen?

Bij de doelgroep «gepardonneerde» statushouders in de opvang is geen sprake van achterstand, zij zijn inmiddels vrijwel allemaal ruimschoots vóór de afloop van de met de VNG afgesproken uiterste huisvestingstermijn van 31 december 2009 gehuisvest.

Bij de doelgroep vergunninghouders bedroeg de achterstand op de huisvestingstaakstelling per 1 juli 2009 ruim 1 600 personen; deze achterstand «belast» de centrale opvang. Het aantal uit te plaatsen vergunninghouders in de opvang is de afgelopen periode verder opgelopen en is thans zo’n 2 000 personen hoger dan volgens de beoogde werkvoorraad vergunninghouders bij het COA het geval zou moeten zijn. De aan de gemeenten opgelegde huisvestingstaakstelling voor het tweede halfjaar van 2009 als ook voor het eerste halfjaar van 2010 is op deze omstandigheden afgestemd. Het COA is bij zijn bemiddelingstraject afhankelijk van het aanbod van woonruimten door de gemeenten, zodat geen termijn van het feitelijk inhalen van de achterstand kan worden gegeven.

50

Wat is de behandelcapaciteit van de IND voor de jaren 2009 en 2010 en is die voldoende voor de verwachte instroom? Kan het verschil in behandelcapaciteit van de IND, zoals dat uit blz. 26 (16 000) en blz. 99 (19 000) blijkt, worden toegelicht? Is hier sprake van het creëren van een buffercapaciteit? Zo ja van welke omvang?

De IND zal gezien de beschikbare capaciteit in 2009 conform planning maximaal 16 000 asielaanvragen in behandeling nemen met als mogelijk gevolg dat de wachtlijst in 2009 op zal lopen. Door het werven en opleiden van medewerkers in 2009 zal in 2010 de benodigde capaciteit beschikbaar zijn om het aantal aanmeldingen (geschat op 17 000 aanmeldingen) op te kunnen vangen en de wachtlijst weer af te bouwen. De behandelcapaciteit van de IND is dan ingericht op 19 000 asielaanvragen.

51

Hoeveel uitgeprocedeerden bevinden zich in de opvang? Waarom bevinden zij zich nog in de opvang? Verblijven zij langer in de opvang dan de wettelijke vertrektermijn? Wat is hun gemiddelde verblijfsduur?

Het is niet mogelijk om binnen de gestelde termijn dergelijke cijfermatige informatie te genereren, aangezien hiertoe verschillende bestanden met elkaar vergeleken zouden moeten worden.

52

Waar en hoe zal de extra capaciteit voor Tijdelijke Noodvoorziening Vreemdelingen worden gerealiseerd?

Het COA is op dit moment nog in gesprek met enkele gemeenten tot vestiging van een TNV-locatie. Aangezien de gesprekken hierover nog niet zijn afgerond kan ik u thans geen concrete locaties en data noemen. Ik ga er evenwel van uit dat het COA tijdig de noodzakelijke capaciteit gerealiseerd zal hebben.

53

Op welke gebieden wordt de selectieve stop op de inhuur externen uitgevoerd?

De onderdelen van Justitie bepalen op basis van prioriteitstelling op welke gebieden de inhuur van externen terug gebracht kan worden. Per onderdeel wordt afgewogen waar de inzet van externen kan worden verminderd dan wel kan worden stopgezet.

54

Wat is de verwachte gemiddelde bezetting van de COA voor 2010?

De bezetting voor 2010 voor het COA wordt geraamd op 18 802.

55

Waarom is de capaciteit van de tijdelijke noodvoorziening vreemdelingen (TNV) ingesteld op 800 (blz. 101) terwijl verwacht wordt dat de huidige bezetting van de TNV (1 750) met 1 000 zal toenemen?

Vreemdelingen die zich aanmelden als asielzoeker worden eerst opgevangen in een tijdelijke noodvoorziening voor vreemdelingen (TNV) in afwachting van het moment van instroom.

De Tijdelijke Noodvoorziening (TNV) heeft feitelijk tot doel schommelingen in de aanmeldingen op te kunnen vangen, zodat de behandelcapaciteit van de IND effectief en efficiënt kan worden benut. Het verblijf in de TNV dient kort te zijn. Het aantal vreemdelingen dat in de Tijdelijke Noodvoorziening verblijft, is in 2009 veel hoger dan wenselijk; de verblijfsduur in de TNV is daarmee eveneens onwenselijk hoog. Daarbij stijgen de kosten door een lange verblijfsduur in de Tijdelijke Noodvoorziening (TNV).

Door het ophogen van de behandelcapaciteit bij de IND van 16 000 naar 19 000, kan de IND de aanvragen van mensen die in de TNV verblijven sneller wegwerken en is eind 2010 de bezetting van de TNV weer op een normaal niveau. De gemiddelde bezetting in de TNV over 2010 kan daarmee op 800 plekken komen.

De behandelcapaciteit van de IND is in 2009 en 2010 ingericht op een instroom van 19 000 asielzoekers. De verwachting voor 2010 is dat zich 17 000 vreemdelingen zullen aanmelden voor de indiening van een asielaanvraag. Indien de behandelcapaciteit van de IND) op het niveau van 16 000 zou blijven, dan zal de benodigde TNV capaciteit met circa 1 000 plaatsen (17 000–16 000) toenemen.

56

Waarom nemen de ODA-ontvangsten toe voor 2009 en 2010? Waar en in welke andere begroting(en) dit terug te vinden is?

In de begroting van Buitenlandse Zaken (BuZa) zijn de cijfers over de ODA uitgaven terug te vinden.

In 2009 is de verwachte COA instroom 14 400. Voor 2010 is de verwachte instroom bij het COA 17 100. Ook de instroom vanuit DAC-landen in de opvang stijgt. De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen wordt bekostigd uit de ODA-ontvangsten. Door de stijging in de instroom stijgen de eerstejaars opvangkosten voor asielzoekers. Dit heeft tot gevolg dat ook de ODA-ontvangsten navenant stijgen.

57

Waarom wordt de toekomstige instroomgroei bij de Raad voor de Kinderbescherming geschat op drie tot vier procent? Wat is de reden van de daling?

De instroom van strafzaken kent de afgelopen vijf jaar een grillig verloop. In 2006 stokte de instroom. In 2007 steeg de instroomgroei weer met 10%. De achtergrond van de dalende instroom in strafzaken is in het Landelijk Overleg Jeugdstrafrechtsketen (LOJ) besproken. Vooralsnog wordt de verklaring voor de daling van de groei gezocht in een combinatie van vermindering van de (veelvoorkomende) criminaliteit en een (tijdelijke) vermindering van opsporingsen vervolgingscapaciteit door invoering van nieuwe processystemen bij Politie en OM.

58

Kunt u nader toelichten waarom justitie een bijdrage aan de generale problematiek levert van 21,9 mln.? En waarom 35 mln. structureel vanaf 2010?

In het kabinet is besloten dat alle departementen moeten bijdragen aan de generale problematiek. De bedragen zijn bepaald op basis van de omvang van de generale problematiek in een bepaald jaar.

59

Wat zijn de kosten van reguliere asielvoorzieningen, vergeleken met die voor de tijdelijke noodvoorzieningen vreemdelingen? Moet er niet eigenlijk teruggekomen worden op het afstoten van reguliere asielvoorzieningen van de afgelopen jaren?

In de TNV is het pakket aan voorzieningen dat geboden wordt aan de asielzoeker soberder dan in een opvangcentrum. In het afgelopen jaar is de verblijfsduur in de TNV echter opgelopen, waardoor het voorzieningenpakket moest worden uitgebreid. Door de uitbreiding van de behandelcapaciteit van de IND zal de verblijftijd in de TNV en de beschikbare capaciteit in 2010 weer af kunnen nemen.

Structurele opvangvoorzieningen zijn op termijn goedkoper dan voorzieningen waar kortdurende contracten voor moeten worden afgesloten, die afgestoten en vervangen moeten worden na afloop van de overeenkomst.

In de afgelopen jaren is de behoefte aan opvangcapaciteit voor asielzoekers drastisch afgenomen, van ruim 80 000 in 2001 tot minder dan 21 000 op dit moment. Groei en krimp is een wezenlijk kenmerk van dit beleidsterrein.

Voor een groot deel van de huidige beschikbare capaciteit zijn langjarige overeenkomsten met gemeenten afgesloten. Met het COA en andere ketenpartners streef ik naar een optimale mix van flexibele en goedkopere structurele capaciteit, inclusief een methodiek om onverwachte fluctuaties in instroom en bezetting op te kunnen vangen.

60

Wat is de oorzaak van de significante daling in apparaatuitgaven tussen 2010 en 2011?

Uit het investeringsbudget programma vernieuwing rijksdienst zijn voor 2009 en 2010 middelen toegekend voor de uitvoering van het project legis (kennisontwikkeling enkennisverspreiding). Vooralsnog zijn voor 2011 hiervoor geen middelen meer beschikbaar. Dit veroorzaakt een significante daling in apparaatuitgaven.

61

Ziet de stroomlijning van procedurele voorschriften voor een beter bestuur op alle lagen van bestuursorganen, dus ook die ambtenaren die direct contact met de burger hebben?

De stroomlijning ziet op wettelijke procedurevoorschriften. Op welk niveau binnen de ambtelijke organisatie deze worden toegepast, verschilt per type overheidsbeslissing en soms ook per overheidsinstelling.

62

Hoe komt regeldrukvermindering voor burgers, bedrijven en dienstverleners tot uitdrukking? Welke regels verdwijnen? In hoeverre worden regels samengevoegd in één nieuwe regel?

Regeldrukvermindering is deels het afschaffen van regels, deels het harmoniseren van regels (bijvoorbeeld door regels beter op elkaar af te stemmen en waar nodig samen te voegen) en deels het vereenvoudigen van regels (bijvoorbeeld door de administratieve lasten van regels te verminderen). Het is van belang om op basis van signalen uit de samenleving te kijken naar regels die onnodige regeldruk opleveren en dan te bezien hoe deze regeldruk merkbaar verminderd kan worden voor burgers, bedrijven en dienstverleners. Via de voortgangsrapportages over regeldrukvermindering voor bedrijven (vier keer per jaar) en voor burgers, professionals en medeoverheden (twee keer per jaar) wordt het parlement geïnformeerd over de resultaten.

63

Zou de daling van het aantal wetten kunnen betekenen dat er meer ministeriele regelingen komen, zoals ook blijkt uit het diagram van pagina 30?

In de legenda bij het diagram op pagina 30 zijn als gevolg van een zetfout de labels voor «wetten» en «ministeriële regelingen» verwisseld. Het correcte aantal wetten in per 01/01/2009 bedroeg dus 1759 en het aantal ministeriële regelingen 5350. Ingaande op de strekking van de vraag (is sprake van substitutie doordat regelingen uit de ene categorie worden vervangen door regelingen uit een andere categorie) merk ik op dat dit niet het geval lijkt te zijn. Het aantal geldende wetten is in de afgelopen jaren betrekkelijk constant gebleven. De vermindering van het aantal regelingen in dit tijdvak zit met name in het aantal ministeriële regelingen en (in mindere mate) het aantal AMvB’s.

64

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de taakstelling van 25% reductie van de administratieve lasten? Kan een dergelijke norm ook komen te gelden voor de mensen die werken in de gevangenissen en reclasseringswerkers?

De reductie van administratieve lasten bij Justitie ligt op schema. De doelstelling voor burgers wordt volgend jaar al gehaald (25 % minder ten opzichte van 2002). Voor het bedrijfsleven is nu 20 % gerealiseerd, in 2011 zal dat 25 % zijn.

Het tweede deel van de vraag doelt op het project professionals. Eén van de rijksbrede AL-reductieprogramma’s ziet op het verminderen van de administratieve lasten voor de professionals in de domeinen veiligheid, zorg, onderwijs en sociale zekerheid. Per domein zijn vier functies geselecteerd waarvan de administratieve lasten aangepakt worden. Voor het domein veiligheid zijn de volgende functies geselecteerd: wijkagent, rechercheur, brandweerman en officier van justitie. De doelstelling hiervoor is dat deze professionals in 2011 substantieel minder tijd kwijt moeten zijn aan administratieve lasten (dus geen kwantitatieve doelstelling). Op dit moment vallen de mensen die werken in de gevangenissen en reclasseringswerkers niet onder de doelstellingen van het project professionals. Wel zijn er diverse initiatieven om de administratieve lasten bij deze doelgroep te verminderen. Zo loopt er bijvoorbeeld op dit moment bij de reclasseringsorganisaties een pilot ter uitvoering van de motie-Van Velzen. Dit experiment moet onder meer inzichtelijk maken welke regels en administratieve lasten onnodig belemmerend of zelfs overbodig zijn. De Staatssecretaris van Justitie heeft toegezegd hierover in de eerste helft van 2010 een brief aan de Tweede Kamer te zenden, waarin wordt aangegeven wat reeds is gedaan om de administratieve lasten bij de reclasseringsorganisaties te verminderen.

65

Zullen de voorstellen om het bestuursprocesrecht te stroomlijnen leiden tot verslechtering van de rechtsbescherming voor de burger of een verbetering van de rechtsbescherming?

De voorstellen om het bestuursprocesrecht te stroomlijnen zullen leiden tot een verbetering van de rechtsbescherming. De voorstellen beogen de bestuursrechter in staat te stellen om geschillen vaker en sneller definitief te beslechten; daar hebben ook de burgers baat bij.

66

Moeten bedrijven meer doen aan risicobeperking zodat er minder toezicht gehouden hoeft te worden? Betekent dit een lastenverzwaring van bedrijven en een lastenverlichting voor de toezichthoudende organen?

Preventie en repressie zijn geen communicerende vaten, meer preventie betekent niet automatisch minder repressie. Om criminaliteit te bestrijden zijn beide van belang. Het bedrijfsleven heeft een primaire eigen verantwoordelijkheid om preventieve maatregelen te nemen om criminaliteit te voorkomen. Preventieve maatregelen kosten bedrijven weliswaar geld , maar worden genomen met als doel de schade te beperken. Preventieve maatregelen zijn niet automatisch een lastenverzwaring voor bedrijven of een lastenverlichting voor toezichthoudende organen. Preventieve maatregelen kunnen bedrijfseconomisch ook zeer effectief zijn.

67

Welke regels met betrekking tot winkelbeveiliging komen in aanmerking voor aanpassing teneinde de regeldruk te verminderen? Worden de regels ten aanzien van private camera’s in winkelstraten vereenvoudigd? En/of worden de regels ten aanzien voor winkelsurveillance in burger vereenvoudigd? En/of worden de regels ten aanzien voor het melden van (deelnemers) aan het Waarschuwingsregister Fraude Aanpak Detailhandel en plaatsen van anti-rampalen vereenvoudigd?

Waar mogelijk zet het kabinet zich in om de regeldruk voor ondernemers, waaronder winkeliers te verminderen. Over de mogelijkheid om met private camera’s een deel van de openbare ruimte in beeld te brengen, bent u eerder dit jaar schriftelijk geïnformeerd bij brief van 12 juni 2009 (Kamerstukken II, 2008/09, 28 684, nr. 230). Thans wordt gewerkt aan een herziening van het Vrijstellingsbesluit Wbp, waarin ook de termijn voor het bewaren van particuliere camerabeelden, zonder dat daar melding van moet worden gedaan bij het CBP, wordt verlengd van 24 uur naar vier weken. Om de procedure voor winkelsurveillance in burger te vereenvoudigen en te versnellen zal een proef worden gedaan met de ontheffing van de uniformplicht voor particuliere beveiligers. Binnen de proef zal zonder nader onderzoek een ontheffing worden verleend en zal alleen worden toegezien op de naleving van de voorwaarden.

Het Waarschuwingsregister Fraude Aanpak Detailhandel is een initiatief van de detailhandel. Hiervoor is een protocol afgesproken met het CBP. Dit jaar is gestart met het openstellen van het register voor het MKB door de inrichting van de eerste brancheloketten.

Regels omtrent het plaatsen van antirampalen vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Ook bij gemeenten is blijvende aandacht voor het verminderen van regeldruk voor winkeliers. De VNG vraagt hier aandacht voor bij gemeenten en dereguleert haar modelverordeningen.

68

Op welke wijze wordt wetgeving op verenigbaarheid met mensenrechterlijke waarden en normen getoetst? Is deze toets voldoende om in de toekomst te voorkomen dat Nederland wordt veroordeeld door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)? Wat zou nodig zijn om wetgeving nog beter te toetsen op mensenrechterlijke waarden en normen? Zou een toets door het EHRM (mocht dit tot de mogelijkheden behoren) voorafgaand aan de inwerkingtreden van wetgeving de wetgeving ten goede komen?

In het wetgevingsproces zijn verschillende momenten waarin getoetst wordt of nieuwe regelgeving in overeenstemming is met het EVRM.

Volgens de Aanwijzingen voor de regelgeving (aanwijzingen 18 en 212) moet nieuwe regelgeving getoetst worden op conformiteit met mensenrechtelijke standaarden. Aanwijzing 18 bepaalt dat bij het ontwerpen van regelingen dient te worden onderzocht welke hogere regels de vrijheid van regeling van het betrokken onderwerp hebben ingeperkt. Onder hogere regels valt onder andere het EVRM. In Aanwijzing 212 is bepaald dat in de toelichting bij een regeling aan de orde moet komen de verhouding tot internationale regelingen, zoals het EVRM.

Ook in de volgende fasen komen mensenrechten uitgebreid aan bod. In de ontwerpfase worden nieuwe wettelijke maatregelen ter consultatie voorgelegd aan externe betrokkenen, onder wie vertegenwoordigers van de advocatuur en de rechterlijke macht. Daarnaast is het gebruikelijk dat het Nederlands Juristen Comité Mensenrechten ongevraagd advies geeft over mensenrechtelijke aspecten van belangrijke wetsvoorstellen.

Het Ministerie van Justitie, dat een bijzondere verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van de kwaliteit van wetgeving, toetst voorgenomen regelgeving van alle ministeries (zie aanwijzing 254 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Voordat een wetsvoorstel naar de ministerraad gaat wordt onder andere getoetst of mensenrechtenaspecten voldoende aan de orde komen in de toelichting. Met een effectiviteitstoets wordt beoordeeld of de beweerde effecten op mensenrechtelijke standaarden zijn onderkend en zo ja, of die voldoende zijn onderbouwd. Conformiteit met mensenrechtelijke normen, zoals deze zijn vastgelegd in internationale verdragen, in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in de Grondwet, is een van de onderdelen waarop wordt getoetst. Bij de constitutionele toetsing wordt samengewerkt met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vermelding verdient hierbij dat in dat kader de «Checklist toetsing (internationale) (klassieke) grondrechten» is ontwikkeld, die ook is opgenomen in het op de website van het Kenniscentrum Wetgeving gepubliceerde integraal afwegingskader voor de ontwikkeling van beleid en wetgeving.

Ook bij de toetsing door de Raad van State is de vraag hoe een nieuwe regeling zich verhoudt tot internationale mensenrechtenverdragen een belangrijk onderdeel.

Ik ben van oordeel dat op deze wijze zo goed mogelijk wordt gewaarborgd dat nieuwe wetgeving verenigbaar is met mensenrechtelijke standaarden. Dat neemt niet weg dat nooit helemaal kan worden uitgesloten dat de toepassing van die wetgeving in een concreet geval kan leiden tot een schending van het EVRM. Het EHRM beoordeelt geen wetgeving in algemene zin, maar beoordeelt op grond van een ingediende klacht of in dat concrete geval sprake is van een schending van het EVRM. Het in abstracte zin doen toetsen van wetgeving door het EHRM behoort momenteel niet tot de mogelijkheden.

69

Zou het mogelijk moeten zijn dat anderen dan overheidsjuristen, bijvoorbeeld fractiemedewerkers bij de Tweede Kamer, ook gebruik mogen maken van de Academie voor wetgeving?

Het volgen van modules bij de Academie voor wetgeving is niet strikt beperkt tot overheidsjuristen werkzaam bij de departementen. Zo hebben recent enige fractiemedewerkers aan enkele modules deelgenomen.

70

Wat wordt bedoeld met het vergroten van de vindbaarheid van wetgeving van Europese herkomst?

Hiermee wordt gedoeld op het project om in het Basiswettenbestand aan te tekenen of een nationale bepaling strekt tot implementatie van Europese regelgeving, zoals beschreven in de brief van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en mij van 6 februari 2008 (Kamerstukken II 2007/2008, 22 112, nr. 612).

71

Wat kost de meta-evaluatie van wetgeving? Komt dit geld voor zijn geheel ten laste van de Justitiebegroting?

De vraag refereert aan het clearing house voor wetsevaluatie. Voor het clearing house zijn twee fte beschikbaar gesteld door het ministerie van Justitie. De evaluaties zelf komen voor verantwoordelijkheid en rekening van de desbetreffende departementen.

72

Zou tijd- en financiële winst te halen zijn als het tweefaseproces wordt ingevoerd?

Het tweefaseproces impliceert dat de rechter eerst in een tussenvonnis een oordeel geeft over de vraag of het feit bewezen en strafbaar is om na heropening van het onderzoek op een later moment een eindvonnis te wijzen waarin ook de vragen naar de strafbaarheid van de verdachte en de straf/maatregel zijn beantwoord.

Het huidige stelsel laat een dergelijke handelwijze reeds toe ook zonder dat uitdrukkelijk tot het opmaken van een tussenvonnis met bewezenverklaring van het tenlaste gelegde feit en kwalificatie van het bewezen verklaarde wordt overgegaan. De rechter houdt dan de zaak aan totdat een volledig eindvonnis kan worden gewezen (met straftoemeting). Tijd en financiële winst zijn met een formalisering van deze handelwijze niet te behalen, vooral niet in de gevallen waarin door het tijdsverloop tussen bewezenverklaring en straftoemeting nieuwe omstandigheden aan het licht komen die nopen tot aanpassing van de eerdere beslissing. De wet kent nu wel de formele afsplitsing van de ontnemingsvordering van de hoofdzaak, omdat het onderzoek naar de herkomst van het wederrechtelijk verkregen voordeel veelal meer tijd vergt dan de behandeling van de hoofdzaak en het daaraan voorafgaande vooronderzoek. Het gaat hier evenwel om de behandeling van een vordering op een privaatrechtelijke geschoeide leest.

73

Wat zijn de precieze regels rond het griffierecht voor mensen met een toegevoegde advocaat? Wordt het probleem herkend dat de korte termijn waarbinnen het griffierecht betaald moet worden mensen met weinig inkomen voor betaalproblemen kan plaatsen?

Voor wat betreft het burgerlijk recht, staan de regels voor de zogenoemde indebetstelling in de artikelen 17 e.v. van de Wet tarieven in burgerlijke zaken. De indebetstelling houdt in dat on- en minvermogende rechtzoekenden (zowel eisers als gedaagden) een korting krijgen op het te betalen griffierecht. De korting is ¾ of ½ van het anders te betalen griffierecht, met een maximum te betalen bedrag van 119 respectievelijk 238 euro.

Voor bestuursrechtelijke zaken staan de regels voor de betaling van het griffierecht in artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht. Die wet kent geen indebetstelling of andere regeling die rekening houdt met het feit of men al dan niet een toegevoegde advocaat heeft. Wel kent die wet een apart, laag tarief in onder meer sociale-zekerheidszaken van thans 41 euro.

Het strafrecht kent geen griffierecht. Het probleem wordt niet herkend.

In burgerlijke zaken zijn er geen procedurele consequenties verbonden aan het te betalen griffierecht. Er is geen korte termijn waarbinnen het griffierecht betaald moet worden.

Met betrekking tot het bestuursrecht zijn mij evenmin problemen bekend. Juist de groep zaken waarin de meeste kwetsbare partijen optreden (sociale-zekerheidszaken), kent een laag griffierecht. De betalingstermijn is in die zaken overigens vier weken.

De regeling voor het griffierecht in burgerlijke zaken zal veranderen als het parlement instemt met het thans in de Tweede Kamer voorliggende wetsvoorstel 31 758 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Op basis van die wet vervalt de indebetstelling en worden er wel procedurele consequenties verbonden aan het niet-betalen. On- en minvermogenden krijgen in alle drie instanties een generiek laag tarief. Er is een betalingstermijn van vier weken. Daarmee wordt de regeling afgestemd op het bestuursrecht. Door de combinatie van een betalingstermijn en een generiek laag tarief, zullen er zich ook onder die wet geen problemen voordoen.

74

Waarom wordt niet voldaan aan de door Raad voor de Rechtspraak gevraagde extra financiering in verband met het toenemende aantal zaken als gevolg van de financiële crisis?

Om de instroomontwikkelingen zo goed mogelijk in te kunnen schatten zijn voor de afzonderlijke sectoren (ketenbrede) prognosemodellen ontwikkeld die jaarlijks op basis van onder andere de meest recente macro-economische ontwikkelingen en gerealiseerde instroom worden geactualiseerd. Die uitkomsten laten een, met name in de eerstkomende jaren, sterk stijgende instroom zien. Deze instroomverwachting is door de Raad voor de rechtspraak opgenomen in zijn begroting.

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad maar beperkt gehonoreerd is.

75

Voor welk bedrag is er in de begroting rekening gehouden met een toename van het aantal zaken bij vreemdelingenrechters als gevolg van de herbeoordeling naar aanleiding van het afschaffen van het categoriale beschermingsbeleid voor Irak?

Bij het ramen van het aantal vreemdelingenzaken is rekening gehouden met de herbeoordeling naar aanleiding van het afschaffen van het categoriale beschermingsbeleid Irak. Het gaat hier om een aanpassing van de raming in aantallen zaken op basis van het afwijzingspercentage in AC en een incidentele aanpassing van het aantal intrekkingen van tijdelijke vergunningen door de IND. Bij de raming van het aantal vreemdelingenzaken voor 2010 heeft de Rechtspraak rekening gehouden met de afhandeling van ca. 2 000 extra zaken hetgeen ca. € 1,5 mln. aan kosten met zich meebrengt.

76

Waarom gaat het budget voor de Raden voor rechtsbijstand in 2010 omlaag terwijl de verwachting is dat meer mensen in juridische procedures betrokken gaan worden?

Vanaf 2011 daalt het budget voor de Raden voor rechtsbijstand als gevolg van de maatregelen die zijn en zullen worden genomen in het kader van de taakstelling uit het Coalitieakkoord met betrekking tot de Wet op de rechtsbijstand.

Het is aannemelijk dat als gevolg van de economische recessie er meer mensen in juridische procedures betrokken gaan worden en een beroep op de rechtsbijstand zullen moeten doen. Dat is met name de verwachting op het terrein van civiel en bestuur. De omvang en duur van deze toename alsook de effecten van de economische recessie op andere terreinen zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen, waardoor nog geen rekening kon worden gehouden met onzekere budgettaire gevolgen. De aannemelijkheid van volumegroei maakt de genomen maatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de proactieve overheid, nog noodzakelijker en urgenter.

77

Waarom gaat «overige diensten» in de tabel van 0 in 2009 naar meer dan 900 mln?

Genoemde verschuivingen hebben plaatsgevonden om nog beter tot uitdrukking te brengen dat het oplossen van een geschil niet bij de rechter begint, maar bij bijvoorbeeld de juridische beroepsgroepen, mediators, rechtsbijstand en schuldsanering. Deze inspanningen gaan vaak vooraf aan de toegang tot de rechter en in een heel groot aantal gevallen kan daarmee een geschil laagdrempelig worden afgesloten.

De bijbehorende budgetten zijn derhalve ook van 12.1 naar 12.3 verschoven.

78

Waarom verschuift de Raad voor de rechtspraak van artikel 12.1.1 naar artikel 12.3.1? Waarom verschuift de Hoge Raad van artikel 12.1.2 naar artikel 12.3.2) en «Overige diensten» van artikel 12.1.3 naar artikel 12.3.3?

Voor een antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 77.

79

Hoeveel deskundigen staan inmiddels ingeschreven in het Nationaal deskundigenregister?

De Wet deskundige in strafzaken treedt niet – zoals beoogd – op 1 juli 2009 in werking, maar op 1 januari 2010. Het algemene raamwerk, de toelatingseisen en toetsingscriteria van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen zijn inmiddels ontwikkeld. De organisatie is daarmee in een vergevorderd stadium van oprichting en inrichting. De opbouw c.q. «vulling» van het register zal gefaseerd plaatsvinden. Vooralsnog wordt begonnen met de normering en toetsing van deskundigen op de gebieden handschriftonderzoek en DNA en vervolgens op de gebieden forensische psychologie en psychiatrie. Het is nog niet geheel duidelijk hoeveel deskundigen dan geregistreerd zullen worden. Registratie vindt plaats op vrijwillige basis.

80

Hoeveel notarissen zijn de laatste drie jaar binnen zes maanden na het op eigen verzoek verleende (eervol) ontslag failliet gegaan?

Er zijn de afgelopen 3 jaar 3 notarissen failliet verklaard. Deze notarissen zijn tevens ontslagen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent notarissen of gewezen notarissen in schuldsaneringsregelingen.

81

Hoeveel notarissen zijn de laatste drie jaar binnen zes maanden na het op eigen verzoek verleende (eervol) ontslag in de schuldsanering terecht gekomen?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 81.

82

Hoeveel notariskantoren staan onder verscherpt toezicht van het Bureau Financieel Toezicht?

Het BFT en de KNB hebben bekend gemaakt dat in het tweede kwartaal van 2009 163 kantoren speciale aandacht verdienen op basis van hun financiële situatie. Dat is 20% van het totale aantal kantoren. In het eerste kwartaal waren dat nog 91 kantoren. In totaal zijn er thans 18 kantoren met een negatieve bewaringspositie, waarvan 10 vanwege administratieve onvolkomenheden. In de overige 8 gevallen wordt nader onderzoek ingesteld. Als blijkt dat deze kantoren de derdengelden inderdaad gebruikt hebben voor andere doeleinden dan waarvoor deze bestemd zijn, dient het BFT een klacht in bij de tuchtrechter en volgt een procedure.

83

Kan de (blijvende) verhoging van het budget voor «verwijzing van rechter» vanaf 2009 nader worden toegelicht?

In de tabel op pagina 43 van de begroting 2010 zijn kwantitatieve gegevens (indicatoren) met betrekking tot mediation weergegeven. Onder meer is het verwachte aantal verwijzingen door de rechter naar mediation opgenomen. Het betreft hier geprognosticeerde aantallen verwijzingen per jaar en geen budgetgegevens.

Zoals onder de tabel toegelicht, zullen op grond van het evaluatieonderzoek mediation, dat in 2009 wordt afgerond, de in deze tabel opgenomen prognosecijfers (en mogelijk ook de indicatoren) worden bijgesteld.

84

Wat is de opbrengst van de afschaffing van het nultarief bij reguliere straftoevoegingen?

De opbrengst van de afschaffing van het nultarief bij reguliere straftoevoegingen is circa € 3 miljoen. Dit betreft de invulling van een eerdere taakstelling, waarvoor wordt verwezen naar de begroting voor het jaar 2005, pagina 48 (TK, vergaderjaar 2004–2005, 29 800 hoofdstuk VI, nr. 2).

85

Is de hoogte van de eigen bijdragen bij de verschillende inkomenscategorieën dezelfde als bij de civiele toevoegingen? Zo nee, waarom dit verschil?

Ja, de hoogte van de eigen bijdragen bij de verschillende inkomenscategorieën zijn dezelfde bij de reguliere straftoevoegingen als bij de civiele toevoegingen. De hoogte van de eigen bijdragen is niet gerelateerd aan het rechtsgebied in het kader waarvan de toevoeging wordt verstrekt.

86

Hoeveel extra zaken zullen door de sector Kanton worden afgewikkeld als gevolg van verhoging van de competentiegrens naar € 25 000?

De Raad voor de rechtspraak heeft de gevolgen van de verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter naar € 25 000 voor de zaaksverdeling doorgerekend. Uit deze berekening, die is gebaseerd op de productiecijfers van 2008, blijkt dat naar verwachting in totaal – afgerond – 18 000 zaken (7%) van de sector civiel zal verschuiven naar de sector kanton. De vermoedelijke inwerkingtredingdatum van de verhoging van de competentiegrens is 1 januari 2011.

87

Wanneer zal een wetsvoorstel met betrekking tot de instrumenten cassatiewaardigheid en het stellen van een prejudiciële vraag naar de Tweede Kamer worden gestuurd?

Het wetsvoorstel zal naar verwachting in het voorjaar van 2010 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

88

Hoeveel kinderrechters zijn er op dit moment werkzaam?

Ingevolge artikel 53 Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) draagt degene die zitting heeft in een enkelvoudige kamer voor kinderzaken de titel van kinderrechter. Veel rechters doen naast hun «reguliere» rechtsgebied kinderzaken. De Raad voor de rechtspraak houdt niet bij hoeveel rechters zittingen voor kinderzaken doen, noch de regelmaat waarmee zij dit doen. De omvang van het aantal kinderrechters in formatieplaatsen is daarmee niet vast te stellen.

Wel is het aantal afgehandelde zaken in eerste aanleg (veelal een eindvonnis) bekend. In de eerste acht maanden van 2009 zijn door de rechtbanken 34 360 civiele kinderrechtzaken afgehandeld. In dezelfde periode van 2008 waren dat er 31 740.

In de eerste acht maanden van 2009 zijn door de rechtbanken 9 760 kinderstrafzaken (enkelvoudige kamer en meervoudige kamer) afgehandeld. In dezelfde periode van 2008 waren dat er 10 890.

89

Wanneer verwacht de Hoge Raad de voorraden zaken te hebben ingelopen en waarom staat de uitstroom aan zaken niet per definitie gelijk aan de instroom?

Idealiter is de uitstroom inderdaad globaal gelijk aan de instroom. De afgelopen jaren was de instroom van zaken echter hoger dan de uitstroom. Als gevolg daarvan zijn de werkvoorraden sterk toegenomen. Met de aanbevelingen van de Commissie normstellende rol Hoge Raad (Commissie Hammerstein) zal de Hoge raad de mogelijkheden onderzoeken een beter evenwicht te verkrijgen tussen zijn beschikbare capaciteit en de instroom van zaken. Daarnaast zal worden gewerkt aan wettelijke instrumenten ( «selectie aan de poort» en de mogelijkheid van het stellen van prejudiciële vragen) om tot beperking van de instroom te komen. Op die manier kan de Hoge Raad zijn capaciteit gerichter inzetten. Dit zal vooral die zaken betreffen die vanuit het oogpunt van rechtsvorming en rechtseenheid van groot maatschappelijk belang zijn. Daarnaast kan worden gedacht aan zaken waarin zeer grote individuele belangen op het spel staan. Er wordt thans vanuit gegaan, dat de effecten van de maatregelen in substantiële zin vanaf 2011 zichtbaar zullen zijn.

90

Welke maatregelen worden genomen om de oplopende doorlooptijden terug te dringen?

Wat betreft de in gang gezette maatregelen wordt verwezen naar het antwoord op vraag 89. Ik ga er vanuit dat met deze maatregelen de doorlooptijden zullen worden bekort.

91

Waarom wordt het budget dat gemeenten van het rijk krijgen om het veiligheidsbeleid goed vorm te geven de komende twee jaar met 40% afgeslankt (volgens burgemeesters van Venlo en wethouder van Leeuwarden, Leeuwarder Courant, 10 september 2009)? Waar in de begroting is dit terug te vinden?

Hier wordt gedoeld op de Van Montfransmiddelen (BZK) en de middelen voor leefbaarheid (WWI).

De daling in het jaar 2011 heeft te maken met het tot een einde komen van de eenmalige financiële impuls in het kader van veiligheid die het toenmalige Kabinet op verzoek van de G31 voor de duur van de GSBIII-periode 2005 t/m 2009 beschikbaar heeft gesteld.

De € 23 miljoen, die in 2010 extra beschikbaar is, is het restant van deze toezegging. De eenmalige financiële impuls was, conform het G31-verzoek, vooral bedoeld voor eenmalige activiteiten zoals de opzet van de veiligheidshuizen, intensivering van cameratoezicht, aanloopkosten bij de inzet van extra toezichthouders en de nazorg van veelplegers.

In de brief «Afloop GSB-gelden en groeimiddelen voor veiligheid in het Gemeentefonds»  d.d. 12 december 2008 (kenmerk 2008 0000601577) is uw Kamer hier reeds over geïnformeerd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De conclusie in deze brief is dat het totaal aan beschikbare veiligheidsmiddelen voor gemeenten in de komende jaren een stijgende lijn vertoont. Uw Kamer wordt dan ook verwezen naar de inhoud van deze brief.

In de begrotingen van de Ministeries voor WWI, en van BZK is opgenomen dat vanaf 2010 de zogenaamde leefbaarheidmiddelen en Van Montfransmiddelen zijn gedecentraliseerd conform het ingezette kabinetsbeleid. Deze middelen zijn ondergebracht in een decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds.

92

Wat is de stand van zaken ten aanzien van de opdringerige aanwezigheid van porno in de schappen van benzinestations? Heeft het toegezegde overleg (31 700 VI, nr. 10, blz. 2, antwoord 1) met het college van procureurs-generaal plaatsgevonden? Wanneer krijgen de Tweede Kamer hier meer informatie over?

Het bedoelde overleg heeft plaatsgevonden. Ik zal uw Kamer hierover nader berichten in de tweede voortgangsrapportage over de aanpak van kinderporno dat u ultimo november 2009 kunt verwachten.

93

Wat is de verklaring voor de relatief lage Plukze-opbrengsten en waarop is de, relatieve, stijging voor 2010 en de jaren erna gebaseerd?

De ontnemingswetgeving dateert van 1993 en is in 2003 aangepast ter vergroting van de effectiviteit. De Plukze-opbrengsten tonen een stijgende lijn van enkele miljoenen per jaar tot thans circa € 25 miljoen.

Het ontnemen van crimineel vermogen vraagt aandacht van alle handhavingspartners om resultaten te boeken. Zeker de omvangrijke ontnemingszaken vragen veel opsporingscapaciteit en kennen lange doorlooptijden. De stijging van de opbrengsten kan enerzijds verklaard worden door de toename van de aantallen ontnemingsmaatregelen in de executiefase en door de toename van het conservatoir beslag. Anderzijds is sprake van intensivering in dit kader door het OM en de politie in het kader van de intensiveringsprogamma’s FINEC, Cybercrime, Georganiseerde Misdaad en Intelligence, waardoor naar verwachting de komende jaren de opbrengsten zullen toenemen.

94

Wat ligt ten grondslag aan de lichte maar teleurstellende stijging van de Pluk ze inkomsten?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 93.

95

Hoeveel geslaagde ontsnappingen zijn er de laatste jaren geweest uit de gevangenissen? Hoeveel pogingen zijn er ondernomen? Kan dit worden uitgesplitst naar reguliere penitentiaire inrichtingen, half open inrichtingen en open inrichtingen?

DJI maakt in haar rapportage onderscheid in ontvluchtingen vanuit gesloten inrichtingen en (overige) onttrekkingen. In de gesloten penitentiaire inrichtingen hebben in 2004 totaal 7 ontvluchtingen plaatsgevonden en 9 pogingen, in 2005: 16 ontvluchtingen en 11 pogingen, in 2006 3 ontvluchtingen en 8 pogingen, in 2007 4 ontvluchtingen en 13 pogingen en in 2008 4 ontvluchtingen en 13 pogingen.

Het aantal onttrekkingen (waaronder alle vormen van ongeoorloofde afwezigheid, zoals niet terugkeren van regimegebonden verlof) dat vanuit de beperkt beveiligde inrichtingen (half open inrichtingen) heeft plaatsgevonden bedroeg in 2004: 299, in 2005: 297, in 2006: 249, in 2007: 180 en in 2008: 198.

Het aantal onttrekkingen (waaronder eveneens alle vormen van ongeoorloofde afwezigheid, zoals niet terugkeren van regimegebonden verlof) dat vanuit de zeer beperkt beveiligde inrichtingen (open inrichtingen) heeft plaatsgevonden, bedroeg in 2004: 44, in 2005: 36, in 2006: 35, in 2007: 26 en in 2008: 34.

96

Hoe vaak heeft de afgelopen jaren iemand zich onttrokken aan verlof vanuit een tbs-inrichting?

In de jaren 2005 t/m 2008 zijn resp. 73, 43, 33 en 28 tbs-gestelden ongeoorloofd afwezig geweest. In het eerste halfjaar van 2009 waren dat er 11.

97

Waarom is het ontsnappen uit een gevangenis of het onttrekken aan het verlof niet strafbaar?

Het uitgangspunt van de wetgever is dat niemand gehouden is mee te werken aan zijn eigen veroordeling en daarmee aan zijn eigen gevangenzetting. Als iemand gehoor geeft aan zijn vrijheidsdrang door middel van een ontsnapping of onttrekking, is dit niet strafbaar tenzij er tijdens de ontsnapping strafbare handelingen zijn gepleegd. De overheid kan wel ingrijpen en de betrokkene – die immers de rest van zijn straf nog moet uitzitten – opsporen. Bovendien kan hier disciplinair tegen worden opgetreden op grond van artikel 50 van de Penitentiaire Beginselenwet. Bij een onttrekking aan verlof kan de directeur overgaan tot het weigeren, intrekken of beperken van het eerstvolgende verlof. Tevens heeft de directeur van de penitentiaire inrichting de mogelijkheid op grond van artikel 10 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting om de gedetineerde intern over te plaatsen of overplaatsing naar een andere afdeling of penitentiaire inrichting te adviseren. Daarnaast kan bij (poging tot) ontsnapping of onttrekking tijdens detentie de voorwaardelijke invrijheidstelling worden uitgesteld of achterwege worden gelaten.

98

Wat is de reden dat het project voor het inschakelen van forensische onderzoeken door andere instituten zo lang op zich laat wachten en wat is de datum van aanvang?

Het is van belang dat de uitwerking van het «Experiment inschakelen particuliere instituten»  voortvarend wordt opgepakt en uitgevoerd. Ik streef ernaar de uitwerking van dit experiment eind dit jaar gereed te hebben, waarna het experiment begin 2010 van start kan gaan.

Inmiddels zijn de voorbereidingen voor het experiment al in volle gang. Binnen de werkgroep «toekomst forensisch onderzoek», waarin onder meer de politie en het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd zijn, wordt overlegd om te komen tot een passende organisatie- en beheerstructuur. Deze zal zo veel mogelijk binnen bestaande structuren worden opgezet. Om voldoende waarborgen te hebben dat de inschakeling van particuliere instituten onder verantwoorde condities gebeurt, worden toetsingscriteria opgesteld. Daarnaast zal het experiment worden gemonitord, waarover wordt gesproken met het WODC.

99

Komt de afname van de criminaliteit door een minder hoge aangiftebereidheid? Zo nee, is dit onderzocht?

Voor het antwoord op deze vraag wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 6.

100

Kunnen de hogere kosten voor Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)/forensische zorg nader worden toegelicht?

De oploop in de uitgavenraming van DJI-Forensische zorg (13.4.2.) is voornamelijk het gevolg van de capacitaire ontwikkelingen zoals toegelicht op blz. 131 /132 van ontwerp-Justiebegroting 2010.

De belangrijkste capacitaire ontwikkelingen zijn:

– De tbs-capaciteit zal de komende jaren nog met circa 150 plaatsen toenemen ten opzichte van de vermoedelijke uitkomst 2009.

– De middelen met betrekking tot de bestaande bijzondere zorgcapaciteit van het Gevangeniswezen (509 plaatsen) worden met ingang van 2010 overgeheveld naar het onderdeel Forensische Zorg. Deze capaciteit wordt tesamen met de nieuw gerealiseerde zorgplaatsen ten behoeve van gedetineerden geconcentreerd op vijf penitentiair psychiatrische centra (PPC’s) binnen het Gevangeniswezen.

– Het aantal intramurale inkoopplaatsen bij GGz-instellingen en in de Gehandicaptenzorg voor forensische zorg in het strafrechtelijk kader zal de komende jaren met circa 350 plaatsen toenemen ten opzichte van de vermoedelijke uitkomst 2009. Een groot deel van de capaciteit zijn de reeds door VWS voor 1–1-2007 toegeleide uitbreidingen.

– Het aantal intramurale inkoopplaatsen bij GGz-instellingen en in de Gehandicaptenzorg voor forensische zorg voor gedetineerden zal de komende jaren met circa 200 plaatsen toenemen ten opzichte van de vermoedelijke uitkomst 2009.

Overigens is in samenhang met de neerwaartse bijstelling van de capaciteit van het Gevangeniswezen in het kader van de PMJ-uitkomsten 2009, ook de meerjarenraming voor de forensische zorgcapaciteit voor gedetineerden neerwaarts bijgesteld (structureel – 159 plaatsen in het GW en – 30 plaatsen in de GGz).

101

Waarom het budget voor het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) omlaag?

Het budget van het CJIB gaat omlaag, omdat vanaf medio 2009 de administratiekosten die samenhangen met de inning van boeten in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv; Wet Mulder) worden doorbelast aan de burger die de boete ontvangt. Vanaf 2012 gaat het budget van het CJIB verder omlaag, omdat op dat moment ook de administratiekosten die samenhangen met de inning van boetevonnissen en transacties zullen worden doorbelast.

102

Waarom stijgt het budget voor boetes & transacties steeds meer?

De geraamde toename van de opbrengsten boeten en transacties hangt samen met de geraamde ontwikkeling van het aantal te incasseren boeten en transacties en de gemiddelde hoogte daarvan.

103

Welke instrumenten moeten de professionaliteit van de rechtshandhaving stimuleren? Hoe kan de minister van Justitie andere ministeries, overheden en bestuursorganen bevorderen de ontwikkelde instrumenten te gebruiken?

De professionaliteit van de rechtshandhaving wordt gestimuleerd door het ter beschikking stellen van risicomanagementmodellen en onderliggende instrumenten voor risicoanalyse, doelgroepenanalyse, analyse van handhavingsstijlen, monitoring en effectmeting. Om op organisatieniveau meer inzicht te krijgen in de mate van professionalisering is door het Ministerie van Justitie onlangs een zogenoemde «zelftest handhaving voor gemeenten» ontworpen.

Ook voor professionalisering van de handhaver worden instrument ontwikkeld. Het Ministerie van Justitie stimuleert daarnaast het gebruik van kennis en instrumenten door deze ter beschikking te stellen aan andere overheden via het Expertisecentrum Rechtspleging en Rechtshandhaving (per 1 november 2009 unit Nalevingsexpertise van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)), door middel van de Handhavingskrant, congressen en symposia, workshops, maatadvies, websites en internetapplicaties.

104

Waar blijft die aangekondigde Wet doorzettingsmacht voor de minister van Justitie in geval van terrorisme? Heeft deze wet vertraging opgelopen? Zo ja, waarom?

Het wetsvoorstel (alsmede het nader rapport) is inmiddels afgerond en verkeert momenteel in de fase van bespreking in de Ministerraad.

105

In hoeverre hangt de daling van criminaliteit samen met de (mogelijke) daling van aangiftebereidheid?

Voor een antwoord op deze vraag wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 6.

106

Hoe moet het getal over recidive precies gelezen worden? Wordt in de grafiek op pagina 55 uitgegaan van het jaartal van het eerste misdrijf? Betekent bijvoorbeeld dat het blokje voor 2004 betekent dat tot 2006 58% van deze mensen opnieuw een misdrijf heeft gepleegd?

Voor een antwoord op deze vraag wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 11.

107

Betekent de registratie van alcohol bij geweld dat alleen wordt genoteerd dat er alcohol is gebruikt of wordt ook de hoeveelheid genoteerd?

In het onderzoek naar de technische, financiële en uitvoeringsaspecten van de landelijke registratie wordt ook de mogelijkheid van registratie van de hoeveelheid gebruikte alcohol meegenomen.

108

Zijn er mogelijkheden om het principe uit de aanwijzing van het Openbaar Ministerie (OM) »lichte mishandeling» uit te rollen, zodat hogere strafeisen worden gesteld in alle gevallen van agressie en geweld tegen winkeliers en hun medewerkers? Zo ja, welke?

Dit is mogelijk. Het OM hanteert in dit soort gevallen het uitgangspunt dat de strafmaat mede wordt bepaald door de mate waarin agressie en geweld is gebruikt tegen het slachtoffer.

109

Welke pilots lopen er op dit moment die moeten bepalen hoe de modelaanpak er moet uitzien? Wanneer lopen deze pilots af? Wanneer worden de resultaten van de pilots naar de Tweede Kamer gestuurd?

1. De pilot arbeidstoeleiding in detentie loopt. Dit najaar wordt de eerste evaluatie verwacht. De pilot wordt vooralsnog uitgebreid naar vijf andere locaties (verlengde pilot). Daarmee wordt tevens onderzocht welke consequenties schaalvergroting heeft voor de betrokken organisaties. Als uitbreiding goed realiseerbaar blijkt volgt in 2010 landelijke uitrol.

2. De pilot schuldhulpverlening is in voorbereiding en zal naar verwachting nog dit jaar starten in Leeuwarden waar de PI de Marwei en GKB Friesland gaan samenwerken op het gebied van schuldhulpverlening

3. De pilot continuïteit van zorg voor kortverblijvende gedetineerden die in Rotterdam van start gaat is eveneens in voorbereiding. Het maakt onderdeel uit van een veel bredere plan «zorg voor kwetsbare mensen»  in Rotterdam waarin de gemeente, de zorgverzekeraars, VWS en Justitie zijn betrokken. De verwachting is dat de pilot continuïteit van zorg voor gedetineerden begin 2010 kan starten.

4. Uw Kamer zal via de voortgangsrapportage MGw en VBBV geïnformeerd worden over de (tussen) resultaten van de pilots.

110

Is het ook de bedoeling om naast alcohol ook het gebruik van drugs bij geweld te registreren? Zo nee, waarom wordt daar niet voor gekozen?

In 2007 heeft de politie in drie pilots (in Renkum/Wageningen, de regio IJsselland en op Schouwen-Duiveland) gedurende een half jaar bij geweldplegers geregistreerd op het gebruik van alcohol en drugs. De gebruikte testen (Alco-Sensor IV en Drugwipe 5) zijn op vrijwillige basis afgenomen. Uit de pilots bleek dat het drugsgerelateerde geweld gemiddeld op 3% lag. Op basis hiervan is besloten dat het niet zinvol is hierop verder beleidsmatig in te zetten (Kamerstukken II, 2008/09. 27 565, nr. 83). De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wil wel een verkenning laten uitvoeren naar drugsgebruik in relatie tot uitgaansgeweld en voetbalvandalisme.

111

Op welke manier wordt het gebruik van alcohol of drugs meegewogen bij de vaststelling van de strafmaat? Betekent dit automatisch een verzwarende omstandigheid?

In het onderzoek Geweld onder invloed (2008) is uw Kamer gemeld dat het kabinet voornemens is alleen alcoholgebruik bij geweldsdelicten door de politie standaard te laten registreren. Het zal daartoe eerst de technische, financiële en uitvoeringsaspecten van een dergelijke registratie uitwerken (Kamerstukken II, 2008/09, 27 565, nr. 83). Deze effecten worden dit jaar door Justitie in samenwerking met BZK en de politie in kaart gebracht. De registratie biedt tevens een aanknopingspunt om het gebruik van alcohol als strafverzwarende omstandigheid bij geweldsmisdrijven aan te merken. Op dit moment is daarvan nog geen sprake. In welke mate de straf moet worden verzwaard en welk alcoholpromillage als richtlijn gaat gelden is nog onderwerp van onderzoek.

112

Is het mogelijk, gezien de aanwijzing van het OM «lichte mishandeling» van 2007, hogere strafeisen te stellen in gevallen van agressie en geweld tegen winkeliers en hun medewerkers? Zo ja, welke? Zo nee, hoe wordt deze groep dan extra beschermd zoals in bovengenoemde aanwijzing staat vermeld?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt verwezen naar het antwoord op vraag 108.

113

Wat is het tijdspad met betrekking tot het project overlastdonatie?

In het convenant aanpak winkelcriminaliteit deel 3 is afgesproken dat in 2009 het project overlastdonatie wordt uitgerold in een aantal winkelgebieden in de gemeente Utrecht. Dit wordt conform planning uitgevoerd. Tevens wordt door het WODC een onderzoek uitgevoerd naar het theoretische model achter overlastdonatie en vindt een evaluatie plaats van het project in Utrecht. Deze evaluatie is binnenkort gereed. Rekening houdend met de uitkomsten van deze evaluatie is een gefaseerde landelijke uitrol in 2010 voorzien.

114

Gebeurde de registratie van alcoholgebruik tot nu toe helemaal niet? Kan worden aangegeven bij welk percentage van de geweldsdelicten alcohol en/of drugs is gebruikt?

De politie registreert niet standaard op alcoholgebruik bij geweldsdelicten. In het onderzoek Geweld binnen en buiten (2005) is geconstateerd dat slechts in 10% van de processen-verbaal van de politie over geweldsdelicten informatie is opgenomen over het middelengebruik (Kamerstukken II, 2004/05, 28 345, nr. 33). Uit het rapport Geweld onder invloed (2008) blijkt dat het middelengerelateerde geweld in de onderzochte pilots in de regio IJsselland en op Schouwen-Duiveland gemiddeld 31% bedraagt. Het alcoholgerelateerd geweld komt uit op 27% en het drugs- en combigebruik elk op 3% (Kamerstukken II, 2008/09, 27 565, nr. 83).

115

Wordt de registratie van alcoholgebruik alleen bij geweld gebruikt? Is er ook zicht op het gebruik van alcohol of drugs bij criminaliteit in het algemeen? Bij welk percentage van de misdrijven en/of overtredingen is alcohol of drugs in het spel?

De registratie van alcoholgebruik wordt alleen bij geweldpleging ingezet, omdat alcohol een risicofactor is voor het plegen van geweldsdelicten. Uit het onderzoek Geweld onder invloed (2008) is gebleken dat 31% van de geweldsdelicten in de pilots op Schouwen-Duiveland en in de regio IJsselland gepaard ging met middelengebruik.

Mij is niet bekend wat de omvang van alcohol- en/of drugsgebruik bij criminaliteit in het algemeen is, zodat hierover geen percentage te melden valt.

116

Hoeveel BIBOB-adviezen hebben tot nu toe in 2009 het stempel ernstige mate van gevaar gekregen?

In de periode van 1 januari 2009 tot 1 oktober 2009 hebben 77 van de 196 uitgebrachte BIBOB-adviezen het stempel ernstige mate van gevaar gekregen.

117

Met hoeveel procent is de criminaliteit bij het bedrijfsleven tot nu toe gedaald?

Aan de hand van de monitor Criminaliteit Bedrijfsleven (MCB) 2008 kan worden geconcludeerd dat de doelstellingen voor het terugdringen van de geweldscriminaliteit tegen het bedrijfsleven grotendeels gerealiseerd zijn.

MCB200420072008Doestel. 2010 (– 25%)Nog te realiseren
Diefstal bij detailhandel (– 25%)1 500 000974 0001 727 0001 125 000– 602 000
Geweld bij het bedrijfsleven (% bedrijven slachtoffer)
– bouw2%2%2%1,5%– 0,5%pnt
– detailhandel7%5%6%5,25%– 0,75%pnt
– transport7%5%4%5,25%Onder doelstelling
– zakelijke dienstverlening4%3%3%3,0%Op doelstelling
– horeca10%9%9%7,5%– 1,5%pnt

Het percentage bedrijven dat in 2008 in aanraking kwam met geweldsdelicten is in de sectoren transport en zakelijke dienstverlening gedaald. Hiermee is de doelstelling op deze twee onderdelen gehaald. In de bouwsector en in de horeca veranderde het percentage bedrijven dat te maken kreeg met geweldsdelicten niet significant. Het percentage bedrijven in de detailhandel dat met geweld geconfronteerd werd, lag in 2008 wel hoger dan in 2007, maar nog altijd lager dan in 2004.

Een andere indicator, de diefstallen in de detailhandel, is na een eerder ingezette dalende trend, in 2008 ten opzichte van 2007 sterk toegenomen. Uit de cijfers kan worden afgeleid dat 64% van de diefstallen plaatsvindt in zo’n 2% van de bedrijfsvestigingen. Onze activiteiten richten zich daar dan ook specifiek op. Naast de ondertekening, eind 2008, van het convenant aanpak winkelcriminaliteit deel 3, wordt ook in samenwerking met de betreffende branche (drogisterijen, kleding, warenhuizen) en een aantal bedrijven extra inzet gepleegd om circa tien proeftuinen in te richten.

118

Wat is de achtergrond van het feit dat slechts 14% van de bedrijven gebruikmaakte van de leeftijdsgrenzen van Kijkwijzer? Is er zicht op dat dit percentage toeneemt? Acht de regering de doelstelling om dit percentage op 70 procent te krijgen haalbaar? Wat zijn de tussenliggende doelen voor 2009 en 2010?

In het onderzoek Horen, zien en verzwijgen? (2008), dat in mijn opdracht is uitgevoerd, komen drie factoren naar voren die van invloed lijken op de mate van naleving van de leeftijdsgrenzen. In de eerste plaats is dat de persoonlijke acceptatie van het classificatiesysteem. De individuele opvattingen van verkopers, en niet de opvattingen die binnen een bepaald verkooppunt gelden, zijn van invloed op de bereidheid van verkopers om zich te houden aan de leeftijdsrestricties. In de tweede plaats is dat de inschatting van de wettelijke grondslag voor de leeftijdsbeperkingen. De bereidheid van verkopers om zich aan de leeftijdsgrenzen te houden is groter wanneer ze weten dat daar een wettelijke grondslag voor is. Dit strookt ook met de bevinding dat in de bioscoopbranche, die veel langer ervaring heeft met wettelijke leeftijdsgrenzen, de nalevingsbereidheid in het uitgevoerde mysteryshop onderzoek veel hoger is dan in de branches die daarmee niet bekend zijn. In de derde plaats is de controle van invloed. Verkopers houden zich beter aan de leeftijdsrestricties als ze serieuzer rekening houden met interne en externe controles op de naleving. Bij niet-naleving spelen bovendien een aantal praktische redenen een rol, zoals het willen voorkomen van ruzie of onenigheid met klanten.

Met de audiovisuele branches die aangesloten zijn bij het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (Nicam), heb ik in februari 2009 bij convenant afspraken gemaakt over een aanmerkelijke verbetering van de naleving. Eind oktober zal bovendien met een aantal grote ondernemingen een convenant afgesloten worden, zodat zij een voorbeeldfunctie gaan vervullen bij de naleving. De afspraken om de naleving te verbeteren hebben onder meer betrekking op instructie en certificering van het verkopend personeel via een e-learning programma, een campagne om het publiek te informeren en het verscherpen van het toezicht van overheidswege op de naleving. Op basis van deze maatregelen acht ik het realiseren van naleving van tenminste 70% in 2011 haalbaar. Er zijn geen tussenliggendedoelen voor 2009 en 2010 geformuleerd, maar via de inzet van mystery shopping zullen de vorderingen regelmatig gemeten worden.

119

Hoeveel zaken liggen momenteel bij de politie en het OM te wachten op behandeling?

Kan dit uitgesplitst worden op het gebied van zedenmisdrijven, geweldsmisdrijven, financieel economische misdrijven, en winkelcriminaliteit?

Wat zijn hierbij de gemiddelde doorlooptijden van aangifte van het feit tot de uitspraak van de rechter?

Op landelijk niveau is niet bekend hoeveel zaken er blijven liggen, omdat hier geen eenduidige definitie van bestaat, dus ook geen uniforme registratie. Wel is bekend dat het aantal «plankzaken» per regio verschilt.

Uiteraard vind ik het belangrijk dat er voldoende capaciteit beschikbaar is voor opsporingsonderzoeken. Politiecapaciteit – en dus ook recherchecapaciteit – is echter schaars; het aanbod van zaken zal altijd groter zijn dan de beschikbare capaciteit om de zaken op te pakken. Elk nieuw opsporingsonderzoek dwingt dan ook tot het maken van keuzes door het bevoegd gezag over de inzet van de schaarse capaciteit en expertise.

Op nationaal niveau is sinds 2003 beleid geformuleerd over de intensivering van de opsporing door de regiokorpsen. Deze resultaatsafspraak is mede gemaakt om het aantal plankzaken zoveel als mogelijk te beperken. Er is na invoering van deze afspraken jarenlang sprake geweest van een stijging van het aantal aangeleverde zaken bij het Openbaar Ministerie.

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de sturing op het opsporingsproces binnen de Nederlandse politie. Het onderzoeksrapport zal eind oktober 2009 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. In het rapport constateert de Inspectie dat er meer aandacht nodig is voor informatiecoördinatie: de vastlegging, afstemming en overdracht tussen ketenpartners van gegevens die nodig zijn om de keten naar behoren te laten functioneren. Ik en mijn ambtgenote van BZK onderschrijven dit en zullen de Korpsbeheerders en het College van procureurs-generaal vragen een plan van aanpak te maken om de aanbevelingen van de Inspectie uit te voeren. Ik verwacht dat met de uitvoering van de maatregelen het zicht op zaken bij politie en openbaar ministerie zal worden verbeterd.

120

Hoeveel specifieke expertise wordt door het OM toegevoegd aan de parketten voor een steviger aanpak van georganiseerde misdaad, fraude en cybercrime?

Per augustus 2009 is het Openbaar Ministerie voor deze verschillende programma’s met 130 fte uitgebreid. Daarbij gaat het om informatieofficieren, criminologen, fraudeofficieren, cybercrimeofficieren, mensenhandelofficieren, officieren om in meer zware of ingewikkelde zaken met dubbele bezetting te kunnen opereren, advocaten-generaal, beleidsmedewerkers/secretarissen en overige ondersteuning.

Het gaat hier om een gefaseerde uitbreiding in fte’s tot en met 2011. Het doel is te komen tot een versterking van 162 fte in 2011.

121

Wordt ook specifieke expertise toegevoegd aan de gerechten, voor een steviger aanpak van georganiseerde misdaad, fraude en cybercrime? Zo ja, hoeveel?

Ja, de Rechtspraak draagt zorg voor de inrichting van kenniscentra bij de gerechtshoven. Bij het gerechtshof ’s-Gravenhage is een kenniscentrum op het gebied van cybercrime gevestigd. Bij het gerechtshof Amsterdam komt een kenniscentrum op het gebied van financieel-economische criminaliteit. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch beschikt reeds over een kenniscentrum Milieu en gezondheid.

122

Wanneer worden de hogere straffen voor mensenhandel van kracht?

De wetswijziging die tot doel heeft om de straffen voor mensenhandel te verhogen is reeds op 1 juli 2009 in werking getreden (Staatsblad 263).

123

Hoeveel extra geld is beschikbaar gesteld voor scholing van medewerkers van politie en openbaar ministerie op het gebied van digitale opsporing en vervolging?

Voor het Openbaar Ministerie is voor scholing van medewerkers op het gebied van digitale opsporing en vervolging in 2009 720 000 euro beschikbaar en voor 2010 en 2011 in totaal 440 000 euro. Voor de politie is voor het jaar 2010 binnen het versterkingsprogramma Cybercrime 997 000 euro begroot voor opleidingen.

124

Hoeveel geld is beschikbaar om de opsporing van mensenhandel te versterken en het toezicht op de prostitutiesector te verbeteren? Is hier voldoende mankracht bij de politie en het OM voor beschikbaar?

Er is niet specifiek geld gereserveerd voor de versterking van de opsporing van mensenhandel. Wel geeft de versterking van de opsporing van financieel-economische criminaliteit ook een impuls aan de aanpak van mensenhandel. Met het versterkingsprogramma aanpak georganiseerde misdaad zijn verder extra middelen toebedeeld aan OM en politie: voor vernieuwende manieren van werken worden deze middelen ingezet in de zogenoemde proeftuinen. Er zijn op dit moment zeven proeftuinen op het gebied van mensenhandel, waarin geëxperimenteerd wordt met het barrièremodel en de bestuurlijke rapportages. Voorts zijn op de regioparketten seniorofficieren aangesteld die vrijgemaakt zijn voor mensenhandelzaken en de programmatische aanpak mensenhandel. In de Task Force aanpak mensenhandel wordt gewerkt aan het verbeteren van het toezicht op de prostitutiesector. Om te zorgen dat OM en politie voldoende capaciteit beschikbaar stellen voor de bestrijding van mensenhandel is dit onderwerp tot prioriteit benoemd.

125

Hoeveel geld is jaarlijks gereserveerd voor de jaren 2010 tot en met 2014 voor de uitvoering van de regeling voor uitstapprogramma’s van prostituees? Onder welke post is dit in beleidsartikel 13 terug te vinden? Hoeveel van de in 2008 beschikbaar gestelde 15 miljoen euro is inmiddels besteed aan uitstapprogramma’s voor prostituees?

Voor de regeling uitstapprogramma’s prostituees is in totaal 14,5 miljoen euro gereserveerd voor de periode 2008–2010. Hiervan is een bedrag van 7 miljoen euro in 2010 geraamd op het artikelonderdeel 13.3.1 Rechtshandhaving. Inmiddels is op grond van de regeling een bedrag van 9,4 miljoen euro aan instellingen en gemeenten toegezegd.

126

Wanneer krijgt de Kamer de beschikking over het wetsvoorstel met betrekking tot regulering van de prostitutiesector? Wat is de stand van zaken op dit moment?

Het streven is erop gericht het wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in nauwe samenwerking met mij opstelt, in november bij uw Kamer in te dienen. Op dit moment wordt het nader rapport geconcipieerd.

127

Zijn er voldoende gegevens aanwezig om nauwkeurig en concreet vast te kunnen stellen wat er de afgelopen jaren aan wederrechtelijk verkregen voordeel ontnomen is?

Het afnemen van crimineel vermogen kan op verschillende wijzen geschieden. De toepassing van de ontnemingsmaatregel is daarbij een van de instrumenten. Daarnaast zijn er diverse andere strafrechtelijke instrumenten, zoals de verbeurdverklaring, de geldboete en de schadevergoedingsmaatregel, waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt. Voorts kunnen – in voorkomende gevallen – benadeelden gebruik maken van civielrechtelijke procedures in dit kader. Ook kan de belastingdienst feitelijk een bijdrage leveren aan het afnemen van crimineel vermogen.

Er bestaat, gelet op de veelheid aan mogelijkheden, geen samenhangend beeld van het langs de verschillende genoemde wegen afgenomen crimineel vermogen.

Het Openbaar Ministerie (BOOM) beschikt over informatie van het afgenomen crimineel vermogen, meer concreet de Plukze-opbrengsten en de verbeurdverklaringen.

Het versterkingsprogramma Finec voorziet in de doelstelling om te komen tot verbetering van de registraties.

128

Op welke gegevens is het ontnemingsbeleid sinds 2000 gegrond geweest?

Het beleid om crimineel vermogen te ontnemen is steeds een onderdeel geweest van het beleid ten aanzien van rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding. Het beleid van ontneming van crimineel vermogen was en is er op gericht dat misdaad niet mag lonen. Het BOOM heeft als taak de bestaande mogelijkheden tot ontneming beter te benutten. Het kabinet heeft daarom in het Coalitieakkoord opgenomen dat de bestrijding van fraude en financieel-economische criminaliteit, waaronder ontneming en verbeurdverklaring van crimineel verworven bezittingen, wordt geïntensiveerd. In het versterkingsprogramma FINEC staan tal van acties om de praktijk van ontneming effectiever te laten verlopen. De capaciteit bij het Openbaar Ministerie en de politie wordt vanaf 2008 geleidelijk aan uitgebreid. Het Openbaar Ministerie gaat mede hiervoor op het terrein van het afnemen van crimineel vermogen via het BOOM krachtiger de regie voeren. De aanpak van crimineel vermogen wordt meer gericht op het bredere instrumentarium van afnemen waarbij per geval gekeken zal worden naar het meest effectieve en efficiënte instrument (ontneming, geldboete, verbeurdverklaring en schadevergoedingsmaatregel). Daarnaast wordt in de opsporing meer aandacht gevraagd voor de ontnemingsaspecten van strafzaken.

129

Welke rol speelt vastgoed in het geheel van wat er uiteindelijk is geïncasseerd, gelet ook op de onderzoeken en artikelen van professor Van Duyne, zoals het artikel «Gebakken stenen en gebakken lucht», Tijdschrift voor Compliance, nr. 3, mei/juni 2009, blz. 72–81?

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 133.

Daaruit blijkt dat conservatoir beslag op registergoederen, met name woningen, toeneemt. Het uitwinnen van het conservatoir beslag vindt plaats in de executiefase.

130

Zijn de statistieken bij het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, de rechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad en het CJIB voldoende op orde om een samenhangende analyse te geven van het vastgestelde en ontnomen misdaadgeld?

Ontnemingszaken bevinden zich in verschillende fasen in de handhavingsketen. De informatievoorziening wordt thans in toenemende mate georganiseerd en in onderlinge samenhang zichtbaar gemaakt. Zo beschikt het Openbaar Ministerie over de ontnemingsresultaten in eerste aanleg, heeft het BOOM een overzicht van het conservatoir beslag en beschikt het CJIB over cijfers betreffende de executie. Het BOOM beschikt over de statistieken met betrekking tot de resultaten in eerste aanleg.

131

Hoe komt het dat het gegevensbestand van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, waarin de in beslag genomen voorwerpen zijn opgenomen, niet volledig is en dat hier veel fouten in staan?

De gegevensbestanden van het BOOM met betrekking tot conservatoir beslag zijn gebaseerd op de registraties door de parketten in COMPAS. De aldus verkregen gegevens worden in CEBES geregistreerd. CEBES is thans (zeer recent) geïmplementeerd in GPS. Het Openbaar Ministerie investeert thans in een verbetering van de registraties in de basissystemen, zodat sprake is van beter inzicht en betere controle.

132

Welke maatregelen worden er genomen om in de toekomst deze fouten te vermijden, in die zin dat er een voor evaluatie geschikt gegevensbestand gevormd wordt?

Voor het antwoord op deze vraag, wordt verwezen naar het antwoord op vraag 131. Voorts kan worden opgemerkt dat binnen het Openbaar Ministerie – in samenspraak met ketenpartners (zoals de bewaarders van beslag) – wordt gewerkt aan een herinrichting van het beslagproces. Hierdoor kan het beslag efficiënter en betrouwbaarder worden beheerd.

133

Hoeveel vastgoed is vanaf 2000 in beslag genomen? Kan op grond van de geregistreerde goederen per jaar een overzicht gegeven worden van het aantal in beslag genomen registervoorwerpen, het aantal waarvan een waarde bekend is, de som van die waarden, hun gemiddelden en de mediaan (conform bijgevoegde bijlage, tabel 1)?

Voor een antwoord op deze vraag wordt u verwezen naar de bijlage, tabel 1.

134

Wat is voornamelijk de aard (woning, kantoor, horeca etc.) van het in beslag genomen vastgoed van de afgelopen jaren?

Het betreft voornamelijk woningen.

135

Van hoeveel personen is meer dan één pand in beslag genomen? Om hoeveel panden ging dit per persoon?

Van 155 personen is meer dan 1 pand in beslaggenomen. Het minimaal aantal inbeslaggenomen panden per persoon betreft 2. Het maximaal aantal inbeslaggenomen panden per persoon betreft 92.

136

Voor welke waarde is er aan overige beslagleggingen gelegd bij de personen van wie op vastgoed beslag is gelegd? Welk aandeel had het vastgoed gemiddeld in de totale beslaglegging?

Hiervan zijn geen gegevens bekend, omdat niet alle waarden uit de systemen te halen zijn .

137

Kan per jaar worden weergegeven het aantal door het OM gestelde ontnemingsvorderingen, de som (per jaar) van de door het OM geëiste vorderingen, de mediaan, het aantal door de rechter toegewezen vorderingen uit dat jaar (wat dus ook in een later jaar kan hebben plaats gevonden), het totaalbedrag en de mediaan daarvan? Kan dit in een tabel worden opgenomen (conform bijgevoegde bijlage, tabel 2)?

Op basis van de bij het BOOM beschikbare gegevens is het alleen mogelijk het aantal, totaalbedrag en de mediaan van de per jaar aangebrachte vorderingen en de per jaar toegewezen (geheel en gedeeltelijk) vorderingen weer te geven. De cijfers met betrekking tot toegewezen vorderingen hebben veelal betrekking op in andere jaren aangebrachte vorderingen. Zie bijlage tabel 1.

138

Welk deel van de ontnemingsvonnissen van de rechters wordt uiteindelijk geïnd door het CJIB?

In onderstaand overzicht is aangegeven welk deel van de zaken volledig is geïnd van het totaal aantal zaken die in het betreffende jaar zijn afgedaan.

Jaar van uitstroomAantal uitstroomWaarvan (deels) niet financieel gesloten% volledig geïnde zaken t.o.v de uitgestroomde zaken
20005253394%
20016645791%
200280912784%
200382210987%
200490913285,5%
20051 03917083,5%
20061 29511391%
20071 35715688,5%
20081 2439692%
Totaal8 66399388,5%

139

Hoeveel is de laatste jaren aan wederrechtelijk verkregen voordeel geïncasseerd door het CJIB? Kan in een tabel worden opgenomen (a) het aantal gesloten ontnemingen, (b) totaal bedrag van in dat jaar afgesloten ontnemingen en (c) in dat jaar nog openstaande ontnemingen (conform bijgevoegde bijlage, tabel 3)?

In onderstaande tabel is het bedrag opgenomen dat in het betreffende jaar daadwerkelijk ontnomen is, en zoals dat geregistreerd staat bij het CJIB. Deze bedragen zijn exclusief schikkingen.

Jaar van opbrengstBedrag in euro
2000 2 581 755,–
2001 4 589 384,–
2002 5 663 020,–
2003 7 668 872,–
2004 8 224 386,–
2005 7 417 978,–
200615 034 779,–
200719 930 722,–
200820 503 382,–

Het aantal «gesloten» ontnemingen is geïnterpreteerd als het aantal afgedane ontnemingen. In onderstaande tabel is per jaar opgenomen het aantal zaken dat in een bepaald jaar is ingestroomd bij het CJIB, het aantal zaken dat nog openstaat en het percentage zaken dat inmiddels is afgedaan, van de zaken die in het betreffende jaar zijn ingestroomd.

Peildatum 5 oktober 2009

Jaar van instroomAantal instroomAantal openPercentage afgedaan
19952642790%
19964735688%
19977744794%
19986944194%
19998537591%
20008238689,5%
20017889188,5%
200294614984%
20031 21827277,5%
20041 45952664%
20051 58462960%
20061 75574058%
20071 72090347,5%
20081 50794038%

140

Hoe lang duurt de terugbetaling gemiddeld? Wat zijn de doorlooptijden onderscheiden naar de hoogte van de ontneming? Kan dit in een tabel worden opgenomen (conform bijgevoegde bijlage, tabel 4)?

De doorlooptijden variëren sterk per zaak. Daarbij wordt naar hoogte onderscheiden in A-zaken (betalingsverplichting tot €10 000), B-zaken (betalingsverplichting tussen €10 000–€100 000) en C-zaken (betalingsverplichting hoger dan opbrengsten € 100 000). De doorlooptijden zelf variëren van enkele weken tot een maximale doorlooptijd – die gelijk is aan de maximale executieverjaringstermijn – van zesentwintig jaren. Door deze sterke variaties, worden gemiddelde doorlooptijden voor het afdoen van ontnemingsmaatregelen niet bijgehouden nu dergelijke gemiddelden geen bruikbare beleidsinformatie opleveren. Wel kan er op worden gewezen dat op peildatum 30 september 2009 gold voor zogenoemde A-zaken dat ongeveer 63,5% wordt afgedaan in 3 jaar. De zogenoemde B-zaken hebben een langere doorlooptijd. Daarvan wordt ongeveer 46,8% afgedaan in 5 jaar.

141

Welk deel van de opgelegde ontnemingen wordt uiteindelijk oninbaar verklaard en op grond waarvan?

De executie van een ontnemingsmaatregel wordt in beginsel slechts gestaakt na het verstrijken van de executieverjaringstermijn. Andere redenen voor het staken van de executie kunnen onder meer zijn faillissement, schuldsanering, uitspraak in geval van een verminderingsverzoek.

Cijfers over het aantal opgelegde ontnemingen zijn bij het CJIB niet beschikbaar.

142

In hoeveel gevallen waarin wederrechtelijk verkregen voordeel moeizaam wordt ontnomen moet de rechter verzocht worden lijfsdwang toe te passen? Gaat het hier om gevallen waar het vermogen wel aanwezig wordt geacht, maar er sprake is van betalingsonwil?

In het geval dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat sprake is van betalingsonmacht of betalingsonwil wordt wel lijfsdwang gevorderd. Veroordeelde is alsdan zelf in de gelegenheid om aan te tonen dat er sprake is van betalingsonmacht.

In onderstaand overzicht is opgenomen in hoeveel gevallen in het betreffende jaar lijfsdwang is gevorderd.

Jaar van indienen lijfsdwangvorderingAantal
2004  3
2005 66
2006 99
2007198
2008249
2009217 (t/m 31 juli)

143

Zijn er aanwijzingen dat veroordeelden vermogensbestanddelen in het buitenland aanhouden? Zo ja, om welke landen gaat het? In hoeveel gevallen gaat het om in Nederland ingezetenen en om houders van een buitenlands paspoort (eventueel naast een Nederlands paspoort)?

De ervaring leert dat in een groot aantal dossiers van het CJIB aanwijzingen aanwezig zijn dat veroordeelden vermogensbestanddelen aanhouden in het buitenland. Deze aanwijzingen kunnen meer of minder concreet van aard zijn. Cijfers zijn niet beschikbaar. In ieder land ter wereld kunnen vermogensbestanddelen worden aangehouden.

Informatie over de buitenlandse paspoorten is mij niet bekend.

144

Wat wordt gedaan om in het buitenland vermoede vermogensbestanddelen te innen en op welke moeilijkheden blijkt de invordering daarbij te stuiten? In hoeveel gevallen ging het daarbij om «zware»  ontnemingen, uitgaande van de door het CJIB gehanteerde grens van meer dan € 100 000?

Indien er concrete aanwijzingen zijn dat er zich vermogensbestanddelen van de veroordeelde bevinden in een ander land dan zal het CJIB – zo mogelijk – overgaan tot overdracht van de executie voor de hoogte van de (vermoedelijke) vermogensbestanddelen. Uitwinning hoeft niet te betekenen dat de opbrengst ook feitelijk wordt afgedragen aan Nederland. In veel gevallen stroomt de gehele of gedeeltelijke (asset sharing) opbrengst toe aan het buitenland. Binnen de lidstaten van de EU is overdracht van de executie mogelijk op basis van wederzijdse erkenning, zodoende vindt uitwinning veelal sneller en effectiever plaats. De implementatie van het kaderbesluit wederzijdse erkenning van confiscatiebeslissingen heeft echter nog niet in iedere EU-lidstaat plaatsgevonden.

Het BOOM ondersteunt het CJIB bij de executie van ontnemingsmaatregelen in bijzondere gevallen. Het BOOM beschikt over vermogenstraceerders, internationaal adviseurs, beslagexperts, etc. Juist bij internationale zaken, en daarvan is in toenemende mate sprake, is deze inzet cruciaal. Het BOOM is sinds december vorig jaar het International Contactpoint voor de EU om de rechtshulp te ondersteunen, specifiek op het terrein van het afnemen van crimineel vermogen.

In hoeveel gevallen het ging om «zware» ontnemingen is mij niet bekend.

145

Zou een reisverbod een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het innen van vermogen?

Over het wetsvoorstel verruiming regeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel, waar het onderdeel invoering van een reisverbod als bijkomende straf deel uitmaakt, zal ik binnenkort naar aanleiding van het advies van de Raad van State een Nader rapport uitbrengen. Op de vraag naar de noodzaak van het handhaven van dit onderdeel zal in het rapport nader worden ingegaan.

146

Aan wie wordt het ontnomen voordeel uiteindelijk terugbetaald? Kan dit in een tabel worden opgenomen (conform bijgevoegde bijlage, tabel 5)?

Opbrengsten uit ontnemingsmaatregelen vloeien rechtstreeks toe aan ’s Rijkskas, tenzij er sprake is van benadeelden en bij vonnis is bepaald dat de geïnde gelden geheel of voor een deel moeten worden doorgestort aan de benadeelde.

147

Hoeveel fraudezaken zijn de laatste jaren ingeschreven door het OM?

Fraude is divers strafbaar gesteld, zoals oplichting, bedrog, valsheid in geschrifte, bedrieglijke bankbreuk. Het begrip «fraude» is geen categorie in de ondersteunende systemen. Hier kan dan ook geen cijfer over worden verstrekt.

148

Hoeveel fraudezaken zijn de laatste jaren afgedaan door het OM?

Fraude is divers strafbaar gesteld, zoals oplichting, bedrog, valsheid in geschrifte, bedrieglijke bankbreuk. Het begrip «fraude» is geen categorie in de ondersteunende systemen. Hier kan dan ook geen cijfer over worden verstrekt.

149

Hoeveel fraudezaken zijn de laatste jaren afgedaan door de rechter?

Fraude is divers strafbaar gesteld, zoals oplichting, bedrog, valsheid in geschrifte, bedrieglijke bankbreuk. Het begrip «fraude» is geen categorie in de ondersteunende systemen. Hier kan dan ook geen cijfer over worden verstrekt.

150

Zijn de strafeisen en de door de rechter opgelegde straffen de laatste jaren zwaarder geworden? Is aan de hand van deze gegevens iets te zeggen over de ernst van de fraudedelicten?

Beantwoording van deze vraag vergt uitgebreid en langdurig dossieronderzoek met risico op vergelijking van ongelijke gevallen. Deze informatie is mij op dit moment niet bekend. Het Functioneel Parket ontwikkelt een landelijk dreigingsbeeld op het gebied van financieel-economische criminaliteit voor de komende jaren, opdat daarmee inzicht wordt verkregen in de vormen van deze criminaliteit.

151

Zijn de beleidsintensiveringen van de afgelopen jaren op het gebied van fraudebestrijding en ontnemingswetgeving terug te zien in de statistieken die gegevens bevatten over fraudezaken en ontnemingsmaatregelen? Welke conclusies kunnen hieruit worden getrokken?

De versterkingsprogramma’s om de kwaliteit van de fraudebestrijding te verhogen lopen nog te kort om daar verantwoord conclusies aan te verbinden.

152

Wat gaat er gebeuren om de «invuldiscipline»  bij het OM, de rechtbanken en het CJIB te verbeteren, zodat de informatie over beslagleggingen en ontnemingen zorgvuldig, juist en compleet zal zijn?

Bij het BOOM heeft het registratiesysteem CEBES een upgrade ondergaan en is het digitaal overgezet naar GPS. Het OM zet in op een juiste en volledige registratie van gegevens door de parketten in COMPAS/GPS. Daartoe zijn reeds voor een juiste registratie codetabellen ontwikkeld.

153

Kunnen de bestanden waarop de beantwoording van deze vragen (over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, beslagleggingen, de rol van vastgoed en fraudebestrijding) gebaseerd zijn ter beschikking van de Kamer te stellen, of anders door een door de Kamer aan te wijzen instelling voor wetenschappelijk onderzoek te laten onderzoeken?

Ja, dat kan onder de gebruikelijke voorwaarden met betrekking tot privacy.

154

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het aantal veiligheidshuizen op dit moment? Hoeveel veiligheidshuizen komen er het komend jaar bij? Kan een overzicht gegevens van de locaties van de veiligheidshuizen?

Per 5 oktober 2009 zijn er 37 Veiligheidshuizen. Tot het eind van 2009 komen er nog 8 Veiligheidshuizen bij zodat aan het einde van 2009 een landelijk dekkend netwerk met 45 Veiligheidshuizen is gerealiseerd.

De huidige locaties zijn:

Alkmaar, Almelo, Almere, Amersfoort, Amsterdam (5 ketenunits), Bergen op Zoom, Breda, Den Haag, Den Helder, Drenthe (Assen, Emmen, Hoogeveen), Dordrecht, Ede, Eindhoven, Enschede, Gouda, Groningen, Heerlen, Helmond, Hengelo, ’s-Hertogenbosch, Kerkrade, Leeuwarden, Maas en Leijgraaf (Oss e.o.), Maastricht, Noord-Oost Gelderland (Apeldoorn, Doetinchem. Harderwijk, Zutphen), Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Sittard-Geleen, Tilburg, Utrecht, Venlo en Vlissingen.

De nog te openen locaties zijn: Zaanstad, Arnhem, Haarlem, Schiedam, Leiden, Zwolle/Deventer, Hilversum en Tiel.

155

Zijn er mogelijkheden de gemiddelde doorlooptijden van rechtbankzaken voor jeugd te verkorten? Is in te schatten hoeveel geld het zou kosten wanneer de gemiddelde doorlooptijd van drie naar twee maanden zou worden teruggebracht?

De afgelopen jaren is er sprake van een verbetering van de doorlooptijden op alle vijf de Kalsbeeknormen, bij een duidelijke groei van het zaaksvolume. De vijf Kalsbeeknormen zijn:

1. Na eerste verhoor politie LOF binnen 7 kalenderdagen bij Halt;

2. Na eerste verhoor politie binnen 2 maanden start Halt-werkzaamheden;

3. Na eerste verhoor politie binnen 30 dagen proces-verbaal bij OM;

4. Na eerste verhoor politie binnen 3 maanden beoordeeld door het OM bij een OM-afdoening;

5. Na eerste verhoor politie binnen 6 maanden eindvonnis door de rechtbank.

Deze normen worden ondanks de verbeteringen nog niet gehaald. Daarom is onlangs is een onderzoek uitgevoerd naar de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen. Uit dit onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om de gemiddelde doorlooptijd van rechtbankzaken bij jeugd te verkorten. Dit kan bijvoorbeeld door als rechtbank samen met het OM te sturen op zaken die op zitting komen (voor wat betreft de zittingsplanning en het completeren van dossiers), door flexibel om te gaan met zittingsruimte en door het maken van afspraken met de jeugdadvocatuur ten aanzien van aanhoudingen van jeugdzaken. De te nemen maatregelen worden opgenomen in een implementatieplan dat naar verwachting aan het eind van het jaar gereed is.

Het terugbrengen van de doorlooptijd van drie naar twee maanden is niet mogelijk.

156

Kan worden toegelicht wat precies wordt gemeten met het in de tabel op pagina 65 genoemde «interventiepercentage»?

Het interventiepercentage is het aantal interventies gedeeld door het totaal aantal afdoeningen exclusief voegingen en overdrachten (dat is: de som van het aantal interventies en non-interventies). Interventies zijn niet-kale beleidssepots, betaalde transacties, schuldigverklaringen en ontslagen van rechtsvervolging met oplegging van een maatregel.

Non-interventies zijn kale beleidssepots, technische sepots, niet-schuldigverklaringen en ontslagen van rechtsvervolging zonder oplegging van een maatregel. Niet-schuldigverklaringen zijn de uitspraken: OM niet ontvankelijk, rechter niet bevoegd en vrijspraak.

157

Waarom is voor 2010 en volgende jaren dezelfde doorlooptijd voor rechtbankzaken genomen? Is het niet mogelijk deze doorlooptijd te versnellen?

De doorlooptijd van 130 dagen is een norm waarin het evenwicht gevonden wordt tussen de benodigde snelheid en de benodigde kwaliteit om zaken af te doen. Om kwaliteit te leveren is tijd nodig. Tijd voor de verdachte om een advocaat te zoeken en deze advocaat de gelegenheid te geven om het dossier te bestuderen. Tijd om een adviesrapport bij de Reclassering aan te vragen. En tijd om een zaak op zitting in te plannen. Er is geen aanleiding om de normen voor de doorlooptijd te wijzigen. Het versnellen van de doorlooptijden met behoud van kwaliteit is alleen mogelijk met majeure ketenbrede wijzigingen in de bedrijfsprocessen die veel geld kosten. Het is voor de zekerheid van slachtoffers en verdachten van belang de behandeling van een zaak niet langer te laten duren dan nodig is. Mogelijk leidt de invoering van GPS (Geïntegreerd Processysteem Strafrecht) bij het OM en de ZM op termijn tot een verkorting van de doorlooptijden. Op dit moment richten de inspanningen zich op het verkorten van de doorlooptijden voor jeugd.

158

Wat is de stand van zaken ten aanzien van de termijnen waarbinnen klachten op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering worden behandeld? Wat is er gebeurd met de motie-Van der Staaij/Teeven (31 700-VI, nr. 65) hierover?

De doorlooptijden van de klachten op grond van art. 12 Sv zijn op dit moment stabiel. Tussen ontvangst van de klacht en de beschikking zit gemiddeld 240 dagen. Een beklagzaak is binnen ongeveer 8 weken gereed voor behandeling door het gerechtshof. Uit een zelfevaluatie bij alle ressortsparketten kan worden geconcludeerd dat in grote lijnen de landelijke afspraken worden nageleefd. Deze zelfevaluatie is voor het openbaar ministerie aanleiding geweest om een aantal maatregelen te treffen. Deze zijn gericht op het versnellen van de procedure bij de eerstelijnsparketten, zoals maandelijkse lijsten van nog te verstrekken ambtsberichten en het plannen van zittingsdata bij registratie van de klacht. Ook wil het College werken aan het voorkomen van art12 Sv procedures door bijvoorbeeld in de nieuwe aanwijzing Slachtofferzorg aandacht te besteden aan de informatieverstrekking aan aangevers of slachtoffers van strafbare feiten die met een sepotbeslissing eindigen.

159

Hoe komt het dat het percentage verdachte transacties vanaf 2008 tot en met 2014 gelijk blijft?

FIU is afhankelijk van de meldingen van ongebruikelijke transacties door meldingspichtige instellingen. Het percentage verdacht verklaarde ongebruikelijke transacties is een inschatting gebaseerd op ervaringscijfers van de afgelopen jaren. De inschatting nu is dat het aantal verdacht verklaarde ongebruikelijke transacties de komende jaren op een zelfde niveau zal blijven.

160

Zou, met verwijzing naar het beleid om meer in te zetten op gedragsbeïnvloeding door bijzondere voorwaarden te stellen met als stok achter de deur een gevangenisstraf, dezelfde lijn moeten gelden bij het opleggen van bestuurlijke voorwaarden zoals meldplicht en omgevingsverbod?

Het door de burgemeester geven van een bevel tot handhaving van de openbare orde betreffende een meldplicht of gebiedsverbod kan eraan bijdragen dat ongewenst gedrag wordt tegengegaan. Het niet-naleven van het bevel van de burgemeester kan strafrechtelijk worden gehandhaafd. Met het stellen van bijzondere voorwaarden bij de strafoplegging kan de rechter inderdaad langduriger gedragsbeïnvloeding bereiken.

161

Welk deel van de «PGA cliënten» is daadwerkelijk uit Nederland vertrokken?

Voor de meest overlast veroorzakende illegale vreemdelingen (veelplegers) is een persoonsgebonden aanpak (PGA) ontwikkeld. Dit is een samenwerkingsverband tussen politie en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) dat in de zomer van 2008 van start is gegaan. Hierbij werken politie en DT&V zeer nauw samen om de terugkeer van deze overlastgevende doelgroep maximaal te realiseren. De pilot die vorig jaar hiervoor is opgestart, heeft geresulteerd in een standaard werkwijze. Hiermee is de basis gelegd voor een succesvolle afhandeling van overlast veroorzakende illegale vreemdelingen. Ondanks het feit dat het hier een lastige doelgroep betreft qua nationaliteit en de mate van medewerking van de vreemdeling aan terugkeer, heeft inmiddels vanaf de invoering van deze werkwijze tot 1 oktober 2009 bijna een kwart van de PGA-doelgroep die behoorde tot de caseload van de DT&V Nederland aantoonbaar verlaten.

162

Betalen tot dusver de grote steden de aanpak van veelplegers uit het budget voor het Grote-Steden-Beleid? Zo niet, hoe is dit geregeld? En voor de overige steden? Met welk budget is ook volgend jaar een goede aanpak van veelplegers gegarandeerd?

De strafrechtelijke aanpak van veelplegers wordt gefinancierd uit de Justitiebegroting. Voor gemeenten is in 2010 en 2011 respectievelijk een bedrag van € 89 miljoen en € 64 miljoen bestemd voor de aanpak van overlast en verloedering. Deze gelden worden verdeeld over 40 grote steden. Aangezien de aanpak van veelplegers een bijdrage kan leveren aan de afname aan overlast en verloedering, is dit geld ook hiervoor inzetbaar. Voorts heeft Justitie additioneel € 12 miljoen (2010 € 6 miljoen en 2011 € 6 miljoen) ter beschikking gesteld voor versterking van de gemeentelijke coördinatie van nazorg voor ex-gedetineerden.

163

In hoeverre is het gevangenispersoneel bevoegd de media te woord te staan? In hoeverre is het gevangenispersoneel bevoegd contacten te onderhouden met Kamerleden? Hoe ver precies strekt de geheimhoudingsplicht voor gevangenispersoneel?

Uitgangspunt is dat het grondrecht van de vrije meningsuiting voor een ambtenaar niet absoluut is. Ik verwijs u naar mijn antwoorden op kamervragen van lid Van Velzen over de vrijheid van meningsuiting van gevangenispersoneel1.

Artikel 125 Ambtenarenwet schrijft voor dat de ambtenaar zich dient te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd (de zgn. «functioneringsnorm»). Verder bepaalt artikel 125a Ambtenarenwet dat de ambtenaar verplicht is tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt. Wat betreft contacten met de media is deze norm ingevuld in Aanwijzing 12 van de Aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren2. Overtreding van artikel 125a Ambtenarenwet betekent plichtsverzuim, wat disciplinair kan worden bestraft. De Ambtenarenwet en genoemde aanwijzingen houden geen verbod vooraf in op uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, maar kunnen – bij schending van de functioneringsnorm – leiden tot sancties achteraf. Dit geldt dus ook voor de ambtenaren die werkzaam zijn in penitentiaire inrichtingen.

Tot slot is van belang dat voor alle penitentiaire inrichtingen het Gedragsprotocol Integriteit geldt. In dit protocol worden de beperkingen weergegeven op de hiervoor besproken vrijheid van meningsuiting van ambtenaren, in het bijzonder die van medewerkers van gevangenissen.

164

Waarom zijn er nog steeds directeuren van penitentiaire inrichtingen die het gevangenispersoneel angst inboezemen en het personeel beletten contact te onderhouden met Kamerleden? Kan de geheimhoudingsplicht voor gevangenispersoneel worden versoepeld, niet alleen wat betreft de feitelijke gang van zaken, maar ook wat betreft hun mening over het beleid?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 163.

165

Betekent Optimalisering Personeels Inzet (OPI) in het kader van het Masterplan Gevangeniswezen ook dat er plannen zijn «gebroken diensten» in te voeren of dat deze zelfs al ingevoerd zijn, wat zou betekenen dat iemand op een dag twee periodes van enkele uren aanwezig moet zijn, bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds?

Het programma Optimalisering Personele Inzet (OPI) is ingericht op het realiseren van een optimale inzet van medewerkers in de executieve dienst van DJI. Het beoogde eindresultaat is te verdelen in drie categorieën: kwaliteit van werken, gezien vanuit de medewerker, veilige werkomstandigheden en effectieve en efficiënte organisatie van de roosterdiensten. OPI leidt niet tot introductie van gebroken diensten.

166

Kan toegelicht worden hoe het amendement-Van der Staaij (30 885 VI, nr. 4), waarin extra geld wordt uitgetrokken voor nazorg aan ex-gedetineerden in vrijwillig kader, is uitgevoerd? Op welke wijze is dit geld uitgegeven? Is dit geld inmiddels op?

Het Ministerie van Justitie ontvangt structureel € 5 miljoen als gevolg van het amendement-Van der Staaij (30 885 VI, nr. 4), ter ondersteuning van de financiering van vrijwillige plekken voor de DEMO voorzieningen. Het Ministerie van Justitie subsidieert ongeveer 180 van de 250 beschikbare plekken die de DEMO voorzieningen aanbieden en stelt hiervoor een totaalbedrag van €9,2 miljoen beschikbaar. Het totale beschikbare bedrag van €9,2 miljoen dat het Ministerie van Justitie jaarlijks aan de DEMO voorzieningen toekent is inclusief het bedrag dat per amendement ter beschikking is gesteld voor deze voorzieningen. Dit bedrag staat jaarlijks op de Justitiebegroting en daarmee is er ruimte voor structurele subsidie voor de 24uurs opvang van (ex) gedetineerden. Dit kader biedt geen ruimte voor extra, incidentele subsidieaanvragen. Zie verder het antwoord op vraag 167.

167

Hoeveel geld is er dit jaar beschikbaar voor de DEMO-organisaties? Kan dat worden gespecificeerd naar organisatie? Is dat meer of minder dan vorig jaar? Kan dat worden toegelicht?

Zoals in het antwoord op vraag 166 is beschreven is voor de DEMO voorzieningen een bedrag van 9,2 mln. beschikbaar gesteld. Dit is voor zowel 2009 als 2010 ten behoeve van subsidiering van justitiële en vrijwillige plekken en Penitentiaire Programma’s (PP)voor 24-uurs opvang.

Totaal ontvangen bedragen gespecificeerd naar organisatie:

Stichting Door:2008: €   790 2342009: €   817 132
Exodus:2008: € 5 391 9022009: € 7 016 419
Moria:2008: €   319 2892009: €   459 325
Ontmoeting:2008: €   979 5512009: € 1 016 272

Totaal financieel kader voor 2008(excl. PP)€ 7 480 976
Totaal financieel kader voor 2009(excl. PP)€ 6 900 000
 (incl. PP)€ 9 309 148

168

Wat zijn de argumenten om de subsidieaanvraag van de Stichting DOOR af te wijzen? Heeft dit ook te maken met het uitgangspunt van de regionale plaatsing? Zou niet in een aantal gevallen de regionale plaatsing moeten worden losgelaten, omdat het voor bepaalde doelgroepen (ex-gedetineerden die kampen met een verslaving en/of psychische stoornis) juist beter is ver buiten de Randstad te verblijven?

De Stichting Door heeft een subsidie aangevraagd voor uitbreiding van justitiële plaatsen in Zeeland. Op dit moment loopt er een bezwaarprocedure tegen mijn beslissing op deze aanvraag. Gezien de lopende procedure, kan ik niet op deze individuele zaak ingaan.

169

Wat houdt in dat «eind 2010 de motiverende bejegening van gedetineerden door de Penitentiair Inrichtingswerkers (PIW’ers) is ingevoerd»? Is dat een officieel programma?

Het project «motiverende bejegening van gedetineerden» is onderdeel van het Programma Modernisering Gevangeniswezen. Het project heeft tot doel om in 2010 alle piw’ers en overig executief personeel, maar ook leidinggevenden en middenkader te scholen in «motiverende bejegening» (mentoraat, motiverende gespreksvoering en rapportages). Motiverende bejegening wordt aangeboden vanuit de overtuiging dat met een andere bejegening van gedetineerden, het detentieklimaat verbetert en zo de motivatie van gedetineerden om te werken aan een succesvolle terugkeer in de samenleving positief kan worden beïnvloed.

170

Wanneer 80% van de gedetineerde burgers wordt gescreend op de leefgebieden, gaat het dan om 80% van alle gedetineerden, ook de kortgestraften? Waarom beschikt niet 100% van de gemeenten in 2010 over een infrastructuur voor nazorg? Wanneer kan de Kamer de eerste monitor nazorg verwachten?

De screening die door de MMD-ers na binnenkomst van de gedetineerde plaatsvindt, ziet toe op alle gedetineerden, inclusief de kortgestraften. In het samenwerkingsmodel nazorg is afgesproken dat bij zeer kortgestraften, gedetineerden die korter dan 2 weken in detentie verblijven, geldt dat de gemeenten binnen twee werkdagen worden geïnformeerd dat een burger gedetineerd is; een uitgebreide screening is dan niet haalbaar.

Door middel van ondertekening van het Samenwerkingsmodel nazorg hebben gemeenten zich verbonden om voor eind 2010 zorg te dragen voor het inrichten van een gemeentelijk coördinatiepunt. Voor de versterking van gemeentelijke coördinatie nazorg zijn extra middelen beschikbaar gesteld.

Het WODC ontwikkelt een monitor nazorg die inzicht geeft in de resultaten van de justitiële en gemeentelijke nazorginspanningen. Begin 2010 wordt een tussenrapportage verwacht met daarin de eerste bevindingen en aanbevelingen voor verbetering en aanscherping van de monitor. Vervolgens zal jaarlijks verslag worden gedaan van de uitkomsten. In het voorjaar van 2011 zal de eerste echte meting plaatsvinden.

171

Wie is er verantwoordelijk voor de uitvoering van en toezicht op het Penitentiair Programma, het gevangeniswezen of de reclassering? Zijn er plannen dit in de toekomst te veranderen?

De algemene (eind)verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van een Penitentiair programma ligt bij de directeur van een penitentiaire inrichting.

In de meeste gevallen is een reclasseringsorganisatie verantwoordelijk voor de uitvoering van een Penitentiair Programma. In een beperkt aantal gevallen wordt die verantwoordelijkheid toegewezen aan het gevangeniswezen. Degene die uitvoeringsverantwoordelijk is houdt toezicht op het dagelijks verloop van het penitentiair programma. De uitvoering van elektronisch toezicht wordt in alle gevallen verzorgd door de reclassering. Er zijn geen plannen om dit in de toekomst te veranderen.

172

Hoe worden de deelnemers aan het Penitentiair Programma voorgelicht over en voorbereid op de inhoud van dit programma?

De directeur van een penitentiaire inrichting kan een gedetineerde voordragen voor een Penitentiair Programma. In de aanloop naar een voordracht wordt, onder meer door een gesprek met de gedetineerde, de geschiktheid voor een Penitentiair Programma gewogen. De gedetineerde wordt in dit gesprek voorgelicht over de inhoud van het Penitentiair Programma en de daaraan verbonden voorwaarden. Informatie over het Penitentiair Programma is daarnaast beschikbaar in de vorm van brochures in de inrichtingen. De selectiefunctionaris beslist, op basis van een selectieadvies, over de plaatsing in een Penitentiair Programma. Dit selectieadvies wordt met de kandidaat-deelnemer besproken. De selectiefunctionaris beslist niet tot plaatsing, voordat de kandidaat-deelnemer heeft getekend in te stemmen met de deelname aan het Penitentiair Programma en de daaraan gestelde voorwaarden.

173

Klopt het dat jaren geleden is besloten de Penitentiaire Programma’s over te dragen aan de reclassering, maar dat hieraan nog geen gevolg is gegeven, met als gevolg dat het personeel in onzekerheid verkeert over de toekomst van hun werk en hun werkplek? Wat gaat hiermee gebeuren? Kunnen de uitvoerders van Penitentiaire Programma’s meer mogelijkheden krijgen om de reïntegratie in de samenleving te bevorderen, gericht op de levensloop van de individuele gedetineerde?

Een aantal jaren geleden is besloten de Penitentiaire Programma’s, die door DJI worden uitgevoerd binnen de zogeheten Penitentiaire Trainings Centra (PTC’s), over te dragen aan de reclasseringsorganisaties. Met het oog op de uitvoering van dit besluit hebben de DJI en de reclasseringsorganisaties onderzoek verricht aan de hand van een tweetal pilots (Rotterdam en Arnhem) naar de randvoorwaarden voor deze overdracht. Mijn verwachting is dat de overdracht in 2010 kan plaatsvinden.

De DJI en de reclasseringsorganisaties zijn zich ervan bewust dat de uitvoering van het besluit tot overdracht van Penitentiaire Programma’s consequenties heeft voor het zittend personeel. Binnen de eigen organisatie zullen beiden de stappen in het proces van overdracht tijdig bekend maken. Het belang van behoorlijke personeelszorg vergt dat het desbetreffende personeel van de gevangenis in de gelegenheid wordt gesteld zich voor te bereiden op eventuele consequenties voor de eigen functie en werkplek. Voor hen geldt bovendien dat zij met de status van herplaatsingskandidaat aanspraak kunnen maken op het sociaal flankerend beleid.

De Penitentiaire Programma’s worden uitgevoerd in het kader van Terugdringen Recidive (TR). TR wordt onder meer gekenmerkt door de trajectmatige aanpak, waarvan de start plaatsvindt in de intramurale setting en doorloopt in de extramurale periode van het Penitentiaire Programma. Hieraan gaat het afnemen van een risico-inventarisatie met behulp van het instrument RISc vooraf. Deze inkadering van Penitentiaire Programma’s in TR geeft nieuwe mogelijkheden om de reïntegratie in de samenleving te bevorderen. Het aanbieden van erkende gedragsinterventies aan justitiabelen en de informatievoorziening door de Medewerkers maatschappelijke dienstverlening (MMD) aan gemeenten met oog op het bieden van nazorg, zijn belangrijke pijlers binnen deze aanpak.

174

Wie ontbeert kennis op het gebied van veiligheid en risicomanagement? Kan de versnipperde kennis over beveiliging en risicomanagement leiden tot verkeerde risico-inschatting bij gevaarlijke situaties?

De kennis op het gebied van beveiliging en risicomanagement is momenteel versnipperd aanwezig, bij relatief geïsoleerd opererende beveiligingsprofessionals. Bij deze professionals is de kennis in de regel voldoende ontwikkeld. Bij de niet-beveiligingsprofessionals is deze kennis nog onvoldoende. De versnipperde kennis leidt niet tot verkeerde risico-inschatting bij gevaarlijke situaties, omdat deze inschattingen door deskundige beveiligingsprofessionals worden gemaakt. De ontwikkeling van het vakgebied beveiliging als wetenschap staat echter nog in de kinderschoenen. De versnippering tegen gaan houdt in dat er gestreefd wordt naar een verdieping en betere uitwisseling van de kennis over beveiliging en risicomanagement. Ook is verbreding noodzakelijk, zodat meer functionarissen dan alleen de sleutelfunctionarissen bewust zijn van het belang van beveiliging en er kennis over dragen. De NCTb heeft dit thema als een van de prioritaire thema’s voor de komende jaren aangewezen en zal de ontwikkeling van het vakgebied stimuleren. Zo is in 2009 een training veiligheidsbewustzijn ontwikkeld die in 2010 beschikbaar zal worden gesteld aan (vitale) organisaties binnen en buiten de overheid.

175

Waarom is kinderhandel niet expliciet strafbaar gesteld?

Kinderhandel valt onder artikel 273f van het Wetboek van strafrecht waarin mensenhandel strafbaar is gesteld. Het strafmaximum is hoger (12 in plaats van 8 jaar gevangenisstraf) indien sprake is van mensenhandel ten aanzien van personen die de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt.

176

Hoeveel erkende gedragsinterventies voor jeugd bestaan er thans?

Door de Erkenningscommissie gedragsinterventies justitie zijn per juni 2009 6 interventies erkend, namelijk Agressieregulatie op Maat, Functional Family Therapy, In Control!, Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer, Sociale Vaardigheden op Maat en Tools4U.

Er zijn 9 interventies voorlopig erkend, namelijk Brains 4 Use, Buitenprogramma Work – Wise, Dialectische Gedragstherapie bij Delinquente Adolescenten, Leren van Delict, Multidimensional Family Therapy, Multidimensional Treatment Foster Care, Multisystem Therapie, Washington State Agression Replacement Training en Werken aan je Toekomst

177

Welke maatregelen worden genomen om de pakkans van jeugdige criminelen te verhogen? Kan dit concreter worden gemaakt?

Onlangs is een onderzoek uitgevoerd naar de maatregelen die bij kunnen dragen aan een verhoging van de pakkans onder jeugdige criminelen. In de literatuur worden maatregelen genoemd die zowel in Nederland als in andere landen zijn getest op effectiviteit.

Om meer te kunnen zeggen over het effect van dergelijke maatregelen in Nederland zijn er pilots gestart die als doel hebben om de pakkans onder jongeren te verhogen. Zo is in Tilburg een pilot gestart waarin het in kaart brengen en aanpakken van jeugdgroepen centraal staat. Per jeugdgroep worden specifieke maatregelen ingezet die passen bij de aard van de jeugdgroep. Het beïnvloeden van jongeren gebeurt onder andere via een campagne gericht op het informeren van jongeren over de gevolgen van overlastgevend gedrag. In Roermond wordt bekeken in hoeverre de pakkans onder jongeren met behulp van burgerparticipatie en communicatie richting jongeren kan worden verhoogd. Voor burgers komen er onder andere acties gericht op het melden van informatie. Beïnvloeding van de jongeren gebeurt bijvoorbeeld door ontwikkelen van een programma voor scholen dat gericht is op normen en waarden.

178

Hoeveel maatregelen op grond van de Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen zijn er in 2008 en 2009 opgelegd?

In 2008 is er 15 keer een gedragsmaatregel opgelegd, in 2009 tot peildatum 1 september 2009 57 keer.

179

Wat gebeurt er met de leegstaande plekken in justitiële jeugdinstellingen?

Het Deltaplan voor de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) voorziet in verkleining van de groepen tot respectievelijk (maximaal) tien en acht jeugdigen. Door de groepsverkleining, die vanaf eind 2009 wordt doorgevoerd, lost een deel van de leegstand in de JJI’s zich op. Daarnaast ben ik in overleg met de minister voor Jeugd & Gezin over de tijdelijke inzet van JJI-capaciteit als gesloten jeugdzorg, waarmee de leegstand van de JJI’s ook zal afnemen. Met betrekking tot de eventuele resterende leegstand zullen in nauw overleg met de desbetreffende JJI’s maatwerkoplossingen worden gezocht. Hierbij zullen ook de nieuwe prognoses vanuit het Prognosemodel Justitiële Ketens van het WODC worden betrokken die dit najaar worden verwacht. De Kamer wordt hierover separaat geïnformeerd.

180

Hoeveel werkstraffen in de buurt door jeugdigen zijn er in 2008/2009 opgelegd?

In het registratiesysteem van de Raad voor de Kinderbescherming wordt niet apart bijgehouden hoeveel werkstraffen in de buurt zijn opgelegd. Het WODC zal onderzoek verrichten naar de tenuitvoerlegging van de werkstraf voor jeugdigen in de buurt (Kamerstukken II, 2008/09, 28 684, nr. 187).

181

In hoeveel gevallen komt het voor dat vreemdelingen die op legale wijze naar Nederland komen (bijvoorbeeld middels een visum of arbeids-, gezins- of kennismigratie) vervolgens in Nederland asiel aanvragen? Hoe kan het mogelijk gemaakt worden dat personen die (rechtmatig) in Nederland verblijven uit te sluiten van de asielprocedure?

Het is niet mogelijk uit de registratiesystemen van de IND deze informatie te genereren. Het merendeel van de vreemdelingen dat asiel aanvraagt, beschikt niet over identiteitsdocumenten, waardoor het niet altijd mogelijk is de voorgeschiedenis van de vreemdeling te bepalen.

Een asielaanvraag, die is ingediend door een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft vanwege een openstaande aanvraag regulier of op basis van een verblijfsvergunning, wordt afgewezen op grond van de zogenaamde imperatieve afwijzingsgronden van artikel 30, eerste lid onder b en c van de Vreemdelingenwet. Gezien de internationale verplichtingen waar Nederland zich aan heeft verbonden is het echter niet mogelijk om personen die enige tijd (op basis van een verblijfsvergunning regulier) rechtmatig in Nederland hebben verbleven na het einde van dit rechtmatige verblijf uit te sluiten van de asielprocedure. Zowel het Vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag tot de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) als de Europese procedure- en kwalificatierichtlijn laten hiervoor geen ruimte. Het is ook niet met zekerheid uit te sluiten dat personen die enige tijd rechtmatig in Nederland hebben verbleven geen vluchteling kunnen zijn in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Het niet onmiddellijk bij aankomst aanvragen van asiel kan aanleiding zijn om de bewijslast voor de asielzoeker zwaarder te achten omdat dit niet duidt op een acute vluchtsituatie.

182

Op welke wijze is invulling gegeven aan het amendement-Van Haersma Buma (31 700 VI, nr. 28)?

Met dit amendement werd binnen art 15 van de begroting 2 mln. gealloceerd voor terugkeerprojecten in het bijzonder ten behoeve van terugkeer naar Irak, en ten behoeve van de mogelijke subsidiering van het Platform Duurzame Terugkeer. Het amendement werd gedekt met voorgenomen besparingen op inhuur externen en onverplichte ruimte binnen hetzelfde begrotingsartikel. Deze dekking is binnen het artikel niet gevonden. Het amendement zal dan ook niet worden uitgevoerd.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en ik hebben besloten dat Irak wordt opgenomen op de lijst van landen die in aanmerking komen voor migratie- en ontwikkelingsactiviteiten. Voorts is afgesproken dat ten behoeve van het Platform duurzame terugkeer, mede op grond van het amendement Ferrier (Kamerstuk 2008–2009, 31 700 V, nr. 70), op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken extra budget kan worden ingezet vanuit de middelen voor ontwikkelingssamenwerking. Hiermee kan dus de gevraagde extra financiële inspanning worden geleverd ten behoeve van terugkeer.

183

Waar is de verwachting op gebaseerd dat in 2010 minder zal worden uitgegeven aan artikel 15.2.1 (COA en overige opvanginstellingen) dan in 2009, terwijl er stijging wordt verwacht in het aantal asielaanvragen en een stijging in de gemiddelde bezetting in het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en de TNV?

Nu de behandelcapaciteit van de IND wordt opgehoogd van 16 000 naar 19 000, kan de IND de TNV voorraad (1 873 peildatum 1/10/09) eind 2010 hebben weggewerkt. De gemiddelde bezetting in de TNV kan daarmee op gemiddeld 800 plekken komen. Door het ophogen van de behandelcapaciteit bij de IND wordt er een totale besparing van €28 miljoen verwacht. De overige besparingen worden onder andere verwacht door een lagere bezetting in de centrale opvang. Zie voor nadere toelichting ook de beantwoording van vraag 55.

184

Waarom zijn de artikelen 15.1 en 15.2 in de begroting van 2010 samengevoegd in één artikel?

Justitie verbetert continu de kwaliteit van de begroting. Samenvoeging van de operationele doelstellingen 15.1 en 15.2 is wenselijk, daar «voldoende kwalitatieve vreemdelingenopvang» geen doelstelling op zich is, maar een beleidsinstrument of essentiële randvoorwaarde om de feitelijke doelstelling (de zorgvuldige en tijdige afdoening van vreemdelingenzaken) te realiseren.

In de afgelopen jaren zijn in de justitiebegroting meer structuurwijzigingen doorgevoerd, waarbij de algemene doelstellingen, operationele doelstellingen en daaronder sorterende beleidsinstrumenten beter zijn geordend.

185

Waarom is de doelstelling «Asielzoekers ... worden op een humane en sobere wijze opgevangen» losgelaten?

De opvang van asielzoekers is geen doel op zich maar staat ten dienste van een zorgvuldige en tijdige afdoening van de asielaanvraag. Vandaar dat ik besloten heb om niet langer vast te houden aan een aparte beleidsdoelstelling voor de opvang.

186

Welke factoren spelen mee bij de raming voor de kosten van de IND in 2010?

De IND geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid. Factoren die meespelen bij de raming van de kosten zijn de verwachte instroom, de afgesproken productie en de kostprijzen voor Asiel, Regulier en Naturalisatie. Naast het afhandelen van aanvragen Asiel, Regulier en Naturalisatie voert de IND voorbereidingsactiviteiten uit in het kader van terugkeer en terrorismebestrijding. Hoofdmoot van de kosten van de IND zijn vooral de kosten van personeel, die de aanvragen en beschikkingen afhandelen.

187

Welke factoren spelen mee bij de raming voor de kosten van de opvang van asielzoekers in 2010?

Bij de raming van de kosten van opvang is naast de kostprijs van de opvang ook het gemiddeld aantal asielzoekers dat moet worden opgevangen een factor. Dit is weer een afgeleide van de geraamde instroom, de geraamde uitstroom en de zogenaamde beginvoorraad (het aantal asielzoekers dat aan het begin van het jaar reeds in de opvang verblijft).

Deze ramingen zijn sterk afhankelijk van de (on)voorspelbaarheid van de veiligheidssituatie in de wereld. Als uitgangspunt voor de raming van de instroom in 2010 is uitgegaan van de instroom in het jaar daarvoor.

188

Klopt het dat onder uitgaven onder Artikel 15 Vreemdelingen in de begroting van 2007 voor 2008 € 603,5 mln. was begroot, in de begroting van 2008 voor 2008 € 870,2 mln. was begroot en dat er uiteindelijk € 1 064,8 mln. is gerealiseerd? Klopt dat er dergelijke (significante) bijstelling de afgelopen jaren hebben plaatsgehad? Waarom is niet meteen correct geraamd? Waarom wijst er alles op een dergelijke manier van ramen ook voor 2010, 2011 en 2012 zal worden toegepast?

Het klopt dat deze bijtelling heeft plaatsgevonden. De ontwikkelingen op het gebied van de opvang en toelating van vreemdelingen worden door het Ministerie van Financiën zo goed mogelijk geraamd voor het komende en daaropvolgende begrotingsjaar. Er is echter sprake van een groot aantal onzekerheden op dit beleidsterrein, waardoor bijstellingen noodzakelijk zijn.

In het kader van de voorjaarsnota zal opnieuw worden bezien, op basis van een geactualiseerde prognose, of de verwachtingen voor 2010 en 2011 reëel zijn. Ik ben in overleg met de Minister van Financiën over een nieuwe inschatting van de kosten in de daaropvolgende jaren.

189

Is de verwachting realistisch dat de uitgaven onder de post Vreemdelingen voor 2009 en voor 2010 hoger zullen uitvallen dan nu begroot?

De uitgaven voor 2009 en 2010 in de begroting 2010 zijn op basis van de meest recente inzichten zijn geraamd. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de uitgaven met betrekking tot vreemdelingen anders zullen uitvallen dan geraamd.

190

Is de verwachting realistisch dat de uitgaven onder de post 15.2.1 COA en overige opvanginstellingen voor 2010 hoger zullen uitvallen dan nu begroot?

In de begroting voor 2010 wordt uitgegaan van realistische ramingen. Indien grote tegenvallers in instroom of uitstroom uitblijven, zullen de uitgaven niet hoger uitvallen dan begroot.

191

Is de verwachting realistisch dat de uitgaven onder de post 15.2.3 IND voor 2010 hoger zullen uitvallen dan nu begroot?

In 2009 zijn maatregelen genomen om in 2010 binnen de gestelde kaders te blijven. De weerslag daarvan treft u aan in de voorliggende begroting. De begroting is gestoeld op realistische aannames.

192

Waarom wordt stelselmatig onderbegroot op artikel 15?

In de afgelopen jaren is steeds in de begroting voor het begrotingsjaar en het jaar daarop een reële inschatting gemaakt van de instroom van asielzoekers. Het is echter moeilijk om op langere termijn een goede inschatting te maken van de instroom en de bezetting. Er is immers sprake van vele onzekere factoren die van invloed zijn, zoals de toestand in de landen van herkomst. In de meerjarenreeks wordt rekening gehouden met een laag instroomcijfer en een daaraan gekoppeld begrotingsbedrag. Jaarlijks vindt een actualisering plaats voor het lopende en komende jaar.

Momenteel vindt overleg plaats met de Minister van Financiën om de prognose cijfers op langere termijn nauwkeuriger weer te geven.

193

Hoe zal de begrotingssystematiek worden aangepast zodat er vanaf 2011 een einde zal komen aan de positieve voorspiegeling van de uitgaven onder artikel 15?

Over de aanpassing van de begrotingssystematiek vindt momenteel overleg plaats met het Ministerie van Financiën. Ik kan niet vooruitlopen op de uitkomsten van dit overleg.

194

Wat wordt bedoeld met afgegeven garanties voor het COA in de tweede noot onderaan deze pagina?

Het COA heeft de mogelijkheid een beroep te doen op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën. Ingeval het COA niet aan de verplichtingen, die uit de overeenkomst van de geldlening voortvloeien, kan voldoen, dan draagt het Ministerie van Justitie het risico.

195

Waarom daalt het budget IND in de periode 2009–2010–2011–2012, terwijl de instroom vreemdelingen omhoog gaat?

De daling van het IND budget heeft met een aantal factoren te maken. De belangrijkste hiervan licht ik toe. Ten eerste de besparingen die voortvloeien uit het programma IND bij de Tijd. In dit programma wordt de verbetering van het informatiesysteem, digitalisering van dossiers en verbetering van de productiviteit gerealiseerd. Daarnaast daalt het budget door de rijksbrede taakstelling. Tenslotte komt de daling in 2011 ook voort uit de in de begroting opgenomen lagere instroom en productie van Asiel.

196

Waarom staat een aparte post IND bij artikel 15.3.3 vermeld? Welke werkzaamheden verricht de IND onder de post «Terugkeer vreemdelingen»?

De IND voert een aantal werkzaamheden uit in het kader van Terugkeer. Ten eerste bereidt de IND overdrachtsdossiers (aan de Dienst Terugkeer & Vertrek, DT&V) voor aangaande afgewezen asielverzoeken. Daarnaast behandelt de IND aanvragen om toelating tijdens terugkeer. Ook levert de IND actuele verwijderbaarheidsinformatie aan de DT&V. De afdeling Procesvertegenwoordiging van de IND vertegenwoordigt de Nederlandse Staat bij bewaringszaken.

197

Wat wordt bedoeld met de posten «overig» in de artikelen 15.1.2, 15.2.2 en 15.3.4?

De post overig in artikel 15.1.2. heeft onder meer betrekking op de naturalisatietoets.

De post overig van artikel 15.2.2. heeft onder meer betrekking op de subsidie aan Vluchtelingenwerk Nederland.

De post overig van artikel 15.3.4. heeft onder meer betrekking op de subsidieverlening aan het IOM in het kader van terugkeeractiviteiten.

198

Hoeveel «interim measures» zijn er door het EHRM getroffen inzake het uitzetten van Afghaanse 1F-ers?

Het EHRM heeft tot nu toe in tien klachten die door Afghaanse 1F-ers tegen Nederland zijn ingediend een «interim measure» getroffen.

199

Klopt het dat het COA kosten voor het laten verrichten van documentenonderzoek niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 17 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers ziet, omdat het niet nodig is een eigen onderzoek door de asielzoeker te laten verrichten gezien de IND al onderzoek doet? Is dit standpunt eigenlijk wel houdbaar gezien enkele rechterlijke uitspraken (AWB 08/23259, AWB 09/797, AWB 09/3275, AWB 08/43181)? Moet een asielzoeker niet gewoon kostenloos om een contra-expertise kunnen vragen gezien het belang van het verwijt dat een document vals is?

Het COA is van mening dat een contra-expertise documenten niet valt onder het begrip «noodzakelijke kosten» in de zin van artikel 17 van de Rva 2005. De reden hiertoe is enerzijds dat de IND de mogelijkheid van een contra-expertise documenten niet biedt. Anderzijds betreffen de onderzoeksresultaten van een documentenonderzoek, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de resultaten van een taalanalyse, vastgestelde feiten. Deze zijn op een door de rechter te controleren wijze tot stand gekomen. Mocht de asielzoeker van mening zijn dat de onderzoeksresultaten van het verrichtte onderzoek niet juist zijn dan kan hij derhalve in beroep deze onderzoeksresultaten door de rechter laten toetsen. De rechter kan, zonder dat een contra – expertise is uitgevoerd, toetsen of het onderzoek naar de documenten juist is verricht, of de vastgestelde feiten op juiste wijze tot stand zijn gekomen en of uit die vastgestelde feiten de juiste conclusie is getrokken. Indien de rechter het eens is met eiser dan zal hij opdracht geven aan de IND het onderzoek opnieuw te laten verrichten. Een eigen onderzoek inbrengen is derhalve, in het licht van artikel 17 van de Rva 2005, niet noodzakelijk.

De vraag of het standpunt van het COA houdbaar is, gelet op enkele rechterlijke uitspraken, is nog onderdeel van rechterlijke oordeelsvorming. Het COA is in hoger beroep gegaan tegen de eerdere rechterlijke uitspraken. In deze zaken dient nog uitspraak te worden gedaan. Naar aanleiding van de uitspraak in hoger beroep zal ik bezien of het door het COA gevoerde beleid aangepast dient te worden.

200

In hoeveel asielaanvragen is er sprake van fraude of misbruik? In hoeveel asielaanvragen is er sprake van een vermoeden van fraude of misbruik?

Het registreren van fraude en misbruik op een geaggregeerd niveau is niet mogelijk, zodat daarover geen cijfers zijn te geven.

201

Hoe kan het mogelijk worden gemaakt dat de asielaanvraag van een vreemdeling die asiel aanvraagt zonder daarbij identiteitsdocumenten te overhandigen, automatisch wordt afgewezen?

Het afwijzen van een asielverzoek om de enkele reden dat de asielzoeker geen reis- of identiteitsdocumenten kan overleggen, is niet mogelijk. Een zorgvuldige individuele beoordeling, waarbij getoetst wordt of sprake is van een rechtvaardiging, is steeds nodig. Ook de internationale verplichtingen waar Nederland aan gebonden is, laten afwijzen om de enkele reden van het ontbreken van documenten niet toe.

202

Hoe kan het mogelijk worden gemaakt dat de kosten van de asielaanvraag van een vreemdeling die fraude heeft gepleegd bij deze aanvraag, worden verhaald op deze vreemdeling?

Het verhalen van kosten van de asielprocedure in het geval van fraude en misbruik wordt niet doelmatig geacht. In het algemeen beschikken asielzoekers die naar Nederland komen niet over eigen middelen. De kosten die gemaakt zouden moeten worden bij acties om de kosten te verhalen zullen naar verwachting meestal hoger zijn dan de opbrengsten.

203

Is het mogelijk de bewijslast om te keren zodanig dat asielzoekers bij een vermoeden van fraude of misbruik verantwoordelijk zijn om aan te tonen dat er géén sprake is van misbruik of fraude? Gaat u dit overwegen?

Uitgangspunt bij de asielprocedure is dat het aan de asielzoeker is om aannemelijk te maken dat er noodzaak tot bescherming is en daarmee een grond voor verlening van een asielvergunning. Daarmee ligt de bewijslast al bij de asielzoeker.

204

Zijn de huidige middelen die de verschillende ketenpartners ter beschikking zijn gesteld voldoende voor het tijdig afhandelen van alle zaken? Zo nee, kunt u dit uitgebreid toelichten?

De begrotingen van de ketenpartners die betrokken zijn bij de toelating en opvang van asielzoekers en andere vreemdelingen, zijn op elkaar afgestemd, en gebaseerd op dezelfde veronderstellingen ten aanzien van instroom, uitstroom en doorlooptijden. Diverse parameters en ramingen worden afgestemd in een overleg tussen de ketenpartners en vormen de basis voor de begrotingsbesprekingen.

Ten aanzien van de IND merk ik nog op dat op dit moment een kostprijsonderzoek plaatsvindt, omdat geconstateerd is dat de kostprijzen niet meer reëel waren. Na besluitvorming over de nieuwe kostprijzen van de IND zal de IND in staat zal zijn om binnen het budget aanvragen af te handelen.

205

Bij welk percentage van de asielaanvragen blijkt in 2009 sprake te zijn van een verdragsvluchteling? En bij welk percentage van de asielaanvragen wordt op grond van subsidiaire bescherming een verblijfsvergunning verleend? Kan dit categorisch worden toegelicht?

Het inwilligingspercentage verdragsvluchtelingen in de maanden januari tot en met september 2009 bedraagt 4% van het totale aantal behandelde aanvragen.

De vergunningen van uitgenodigde vluchtelingen vormen geen onderdeel van dit percentage.

Het percentage op grond van subsidiaire bescherming, hetgeen inhoudt dat een vergunning is verleend op grond van 3 EVRM, in diezelfde periode bedraagt 17% van het aantal behandelde aanvragen.

206

In hoeveel gevallen heeft de staatssecretaris gebruik gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid om een uitzondering op de regels te maken en alsnog verblijfsvergunning af te geven?

In deze kabinetsperiode is tot 1 september 2009 in totaal aan ongeveer 450 personen in verband met schrijnende omstandigheden een verblijfsvergunning verleend met gebruikmaking van de discretionaire bevoegdheid.

207

Hoeveel en welke percentage van de vreemdelingen heeft in 2009 een asielaanvraag ingediend zonder dat zij beschikken over identificatie papieren?

Deze informatie wordt niet apart geregistreerd in de systemen, zodat geen exacte gegevens voorhanden zijn. Ervaringsgegevens leren dat het merendeel van de personen die een verblijfsvergunning asiel aanvragen niet in het bezit is van geldige reis- dan wel identiteitsdocumenten.

208

Welk deel van de Somalische asielzoekers die onder het categoriaal beleid een verblijfsvergunning hebben gekregen hebben gebruik gemaakt van het recht op gezinshereniging ofvorming?

De vraag zoals gesteld kan niet worden beantwoord, omdat in het huidige informatiesysteem van de IND niet wordt geregistreerd bij wie verblijf wordt aangevraagd. Er kan derhalve niet worden aangegeven hoeveel Somalische asielgerechtigden hun gezin hebben laten nareizen.

Wel kan vermeld worden dat van alle Somaliërs die van januari tot en met september 2009 een eerste asiel aanvraag hebben ingediend, 22% eerder een aanvraag heeft ingediend voor een machtiging voorlopig verblijf (MVV) met als doel «verblijf bij toegelaten asielzoeker» en derhalve gebruik heeft gemaakt van het recht op nareis.

Ten aanzien van het aantal in 2009 door Somaliërs ingediende aanvragen voor een reguliere verblijfsvergunning met als doel gezinsvorming/gezinshereniging, geldt voorts dat dit percentage minder dan 1% is van het aantal ingediende eerste asielaanvragen door Somaliërs. Ook hierbij past de kanttekening dat uit de IND-registratie van dergelijke aanvragen niet valt af te leiden of verblijf bij een persoon met een Somalische nationaliteit èn in het bezit van een asielvergunning is aangevraagd. Het is derhalve mogelijk dat verblijf bij een Nederlander dan wel bij een vreemdeling van andere nationaliteit dan de Somalische is aangevraagd.

209

Hoe verhoudt zich de doelstelling van de pardonregeling in het wegwerken van de achterstanden bij de IND met de wederom toenemende achterstanden? Sluit de regering een nieuwe pardonregeling uit?

De Regeling tot afwikkeling van de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet (hierna de Regeling) heeft een gunstig effect gehad op het werkaanbod bij de IND. Een groot aantal langlopende procedures kon immers als gevolg van de Regeling worden afgesloten. In totaal zijn ongeveer 21 270 procedures als gevolg van de Regeling ingetrokken. Wanneer deze Regeling niet was getroffen, zou de huidige werklast bij de IND dus aanzienlijk zwaarder zijn geweest.

In 2008 en 2009 was het aantal asielaanmeldingen hoger dan was geraamd en waar de IND voor haar capaciteitsplanning van is uitgegaan. Dit heeft geleid tot een stijging van de voorraden. Onlangs zijn maatregelen genomen om de behandelcapaciteit van de IND in 2010 te verhogen tot 19 000, zodat de IND in staat wordt gesteld deze achterstand bij het in behandeling nemen van asielverzoeken weg ter werken.

Tijdens deze kabinetsperiode (tot en met 2011) zal er geen andere pardonregeling komen.

210

Klopt het dat de regering bezig is met een onderzoek waarbij aan asielzoekers wordt meegedeeld dat zij een (beperkte) periode hebben om alle soorten asielaanvragen in te dienen waardoor zij buiten die periode geen (herhaalde) aanvragen in kunnen dienen en dus kunnen worden gedwongen te vertrekken? Kan deze pilot worden toegelicht? Wat zijn de voorlopige resultaten?

In de eerste helft van 2009 en ook in 2008 werd een deel van de door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) geboekte vluchten ten behoeve van het gedwongen vertrek van vreemdelingen geannuleerd vanwege het indienen van een asielverzoek of een reguliere aanvraag.

Om annuleringen door dergelijke «last-minute aanvragen» tegen te gaan, wordt een pilot gestart, waarbij aan de vreemdeling kort na aankomst op het uitzetcentrum wordt gevraagd om binnen een beperkte periode alles mee te delen omtrent een mogelijke verblijfsaanvraag. Indien binnen deze periode een herhaalde aanvraag wordt ingediend, zal de IND zich inspannen deze voor de geplande vlucht af te handelen. Laat de betrokken vreemdeling dat na en wordt na deze periode toch een herhaalde asielaanvraag kenbaar gemaakt, dan gaat de geplande uitzetting in principe gewoon door.

Inmiddels is door de DT&V in afstemming met de ketenpartners IND en KMar een werkwijze ontwikkeld om hier uitvoering aan te geven. Deze werkwijze wordt op dit moment geïmplementeerd, waarna op termijn een evaluatie zal plaatsvinden. In deze fase is het nog te vroeg om concrete resultaten te melden.

211

Welk deel van de vreemdelingen in de strafrechtketen is niet aantoonbaar vertrokken uit Nederland? Wat is er gebeurd met deze personen?

Van het aantal vreemdelingen in de strafrechtketen heeft circa 70% Nederland in de eerste helft van 2009 aantoonbaar verlaten. Circa 30% is niet aantoonbaar vertrokken, waarbij het merendeel van de vreemdeling een aanzegging heeft gekregen om Nederland te verlaten.

212

Welk percentage van de vreemdelingen van wie de asielaanvraag en/of het beroep wordt afgewezen stroomt ook daadwerkelijk binnen de wettelijke termijn van 28 dagen uit de opvang?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 51.

213

Welk percentage van de vreemdelingen van wie de asielaanvraag en/of het beroep wordt toegekend stroomt ook daadwerkelijk binnen 28 dagen uit de opvang?

Voor asielzoekers van wie de asielaanvraag wordt ingewilligd, geldt geen wettelijke vertrektermijn uit de opvang. Ik streef ernaar om alle statushouders binnen 3 maanden te laten doorstromen naar een woning in een gemeente.

Ook voor asielzoekers van wie het beroep wordt toegekend, geldt geen vertrektermijn van 28 dagen. Gegrondverklaring van een beroep betekent niet automatisch dat aan de asielzoeker een verblijfsvergunning wordt verleend. Na gegrondverklaring van een beroep zal de IND opnieuw een besluit moeten nemen. De vreemdeling heeft echter nog wel recht op opvang.

214

Wanneer zal de Kamer bericht ontvangen over de evaluatie van de «glijdende schaal» m.b.t. het ongewenst verklaren van criminele vreemdelingen?

In november zal het WODC-onderzoek tesamen met de kabinetsreactie aan uw Kamer worden gezonden.

215

Lopen de wachttijden op rechterlijke vonnissen van de rechtbanken in vreemdelingenzaken op? Zo ja, zou het aantrekken van meer rechters voor de vreemdelingenkamer de asielprocedure kunnen versnellen? Zo ja, zullen meer rechters worden aangetrokken? Zo nee, wordt dit probleem dan opgelost?

In de eerste helft van 2009 is de Vreemdelingenkamer geconfronteerd met een stijging van de instroom van asielzaken. Ten opzichte van de eerste helft van 2008 is de instroom met 39% gestegen (4 700 in 2008 ten opzichte van 6 550 in 2009).

De instroom bestaat uit 3 500 beroepen en voorlopige voorzieningen asiel (eerste halfjaar 2008: 2 300), 1 050 AC-zaken (eerste halfjaar 2008: 1 050) en 2 000 Dublinzaken (eerste halfjaar 2008: 1 350).

Het aantal Dublinzaken is in vergelijking met het eerste halfjaar van 2008 met 48% gestegen.

De productie stijgt maar moet nog in lijn komen met de instroomstijging. Er is sprake van een stijging van de voorraad door de hogere instroom. De Vreemdelingenkamer streeft ernaar eind 2009 deze voorraad te hebben afgedaan.

216

Kunt u een overzicht geven van alle COA-opvanglocaties in Nederland? Kunt u hierbij de naam, vestigingsplaats en capaciteit weergeven?

In de bijlage bij dit antwoord treft u een lijst aan van de huidige opvanglocaties van het COA. Voor het meest actuele overzicht van opvanglocaties kunt u altijd de website van het COA (www.coa.nl) raadplegen.

217

Kunt u een overzicht geven van alle COA-opvanglocaties in 2010? Kunt u hierbij de naam, vestigingsplaats en capaciteit weergeven?

Ten aanzien van 2010 merk ik op dat er voorgenomen sluitingen zijn voor de tnv-locaties Eindhoven, Tienray en Haps/Cuijck, en voor de azc-locaties Grave, Appelscha, Oldebroek, Wassenaar (Duinrell) en Gees (De Wolfskuilen). Het COA is met een aantal gemeenten in gesprek over de vestiging van een nieuwe opvanglocatie of over de verlenging van een bestaande locatie. Het kan dus zo zijn dat enkele van de genoemde te sluiten locaties alsnog kunnen worden verlengd.

Naar huidig inzicht verwacht het COA in 2010 voldoende aanvullende en vervangende capaciteit te kunnen realiseren om alle asielzoekers die daar recht op hebben te kunnen opvangen.

218

Met welke gemeenten en gemeentebesturen wordt momenteel onderhandeld over toekomstige COA-opvanglocaties? Om welke gemeenten gaat het en welke opvangcapaciteit?

Er wordt op dit moment met verschillende gemeenten, waaronder Tilburg, Den Haag en Rheden, gesproken over de mogelijkheid om tot vestiging van een opvanglocatie te komen. Het COA is met zo’n 30 gemeenten in gesprek over de vestiging van een duurzaam asielzoekerscentrum. De gemiddelde opvangcapaciteit bedraagt hierbij 400 plaatsen per locatie. Aangezien gemeenten prijs stellen op de vertrouwelijkheid van de gesprekken met het COA achten het COA en ik het niet raadzaam de betreffende gemeente hier met naam te noemen.

219

Met welke gemeenten wordt momenteel of zal in de toekomst worden onderhandeld over een verlenging van de contracten m.b.t. de opvanglocaties voor asielzoekers?

In beginsel bespreekt het COA met iedere gemeente, waarmee het COA een bestuursovereenkomst heeft die afloopt, de mogelijkheid om tot een verlenging van de overeenkomst te komen.

220

Hoeveel personen, met in ieder geval de Nederlandse nationaliteit, hebben in 2009 gebruik gemaakt van het gemeenschapsrecht om een familielid zonder EU-nationaliteit vanuit het buitenland mee naar Neder-land te nemen? Oftewel, in hoeveel gevallen is er gebruik gemaakt van de Europaroute?

Ik heb uw Kamer toegezegd nader onderzoek te verrichten naar de omvang en de samenstelling van de groep derdelanders die een beroep doen op het gemeenschapsrecht. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het WODC en zal u voor het einde van het jaar worden aangeboden. Daarbij zal ook worden ingegaan op de cijfers over 2009.

221

In hoeveel gevallen van gezinsmigratie bleek in 2009 sprake te zijn van een schijnrelatie? Is dit een afname of toename vergeleken met eerdere jaren?

Van februari 2007 tot het voorjaar van 2008 heeft bij de IND een pilot schijnrelaties plaatsgevonden. In deze pilot werd bij gerezen twijfel over de aard van de relatie bij de mvv-afgifte voor «verblijf bij partner», de verlengingsaanvraag extra kritisch bekeken. De pilot bestond uit 100 dossiers.

In 30 dossiers gaven de resultaten van het onderzoek aanleiding de verlengingsaanvraag af te wijzen en de vergunning in te trekken. In de pilot werden de resultaten van het onderzoek naar schijnrelaties handmatig bijgehouden. De werkwijze uit de pilot is inmiddels landelijk ingevoerd. Hiermee is het onderzoek naar schijnrelaties geïncorporeerd in het gewone behandel- en beslisproces. Op basis van de IND-registratie is het niet mogelijk om cijfers te genereren met betrekking tot het aantal geconstateerde schijnrelaties in 2009. Derhalve is niet te zeggen of het aantal geconstateerde schijnrelaties vergeleken met eerdere jaren is toe- of afgenomen.

222

Waarom blijft de uitstroom van afgewezen asielzoekers achter bij de prognoses?

In 2009 wordt rekening gehouden met 15 100 asielzoekers die vertrekken uit de opvang. In 2010 wordt rekening gehouden met een totale uitstroom uit de opvang van 17 800.

In de afgelopen jaren was de werkelijke uitstroom uit de opvang lager dan waar bij het opstellen van de begroting rekening mee werd gehouden.

De totale uitstroom uit de opvang bestaat uit statushouders die gehuisvest worden en uit (uitgeprocedeerde) asielzoekers die vertrekken. De (al dan niet uitgeprocedeerde) asielzoekers die vertrekken uit de opvang doen dat zelfstandig, onder toezicht of gedwongen.

Bekend is dat er sprake was en is van een achterstand bij de huisvesting van statushouders. Ten aanzien van de beëindiging van opvangvoorzieningen van uitgeprocedeerde asielzoekers van wie de vertrektermijn is overschreden, beschik ik niet over een prognose en andere nadere gegevens. Dit geldt ook voor de uitstroom van degenen die zelfstandig vertrekken of onder toezicht of gedwongen het land verlaten.

223

Hoeveel mensen verblijven in de noodopvang en hoeveel mensen hebben een medische problematiek?

De VNG heeft aan Regioplan opdracht verleend onderzoek uit te voeren naar onder meer de omvang van de gemeentelijke noodopvang. In het kader van dit onderzoek is aan alle 441 gemeenten een vragenlijst verstuurd betreffende de noodopvang. Van alle gemeenten heeft 69% de vragenlijst ingevuld. Dit percentage gemeenten vertegenwoordigt ruim driekwart van de Nederlandse bevolking. Deze hoge respons stelt Regioplan in staat een betrouwbaar beeld te schetsen van de gemeentelijke noodopvang.

Uit het rapport van augustus jl. blijkt dat in mei 2009 750 personen in de noodopvang verbleven. Dit betekent een daling met 64% ten aanzien van de bij benadering 2 111 personen die in december 2007 in de noodopvang verbleven.

Over het aantal personen met een medische problematiek in de noodopvang is thans geen exacte uitspraak mogelijk. Op basis van een inschatting van de VNG en een bestandsvergelijking van de registraties bij de IND en het COA kan zeer grof worden ingeschat dat de omvang van de groep personen met medische problematiek in de noodopvang tussen 60 en 200 vreemdelingen bedraagt.

224

Welke maatregelen gaat u nemen om de kostprijs van de opvang te verlagen?

Het onderzoek naar de kostprijzen van het COA start binnenkort. Op dit moment heb ik nog geen zicht op de uitkomsten van dit onderzoek. Ik streef ernaar om door een duurzamer huisvestingsbeleid, onder meer door de vestiging van centra voor lange, onbepaalde termijn, kosten te besparen. Daarnaast zal ik het takenpakket van het COA kritisch bezien.

225

Welke doelstelling hanteert u bij de verlaging van de kostprijs?

Het uitgangspunt voor de opvang van asielzoekers is dat de opvang sober maar humaan is. De nieuwe kostprijzen moeten het COA in staat stellen om op een verantwoorde manier opvang te bieden aan hen die er recht op hebben, waarbij het COA tevens geprikkeld wordt om doelmatig te functioneren en te investeren.

226

Welke «structurele regeling» bent u voornemens in te voeren om misbruik te voorkomen bij de opvang van zieke uitgeprocedeerde asielzoekers?

De invoering van de verbeterde asielprocedure zal als gevolg hebben dat al in de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de asielprocedure een medisch advies zal plaatsvinden. Indien er aanleiding toe is kan dan al parallel aan de asielprocedure worden onderzocht of er medische gronden zijn voor verblijf. Hiertoe hoeft dan dus geen (reguliere) procedure meer te worden gestart na afloop van de asielprocedure. Naar verwachting heeft dit tot gevolg dat de genoemde groep van «zieke uitgeprocedeerde asielzoekers» een stuk kleiner zal worden.

Als medische problematiek pas ontstaat, of wordt gemeld, nadat de asielprocedure is afgerond kan de uitgeprocedeerde asielzoeker een verzoek doen om verblijf op medische gronden. Momenteel wordt bezien hoe uitvoering kan worden gegeven aan de motie Spekman c.s., waarin de regering wordt verzocht om aan deze groep uitgeprocedeerde asielzoekers opvang te verlenen, indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Het tegengaan van misbruik is hierin een belangrijk aspect.

227

Wat is de laatste stand van zaken inzake de asielinstroom in Europa?

In het jaar 2008 hebben in totaal circa 256 400 vreemdelingen asiel aangevraagd in een van de EU-lidstaten. De top-5 van bestemmingslanden in Europa werd in 2008 gevormd door Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Duitsland en Zweden. Nederland staat in deze periode op de achtste plaats Nederland is niet het enige land in Europa waar de asielinstroom is gestegen in 2008. Dit was ook het geval in landen als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Voor verdere details verwijs ik u naar de Rapportage Vreemdelingenketen die onlangs aan Uw kamer is gezonden.

228

Waarom wordt thans uitgegaan van een asielinstroom van 19 000 in 2010 en 10 500 voor de jaren 2011–2014? Zijn in de gepresenteerde asielinstroomprognoses eerste en vervolgaanvragen bij elkaar geteld? Wat is de verklaring voor het verschil van 8 500 extra asielverzoeken in 2010, mede gezien de in de Rapportage vreemdelingenketen januari-juni 2009 aangegeven dalende tendens in het aantal asielverzoeken? Waarop is de verwachte daling naar 10 500 in de jaren na 2010 gebaseerd?

In de eerste helft van 2009 bedraagt het aantal in behandeling genomen asielaanvragen in Nederland ca. 7 750. De genoemde dalende tendens in de Rapportage Vreemdelingenketen periode januari-juni 2009 slaat op de vergelijking van dit aantal van 7 750 dat 10% lager is dan in de tweede helft van 2008. In vergelijking met de eerste helft van 2008 betekent het echter een stijging van 16%.

In de begroting wordt in 2010 rekening gehouden met een instroom van 17 000. De behandelcapaciteit van de IND wordt in 2009 uitgebreid naar 19 000 om in 2010 de achterstand bij het in behandeling nemen van asielaanvragen (TNV) weg te werken die in 2008 en 2009 is ontstaan. In de ramingen zijn de eerste en volgende aanvragen bij elkaar opgeteld. Op dit moment worden de ramingen steeds voor twee jaar bijgesteld (in de begroting 2010 voor 2009 en 2010). In overleg met het Ministerie van Financiën wordt gewerkt aan een nieuwe meerjarige ramingsmethodiek.« Zie voor nadere toelichting ook de beantwoording van vraag 55.

229

Waarop is de voor gezinsvorming en gezinshereniging de verwachte daling van het aantal mvv-aanvragen (van bijna 27 000 in 2008 naar ruim 16 000 in de jaren daarna) en verblijfsvergunningen (van 22 000 in 2008 naar ruim 10 000 in de jaren daarna) gebaseerd?

In tegenstelling tot wat nu uit de begroting kan worden afgeleid wordt vooralsnog geen daling van gezinsvorming enhereniging voorzien. De daling van de instroom en productie is een doorgaande reeks vanuit de opbouw van voorgaande begrotingen.

Met de ontwikkeling van het nieuwe kostprijsmodel, de herziening van de kostprijzen en de bijstelling van de bekostigingsafspraken wordt, in voorbereiding op de begroting 2011, de aanpassing van deze cijfers meegenomen. Overigens vormen de totale instroomaantallen MVV en VVR eerste aanleg een stabiele meerjaren reeks.

230

Is de prognose van de asielinstroom in 2010 van 19 000 reëel, gezien de recente afschaffing van het categoriaal beleid voor Somalië en Irak en de instroom in 2009? Waarop is gebaseerd dat dezelfde instroom in de jaren volgend op 2010 bijna gehalveerd wordt.

In de begroting wordt in 2010 rekening gehouden met een instroom van 17 000. De behandelcapaciteit van de IND wordt in 2009 al uitgebreid om hogere aantallen aanvragen te kunnen verwerken en om in 2010 de achterstand weg te werken die in 2008 en 2009 is ontstaan.

Het aantal van 10 500 vanaf 2011 komt voort uit een oudere reeks en zal nog naar boven moeten worden bijgesteld.

231

Wat is voor de langere termijn de asielinstroom waar de regering naar streeft?

De regering kent geen streefcijfers als het gaat om de asielinstroom, ook niet op de langere termijn. Uitgangspunt van het Nederlands asielbeleid is dat bescherming wordt geboden aan die personen die bescherming nodig hebben. Bij dat uitgangspunt passen geen quota of streefcijfers. Dat laat onverlet dat wel steeds wordt gemonitord wat de omvang en de aard van de instroom is en wordt beoordeeld of er aanleiding bestaat daarop te reageren door aanpassingen in het (landgebonden) asielbeleid. Daarbij wordt ook steeds beoordeeld hoe de instroom in Nederland zich verhoudt met de instroom in andere Europese landen. Zoals reeds is toegezegd, ontvangt uw Kamer nog dit jaar een discussie-document waarin wordt ingegaan op de toekomst van het Nederlands asielbeleid. Hierin zal een visie uiteen worden gezet op hoe Nederland en de Europese Unie op de lange termijn de meest zinvolle bijdrage kunnen leveren aan het vluchtelingenbeschermingsregime.

232

Hoe verhoudt de toename van de «overige instroom» (onder meer intrekkingen) zich met het feit dat juist meer bijzondere aspecten in asielprocedures al eerder in de besluitvorming worden betrokken?

De toename van «overige instroom» houdt geen verband met het feit dat meer bijzondere aspecten in de asielprocedure al eerder bij de besluitvorming worden betrokken.

De toename van «overige instroom» ziet op de omstandigheid dat bijvoorbeeld als gevolg van de beëindiging van categoriaal beleid met het intrekken van de vergunningen op deze grond een nieuwe asielrechtelijke beoordeling moet worden gemaakt. Dit is in de begroting terug te vinden als «overige instroom».

Het betrekken van bijzondere aspecten zo vroeg mogelijk in de asielprocedure ziet op de situatie waarin in de verbeterde asielprocedure al vroeg aandacht wordt gegeven aan eventuele medische omstandigheden die eigenstandig grond voor verblijf in Nederland kunnen betekenen. Hiermee worden vervolgaanvragen, na afronding van de asielprocedure, voorkomen. (Zie ook de beantwoording van vraag 226.)

233

Is de verwachting dat de prognose voor de MVV-gezinsvorming en -hereniging voor 2009 en 2010 bijgesteld zal moeten worden? Zo ja, waarom zijn er geen actuele verwachtingen opgenomen in de begroting?

In dit stadium wordt geen daling van gezinsvorming enhereniging voorzien. De daling van de instroom en productie is het gevolg van een verouderde ramingsystematiek die voor 2010 in samenpraak met Financiën op een nieuwe leest geschoeid wordt.

Met de ontwikkeling van het nieuwe kostprijsmodel, de herziening van de kostprijzen en de bijstelling van de bekostigingsafspraken wordt, in voorbereiding op de begroting 2011, de aanpassing van deze cijfers meegenomen.

234

Kan zowel de prognose voor MVV-gezinsmigratie als de prognose voor VVR-gezinsmigratie onderverdeeld worden in gezinsvorming en gezinshereniging? Kunnen beide prognoses tevens worden onderverdeeld in westers en niet-westers?

De prognoses worden niet op het gevraagde detailniveau opgesteld. De gevraagde uitsplitsing voor de prognose kan dan ook niet worden gegeven.

235

Kan de toename van de «overige instroom» bij asiel in 2010 en de reguliere instroom (asielgerelateerd) in 2011 worden verklaard?

De stijging in 2010 is het gevolg van het afschaffen van de beëindiging van het categoriaal beleid ten aanzien van Irak. Met het intrekken van de vergunningen op deze grond moet een nieuwe asielrechtelijke beoordeling worden gemaakt, die in de begroting is terug te vinden als «overige instroom».

Het aantal van 4 800 asielgerelateerde reguliere aanvragen vanaf 2011 komt voort uit een oudere reeks en zal nog in voorbereiding op de begroting 2011 worden aangepast.

236

Kunt u toelichten waarom bij de VVR de «overige instroom» van 22 000 in 2010 omhoog gaat naar 82 000 in 2012?

Het verblijfsdocument voor de vergunning voor onbepaalde tijd heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. De omwisseling van deze verblijfsdocumenten in het kader van de Vreemdelingenwet 2000 (die per 1 april 2001 inwerking is getreden) vindt daardoor vijfjaarlijks plaats. In 2011 en 2012 is er sprake van een piek in het aantal omwisselingen. Hiermee is in de begroting rekening gehouden bij de raming van de instroom.

237

Klopt het dat het aantal beslissingen binnen de wettelijke termijn volgens de Justitiebegroting 2009 in 2007 nog 81% bedroeg, terwijl volgens de Justitiebegroting 2010 dit percentage in 2008 is gedaald naar 65% voor asiel en 88% voor regulier. Klopt het dat in de begroting 2009 nog werd uitgegaan van een streefpercentage voor de komende jaren van 100% beslissingen binnen de wettelijke termijn, terwijl in de begroting voor 2010 wordt uitgegaan van 65% voor asiel en 88% voor regulier in 2009 en 2010. Kunnen deze verschillen worden verklaard?

In de Justitiebegroting 2009 bedroeg het percentage beslissingen binnen de gestelde termijn voor Asiel in 2007 51% en voor Regulier 81%. Zoals vermeld in de Justitiebegroting 2010 zijn in 2008 deze percentages gestegen naar 65% resp. 88%.

In de begroting 2009 is uitgegaan van een streefpercentage van 100% beslissingen binnen de wettelijke termijn voor beide producten. De realisatiecijfers van 2008 zijn vervolgens als basis gehanteerd voor een minimale norm in de Justitiebegroting 2010.

238

Hoe hoog is het huidige klachtenpercentage bij asiel, regulier en naturalisatie?

Het percentage klachten voor de periode 2009 tot en met augustus bedraagt 1,4% voor asiel, 0,8% voor regulier en 0,15% voor naturalisatie.

239

Wat zijn de oorzaken dat slechts in 65% van de gevallen over een asielaanvraag binnen de wettelijke termijn wordt besloten?

In de loop van 2008 is projectmatig de sturing op tijdigheid geïntensiveerd, waarmee ook de registratie van wettelijke opschortingen, zoals onderzoeken of besluitmoratoria, is verbeterd. In de realisatiepercentages van 2008, zoals opgenomen in de Justitiebegroting van 2010 zijn dergelijke opschortingen nog niet verwerkt. Inmiddels liggen de percentages tijdig beslissen binnen de gestelde termijn op een hoger niveau. Bij aanvragen waarbij bijvoorbeeld 1F aspecten een rol spelen of een besluitmoratorium wordt afgekondigd, is het niet altijd mogelijk binnen de wettelijke basistermijn te beslissen. Door adequate monitoring is de verwachting dat in 2010 het aandeel beslissingen binnen de wettelijke termijn verder zal toenemen.

240

Wanneer is het onderzoek naar realistische doorlooptijden afgerond en worden de resultaten ook naar de Kamer gestuurd? Wat zijn voor de regering de minimale doorlooptijden?

De resultaten van het onderzoek naar realistische doorlooptijden zullen naar verwachting kunnen worden verwerkt in de Voorjaarsnota 2010.

241

Wat zijn de verwachte gevolgen van het inwerkingtreden van de Wet Dwangsom met betrekking tot. het percentage vreemdelingenzaken dat binnen de gestelde wettelijke termijn is besloten? Is er in de begroting van 2010 reeds rekening gehouden met deze kosten?

Niet kan worden uitgesloten dat in een aantal zaken de wettelijke beslistermijn wordt overschreden. Dit risico is met name aanwezig bij zaken waarbij een afhankelijkheid bestaat van andere instanties, bijvoorbeeld bij aanvragen waarbij 1F-aspecten een rol spelen en nader onderzoek noodzakelijk is. Ook bij naturalisatieverzoeken afkomstig uit de Nederlandse Antillen en Aruba, waarbij de IND afhankelijk is van een tijdige doorzending, bestaat het risico dat niet binnen de beslistermijn kan worden besloten.

Daar waar nodig zal binnen de mogelijkheden die worden geboden door de Wet dwangsom, worden gezocht naar afstemming met de betrokkene over de afdoeningstermijn.

Voor de begroting van 2010 geldt als uitgangspunt is genomen dat op de aanvragen tijdig wordt besloten, dan wel dat tijdig afstemming met de betrokkene over de afdoeningstermijn plaatsvindt. De IND heeft maatregelen getroffen om de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet dwangsom te ondervangen. De IND heeft daartoe een dwangsommonitor opgezet. Deze monitor signaleert als er nog niet afgedane zaken zijn die tegen de wettelijke behandeltermijn aanlopen, zodat er gerichte inzet plaats kan vinden met betrekking tot de afdoening.

242

Welk percentage «vreemdelingenzaken waarop binnen de gestelde wettelijke termijn is besloten» is gerealiseerd in 2006 en 2007?

In het jaarverslag 2008 van Justitie zijn de volgende percentages vermeld:

Asiel: 91% (2006), 51% (2007)

Regulier: 89% (2006), 81% (2007)

Naturalisatie: 99% (2006), 85% (2007).

243

Welk percentage beslissingen heeft standgehouden in de periode 2006–2008?

In het jaarverslag 2008 van Justitie zijn de volgende percentages vermeld:

Asiel: 79% (2006), 81% (2007), 82% (2008)

Regulier: 77% (2006), 78% (2007), 81% (2008).

244

Waarom wordt in 35% van de asielaanvragen, in 12% van de reguliere aanvragen en in 16% van de naturalisatieaanvragen niet tijdig beslist?

Het streven is om binnen de wettelijke termijn te beslissen. In de loop van 2008 is projectmatig de sturing op tijdigheid geïntensiveerd, waarmee ook de registratie van wettelijke opschortingen, zoals onderzoeken of besluitmoratoria, is verbeterd. In de realisatiepercentages van 2008, zoals opgenomen in de Justitiebegroting van 2010 zijn dergelijke opschortingen nog niet verwerkt. Inmiddels liggen de percentages tijdig beslissen binnen de gestelde termijn op een hoger niveau.

Voor januari tot en met september 2009 is in 99% van de afgehandelde MVV aanvragen en in 99% van de afgehandelde VVR aanvragen binnen de wettelijke termijn beslist.

Voor Asiel geldt dat in 69% van de afgehandelde eerste asielaanvragen binnen de wettelijke termijn is beslist.

Voor Naturalisatie binnen Nederland is in diezelfde periode in 96% van de afgehandelde aanvragen binnen de wettelijke termijn beslist.

Door adequate monitoring is de verwachting dat in 2010 het aandeel beslissingen binnen de wettelijke termijn verder zal toenemen.

245

Wat zijn de consequenties van de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep doordat in 35% van de asielaanvragen, 12% van de reguliere aanvragen en in 16% van de naturalisatieaanvragen niet tijdig wordt beslist? Waarvan zullen de dwangsommen worden bekostigd? Daar waar mogelijk zal binnen de kaders die worden geboden door de Wet Dwangsom worden gezocht naar afstemming met betrokkenen over de beslistermijn.

Voor de begroting van 2010 geldt als uitgangspunt dat op de aanvragen tijdig wordt besloten, dan wel dat tijdig afstemming met de betrokkene over de afdoeningstermijn plaatsvindt. De IND heeft maatregelen getroffen om de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet dwangsom te ondervangen. De IND heeft daartoe een dwangsommonitor opgezet. Deze monitor geeft een signaal af als er nog niet afgedane zaken zijn die tegen de wettelijke behandeltermijn aanlopen, zodat er gerichte inzet plaats kan vinden met betrekking tot de afdoening.

246

Hoeveel asielzoekers, die onder de Vreemdelingenwet 2000 een asielverzoek hebben ingediend, verblijven er momenteel in de asielopvang omdat hun (eerste) asielprocedure nog niet is afgerond?

Van de asielzoekers die hun eerste aanvraag hebben gedaan na 1 april 2001 verblijven op dit moment circa 4 850 in de opvang bij het COA met een openstaande procedure.

247

Wat is de nadere specificatie van de 20,5 miljoen euro aan gemiddelde kosten per opvanggerechtigde? Uit welke kosten bestaat deze 20 miljoen?Zijn er mogelijkheden om deze gemiddelde kosten naar beneden te brengen?

De gemiddelde kosten per opvanggerechtigde bedragen geen € 20,5 miljoen maar € 20 550,– per asielzoeker per jaar. In het najaar van 2009 is gestart met de herijking van de kostprijzen. De resultaten van de herijking worden in het voorjaar van 2010 gerapporteerd aan de Kamer.

248

Voor welk deel is de toename aan capaciteitsbehoefte voor TNV te wijten aan capaciteitsproblemen bij de IND?

De TNV heeft feitelijk tot doel schommelingen in het aantal aanmeldingen op te kunnen vangen, zodat de behandelcapaciteit van de IND effectief en efficiënt kan worden benut. Het verblijf in de TNV dient kort te zijn.

Het aantal vreemdelingen dat in 2009 in de Tijdelijke Noodvoorziening verblijft is hoger dan ik wenselijk acht. De behandelcapaciteit van de IND is opgehoogd zodat naar verwachting de achterstanden eind 2010 zijn weggewerkt. De gemiddelde capaciteit van de TNV komt daarmee op 800 plekken.

249

Waarom zullen de gemiddelde kosten per opgevangen asielzoeker in de periode 2008–2014 gelijk blijven ondanks dat de maatregelen gericht op verlaging van de kostprijs (blz. 97)? Wordt er bij voorbaat ervan uitgegaan dat deze maatregelen geen effect zullen hebben?

De verlaging van de kostprijzen is al wel opgenomen in het totaal voor de opvang beschikbare budget, maar dat is nog niet vertaald in een concreet bedrag per op te vangen asielzoeker. Het kostprijsonderzoek gaat dit najaar van start en loopt door tot het voorjaar van 2010. De uitkomsten zullen nader worden ingevuld in het kader van de begroting voor 2011. Overigens zullen ingeboekte besparingen ook gerealiseerd kunnen worden door asielzoekers korter op te vangen. Bijvoorbeeld door het sneller uitplaatsen van statushouders.

250

Is de capaciteit bij de COA in 2010 voldoende voor de verwachte gemiddelde bezetting of zullen asielzoekers wederom in tenten opgevangen moeten worden? Zo ja, waar zullen deze tenten worden geplaatst?

Naar huidige inzichten is de verwachte capaciteit bij het COA in 2010 voldoende voor de verwachte in- en uitstroom en zullen er geen tenten worden ingezet voor het opvangen van asielzoekers.

251

Waarom is de TNV-capaciteit voor 2010 verlaagd naar 800, terwijl de geprognosticeerde instroom voor dat jaar hoger ligt dan voorgaande jaren?

Vreemdelingen die zich aanmelden als asielzoeker worden eerst opgevangen in een tijdelijke noodvoorziening voor vreemdelingen (TNV) in afwachting van het moment van instroom.

De Tijdelijke Noodvoorziening (TNV) heeft feitelijk tot doel schommelingen in de aanmeldingen op te kunnen vangen, zodat de behandelcapaciteit van de IND effectief en efficiënt kan worden benut. Het verblijf in de TNV dient kort te zijn. Het aantal vreemdelingen dat in de Tijdelijke Noodvoorziening verblijft, is in 2009 veel hoger dan wenselijk; de verblijfsduur in de TNV is daarmee eveneens onwenselijk hoog. Daarbij stijgen de kosten door een lange verblijfsduur in de Tijdelijke Noodvoorziening (TNV).

Door het ophogen van de behandelcapaciteit bij de IND van 16 000 naar 19 000, kan de IND de aanvragen van mensen die in de TNV verblijvensneller wegwerken en is eind 2010 de bezetting van de TNV weer op een normaal niveau. De gemiddelde bezetting in de TNV over 2010 kan daarmee op 800 plekken komen.

De behandelcapaciteit van de IND is in 2009 en 2010 ingericht op een instroom van 19 000 asielzoekers. De verwachting voor 2010 is dat zich 17 000 vreemdelingen zullen aanmelden voor de indiening van een asielaanvraag. Indien de behandelcapaciteit van de IND op het niveau van 16 000 zou blijven, dan zal de benodigde TNV capaciteit met circa 1 000 plaatsen (17 000–16 000) toenemen.

252

Welke bevoegdheden op het terrein van identiteitsonderzoek en inbewaringstelling worden belegd bij de Dienst Terugkeer&Vertrek?

Voor wat betreft inbewaringstelling krijgen medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) de bevoegdheid voor het opheffen van de vreemdelingenbewaring en het wijzigen van de bewaringsgrond. Als het gaat om identiteitsonderzoek krijgt de DT&V de bevoegdheid voor het afnemen van vingerafdrukken en het maken van pasfoto’s.

253

Welke mogelijkheden zijn er om in een vroeg stadium, op het moment dat een asielzoeker een asielaanvraag indient, al identiteitsonderzoek te doen met medewerking van de asielzoeker en het land van herkomst? Klopt het dat, hoe eerder wordt gewerkt aan het verkrijgen van gegevens van een asielzoeker, onder meer met het oog op mogelijke terugkeer, hoe groter de kans is dat daadwerkelijke terugkeer op termijn kan worden gerealiseerd? Welke beletsels zijn er in dit verband?

Het belang van vroegtijdige duidelijkheid rond de identiteit van de asielzoeker is door dit kabinet onderkend. Dat is onder meer reden geweest om in de voorgestelde wijzigingen van de asielprocedure (een voorstel tot wet ligt ter behandeling in uw Kamer), te regelen dat reeds in de nieuwe rust- en voorbereidingstermijn, voorafgaand aan de asielprocedure, het mogelijk is onderzoek te doen naar de identiteit van de vreemdeling. Terecht wordt in de vraag verondersteld dat duidelijkheid over de identiteit tevens kan bijdragen aan het daadwerkelijk vertrek in het geval het asielverzoek wordt afgewezen. In de fase waarin nog niet (onherroepelijk) op het asielverzoek is beslist, is het niet mogelijk reeds contact te leggen met de autoriteiten van het land van herkomst over de individuele vreemdeling. Dit zou strijdig zijn met de uitgangspunten van het Vluchtelingenverdrag.

254

Zijn er in het kader van het voorkomen van herhaalde aanvragen en nieuwe aanvragen op het laatste moment (vliegtuigtrap) mogelijkheden om, bijvoorbeeld de laatste 48 uur voor vertrek of vanaf het moment dat een uit te zetten vreemdeling in een uitzetcentrum zit, onmogelijk te maken dat nog een nieuwe aanvraag kan worden ingediend?

In principe heeft een vreemdeling altijd het recht bij de overheid een aanvraag kenbaar te maken. Wel kan gedacht worden aan een werkwijze waarbij de grenzen van de juridische kaders worden opgezocht indien op het laatste moment een aanvraag kenbaar wordt gemaakt.

Hiertoe zal op korte termijn een proef worden gestart waarbij aan de vreemdeling kort na aankomst in het uitzetcentrum wordt gevraagd alles mee te delen omtrent een mogelijke verblijfsaanvraag. Laat hij/zij dat na, en wordt nadien alsnog een reguliere aanvraag ingediend, dan zal de aanvraag in beginsel direct worden afgewezen. Bij asielaanvragen zal worden beoordeeld of er sprake is van een herhaalde aanvraag (d.w.z. een aanvraag waaraan geen nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag liggen). Is dat het geval, dan zal de aanvraag niet in Nederland mogen worden afgewacht.

255

Welke maatregelen worden genomen tegen landen die onvoldoende medewerking verlenen aan terugkeer?

Afhankelijk van de relaties die Nederland onderhoudt met de verschillende landen van herkomst, wordt bepaald hoe dat land van herkomst wordt benaderd om het land te bewegen tot medewerking bij terugkeer. Justitie en Buitenlandse Zaken werken intensief samen in deze benadering van herkomstlanden. maar ook de andere departementen kunnen hierbij betrokken zijn.

Indien het land van herkomst meewerkt aan terugkeer, kan op bepaalde vlakken ondersteuning worden geboden. Wanneer deze bereidheid ontbreekt, zal nadrukkelijk worden gekeken naar andere onderdelen van het buitenlandse beleid en kan besloten worden tot het opvoeren diplomatieke en politieke druk.

256

Hoeveel vreemdelingen verblijven er in vreemdelingenbewaring?

De gemiddelde bezetting bij de vreemdelingenbewaring (excl. de uitzetcentra) gedurende de eerste helft van 2009 bedroeg ca. 1 240.

De gemiddelde bezetting in de uitzetcentra bedroeg ca. 280.

257

Hoeveel vreemdelingen verblijven langer dan zes maanden in vreemdelingenbewaring?

Van de personen die in het eerste halfjaar van 2009 zijn uitgestroomd uit vreemdelingenbewaring, verbleef ca. 15% langer dan 6 maanden in vreemdelingenbewaring.

258

Wanneer verwacht u de resultaten van het programma «aanpak uitzetten/vastzetten» aan de Kamer te kunnen doen toekomen?

In het najaar wordt de TK nader geïnformeerd over de stand van zaken in het vreemdelingrechtelijke openbare orde beleid als reactie op het WODC onderzoek «Glijdende schaal». Hierin wordt de stand van zaken opgenomen van het programma Uitzetten/Vastzetten. In de Rapportage Vreemdelingenketen over de tweede helft van 2009 wordt tevens de voortgang opgenomen.

259

Welk deel van de vreemdelingen die zelfstandig vertrekt zonder toezicht ook daadwerkelijk Nederland verlaat? Zo nee, wordt hier onderzoek naar gedaan? Zo nee, waarom niet?

Hierover zijn geen cijfers te genereren, nu het vreemdelingen betreft die uit beeld van de overheid zijn geraakt. Wel is in het kader van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet gebleken dat het aantal personen dat zich heeft gemeld in het kader van de Regeling slechts een fractie bedraagt van het aantal vreemdelingen dat onder de oude Vreemdelingenwet ooit asiel heeft aangevraagd. Derhalve mag worden aangenomen dat het overgrote deel van de uitgeprocedeerde asielzoekers Nederland op enig moment daadwerkelijk verlaat.

260

Welke factoren leiden ertoe dat het zelfstandig vertrek toeneemt ten nadele van de categorie zelfstandig vertrek zonder toezicht?

Zelfstandig vertrek (zonder toezicht) impliceert de bereidheid van de vreemdeling om mee te werken aan het vertrek uit Nederland. Factoren die de bereidwilligheid om te vertrekken kunnen beïnvloeden, zijn voor elke vreemdeling verschillend. In het algemeen kan worden gesteld dat factoren die van invloed zijn op de bereidheid van de vreemdeling om te vertrekken, kunnen gelegen zijn in de toekomstverwachting van de vreemdeling in het land van herkomst (werk, huisvesting, scholing etc.), de geboden financiële ondersteuning bij vertrek, de toekomstverwachting van de vreemdeling in Nederland en de mogelijkheden die de Nederlandse overheid heeft om de vreemdeling gedwongen te verwijderen naar het land van herkomst (waardoor de vreemdeling de afweging kan maken of gedwongen verwijdering zal plaatsvinden als hij/zij zelf geen actie onderneemt om te vertrekken).

De maatregelen die zijn genomen om het daadwerkelijk vertrek van vreemdelingen te bevorderen die niet (langer) in Nederland mogen verblijven, zijn:

1. versterking van de samenwerking met landen van herkomst op het terrein van terugkeer;

2. verbetering van de samenwerking met lokale overheden en maatschappelijke organisaties op het terrein van terugkeer;

3. effectievere benadering van de individuele vreemdeling om hem/haar te bewegen tot vertrek;

4. versterking van de mogelijkheden van de betrokken ketenpartners om effectief aan de terugkeer van vreemdelingen te werken en

5. hoge prioriteit voor de aanpak van criminele vreemdelingen.

Deze maatregelen zijn met name gericht op gecontroleerd vertrek (onder toezicht). Een verhoging van het aantal vreemdelingen dat zelfstandig vertrekt onder toezicht, leidt tevens tot een afname van de categorie vreemdelingen die zonder toezicht vertrekt.

261

Hoe gaat de regering het belang van de mensenrechten in internationaal verband uitdragen? Zal de regering andere landen aanspreken op hun verantwoordelijkheid?

De regering draagt het belang van mensenrechten in internationaal verband uit en zal dat ook blijven doen. Dit gebeurt in multilateraal verband, in de VN, de Raad van Europa en de EU, en in bilaterale contacten.

Voor wat betreft de activiteiten in multilateraal verband kan onder andere verwezen worden naar de Nederlandse inzet in de VN-Mensenrechtenraad en in de Derde Commissie van de Algemene Vergadering van de VN. Deze inzet richt zich met name op de zes prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid: afschaffing van de doodstraf; verbod op marteling; vrijheid van godsdienst; rechten van vrouwen; kinderrechten en discriminatie van homoseksuelen. Door een actieve inzet binnen de EU zorgt Nederland dat deze prioriteiten worden meegenomen in het externe EU-mensenrechtenbeleid. Daarmee heeft Nederland zowel invloed in het bilaterale EU-beleid, bijvoorbeeld door middel van EU-mensenrechtendialogen met derde landen, als in de multilaterale fora, waarin de EU-lidstaten zoveel mogelijk gezamenlijk optreden. Binnen de Raad van Europa zet Nederland in op democratie, mensenrechten en de rechtsstaat. In OVSE-verband hebben vrijheid van godsdienst, het bevorderen van vrije en eerlijke verkiezingen, het tegengaan van discriminatie van homoseksuelen en respect voor rechten van minderheden (nationale) prioriteit.

Mensenrechten maken daarnaast integraal deel uit van onze relaties met andere landen. De internationale contacten en reizen van de Minister en de Staatssecretaris van Justitie dienen dan ook in veel gevallen (mede) een mensenrechtelijk belang. Ik verwijs hierbij onder andere naar mijn deelname aan de periodieke sessie van het Koninkrijk der Nederlanden bij het VN-Mensenrechtencomité in Genève en naar het bezoek van de Staatssecretaris aan Malta, Griekenland en Cyprus.

Zoals ook al in de Mensenrechtenstrategie voor het buitenlands beleid stond vermeld, houdt de rol van mensenrechten in onze betrekkingen met derde landen ook in dat deze landen zo nodig worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid op mensenrechtelijk gebied.

262

Hoe groot zijn de achterstanden bij het EHRM momenteel? Wat zijn de voorstellen van Nederland om deze achterstanden structureel weg te werken?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft thans een werkvoorraad van ong. 110 000 zaken. Door de lidstaten van de Raad van Europa worden op vele fronten initiatieven genomen om deze werklast bij het Hof het hoofd te bieden. Zo is onder Nederlands voorzitterschap door een zogenaamde «Reflectiegroep» in de Raad van Europa een groot aantal voorstellen gedaan voor zowel het Straatsburgse als het nationale niveau, welke voor een groot deel ten doel hebben de werklast van het Hof te beheersen. Het gaat hier onder meer om efficiëntere filtering van zaken door het Hof zelf en het verbeteren van nationale rechtsmiddelen tegen EVRM-schendingen door de lidstaten. Verder is Nederland nauw betrokken bij de wijze waarop de voor dat doel meest cruciale bepalingen van Protocol nr. 14 EVRM toch ten uitvoer kunnen worden gelegd. Daartoe is op 10 juni 2009 voor het Koninkrijk der Nederlanden bij de Secretaris Generaal van de Raad van Europa een verklaring van aanvaarding afgegeven inzake de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van Protocol nr. 14. Inmiddels is ook Protocol 14 bis is in werking getreden, dat eveneens voorlopige toepassing van cruciale bepalingen uit protocol 14 mogelijk maakt. Naar schatting van de griffie van het Hof kunnen de twee in Protocol 14 bis vervatte maatregelen tot een vergroting van 20% van de verwerkingscapaciteit leiden. Daarnaast heeft Nederland heeft tevens een bijdrage gegeven voor extra griffiestaf en aangedrongen op een grotere bijdrage van de andere lidstaten, waarvoor helaas nog geen brede steun is.

Wat Nederland zelf betreft kan worden opgemerkt dat van de meer dan honderdduizend zaken die op een beslissing van het Hof wachten er ruim vijfhonderd betrekking hebben op klachten tegen Nederland. In 2008 werd geen enkele klacht tegen Nederland gegrond verklaard. Overigens heeft de Raad van Europa ook een aantal programma’s ontwikkeld die erop gericht zijn klachten te voorkomen door verbetering van kennis in de lidstaten over het Hof, zijn procedures en uitspraken en door toe te zien opcorrecte- naleving van de uitspraken door de lidstaten. Nederland ondersteunt dit door financiering van bijvoorbeeld het HELP-programma en het op Noors initiatief ingestelde Human Rights Trust Fund, ondergebracht bij de Raad van Europa-ontwikkelingsbank.

Ten slotte vraagt Nederland in bilaterale contacten met Raad van Europa-lidstaten aandacht voor een snelle en effectieve implementatie van Hofuitspraken. Hoe sneller bepaalde uitspraken worden geïmplementeerd, hoe minder gelijksoortige klachten namelijk aan het EHRM zullen worden voorgelegd.

263

Vervallen de vrijwaringen ten aanzien van Roemenië en Bulgarije per 1 januari 2010 en hoe wordt vanaf die datum omgegaan met eventuele EAB-en rechtshulpverzoeken in relatie tot de geconstateerde corruptie in de justitiële organisaties van die landen?

Op basis van artikel 38 van de toetredingsakte voor Bulgarije en Roemenië kan de Commissie tot 1 januari 2010 zgn. vrijwaringsmaatregelen op JBZ-terrein instellen. Na die datum vervalt deze mogelijkheid.

De Nederlandse regering zal erop toezien dat er bij het overwegen van maatregelen jegens Bulgarije en Roemenië na 1 januari 2010 geen stappen worden gezet die de strafrechtelijke samenwerking met die landen frustreren of de noodzakelijke hervormingen vertragen in plaats van versnellen. Indien vanuit deze lidstaten Europese aanhoudingsbevelen en/of rechtshulpverzoeken zullen worden ontvangen in relatie tot geconstateerde corruptie in justitiële organisaties, zullen deze zoveel mogelijk worden uitgevoerd, omdat Nederland daarmee actief kan bijdragen aan de oplossing van het probleem.

Naast het feit dat er druk op Bulgarije en Roemenië moet blijven liggen, is het eveneens van groot belang dat beide landen in hun inspanningen worden bijgestaan door de Commissie en de EU-lidstaten. Nederland zal Bulgarije en Roemenië blijven ondersteunen gedurende het verdere hervormingsproces.

264

Hoe hoog zijn de kosten zijn voor externe inhuur? Hoe hoog zijn de verwachtingen van de kosten in de komende jaren?

De kosten van de inhuur van externen die te relateren zijn aan de apparaatonderdelen van Justitie bedroegen in 2008 € 37,5 mln. Deze kosten zullen in het huidige begrotingsjaar 2009 en 2010 lager uitvallen, als gevolg van de getroffen maatregelen daartoe. De totale uitgaven voor de inhuur van externen binnen Justitie dalen naar het streefpercentage van 13% van de totale loonsommen in 2011.

265

Worden er meer kosten voor automatisering verwacht? Welke kosten worden er nog verwacht in de komende jaren op dit terrein?

Er lopen rijksbreed en binnen Justitie zelf diverse automatiseringsprojecten.

Voor informatie verwijs ik u hierover naar de rapportages over «grote ICT projecten« die via het Ministerie van BZK worden aangeleverd.

266

Wat is de omvang van het deel van de verzameluitkering dat betrekking heeft op het thema «Nazorg»?

In 2010 en 2011 komt additioneel € 6 miljoen per jaar beschikbaar voor de versterking van gemeentelijke taken op het gebied van nazorg. Aan de verstrekking van deze uitkering is als inhoudelijke voorwaarde verbonden, dat het bedrag besteed wordt aan gemeentelijke nazorgcoördinatie en dat deze nazorg vorm krijgt in regionale samenwerkingsverbanden, zoals de Veiligheidshuizen.

De middelen worden verdeeld via de 43 centrumgemeenten voor Maatschappelijke Opvang en Verslavingsbeleid, op basis van de aantallen ex-gedetineerden die in 2008 naar gemeenten uitstroomden. Hiervoor wordt een decentralisatie-uitkering gebruikt. In de septembercirculaire van het gemeentefonds 2009 zijn gemeenten hierover reeds geïnformeerd.

267

Wat zijn de totale kosten van alle inhuur externen?

Vanaf 2009 worden de kosten van de inhuur van externen niet meer vanuit een normbedrag gemonitord maar vanuit een percentage. Dat percentage betreft de verhouding tussen uitgaven voor de inhuur van externen en de totale loonsommen binnen Justitie. Het streven is dat alle ministeries op 13% uitkomen. Voor Justitie is het streven om dit percentage in 2011 te bereiken. Naar verwachting betekent 13% externen een uitgaventotaal van circa € 250 mln.

268

Welke opvanglocaties zullen in 2010 worden gesloten?

Er zijn voorgenomen sluitingen voor de tnv-locaties Eindhoven, Tienray en Haps/Cuijck, en voor de azc-locaties Grave, Appelscha, Oldebroek, Wassenaar (Duinrell) en Gees (De Wolfskuilen). Het COA is met een aantal gemeenten in gesprek over de vestiging van een nieuwe opvanglocatie of over de verlenging van een bestaande locatie. Het kan dus zo zijn dat enkele van de genoemde te sluiten locaties alsnog kunnen worden verlengd.

269

Kan de daling in personele kosten van 195 000 naar 166 000 worden toegelicht? Welk deel hiervan wordt meer uitbesteed? In hoeverre neemt de werklast af? Hoeveel personeel vloeit eraf? En zo ja, welk personeel vloeit er af en hoe vloeien zij af? Hoe staat de afname van de personele kosten in verhouding met de snelle en zorgvuldige afhandeling aanvragen?

Vanuit het programma IND bij de Tijd zijn meerjarige besparingen opgenomen in de begroting. De besparingen hebben betrekking op een afname van de (ondersteunende) personeelscapaciteit mede als gevolg van de digitalisering van dossiers middels een nieuw informatiesysteem. In 2011 daalt de capaciteit hierdoor met 350 fte. Daarnaast is sprake van een capaciteitsdaling door een daling van de instroom en productie asiel vanaf 2011 (165 fte). De besparingen en productiedaling leiden niet tot uitbesteding van werk.

270

Wat wordt bedoeld met immateriële afschrijvingskosten? En waarom nemen deze kosten in 2010 toe?

Vanaf 2008 wordt er gewerkt aan een nieuw informatiesysteem als onderdeel van de vernieuwing IND. De uitgaven voor de bouw en implementatie van dit systeem worden, conform de regeling baten/lastendiensten, op de balans als zgn. immateriële activa gezet. Bij ingebruikname van het systeem wordt er periodiek op afgeschreven. Hiermee worden de kosten van de bouw over een aantal jaren gespreid en nemen de kosten vanaf 2010 toe.

271

Op welke materiële kosten wordt afgeschreven? En waarom lopen deze kosten in 2010 op?

Ter voorbereiding op de implementatie van het vernieuwde informatiesysteem is in 2008 en 2009 nieuwe hard- en software aangeschaft. De aanschaf in 2009 wordt gedurende dit jaar in gebruik genomen. Vervolgens wordt periodiek op de aanschaffingen afgeschreven waardoor de afschrijvingskosten toenemen.

272

Welke leges voor regulier worden verhoogd en wat worden de nieuwe legesbedragen?

De leges voor de volgende categorieën vreemdelingen zullen worden verhoogd:

Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning bepaalde tijd regulier (van € 188 naar € 288);

Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (van € 201 naar € 401).

Ook zullen de leges voor de verkorte mvv-procedure voor kennismigranten worden verhoogd (van € 250 naar € 750).

Teneinde gezinnen tegemoet te komen, blijft het legestarief voor de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder ongewijzigd op € 52. De legestarieven voor andere categorieën vreemdelingen die via de verkorte mvv-procedure naar Nederland komen, zoals studenten, blijven ongewijzigd. Ook zullen de voorgenomen wijzigingen niet van toepassing zijn op die categorie vreemdelingen waarvoor naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Sahin, aanpassing van de legestarieven nodig is.

Naast de vorengenoemde verhoging van bestaande legestarieven, wordt een nieuw legestarief geïntroduceerd in de volgende gevallen:

Voor de vijfjaarlijkse vernieuwing van het document voor houders van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt, naar verwachting met ingang van 1 januari 2010, een nieuw tarief geïntroduceerd van € 41.

Bij een aanvraag om een nieuw verblijfsdocument wegens diefstal of vermissing, zal de vreemdeling € 100 verschuldigd zijn. Ook deze legesheffing zal naar verwachting met ingang van 1 januari 2010 van kracht worden.

Op dit moment kan nog niet exact worden aangegeven met hoeveel de naturalisatiegelden omhoog zullen gaan. Een evenredige spreiding van de beoogde inkomsten over het jaarlijkse aantal meerderjarige en minderjarige verzoekers om naturalisatie (25 000 personen per jaar) zou bij iedere persoon een verhoging van € 120 betekenen. Los van deze rekenkundige exercitie is nog een beleidsmatige invulling ten aanzien van de nieuwe bedragen gewenst. Hieraan wordt op dit moment gewerkt.

273

Op welke wijze draagt een verhoging van de leges voor naturalisatie bij aan de integratie en wat zijn de verwachte extra opbrengsten?

Verhoging van de leges voor naturalisatie als zodanig staat los van integratie. Met de verhoging van de leges wordt er naar gestreefd om de kosten die de overheid maakt voor de behandeling van een aanvraag bij de aanvrager wordt gelegd.

De verwachte extra opbrengst met betrekking tot de naturalisatieleges zijn berekend op € 3 miljoen op jaarbasis vanaf 2011.

274

Wat zijn de kosten voor vervoer van asielzoekers verdeeld naar uitvoerende partij?

Voor de IND geldt dat voor 2009 uitgegaan wordt van een bedrag van € 0,6 miljoen aan vervoerskosten in het asielproces. Deze kosten hebben voornamelijk betrekking op het vervoer van de asielzoekers van een aanmeldcentrum naar een asielzoekerscentrum.

Ten aanzien van de kosten die DT&V maakt ten aanzien van het vervoer van asielzoekers kan ik melden dat (op basis van een berekening over mei 2009) blijkt dat 7% van de vervoersbewegingen asielzoekers betreft. Dat betekent dat de kosten op jaarbasis ongeveer € 0,6 miljoen bedragen. Deze kosten worden gemaakt in het kader van het horen van de asielzoekers.

In totaal verwacht het COA in 2009 € 6,4 miljoen reis- en vervoerskosten te maken. Dat is gemiddeld circa € 281 per asielzoeker.

De reiskosten van asielzoekers worden in principe vergoed als ze aan de asielprocedure gerelateerd zijn. Daarnaast wordt collectief vervoer (bijvoorbeeld vanuit Ter Apel naar locaties in het land) en waar nodig schoolvervoer geregeld. Daarnaast verzorgt het COA het vervoer vanuit de amv-opvang naar het behandelkantoor van de IND. Het vervoer om medische redenen is in deze opstelling buiten beschouwing gelaten, omdat dit via het zorgcontract geregeld wordt.

275

Welke kostenposten zijn onderdeel van de kostprijsberekening voor legeskosten?

Uitgangspunt van de Nederlandse overheid is dat de kosten die de overheid maakt voor de behandeling van aanvragen, worden doorberekend in het legestarief. Bij het bepalen van de kostprijs is dus rekening gehouden met zowel de directe als de indirecte kosten.

Directe kosten zijn de kosten die oorzakelijk en meetbaar verband houden met bepaalde producten, bijvoorbeeld personeelskosten.

Indirecte kosten zijn kosten die niet rechtstreeks naar een product toegerekend kunnen worden, bijvoorbeeld de kosten van automatisering, onderzoek en opleiding. De indirecte kosten worden verdeeld naar de tijdsbesteding voor de afhandeling van aanvragen.

De kosten die gepaard gaan met de uitvoering van bezwaar en (hoger) beroep worden niet meegenomen in de kostprijsberekening voor de legeskosten.

276

Hoeveel zullen de leges voor naturalisatie en verblijfsvergunningen worden verhoogd om de verwachte extra inkomsten van €8 mln. te kunnen halen?

De leges voor de volgende categorieën vreemdelingen zullen worden verhoogd:

Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning bepaalde tijd regulier (van € 188 naar € 288);

Het legestarief voor de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (van € 201 naar € 401).

Ook zullen de leges voor de verkorte mvv-procedure voor kennismigranten worden verhoogd (van € 250 naar € 750).

Teneinde gezinnen tegemoet te komen, blijft het legestarief voor de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder, ongewijzigd op € 52. De legestarieven voor andere categorieën vreemdelingen die via de verkorte mvv-procedure naar Nederland komen, zoals studenten, blijven ongewijzigd. Ook zullen de voorgenomen wijzigingen niet van toepassing zijn op die categorie vreemdelingen waarvoor naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Sahin, aanpassing van de legestarieven nodig is.

Naast de vorengenoemde verhoging van bestaande legestarieven, wordt een nieuw legestarief geïntroduceerd in de volgende gevallen:

Voor de vijfjaarlijkse vernieuwing van het document voor houders van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt, naar verwachting met ingang van 1 januari 2010, een nieuw tarief geïntroduceerd van € 41.

Bij een aanvraag om een nieuw verblijfsdocument wegens diefstal of vermissing, zal de vreemdeling € 100 verschuldigd zijn. Ook deze legesheffing zal naar verwachting met ingang van 1 januari 2010 van kracht worden.

Op dit moment kan nog niet exact worden aangegeven met hoeveel de naturalisatiegelden omhoog zullen gaan. Een evenredige spreiding van de beoogde inkomsten over het jaarlijkse aantal meerderjarige en minderjarige verzoekers om naturalisatie (25 000 personen per jaar) zou bij iedere persoon een verhoging van € 120 betekenen. Los van deze rekenkundige exercitie is nog een beleidsmatige invulling ten aanzien van de nieuwe bedragen gewenst. Hieraan wordt op dit moment gewerkt.

277

Waar is de geraamde kostprijs per reguliere vergunning op gebaseerd? Waarom valt deze kostprijs in 2011 en 2012 significant lager uit dan in 2010 maar in 2013 weer zal stijgen?

De geraamde kostprijs is gebaseerd op de totale lasten van proces Regulier en het aantal afgehandelde reguliere aanvragen. In de begroting is het aantal afgehandelde reguliere aanvragen opgenomen.

De kostprijs regulier daalt meerjarig door de besparingen die voortvloeien uit het programma IND bij de Tijd (gerelateerd aan de invoering van het nieuwe informatiesysteem.

Daarnaast is in 2011 en 2012 sprake van een daling van de gemiddelde kostprijs door de toename van de reguliere productie uit hoofde van het verblijfsdocument voor de vergunning voor onbepaalde tijd. Dit verblijfsdocument heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. De omwisseling van deze verblijfsdocumenten in het kader van de Vreemdelingenwet 2000 vindt daardoor vijfjaarlijks plaats.

In 2011 en 2012 valt de gemiddelde reguliere kostprijs lager uit, omdat in die jaren meer omwisselingen moeten worden afgedaan. Een omwisseling is een relatief eenvoudig product. Hierdoor daalt de gemiddelde kostprijs.

278

Kan de voor 2011 en 2012 verwachte daling in de kostprijs per VVR-aanvraag worden toegelicht?

De kostprijs regulier daalt meerjarig door de besparingen die voortvloeien uit het programma IND bij de Tijd (gerelateerd aan de invoering van het nieuwe informatiesysteem.

Daarnaast is in 2011 en 2012 sprake van een daling van de gemiddelde kostprijs door de toename van de reguliere productie uit hoofde van het verblijfsdocument voor de vergunning voor onbepaalde tijd. Dit verblijfsdocument heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. De omwisseling van deze verblijfsdocumenten in het kader van de Vreemdelingenwet 2000 vindt daardoor vijfjaarlijks plaats.

In 2011 en 2012 valt de gemiddelde reguliere kostprijs lager uit, omdat in die jaren meer omwisselingen moeten worden afgedaan. Een omwisseling is een relatief eenvoudig product. Hierdoor daalt de gemiddelde kostprijs.

279

Waarom gaat de opbrengst moederdepartement bij 13.6.2 omlaag?

Gelet op de algemene budgettaire situatie wordt gebruik gemaakt van de voordelen van een verscherpte doelmatigheidsbeoordeling.

Overigens is terrorismebestrijding een traject van lange adem en meerjarige aanpak. Daarom hebben wijzigingen in het actuele dreigingsniveau niet op alle onderdelen een directe koppeling met de middelen die voor terrorismebestrijding vereist zijn.

280

Wat wordt bedoeld met de totale kosten bij financieel in de tabel «kengetallen Terrorismebestrijding»?

Het betreft de kosten van de IND die gepaard gaan met de uitvoering van de taken op beleidsvlak Rechtshandhaving, criminaliteits- en terrorismebestrijding. De IND voert dossieronderzoeken uit of ten aanzien van vreemdelingen die gerelateerd kunnen worden aan terroristische activiteiten vreemdelingrechtelijke stappen kunnen worden ondernomen. Daarnaast levert IND bijdrage aan het periodiek verschijnende Dreigingsbeeld Terrorismebestrijding Nederland.

281

Waarom gaat de opbrengst moederdepartement achteruit bij de tabel «operationele doelstelling 15.2.3» bij «hoofdproduct Asiel» en «hoofdproduct Regulier»?

De opbrengst van het moederdepartement is bepaald op basis van prijs (p) x hoeveelheid (q). De kosten nemen af als gevolg van de besparingen binnen het programma IND bij de Tijd. Deze verlaging komt voort uit een verbeterde informatievoorziening, digitalisering van de dossiers en verbetering van de productiviteit. Hierdoor daalt de opbrengst van het moederdepartement. Daarnaast komt de daling in 2011 ook voort uit de in de begroting opgenomen lagere instroom en productie van Asiel.

282

Wat wordt bedoeld met de kostprijs bij de tabel «operationele doelstelling 15.2.3»? Waarom neemt de kostprijs bij «hoofdproduct Asiel» af?

De kostprijs is een weergave van de gemiddelde kosten per asielafhandeling. De kostprijs neemt af als gevolg van de besparingen binnen het programma IND bij de Tijd. Deze komen voort uit een verbeterde informatievoorziening, digitalisering van de dossiers en verbetering van de productiviteit.

283

Waarom nemen de afgehandelde aanvragen (stuks) in tabel 15.2.3 in 2010 toe bij «hoofdproduct Asiel» en daarna weer af? Waarom nemen de afgehandelde aanvragen (stuks) in tabel 15.2.3 in 2011 toe bij «hoofdproduct Regulier»?

In de begroting wordt uitgegaan van een stijging van het aantal in behandeling te nemen asielaanvragen in 2010 ten opzichte van 2009, mede als gevolg van het afbouwen van de wachtlijst (zie ook antwoord op vraag 50). Verder zal in 2010 een herbeoordeling plaatsvinden van vergunningen verleend aan vreemdelingen uit Irak als gevolg van gewijzigd landenbeleid. Bij gelijkblijvende omstandigheden kan vanaf 2011 worden uitgegaan van een lager aanbod, waarmee ook de productie omlaag is gesteld.

Het verblijfsdocument voor de vergunning voor onbepaalde tijd heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. De omwisseling van deze verblijfsdocumenten in het kader van de Vreemdelingenwet 2000 vindt daardoor vijfjaarlijks plaats.

In 2011 en 2012 vindt een piek in de instroom van deze omwisselingen plaats waardoor het aantal afgehandelde aanvragen in 2011 toeneemt bij regulier.

284

Waarom gaat de opbrengst moederdepartement bij tabel bij artikel 15.2.3 bij «hoofdproduct Naturalisatie» in 2009 omlaag, in 2010 omhoog en in 2011 weer omlaag?

De opbrengst moederdepartement gaat in 2009 incidenteel omlaag, omdat hierin een deel van het negatief eigen vermogen 2008 is verrekend. Vanaf 2011 is er minder bijdrage als gevolg van de besparingen uit het programma IND bij de Tijd, dat ook zijn weerslag heeft op het proces Naturalisatie.

285

Kan de stijging in de kostprijs per afgehandeld naturalisatieverzoek worden toegelicht?

De kostprijs Naturalisatie stijgt. De oorzaak hiervan ligt met name in het gewicht van de toedeling van de indirecte kosten aan het hoofdproduct Naturalisatie doordat het aantal afgehandelde zaken lager ligt dan geraamd. Daarnaast nemen de directe kosten van het proces Naturalisatie in beperkte mate toe door loonbijstelling personeel vanuit de CAO.

Op dit moment wordt bij de IND een kostprijsonderzoek uitgevoerd om te komen tot een nieuw kostprijsmodel.

286

Waarom is in 2010 minder geraamd voor «Hoofdproduct Voorbereiding Terugkeer» dan in 2009?

Er is sprake van een marginale daling in 2010 ten opzichte van 2009 (van € 24,1 miljoen naar € 23,8 miljoen). Deze daling wordt veroorzaakt door verwerking van de efficiencytaakstelling van het Rijk, die reeds in 2007 is ingezet.

287

Wat wordt precies bedoeld met de kostprijzen x de afgehandelde aanvragen (pxq)?

De IND is een uitvoeringsorganisatie en wordt gefinancierd door middel van prijs (p) x hoeveelheid (q). Met de opdrachtgever worden periodiek de kostprijzen vastgesteld en wordt in overleg de hoeveelheid (afgehandelde aanvragen) bepaald.

288

Wat wordt bedoeld met «overige personele lasten»?

Overige personele lasten heeft betrekking op kosten inhuur externen op formatie, opleidingskosten en vervoerskosten (woon-werkverkeer).

289

Wat wordt verstaan onder de post «overige personele lasten»? Kan de significante daling in deze post tussen 2009 en 2010 worden toegelicht.

Overige personele lasten heeft betrekking op kosten inhuur externen op formatie, opleidingskosten en vervoerskosten (woon-werkverkeer). In de afgelopen jaren is bewust gestuurd op verlaging van het aandeel inhuur externen op formatie in verband met de voorziene capaciteitsdaling in 2010 mede als gevolg van de invoering van het nieuwe informatiesysteem.

290

Waarom gaan de personele lasten vanaf 2009 omlaag? Betekent dit dat meer wordt uitbesteed? Betekent dit dat de werklast afneemt? Welk personeel vloeit er af? Hoe vloeien zij af?

Vanuit het programma IND bij de Tijd zijn meerjarige besparingen opgenomen in de begroting. De besparingen hebben betrekking op een afname van de (ondersteunende) personeelscapaciteit mede als gevolg van de digitalisering van dossiers middels een nieuw informatiesysteem. Er is geen sprake van meer uitbesteding. Deze afvloeiing wordt ondersteund door restrictieve vacaturevervulling, niet verlengen van tijdelijke contracten en mobiliteitsbevordering. Deze mobiliteitsbevordering wordt ondersteund door een loopbaanadviescentrum.

291

Hoe is de bekostigingsstructuur in het gevangeniswezen nu geregeld? Klopt het dat DJI per gedetineerde een bepaald bedrag vergoed krijgt uit de algemene middelen van het rijk? Is hiervan de consequentie dat wanneer er minder gedetineerden in PI’s zitten dan volgens de prognoses, er per direct minder geld naar DJI gaat terwijl de vaste kosten (gebouwen en personeel) niet per direct kunnen dalen?

DJI wordt gefinancierd op basis van p x q, ofwel de productietaakstelling maal de gemiddelde dagprijs. Voor de capaciteit geldt een bezettingsnorm van 86,2%. Als na afloop van het begrotingsjaar de gemiddelde bezetting onder deze norm is gebleven, dient DJI over dit verschil het variabele deel van de kostprijs terug te betalen aan het moederdepartement. Dit is bepaald op 7,5%. In deze financieringssystematiek (outputfinanciering) wordt er dus rekening mee gehouden dat het grootste deel van de kosten vast is, en dus niet (direct) meedaalt met een lagere bezetting.

Wanneer de productietaakstelling neerwaarts wordt bijgesteld omdat de capaciteitsbehoefte meerjarig afneemt, wordt het financiële kader dienovereenkomstig aangepast. Aan het afstoten van gebouwen en boventalligheid van personeel zijn echter kosten verbonden. De DJI heeft de consequenties hiervan zichtbaar gemaakt in het Masterplan Gevangeniswezen (Kamerstukken II, 2008/09, 24 587, nr. 341). In de ontwerpbegroting 2010 is rekening gehouden met de kosten van de af te stoten gebouwen en de personele consequenties.

292

Hoe staat het met het plan van aanpak psychosociale arbeidsbelasting voor het personeel in de penitentiaire inrichtingen? Wanneer is dit gereed, en zijn daarbij de medezeggenschapsorganen en de bonden betrokken?

Bij brief van 8 september 2008 heeft de Staatssecretaris van Justitie het plan van aanpak psychosociale arbeidsbelasting aan de Tweede Kamer aangeboden. Op dit moment vindt de uitvoering van het plan van aanpak plaats met betrokkenheid van de bonden en de medezeggenschap.

293

Hebben inmiddels alle gedetineerden verhoging van de vergoeding voor arbeid ontvangen, is dit overal ingevoerd? Geldt dat ook voor de mensen die inmiddels zijn overgeplaatst of inmiddels niet meer in detentie verblijven?

Ja, de verhoging van het arbeidsloon is inmiddels ingevoerd. In de maand augustus is een nabetaling aan gedetineerden verricht. De nabetaling is gedaan aan alle gedetineerden die in augustus in de penitentiaire inrichtingen verbleven en aan gedetineerden die ten tijde hiervan in een verplaatsingsprocedure zaten. De nabetalingsregeling kon in verband met de hoge uitvoeringskosten die met name gemoeid zijn met het traceren van ex-gedetineerden niet worden uitgevoerd voor personen die in de periode april tot en met augustus 2009 zijn ontslagen uit detentie.

294

Hoeveel klachten zijn er vanuit de penitentiaire inrichtingen over de Shared Service Centra? Functioneren die centra goed of zijn verbeteringen noodzakelijk?

Het aantal geregistreerde formele klachten vanuit de penitentiaire inrichtingen over het Shared Service Centrum (SSC) bedroeg over 2009 tot op heden 99. Er wordt nadrukkelijk nog gewerkt aan kwaliteitsverbetering van de dienstverlening van het SSC. Ter zake is een ondernemingsplan opgesteld, dat inmiddels in uitvoering is genomen.

295

Wat is de stand van zaken in de zaak van de van corruptie verdachte PIW’er (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, Aanhangsel van de Handelingen, nummer 1914)? Staat deze man nog steeds op non-actief? Hoe lang is deze man nog doorbetaald?

De verdachte PIW’er is per 10 september 2008 op non-actief gesteld. Aan betrokkene is op 24 juli 2009 ontslag aangezegd door de directeur van de penitentiaire inrichting Overamstel. De bezoldiging is doorbetaald tot de ontslagdatum (24 juli 2009). Conform de mogelijkheid die het Algemeen Rijksambtenaarreglement biedt is betrokkene tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Deze procedure loopt nog.

296

Is het mogelijk om post opbrengsten derden bij DJI nader te specificeren?

Voor 2010 wordt onder de post opbrengst derden een bedrag geraamd van € 71,2 miljoen. Dit bedrag heeft voor € 26,6 miljoen betrekking op de geraamde opbrengst uit de (als regime-activiteit) verrichte arbeid, zoals die in de rijksinrichtingen plaatsvindt. Het resterende bedrag (€ 44,6 miljoen) heeft betrekking op de geraamde opbrengsten voor externe dienstverlening zoals bewakings- en beveiligingsdiensten ten behoeve van derden (bijvoorbeeld bij het OM) (totaal circa € 13 miljoen), de opbrengst van het vreemdelingenvervoer voor de IND/DT&V (circa € 7 miljoen), de exploitatievergoeding voor de VN-bewaring en het Internationaal Strafhof (circa € 6 miljoen), de opbrengst vanuit ESF-subsidies (circa € 4 miljoen) alsmede de afrekeningen van verstrekte voorschotten aan particuliere inrichtingen en overige opbrengsten (totaal circa € 14 miljoen).

297

Hoe groot is de exploitatiereserve bij DJI?

De exploitatiereserve wordt jaarlijks -na afloop van het begrotingsjaar- vastgesteld aan de hand van de financiële verantwoording. Op grond van de uitkomsten zoals opgenomen in het Rijksjaarverslag 2008 bedraagt de exploitatiereserve bij DJI ultimo 2008 € 14,9 miljoen.

298

Zijn de maatregelen uit het verbeterplan Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) allemaal gerealiseerd, dat er vanaf 2010 geen geld meer voor is begroot?

De verbetermaatregelen ISD zijn in 2009 ingevoerd. In 2010 zijn de kosten niet apart begroot maar in de reguliere justitiebegroting opgenomen.

299

Hoe verhouden de lage kosten voor brandveiligheid in de inrichtingen zich met het verbeterplan (vergelijk de jaren 2009 en 2010 met 2011 en volgende)?

De bedragen zoals opgenomen op blz. 124 hebben betrekking op aanvullende middelen ten behoeve van het verder op orde brengen van de brandveiligheid binnen de justitiële inrichtingen. Na bijstelling, waarbij rekening is gehouden met de verwachte daling van de capaciteitsbehoefte, is ten behoeve van het verbeterplan een (structureel) bedrag van circa € 126 miljoen binnen de DJI begroting beschikbaar.

300

Hoe komt het dat de «opbrengsten arbeid in detentie» de komende jaren met miljoenen toenemen? Kunnen tegen deze opbrengsten de kosten worden afgezet? Waarom is tot dusver voorgehouden dat arbeid voor gedetineerden meer kost dan het oplevert?

Arbeid in detentie blijft geld kosten, maar minder dan thans het geval is. Arbeid in detentie kan slechts zeer ten dele vergeleken worden met arbeid in de vrije samenleving. De taak van de arbeidsmedewerkers is immers voor een belangrijk deel gericht op orde en veiligheid, op penitentiaire taken, en niet op het uitvoeren van productie-opdrachten. Ook is de arbeidsproductiviteit van gedetineerden laag door fysieke of psychische beperkingen en/of het gebrek aan motivatie en werkervaring.

Binnen het programma Modernisering gevangeniswezen is het project Werkt! ingericht om de arbeid voor gedetineerden te professionaliseren. Uit de pilots van project Werkt! is gebleken dat er mogelijkheden zijn om de kosten van arbeid terug te dringen, van volledige kostendekkendheid is echter geen sprake. Door de vernieuwde opzet van arbeid wordt een hogere productie en een rendementsverbetering verwacht.

301

Is het mogelijk om de post «diverse opbrengsten» nader uit te splitsen?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 296.

302

Welke nieuwbouw aan penitentiaire inrichtingen, justitiële jeugdinrichtingen en tbs-inrichtingen staat nog gepland? Wat zijn de plannen met de Bijlmerbajes? Ter vervanging van welke inrichtingen wordt deze nieuwbouw gerealiseerd? Zijn er mogelijkheden dit uit te stellen of te schrappen om bezuinigingen te boeken?

Het Masterplan detentiecapaciteit gevangeniswezen heeft tot gevolg dat, met uitzondering van de PI Zaanstad, alle voorgenomen nieuwbouwprojecten zijn stopgezet.

De nieuwbouw PI Zaanstad omvat detentiecapaciteit, PPC capaciteit (penitentiair psychiatrisch centrum) en een vestiging van het NIFP. Deze nieuwbouw in publiek private samenwerking (PPS) dient voor uitbreiding van capaciteit ter oplossing van het tekort voor de arrondissementen Haarlem en Amsterdam en als vervanging van de PI Over-Amstel (Bijlmerbajes). Uitstel of schrappen van deze nieuwbouw is om deze redenen niet wenselijk.

Bij de Directie Bijzondere Voorzieningen zijn de projecten nieuwbouw Detentiecentrum Rotterdam Airport en nieuwbouw Justitieel Complex Schiphol gaande, beide in PPS. De oplevering en ingebruikneming van Detentiecentrum Rotterdam is voorzien medio mei 2010. Het Justitieel Complex Schiphol vervangt het tijdelijke complex op Schiphol-Oost dat, conform afspraken met de gemeente, in gebruik mag blijven tot en met 2012. Dit complex omvat o.a. een detentiecentrum, aanmeldcentrum, uitzetcentrum en rechtbank. Voor deze beide projecten is stopzetten dus niet aan de orde.

In de sector Justitiële Jeugdinrichtingen hebben de capaciteitontwikkelingen geleid tot het stopzetten van het voorgenomen nieuwbouwproject Heerenveen.

Bij Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim is een uitbreiding in uitvoering genomen met 144 plaatsen om in de capaciteitsbehoefte te voorzien in de westelijke Randstad. De definitieve opdracht tot uitbreiding van de capaciteit is begin van dit jaar verstrekt. Het actuele beeld kan aanleiding geven het proces rond deze bouw nader te overwegen.

In de sector Forensische Zorg is, na Europese aanbesteding, een aantal bouwprojecten in gang gezet die inmiddels grotendeels zijn gerealiseerd. Twee projecten van 60 en 40 plaatsen gaan niet door omdat de partijen zich hebben teruggetrokken. In het kader van de behoefteramingen voor 2011 e.v. zal worden bezien in hoeverre deze plaatsen alsnog moeten worden gerealiseerd.

303

Wat zijn de kosten van een gevangene per dag in een half open inrichting? En in een open inrichting?

De dagprijs in een half open inrichting bedraagt € 180 voor een gevangene in een open inrichting bedraagt deze € 149.

304

Kunnen de kosten van een gevangene in een regulier penitentiaire inrichting € 222 per gevangene per dag, worden gespecificeerd, zodat inzichtelijk wordt waar dit bedrag uit bestaat? Hoeveel geld per gevangene gaat op aan beveiliging? Hoeveel geld per gevangene wordt besteed aan het dagprogramma, activiteiten, etc.? Kan dit geschat worden, of in de toekomst inzichtelijk gemaakt worden?

De prijs zoals opgenomen in de ontwerpbegroting 2010 betreft een (gemiddelde) prijs die is samengesteld op basis van circa 30 tarieven die binnen het gevangeniswezen voor even zoveel vormen van regimes worden gehanteerd. In de prijs is tevens een opslag voor overhead verdisconteerd. De opbouw van de gemiddelde dagprijs is als volgt (in %).

Personeel (beveiliging)€  31(14%)
Personeel (PIW’ers)€  35(16%)
Personeel (zorg en activiteiten)€  23(10%)
Personeel (facilitair, ed)€  10( 5%)
   
Huur gebouw€  53(23%)
Exploitatiekosten€  70(32%)
(voeding, onderhoud, energie e.d.)
Totaal€ 222

305

Wat is het verschil tussen «(tijdelijke) reservecapaciteit» en «in stand te houden capaciteit» binnen het gevangeniswezen?

Tijdelijk in stand te houden capaciteit is de capaciteit die in afwachting van de besluitvorming over het Masterplan moet worden aangehouden. Deze capaciteit is niet meer in gebruik. Na afronding van de besluitvorming kan deze capaciteit worden afgebouwd. Het behoort dan niet meer tot de formeel gefinancierde capaciteit van het gevangeniswezen. Tot het moment van besluitvorming en afstoten wordt zo efficiënt mogelijk met deze overcapaciteit omgegaan. Bijvoorbeeld door daar waar mogelijk de leegstand te concentreren.

Reservecapaciteit is capaciteit die tot de formele gefinancierde capaciteit behoort. Deze capaciteit wordt als strategische reserve aangehouden. Dit betekent dat hier in beginsel geen gedetineerden zijn geplaatst tenzij de toenemende (arrondissementale) vraag naar detentiecapaciteit hiertoe noodzaakt. Deze capaciteit kan dan binnen vier maanden in gebruik worden genomen. Voor deze capaciteit geldt een lagere dagprijs, wanneer deze niet in gebruik is.

306

Wat zijn de oorzaken voor de verlaging van de gemiddelde prijs per plaats per dag voor de extramurale sanctiecapaciteit van € 60 naar € 49?

De prijs zoals opgenomen in de ontwerpbegroting 2010 betreft een gewogen gemiddelde prijs op basis van de geraamde kosten van penitentiaire programma’s (PP’s) met of zonder elektronisch toezicht (ET) en elektronische detentie (ED). De daling in de gemiddelde prijs wordt voornamelijk veroorzaakt door de overheveling van de financiering van relatief dure PP’s van DEMO-organisaties van DJI naar het bestuursdepartement. Dit betekent dat de kosten van deze PP’s niet meer op de DJI begroting drukken.

307

Hoe verhoudt het verminderde aantal forensische zorgplaatsen zich met de gestegen kosten voor de forensische zorg?

De meerjarenraming van het aantal forensische zorgplaatsen voor gedetineerden is weliswaar structureel neerwaarts bijgesteld, maar daar staat tegenover dat het aantal tbs-plaatsen en inkoopplaatsen voor forensische zorg in het strafrechtelijk kader de komende jaren nog zal toenemen. Bovendien worden per 2010 de middelen met betrekking tot bestaande zorgplaatsen in het Gevangeniswezen (509 plaatsen) overgeboekt naar het onderdeel forensische zorg.

Per saldo leiden deze ontwikkelingen tot een groei in de uitgavenraming van de forensische zorg.

308

Hoe is het mogelijk dat er sprake is van een vermindering van de capaciteit aan jeugdinrichtingen, terwijl er sprake is van een onverminderd hoge recidive onder jeugd?

Op dit moment zijn niet alle plaatsen van de justitiële jeugdinrichtingen bezet. De verklaring hiervoor is dat het aantal zware zaken lijkt afgenomen. Jongeren plegen delicten en zorgen voor overlast maar deze delicten zijn niet alle even ernstig van aard. Slechts een deel van de jeugdige daders komt in een justitiële jeugdinrichting terecht. Op dit moment vragen de gepleegde delicten minder vaak een vrijheidsbenemende straf of maatregel.

De recidivecijfers waaraan uw Kamer refereert hebben betrekking op de jeugdigen die voor 2005 werden bestraft. Het WODC beschikt eind van dit jaar over nieuwe recidivecijfers. Deze hebben betrekking op jeugdige daders met een stafzaak afgedaan in de periode van 1997 tot en met 2006.

309

Wordt er momenteel onderzoek verricht naar het functioneren van medische diensten in vreemdelingendetentie? Wanneer kan dit onderzoek worden verwacht?

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft thematisch onderzoek verricht naar de medische zorg in de centra van de Sector Bijzondere Voorzieningen van DJI. Op basis van berichten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is de verwachting dat het rapport op korte termijn zal uitkomen.

310

Hoe vaak moet het CJIB een bedrag restitueren na een herziene uitspraak van een rechter in hoger beroep? Hoe lang moet de burger wachten totdat het CJIB het bedrag heeft terugbetaald? Hoe lang zou een burger moeten wachten totdat het bedrag is terugbetaald?

In 2008 zijn 11 022 beschikkingen alsnog vernietigd bij heroverweging door de officier van justitie en 4 711 vernietigd door de kantonrechter. In deze zaken heeft het CJIB de zekerheidstelling geretourneerd.

Door de rechter en de officier van justitie worden de uitspraken zo spoedig mogelijk aan het CJIB kenbaar gemaakt. In principe dient vier weken nadat de rechter danwel de officier van justitie een beslissing heeft genomen op het beroep door het CJIB de zekerheidstelling te zijn geretourneerd. Het CJIB retourneert in ruim 80% de zekerheidsstelling binnen 10 werkdagen.

311

Kunt u toelichten waarom de opbrengst moederdepartement daalt vanaf 2009 ten aanzien van het CJIB? Kunt u de sterke stijging van de gerechtskosten verklaren in 2010? Kunt de stijging van het budget voor systeemvernieuwing verklaren en toelichten?

Zie antwoord op vraag 101. Het budget van het CJIB gaat omlaag, omdat vanaf medio 2009 de administratiekosten die samenhangen met de inning van boeten in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv; Wet Mulder) worden doorbelast aan de burger die de boete ontvangt. Vanaf 2012 gaat het budget van het CJIB verder omlaag, omdat op dat moment ook de administratiekosten die samenhangen met de inning van boetevonnissen en transacties zullen worden doorbelast.

De stijging van de gerechtskosten in 2010 wordt veroorzaakt doordat het CJIB – op verzoek van het ministerie van VWS – vanaf 2010 zal worden ingezet voor de incasso van de zorgpremie bij wanbetalers. Het betreffen ondermeer de kosten voor de inschakeling van gerechtsdeurwaarders.

De stijging van de kosten voor systeemvernieuwing houdt verband met de structurele en continue behoefte en noodzaak tot systeemaanpassingen bij het CJIB. De werkzaamheden van het CJIB zijn grotendeels geautomatiseerd.

312

Is het voor het CJIB mogelijk om naast de kerntaken ook taken te verrichten voor VWS en VROM, zonder dat de primaire bedrijfsvoering in gevaar komt (vergelijk de Belastingdienst)?

Ja. Het betreft hier relatief kleine taken en de aard van deze taken (inning en incasso) liggen zeer dicht bij de kerntaken van het CJIB.

313

Waarom maken DJI en CJIB nog steeds gebruik van de inhuur personeel via derden? Is dit niet in strijd met de uitgangspunten van het kabinetsbeleid?

In het kader van een adequaat capaciteitsbeheer en optimalisering van de bedrijfsvoering wordt binnen DJI mede gebruik gemaakt van de inzet van extern personeel (bijvoorbeeld via een uitzendbureau). DJI ziet er op toe dat de omvang van de inzet van extern personeel past binnen de hieromtrent gemaakte Kabinetsafspraken.

Het CJIB werkt met een zgn. flexibele schil (inhuurconstructie via een uitzendbureau) om snel in te kunnen spelen op schommelingen in het zaaksaanbod. Daarnaast is er sprake van tijdelijke inhuur van specifieke deskundigheid (bijvoorbeeld op automatiseringsgebied).

Dit is niet strijdig met de uitgangspunten van het kabinetsbeleid.

314

Wat zijn A-zaken en wat zijn B-zaken bij ontnemingszaken? Welke maatregelen en/of regelingen zal het kabinet nemen om de 60% afgedane zaken te verhogen?

A-zaken = zaken die een betalingsverplichting betreffen tot € 10 000.

B-zaken = zaken die een betalingsverplichting betreffen van € 10 000 tot € 100 000.

Voor het overige antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 128.

315

Is het mogelijk om het percentage afgedane schadevergoedingsmaatregelen op te hogen naar 90%?

Het ministerie van Justitie en het CJIB streven voortdurend naar verbetering van de resultaten en verbetering van het proces. Dat geldt zeker voor het afdoen van schadevergoedingsmaatregelen, waar het belang van het slachtoffer in het geding is.

Op verzoek van de Tweede Kamer is de afgelopen jaren extra aandacht besteed aan de verbetering van de afhandeling van schadevergoedingsmaatregelen. Het percentage zaken dat binnen 3 jaar wordt afgedaan is daardoor aanzienlijk gestegen, naar rond de 85%. Het grootste deel van de afgedane zaken wordt afgedaan door betaling, slechts een beperkt deel wordt afgedaan door vervangende hechtenis, verjaring of door afboeking wegens bijvoorbeeld faillissement. Gezien de aard van de zaken is het inmiddels behaalde percentage zeer hoog. Bedacht moet worden dat bij het opleggen van schadevergoedings-maatregelen, anders dan bijvoorbeeld bij boetevonnissen, de draagkracht van de veroordeelde geen invloed heeft op de hoogte van het opgelegd bedrag. Alleen de werkelijke schade is bepalend. Veelal zijn veroordeelden daardoor niet in staat het opgelegde bedrag in korte termijn te betalen. Dit geldt zeker indien een hoger bedrag wordt opgelegd. Onder andere om deze reden is ook in het wetsvoorstel «versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces» het voorstel opgenomen de wettelijke termijn van 27 maanden voor een betalingsregeling te laten vervallen.

316

Is er binnen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een interne controle op de doorlooptijd van de binnengekomen aanvragen DNA?

Ja, er is een interne controle op de doorlooptijd van alle binnengekomen onderzoeksaanvragen bij het NFI, waaronder DNA.

317

Hoe groot is het bedrag dat binnen de begroting van NFI kan worden aangewend voor andere forensische instellingen dan het NFI? Waarom worden die gelden niet apart gemuteerd in de begroting?

In het aan het NFI ter beschikking gestelde budget zijn geen specifieke bedragen opgenomen die kunnen worden aangewend voor het laten verrichten van onderzoeken door andere forensische instellingen dan het NFI.

318

Wat zijn de doorlooptijden bij het NFI voor de belangrijkste producten?

De levertijden van een aantal belangrijke standaardproducten van het NFI in 2010 zijn:

– DNA – Basis: 28 dagen;

– DNA – High Volume Crime: 14 dagen;

– DNA – Express: 7 dagen of 48 uur;

– Schotresten – Onderzoek schiethanden en/of schietmouwen: 50 dagen;

– Wapens & Munitie – Vergelijkend munitieonderzoek met vuurwapen: 50 dagen;

– Toxicologie – Alcohol in het verkeer bij een vermoedelijke overtreding van artikel 8 wegenverkeerswet: 10 dagen;

– Pathologie – Gerechtelijke sectie voor het vaststellen van de doodsoorzaak bij volwassenen, kinderen en/of botsend geweld: 150 dagen;

– Pathologie – Voorlopige bevindingen bij een sectie: 72 uur.

Daarnaast heeft het NFI ook voor een groot aantal onderzoeksgebieden maatwerkproducten. Bij deze producten wordt in overleg met de aanvrager een levertijd afgesproken.

319

Hoeveel medewerkers van het NFI zijn inmiddels geregistreerd in het Nationale deskundigenregister?

De Wet deskundige in strafzaken is niet zoals beoogd op 1 juli 2009 in werking getreden, maar treedt op 1 januari 2010 in werking. Het algemene raamwerk, de toelatingseisen en toetsingscriteria van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen zijn inmiddels ontwikkeld. De organisatie is daarmee in een vergevorderd stadium van oprichting en inrichting. De opbouw c.q. «vulling» van het register zal gefaseerd plaatsvinden. Vooralsnog wordt begonnen met de normering en toetsing van deskundigen op de gebieden handschriftonderzoek en DNA-typering en daarna met forensische psychologie en psychiatrie. Formele registratie kan echter pas plaatsvinden als de Wet Deskundige in strafzaken in werking is getreden. Bij het NFI gaat het naar schatting om zo’n 30 medewerkers die zich bezighouden met DNA-typering en handschriftonderzoek.

320

Zijn de achterstanden bij screening op vitale posten inmiddels weggewerkt?

Alle aanvragen voor een Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen (VOG NP) worden binnen de wettelijke termijn in behandeling genomen. In die zin zijn er geen achterstanden. Ruim 98% van de aanvragen voor een VOG NP wordt binnen de wettelijke termijn afgehandeld.

321

Waarom wordt verwacht dat er minder Verklaringen omtrent het Gedrag (VOG’s) zullen worden aangevraagd 2010? Het is immers zo dat VOG’s steeds meer moeten worden gevraagd bij allerlei functies?

Bij de raming van het aantal VOG-aanvragen voor het jaar 2009 is rekening gehouden met de op handen zijnde invoering van de VOG voor vrijwilligers. Ondanks dat er jaarlijks een toename is te zien van het aantal aangevraagde VOG’s door vrijwilligers, zijn er beduidend minder VOG’s door vrijwilligers aangevraagd dan verwacht. Ook voor 2010 is de verwachting bijgesteld.

Bovendien zal het aantal VOG-aanvragen in 2010 naar alle waarschijnlijkheid niet significant toenemen ten opzichte van de daadwerkelijke realisatie in 2009, ondanks het feit dat voor steeds meer functies een VOG dient te worden aangevraagd. Deze stagnatie is mogelijk een gevolg van de huidige recessie.

322

Hoeveel rechters en rechter-plaatsvervangers zijn in de afgelopen twintig jaar door de Procureur-generaal bij de Hoge Raad voorgedragen voor schorsing en ontslag (niet zijnde functioneel leeftijdsontslag)?

Er is geen gedocumenteerd systeem voor dit soort zaken, noch bij de Hoge Raad, noch bij de Raad voor de rechtspraak of elders dat 20 jaar teruggaat. In de tweejaarlijkse verslagen van de Hoge Raad en het parket bij de Hoge Raad wordt sinds 1993 wel aandacht besteed aan het onderwerp schorsing en ontslag van rechters.

323

Hoeveel rechters en rechter-plaatsvervangers hebben in de afgelopen twintig jaar ontslag genomen uit eigen beweging na een gesprek met de president van de rechtbank?

Dit antwoord is in zijn algemeenheid niet te geven omdat er geen systeem is waarin bijgehouden wordt wat de motieven zijn om ontslag op eigen verzoek te nemen.

324

Hoeveel rechters en rechter-plaatsvervangers zijn in de afgelopen twintig jaar wegens arbeidsongeschiktheid gestopt met hun werk?

In zijn algemeenheid is dit antwoord niet te geven, omdat het hier kan gaan om een ontslag verleend op eigen verzoek. Niet wordt bijgehouden welke redenen worden aangevoerd – als die al worden aangevoerd – bij het doen van een dergelijk eigen verzoek.

325

Hoe is te verklaren dat in de Beleidsagenda ( blz. 8) als gevolg van de economische crisis alleen een toename van het beroep op de civiele rechter wordt noemt terwijl de Raad voor de Rechtspraak kennelijk tevens een stijging van het aantal overtredingstrafzaken verwacht? Waarop is de verwachting van deze stijging van overtredingstrafzaken gebaseerd? Kan zij worden gekwantificeerd?

Om de instroomontwikkelingen zo goed mogelijk in te kunnen schatten zijn voor de afzonderlijke sectoren (ketenbrede) prognosemodellen ontwikkeld die jaarlijks op basis van onder andere de meest recente macro-economische ontwikkelingen en gerealiseerde instroom worden geactualiseerd. Die uitkomsten laten een, met name in de eerstkomende jaren, sterk stijgende instroom zien. Specifiek voor het aantal overtredingstrafzaken hangt de geprognosticeerde stijging van overtredingstrafzaken samen met de verwachte stijging van de werkloosheid. Voor de kwantificering: zie de eerste tabel op pagina 230. Deze instroomverwachting is door de Raad voor de rechtspraak opgenomen in zijn begroting.

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. Om die reden wordt hieraan specifiek aandacht besteed in de Beleidsagenda. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen.

326

Alhoewel de instroom van de gerechten vermoedelijk sterk zal toenemen, wordt het budget niet substantieel opgehoogd. Hoe is dat te verklaren? Zal dit niet leiden tot een verlenging van de doorlooptijden?

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad voor de rechtspraak maar beperkt gehonoreerd is. Daarbij kan worden opgemerkt dat meerwerk van de rechtspraak voor 70% wordt gefinancierd ten laste van de zogenaamde egalisatierekening. Indien de groei van zaken tijdelijk is, biedt dit voor de rechtspraak ruimte om het oplopen van de werkvoorraden te beperken.

Indien de recessie voortduurt en de instroomverwachting van de Raad werkelijkheid wordt, dan zullen de gevolgen voor voorraden en doorlooptijden – gegeven de huidige productieafspraken – aanzienlijk zijn. Het is dan ook van belang de ontwikkelingen nauwkeurig te volgen zodat – indien nodig en mogelijk – alsnog maatregelen getroffen kunnen worden. Aangezien de financiële mogelijkheden maar ook de expansiemogelijkheden van de rechtspraak zelf beperkingen kennen, zal daarbij ook uitdrukkelijk gekeken moeten worden naar instroombeperkende maatregelen en zal een extra inspanning van de rechtspraak nodig zijn om het oplopen van voorraden en doorlooptijden zoveel mogelijk te voorkomen.

327

Welke substantiële verhoging van de bijdrage van het Ministerie van Justitie zou precies nodig zijn om de «forse toename van de instroom van zaken te verwerken»? Is de afweging van het kabinet op dit moment om voor de jaren 2009 en 2010 slechts in beperkte mate geld beschikbaar te stellen verantwoord gezien haar conclusie dat dit «onvermijdelijk zal leiden tot oplopende voorraden en doorlooptijden»? Acht de Raad voor de rechtspraak dit ook verantwoord?

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad maar beperkt gehonoreerd is. De gemaakte productieafspraken wijken daarom af van de instroomverwachting van de prognosemodellen c.q. de instroomverwachting zoals de Raad voor de rechtspraak heeft opgenomen in zijn begroting. Indien de instroomverwachting van de prognosemodellen volledig waren gefinancierd zou de bijdrage van het ministerie moeten worden verhoogd met circa € 60 mln. in 2010, oplopend tot circa € 227 mln. in 2014. Indien de recessie voortduurt en de instroomverwachting van de Raad werkelijkheid wordt, dan zullen de gevolgen voor voorraden en doorlooptijden – gegeven de huidige productieafspraken – aanzienlijk zijn. Het is dan ook van belang de ontwikkelingen nauwkeurig te volgen zodat – indien nodig en mogelijk – alsnog maatregelen getroffen kunnen worden. Aangezien de financiële mogelijkheden maar ook de expansiemogelijkheden van de rechtspraak zelf beperkingen kennen, zal daarbij ook uitdrukkelijk gekeken moeten worden naar instroombeperkende maatregelen en zal een extra inspanning van de rechtspraak nodig zijn om het oplopen van voorraden en doorlooptijden zoveel mogelijk te voorkomen.

328

In welke sectoren zullen de 82 rechters die in het kader van de capaciteitsuitbreiding worden aangetrokken worden ingezet? Wanneer zullen zij inzetbaar zijn?

De rechters die in het kader van de capaciteitsuitbreiding worden aangetrokken zullen voornamelijk worden ingezet in de sectoren civiel en bestuur. Zij zullen worden benoemd als rechter in opleiding en na een éénjarig opleidingstraject volledig inzetbaar zijn als rechter.

329

Is de «bijdrage derden», bestaande uit bijdragen aan de rechtspraak van andere departementen, kostendekkend? Zo nee welke bijdrage zou dat wel zijn?

Ja, het gaat hier met name om bijdragen die de Rechtspraak ontvangt voor de inzet van parketpolitie en opleidingen die door de Rechtspraak worden georganiseerd maar ook door andere dan de Rechtspraak worden afgenomen.

330

Wat is het verwachte percentage van de renteopbrengst voor het jaar 2010?

De Rechtspraak is bij de raming van de renteopbrengst voor het jaar 2010 vooralsnog uitgegaan van een gemiddeld percentage van 2,4%.

331

Hoe sterk zijn de aanwijzingen dat, wanneer met ingang van 2012 zowel de egalisatierekening als het eigen vermogen geen ruimte meer bieden om de hogere kosten te dekken, het personeelsbestand moet worden afgebouwd? Kan een overzicht worden gegeven van de functies per sector die dan zullen moeten vervallen? Wordt er rekening mee gehouden dat rechters en raadsheren voor het leven zijn benoemd en dus niet zullen kunnen worden ontslagen?

In een aantal categorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging, alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren, zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De onzekerheden in de huidige prognosemodellen wordt groter naarmate er verder in de toekomst wordt gekeken. De stand van de egalisatiereserve en het eigen vermogen in 2012 is om die reden uiterst moeilijk te voorspellen. Dit geldt ook voor eventuele gevolgen voor het personeelsbestand. Er kan dan ook geen overzicht worden gegeven van functies per sector die dan zouden moeten vervallen. Indien nodig zal het aantal rechters en raadsheren via natuurlijk verloop moeten worden teruggebracht.

332

Hoe verklaart u dat de productieafspraken die met de Raad voor de Rechtspraak zijn gemaakt over het algemeen na 2010 teruglopen, zoals bij de gerechtshoven/belastingzaken?

Om de instroomontwikkelingen zo goed mogelijk in te kunnen schatten zijn voor de afzonderlijke sectoren (ketenbrede) prognosemodellen ontwikkeld die jaarlijks op basis van onder andere de meest recente macro-economische ontwikkelingen en gerealiseerde instroom worden geactualiseerd. Die uitkomsten laten een, met name in de eerstkomende jaren, sterk stijgende instroom zien. Deze instroomverwachting is door de Raad voor de rechtspraak opgenomen in zijn begroting.

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad maar beperkt gehonoreerd is.

Tevens zijn de instroombeperkende maatregelen die voortkomen uit de invulling van de taakstelling op de rechtsbijstand uit het Coalitieakkoord verwerkt in de productieafspraken met de Raad voor de rechtspraak.

333

Zijn de in het schema genoemde «productieafspraken» de gevolgen van de economische crisis, zoals door de Raad voor de Rechtspraak verwacht, al meegenomen? Zo nee, waarom niet? Zo nee, wanneer mag een bijstelling van de productieafspraken in verband daarmee worden verwacht? Hoe verhouden zich de in dit schema genoemde productieafspraken met de inmiddels volgens het prognosemodel Justitiële Ketens ontwikkelde verwachtingen ( zie bijv. Het schema 12.3.1 ( blz. 230) waar voor 2014 voor de afdoening strafzaken door het gerechtshof 50661 zaken worden gerekend, terwijl in het door de Raad voor de Rechtspraak gegeven schema wordt uitgegaan van 41465 zaken? Hoe zullen de verschillen tussen beide schema’s worden aangepakt?

Om de instroomontwikkelingen zo goed mogelijk in te kunnen schatten zijn voor de afzonderlijke sectoren (ketenbrede) prognosemodellen ontwikkeld die jaarlijks op basis van onder andere de meest recente macro-economische ontwikkelingen en gerealiseerde instroom worden geactualiseerd. Die uitkomsten laten een, met name in de eerstkomende jaren, sterk stijgende instroom zien. Deze instroomverwachting is door de Raad voor de Rechtspraak opgenomen in zijn begroting.

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad maar beperkt gehonoreerd is.

Tevens zijn de instroombeperkende maatregelen die voortkomen uit de invulling van de taakstelling op de rechtsbijstand uit het Coalitieakkoord verwerkt in de productieafspraken met de Raad voor de Rechtspraak.

Indien de recessie voortduurt en de instroomverwachting van de Raad werkelijkheid wordt, dan kunnen de gevolgen voor voorraden en doorlooptijden – gegeven de huidige productieafspraken – groot zijn. Het is dan ook van belang de ontwikkelingen nauwkeurig te volgen zodat – indien nodig en mogelijk – alsnog maatregelen getroffen kunnen worden. Aangezien de financiële mogelijkheden maar ook de expansiemogelijkheden van de rechtspraak zelf beperkingen kennen, zal daarbij ook uitdrukkelijk gekeken moeten worden naar instroombeperkende maatregelen en zal een extra inspanning van de rechtspraak nodig zijn om het oplopen van voorraden en doorlooptijden zoveel mogelijk te voorkomen.

334

Waarom wordt gebaseerd de verwachte lagere instroom van strafzaken bij de zittende magistratuur?

De verwachte lagere instroom van strafzaken bij de zittende magistratuur hangt samen met de verwachting dat met ingang van 2010 een fors aantal strafzaken bij de rechtbank verdwijnt, omdat deze via de OM-afdoening zullen worden afgedaan.

335

Welke «instroombeperkende maatregelen» worden hier bedoeld? Zijn hiervoor concrete voornemens? Hoe verhouden die zich tot het in stand houden van een kwalitatief goede rechtspraak?

Bij de invulling van de taakstelling op de rechtsbijstand uit het Coalitieakkoord is een aantal maatregelen voorgesteld die een instroombeperkend effect hebben op zowel de rechtsbijstand als de rechtspraak (zie Kamerstuk 2008–2009, 31 753, nr. 1). De uitwerking en implementatie van deze maatregelen zijn in 2009 begonnen. Instandhouding van een kwalitatief goede rechtspraak is hierbij randvoorwaarde.

336

Kunnen de cijfers voor oplopende voorraden in het schema «cumulatieve voorraad vanaf 2009» ook in doorlooptijden worden uitgedrukt? Is het aanvaardbaar dat bijvoorbeeld de voorraad van de Centrale raad van Beroep zal oplopen tot ongeveer drie maal het aantal zaken waarvan in de productieafspraken (zie schema blz. 166) wordt uitgegaan? Vindt de Raad voor de Rechtspraak dit aanvaardbaar?

Nee, de cijfers in het schema «cumulatieve voorraad vanaf 2009» kunnen niet in doorlooptijden worden uitgedrukt. De doorlooptijd is van meerdere factoren afhankelijk.

Voor een aantal zaakscategorieën is het waarschijnlijk dat de instroom van zaken de komende tijd zal stijgen. Dat geldt in ieder geval voor het aantal arbeidszaken, faillissementszaken en handelszaken. De omvang en duur van deze stijging alsook de effecten van de economische recessie op andere sectoren zijn echter uiterst moeilijk te voorspellen. De moeilijke voorspelbaarheid en de beperkte financiële ruimte hebben ertoe geleid dat de ingediende begroting van de Raad maar beperkt gehonoreerd is.

Indien de recessie voortduurt en de instroomverwachting van de Raad werkelijkheid wordt, dan zullen de gevolgen voor voorraden en doorlooptijden – gegeven de huidige productieafspraken – aanzienlijk zijn. Het is dan ook van belang de ontwikkelingen nauwkeurig te volgen zodat – indien nodig en mogelijk – alsnog maatregelen getroffen kunnen worden. Aangezien de financiële mogelijkheden maar ook de expansiemogelijkheden van de rechtspraak zelf beperkingen kennen, zal daarbij ook uitdrukkelijk gekeken moeten worden naar instroombeperkende maatregelen en zal een extra inspanning van de rechtspraak nodig zijn om het oplopen van voorraden en doorlooptijden zoveel mogelijk te voorkomen.

337

Is de daar genoemde doelmatigheidswinst over 2007 en 2008 gerealiseerd?

Ja. In de prijzen is de doelmatigheidswinst taakstellend opgenomen. De Rechtspraak heeft de productie kunnen leveren tegen de afgesproken prijzen en heeft daarbij de eerste stap van de beoogde kwaliteitsimpuls kunnen realiseren. De Rechtspraak heeft daarbij geen vermogensverlies geleden.

338

Waarop is de hoogte van de subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) gebaseerd? Wordt deze subsidie periodiek aangepast? Is er een verantwoording van de verstrekte subsidie door de NVVR over de afgelopen jaren?

De verlening van de subsidie wordt gebaseerd op het NVvR jaarplan. De vaststelling van de subsidie geschiedt aan de hand van de NVvR jaarrekening. De subsidie wordt jaarlijks aangepast aan loon- en prijsontwikkelingen.

339

Hebben de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de nazorg aan ex-gedetineerden, de komende jaren meer of minder te besteden op dit punt? Waar is dit terug te vinden op de begroting? Hoe heet dit budget, is dit nog steeds het budget voor de Wet maatschappelijke ondersteuning?

Gemeenten ontvangen in 2010 en 2011 additioneel €6 miljoen per jaar voor de versterking van gemeentelijke taken op het gebied van nazorg. Deze middelen komen extra beschikbaar, naast de gelden die gemeenten reeds ontvangen (zoals in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, GSB III, de middelen voor de Maatschappelijke Opvang en de bij het coalitieakkoord aan het Gemeentefonds toegevoegde €150 miljoen voor Veiligheid). Verwezen wordt voorts naar het antwoord op vraag 266.

340

Op welke gronden is de rijksbrede extensivering op het gebied van terrorismebestrijding c.q. de verlaging van de intensivering terrorismebestrijding vanaf het jaar 2011 met € 7 miljoen gebaseerd?

Gelet op de algemene budgettaire situatie wordt gebruik gemaakt van de voordelen van een verscherpte doelmatigheidsbeoordeling.

Overigens is terrorismebestrijding een traject van lange adem en meerjarige aanpak. Daarom hebben wijzigingen in het actuele dreigingsniveau niet op alle onderdelen een directe koppeling met de middelen die voor terrorismebestrijding vereist zijn.

341

Wat rechtvaardigt een extensivering van de bijdrage ten behoeve terrorismebestrijding? Het dreigingsbeeld is toch niet substantieel verlaagd?

Voor een antwoord op deze vraag, wordt u verwezen naar het antwoord op vraag 340.

342

Waaraan wordt de subsidie groot Euro 1 750 000,- voor vrijwilligers exact besteed? Is het mogelijk hiervan een exacte specificatie te geven?

Op dit moment is het nog niet mogelijk exact aan te geven aan welke vrijwilligersorganisaties subsidie wordt toegekend in 2010. De termijnen voor indiening van aanvragen lopen nog. In mijn antwoorden op vragen van het lid Van Velzen (ontvangen 23 september 2009, met kenmerk 2009Z14 352) heb ik u wel reeds een overzicht gegeven van de besteding van het vrijwilligersbudget van de afgelopen jaren. Daarin staat weergegeven aan welke vrijwilligersorganisatie welk subsidiebedrag is toegekend.

343

Waarom is er geen subsidieverlening opgenomen ten behoeve van Nederlandse slachtoffers van geweldscriminaliteit in het buitenland (eventueel in samenwerking met Buitenlandse Zaken)? Graag een duidelijke motivering?

Landen zijn zelf verantwoordelijk voor de slachtoffers van de op hun grondgebied gepleegde opzettelijke geweldsmisdrijven. De Europese richtlijn 2004/80/CE, betreffende schade-uitkeringen, verplicht alle EG-lidstaten om vanaf 1 januari 2006 een schadefonds te hebben dat voorziet in een schadeloosstellingregeling voor slachtoffers van op hun grondgebied gepleegde opzettelijke geweldsmisdrijven. Het Nederlandse Schadefonds Geweldsmisdrijven begeleidt slachtoffers bij hun aanvraag voor een uitkering bij een buitenlands fonds, waar zij een apart budget voor krijgen. In Europees verband is inmiddels een netwerk ontstaan van schadefondsen waar ontwikkelingen, knelpunten en mogelijke oplossingen worden besproken, om op die manier de aanvragen van slachtoffers steeds soepeler te laten verlopen.

344

Waarom wordt er separaat subsidie verstrekt aan de VNG voor projecten in het kader van huiselijk geweld? Valt dit niet binnen de taakstelling van de gemeenten? Is er hier sprake van een juridische verplichting?

Hier is geen sprake van een juridische verplichting. De VNG krijgt een enkele maal subsidie om bepaalde onderdelen van de aanpak van huiselijk geweld bij gemeenten onder de aandacht te brengen of te stimuleren. Zo heeft de VNG in het verleden bij gemeenten een quick scan naar het huisverbod gedaan, die door het Rijk is gesubsidieerd. Ook is bijvoorbeeld een effectmeting van de aanpak van huiselijk geweld gedaan.

345

Is de regering bereid de werkzaamheden van het International Organisation for Migration (IOM) te evalueren en deze evaluatie aan de Kamer te doen toekomen?

In 2010 zal de nieuwe asielprocedure worden ingevoerd. Dit zal ook consequenties hebben voor de activiteiten van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Een evaluatie van de activiteiten van de IOM acht ik derhalve op dit moment niet opportuun.

Overigens worden de activiteiten van de IOM beoordeeld aan de hand van de door de organisatie opgestelde rapportages en in de overleggen die regelmatig plaatsvinden tussen de IOM en het Ministerie van Justitie. Hierdoor bestaat er een duidelijk beeld over de activiteiten van de IOM. De weerslag hiervan treft u halfjaarlijks aan in de Rapportage Vreemdelingenketen.

346

Welk deel van de subsidie voor Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland wordt besteed aan de belangbehartiging van vreemdelingen en welk deel aan de begeleiding van de asielprocedure?

De subsidie aan VluchtelingenWerk Nederland bestaat uit drie delen:

1. een vergoeding voor de steunfunctie (circa 20%);

2. een vergoeding van de activiteiten in de centrale opvang (circa 45%);

3. een vergoeding voor de tolkendiensten (circa 35%).

De activiteiten in het kader van de steunfunctie zijn met name gericht op de ondersteuning van de (vrijwillige) medewerkers die de kerntaken in de eerste lijn uitvoeren (voornamelijk in de centrale opvang).

De activiteiten die door (vrijwillige) medewerkers in de centrale opvang worden uitgevoerd zijn gericht op de ondersteuning van de asielzoeker tijdens het asielproces.

Zowel de vergoeding voor de steunfunctie als voor de activiteiten in de centrale opvang hebben dus betrekking op de ondersteuning tijdens de asielprocedure. Hiermee worden vanzelfsprekend ook de belangen van de asielzoeker behartigd.

347

Draagt de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland bij aan de (vrijwillige) terugkeer van vreemdelingen?

VluchtelingenWerk Nederland draagt bij aan de (vrijwillige) terugkeer van vreemdelingen. Door VluchtelingenWerk Nederland worden regelmatig vreemdelingen doorverwezen naar de Internationale Organisatie voor Migratie. Van deze doorverwezen personen keert ook een relatief groot deel daadwerkelijk terug naar het land van herkomst.

348

Welk deel van de subsidie voor Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland bestaat uit overhead?

De activiteiten die binnen de steunfunctie worden uitgevoerd, worden verricht op het hoofdkantoor van VluchtelingenWerk Nederland en zouden daarmee kunnen worden beschouwd als overhead. De activiteiten in het kader van de steunfunctie zijn echter gericht op de ondersteuning van de (vrijwillige) medewerkers die de kerntaken in de eerste lijn uitvoeren (voornamelijk in de centrale opvang). Deze activiteiten kunnen daarmee ook worden beschouwd als direct aan de dienstverlening voor asielzoekers toe te wijzen kosten. Ook de activiteiten die door (vrijwillige) medewerkers in de centrale opvang worden uitgevoerd zijn gericht op de directe ondersteuning van de asielzoeker tijdens het asielproces. Hoewel niet duidelijk kan worden aangegeven welk deel aan overhead in de subsidie aan VluchtelingenWerk is opgenomen, mag uit bovenstaande duidelijk worden dat dit aandeel zeer beperkt is.

349

Welk deel van de subsidie voor de IOM wordt besteed aan het faciliteren van vreemdelingen die zelfstandig vertrekken, welk deel wordt besteed aan de vergoeding die terugkerende vreemdelingen meekrijgen en welk deel wordt besteed aan overhead?

Van de subsidie die aan de Internationale Organisatie voor Migratie wordt gegeven, wordt 67% besteed aan het faciliteren van vreemdelingen die zelfstandig vertrekken. Aan de vergoeding die terugkerende vreemdelingen meekrijgen wordt 11,5% besteed. De operationele kosten maken daarmee samen 78,5 % uit van de totale subsidie aan de IOM. Het deel dat wordt besteed aan overhead bedraagt dus ongeveer 21,5 %.

350

Kan er bij nominaal en onvoorzien een specificatie worden gegeven van de post diversen?

Het betreft hier een saldo van twee mutaties:

– de bijdrage van het Ministerie van Justitie aan de interim-pool van de Algemene bestuursdienst (ABD)

– de doorverdeling van de nagekomen loon- en prijsbijstelling naar de verschillende Justitieonderdelen.

351

Wanneer kan de Kamer het wetsvoorstel dat growshops gaat verbieden tegemoet zien?

De voorbereidingen van het wetsvoorstel dat toeziet op het verbieden van handelingen zoals deze in growshops plaatsvinden heeft enige vertraging opgelopen omdat rekening wordt gehouden met de bredere context van de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie van de Donk1 en de Drugsnota die nog aan de Kamer zal worden gezonden. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2010 ter consultatie zal worden aangeboden.

352

Waarom duurt het nog tot november 2009 voordat de Kamer wordt geïnformeerd over het daadwerkelijk handhaven van de zedelijkheidswetgeving voor 16- en 17-jarigen?

Met uw Kamer is tijdens het plenaire debat over de aanpak van kinderporno op 12 februari 2009 afgesproken dat ik uw Kamer voortaan twee keer per jaar een voortgangsbericht zou sturen. Dit jaar heb ik u op 4 juni 2009 (Handelingen II, 2008–2009, 31 700 VI, nr. 130) een voortgangbericht gestuurd. Tijdens het recente Algemeen Overleg over onder andere die brief heb ik meegedeeld dat u ultimo november 2009 het tweede voortgangsbericht kunt verwachten.

353

Kan de Kamer op korte termijn de reactie op de moties-Van der Staaij over adoptie (31 265, nr. 24 en 25) tegemoet zien?

Op 5 oktober 2009 is uw Kamer per brief door mij geïnformeerd over de wijze van uitvoering van de moties van het lid Van der Staaij over adoptie.

354

Welke landen hebben tot dusver gereageerd op het verzoek een WOTS-verdrag met Nederland te sluiten, en hoe luiden de reacties? Wat zijn de verwachte ontwikkelingen in de besprekingen met Peru en de Dominicaanse Republiek?

Met Brazilië zijn de ambtelijke onderhandelingen afgerond. Mede gelet op een terzake gevoerd overleg met de Vaste Commissie voor Justitie wordt verwacht dat het parlement een dezer dagen zijn stilzwijgende goedkeuring zal geven. In Brazilië is het verdrag ook in behandeling bij het parlement. Met Peru heeft een eerste onderhandelingsronde plaatsgevonden en zullen de besprekingen worden voortgezet. De Dominicaanse Republiek en Cuba hebben een tekstvoorstel voor een bilateraal verdrag ontvangen, maar hebben nog niet gereageerd. Honduras is onlangs toegetreden tot het Verdrag inzake Overbrenging van Gevonniste Personen van de Raad van Europa. Suriname is in een vergevorderd stadium van toetreding tot dit verdrag, enkele andere landen overwegen dit.

355

Op welke wijze zal worden voldaan aan de toezegging om de Kamer voor de begroting 2010 in najaar 2009 verder te informeren over de strafmaatvergelijking tussen Nederland en een aantal andere Noord-Europese landen?

Dit betreft een toezegging die tijdens de begrotingsbehandeling van vorig jaar is gedaan en kort daarna al is afgehandeld door toezending van het onderzoeksrapport «Criminaliteit en Rechtshandhaving» aan de Tweede Kamer.

BIJLAGE Tabel 1 – Hoeveel vastgoed is vanaf 2000 in beslag genomen? Kan op grond van de geregistreerde goederen per jaar een overzicht gegeven worden van het aantal in beslag genomen registervoorwerpen, het aantal waarvan een waarde bekend is, de som van die waarden, hun gemiddelden en de mediaan?

JaartalAantal objectenAantal waarde bekendWaarde (x 1000 en afgerond)Gemiddelde waarde (x 1000 en afgerond)Mediaan
2000165€ 1 240€ 248€ 113 865,–
2001225€ 600€ 120€ 66 070,–
20022510€ 6 000€ 600€ 159 317,–
2003374€ 300€ 75€ 81 595,96
20047235€ 1 200€ 34€ 493,88
20059336€ 3 100€ 86€ 67 750,–
200612931€ 3 000€ 97€ 31 808,–
200720846€ 8 000€ 174€ 36 000,–
200831986€ 19 600€ 228€ 133 181,50
20096120€ 9 500€ 475€ 154 000,–
Totaal982278*€ 52 540*€ 2137*€ 90 807,50*

* afrondingverschillen voorbehouden.

Noot: het begrip waarde zoals is vermeld in tabel 1 kent een kanttekening. Waarde is datgene wat door de parketten in COMPAS is ingevoerd. Tot heden bestond er geen exacte invoerdiscipline. Dat resulteerde in registratie van verschillende vormen van waarde zoals de hypotheekwaarde, de WOZ-waarde, de taxatiewaarde, overwaarde of executiewaarde in een veld. Ook werd er in bepaalde gevallen geen bedrag of een bedrag van € 1,– ingevoerd. Tot 2008 kon het BOOM dit niet aanpassen. In 2008 is de registratie verfijnd door aanpassing van CEBES en nu in het GPS-systeem zodat de registratie van meerdere (soorten) waarden (in afzonderlijke velden) mogelijk is. Door toepassing van de invoerdiscipline dienen voor de toekomst deze waarden uiteindelijk te leiden tot een gefundeerde executieprognose.

Tabel 2 – Kan per jaar worden weergegeven het aantal door het OM gestelde ontnemingsvorderingen, de som (per jaar) van de door het OM geëiste vorderingen, mediaan, het aantal door de rechter toegewezen vorderingen (wat dus ook in een later jaar kan hebben plaats gevonden), het totaalbedrag en de mediaan daarvan?

JaartalAantal ontnemingsvorderingen OMBedrag (x € 1000)Mediaan (x € 1000)Aantal door de rechter toegewezen vorderingenBedrag (x € 1000)
20031 829243 15410 1221 28440 905
20042 305181 74310 9201 69085 507
20052 830265 79411 6121 999103 574
20063 099258 24115 4152 06182 406
20072 735342 30416 4681 92079 938
20082 424332 36517 8511 74299 684
Totaal15 2221 623 33182 38810 696492 012

Tabel 3 – Hoeveel is de laatste jaren aan wederrechtelijk verkregen voordeel geïncasseerd door het CJIB? Kan in een tabel worden opgenomen (a) het aantal gesloten ontnemingen, (b) totaal bedrag van in dat jaar afgesloten ontnemingen en (c) in dat jaar nog openstaande ontnemingen?

Deze tabel zal niet worden gevuld, de tabellen ingevoegd in de antwoorden op de vragen 138 en 139 geven een antwoord op deze vraag.

JaartalAantal voldane ontnemingenBedrag voldaanOpenstaand
2000   
2001   
2002   
Enz...   
Totaal   
Openstaand eind 2009   

Tabel 4 – Doorlooptijd bij ontnemingen, onderscheiden naar financiële categorie. Voltooide ontnemingen. Eind 2008.

Het CJIB beschikt niet over deze gegevens.

Financiële categorieAantal voltooidTotaal aantal wekenMinimum aantal wekenMaximum aantal wekenIngevorderd bedrag
Tot € 10 000     
10 000–50 000     
50 000–100 000     
100 000–250 000     
250 000–500 000     
500 000–1 000 000     
> 1 000 000     

Tabel 5 – Bedrag van aan de staat en aan slachtoffers uitgekeerde bedragen.

Tabel 5 – Bedrag van door de Staat geïnde en aan slachtoffers/benadeelden uitgekeerde bedragen

JaartalStaat: bedrag1benadeelde: aantal2benadeelde: bedrag in €3
20002 581 755
20014 589 384 
20025 663 020  
20037 668 872  
20048 224 386  
20057 417 978  
200615 034 779  
200719 930 72243 774
200820 503 38290 320
2009900

1 Zie antwoord op vraag 139.

2 Het aantal benadeelden wordt niet bijgehouden, aantal zaken wel, zie 139.

3 Gegeven vanaf 2007 beschikbaar.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Krom (VVD), Azough (GL), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Roemer (SP), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA), Anker (ChristenUnie) en vacature (CDA).

Plv. leden: Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Besselink (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Leijten (SP), Ulenbelt (SP), Jan de Vries (CDA), Weekers (VVD), Van Gent (GL), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Karabulut (SP) Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Slob (ChristenUnie) en Sterk (CDA).

XNoot
1

Kamerstukken 2007–2008, 1241.

XNoot
2

Staatscourant 1998, 104.

XNoot
1

TK 2009–2010, 24 077, nr. 239.

Naar boven