32 012 Governance in de zorgsector

Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 maart 2013

In reactie op uw brief van 7 februari 2013 naar aanleiding van het schrijven van Landman Psychologie te Zoetermeer met betrekking tot de gevolgen van ketenzorg voor zzp’ers en hun cliënten in de voetzorg kan ik u het volgende berichten.

Zorggroepen zijn vrij om kwaliteitscriteria te formuleren en aan de hand daarvan te contracteren. Dat kan betekenen dat niet elke zorgaanbieder in de regio wordt gecontracteerd. Dit volgt uit de wettelijke contracteervrijheid en dit principe wordt ook in de Richtsnoeren Zorggroepen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) (Kamerstuk 32 012, nr. 10) bekrachtigd.

Dit neemt niet weg dat ook de vrijheid van zorggroepen grenzen kent. Deze kan worden ingeperkt indien de zorggroep beschikt over een positie van aanmerkelijke marktmacht. Er is sprake van een mededingingsprobleem wanneer de weigering om een contract te sluiten of bepaalde exclusiviteitafspraken in een contract er toe leiden dat concurrentie op de relevante markt structureel wordt belemmerd.

De NZa kan vaststellen of sprake is van aanmerkelijke marktmacht door te onderzoeken hoe de verhoudingen tussen marktpartijen zijn, en of er sprake is van misbruik van die positie. Meldingen van mogelijk misbruik van een machtspositie kunnen worden gemaakt bij het meldpunt van de NZa. Tevens kan de NZa naar aanleiding van een formele aanvraag een besluit nemen in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Naar boven