31 293 Primair Onderwijs

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 489 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2019

Goed onderwijs is het fundament voor de samenleving. Door het verbeteren van het onderwijs bouwen we aan welvaart, innovatie, vooruitgang en maatschappelijke participatie. Deze opgave vereist een gezamenlijke inspanning van leraren, schoolleiders, bestuurders en de regering. In dit kader zijn in 2014 het bestuursakkoord PO en het sectorakkoord VO (hierna: de sectorakkoorden) afgesloten. Doel van de sectorakkoorden is om via afspraken met de sectoren te werken aan het beste onderwijs voor elk kind.

In de sectorakkoorden zijn veel ambities geformuleerd. Uit de tussenevaluatie in 2017 bleek dat een groot deel van deze ambities is verwezenlijkt.1 Uit deze tussenevaluatie van de sectorakkoorden bleek eveneens dat een actualisatie wenselijk was. Sommige doelstellingen waren immers al gerealiseerd,

terwijl voor andere doelen nieuwe indicatoren nodig waren. Ook was er de behoefte om, vanuit gelijkblijvende ambities, de sectorakkoorden met meer focus voort te zetten. Ik heb u medio 2018 geïnformeerd over de actualisatie van beide sectorakkoorden.2

In mijn brief van 22 december 2017 heb ik eveneens aangegeven dat u in het voorjaar van 2019 een nieuwe voortgangsrapportage van mij ontvangt. De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft mij op 26 april 2019 gevraagd waarom u de voortgangsrapportage nog niet heeft ontvangen. Omdat ik eerst het gesprek wilde aangaan met de PO-Raad en de VO-raad over de mogelijk acties naar aanleiding van de voortgang, ontvangt u de rapportage iets later.

Middels bijgevoegde dashboards informeer ik u, net als tijdens eerdere jaren, uitgebreid over de recente voortgang op de drie hoofdambities van de geactualiseerde akkoorden: uitdagend onderwijs, een verbetercultuur en de professionele school3. Bij de start van de sectorakkoorden zijn veel verschillende afspraken gemaakt, waarvan een groot deel is gerealiseerd. Op dit moment liggen er nog moeilijke vraagstukken, waar desalniettemin onze blijvende aandacht en extra inzet op nodig is. De komende tijd richten wij ons daar op.

Voortgang

Het sectorakkoord po loopt nog ruim een jaar en het sectorakkoord vo nog anderhalf jaar. Voor het realiseren van de einddoelen is dan ook nog enige tijd beschikbaar. Toch is het goed om ook in 2019 stil te staan bij de recente voortgang op beide sectorakkoorden.

Wanneer we dit doen zien we op veel doelstellingen voortgang en ontwikkeling. Echter, op enkele belangrijke doelstellingen moet ik helaas constateren dat weinig of geen voortgang is geboekt. Ook de raden betreuren dit en zien het als hun verantwoordelijkheid om op deze thema’s de handschoen op te pakken.

De afgelopen maanden heb ik op deze thema’s samen met de raden dan ook extra inspanningen geleverd en zal dat ook de komende maanden blijven doen.

Voortgang primair onderwijs

In het primair onderwijs zien we positieve ontwikkelingen op het vlak van uitdagend onderwijs. Zo wordt er veel gebruik gemaakt van digitaal leermateriaal in de les en is er voldoende aandacht voor het onderzoekend leren van leerlingen.

Op het vlak van professionalisering zien we dat nagenoeg alle schoolleiders zijn geregistreerd in het Schoolleidersregister PO en dat het post-initiële opleidingsaanbod voor schoolleiders goed wordt afgestemd op de vraag van scholen en schoolbesturen.

In 2018 gold voor 80 procent van de besturen dat zij op de standaard kwaliteitszorg van de Inspectie van het Onderwijs met een voldoende werden beoordeeld.

Ook het aandeel (zeer) zwakke scholen dat zich binnen een jaar verbetert, is zeer sterk toegenomen. Het is echter belangrijk om er naar te blijven streven dat alle (zeer) zwakke scholen zich binnen een jaar verbeteren.

De PO-Raad onderhoudt (binnen het traject Goed Worden, Goed Blijven) intensief contact met de Inspectie van het Onderwijs (inspectie) om zo scholen te begeleiden om binnen de vastgestelde periode herstel te laten zien.

Om besturen nadrukkelijk te wijzen op hun verantwoordelijkheid in dit kader zijn OCW en PO-Raad met de inspectie overeengekomen dat besturen een prestatieovereenkomst sluiten met de inspectie om scholen binnen een jaar te laten herstellen.

Wanneer we kijken naar het Vensters PO zien we de afgelopen twee jaar een forse toename van het aantal scholen dat Vensters heeft ingevuld. Wel is het belangrijk om hier op te blijven inzetten.

Aandachtspunten in het primair onderwijs

Er zijn ook enkele belangrijke ambities die extra aandacht behoeven. Zo zien we in het po een lichte daling van het aantal lessen gegeven door een bevoegde leerkracht bewegingsonderwijs. Inmiddels is een aantal maatregelen genomen waarvan een positieve uitwerking wordt verwacht. Zo is het Nationaal Sportakkoord afgesloten en is de Brede Impuls Combinatiefuncties geïntensiveerd. Ook worden de werkdrukmiddelen regelmatig ingezet voor een vakleerkracht. Eveneens is voor 2019 en 2020 de lerarenbeurs bewegingsonderwijs opnieuw opengesteld.

In samenwerking met de PO-Raad en VWS laat OCW een onderzoek uitvoeren naar de belemmeringen die scholen en gemeenten ervaren bij het aanbieden van voldoende bewegingsonderwijs. Het onderzoek moet identificeren waarom de doelstellingen niet worden behaald en hoe de afspraken alsnog te realiseren zijn. De opbrengsten van genoemd onderzoek worden in het najaar van 2019 verwacht en worden met uw Kamer gedeeld.

Ook op het gebied van kwaliteitszorg en verbetercultuur is minder voortgang geboekt dan gewenst. Zo lijkt het gebruik van zelfevaluatie in kwaliteitszorg te zijn afgenomen.

Om de kwaliteitszorg en verbetercultuur onder besturen te versterken is de PO-Raad begin dit jaar gestart met een veelvoud aan activiteiten (zij bijlage I). Onderdeel is het bellen van minimaal 70 procent van alle besturen om te inventariseren wat de belangrijkste kwaliteitszorgvraagstukken binnen de organisatie zijn en wat nodig is om de kwaliteit van het onderwijs verder te versterken. Inmiddels zijn ruim honderd besturen gebeld.

Bij de begeleiding van startende leraren is helaas ook onvoldoende voortgang geboekt. Ik vind het, zeker in tijden van lerarentekort, zeer belangrijk dat er meer aandacht komt voor deze ambitie.

De PO-Raad streeft er naar dat honderd procent van de studenten goed opgeleid en begeleid kan worden via «Samen opleiden». Daar is wel de steun en inzet van de andere onderwijssectoren bij nodig. Zoals ook vermeld bij de aandachtspunten vo, is het streven om hierover op bestuurlijk niveau nadere afspraken te maken.

Om de kwaliteit van de begeleiding van startende leraren naar een hoger plan te brengen is de PO-Raad samen met het arbeidsmarktplatform PO het project «Kom kijken in de klas» gestart. In het project worden ervaren leraren opgeleid tot schoolcoach. Hiermee wordt de kwaliteit van begeleiding verbeterd en neemt de leerwinst van de begeleide leraren sterk toe.

Om het strategisch personeelsbeleid te versterken, heb ik samen met de gezamenlijke sociale partners een onderzoek uitgezet naar de stand van zaken van het strategisch personeelsbeleid in de sector, en naar mogelijke aangrijpingspunten voor versterking ervan. Dit onderzoek zal begin juli worden opgeleverd. Op basis hiervan zal ik samen met de sociale partners bekijken hoe besturen en scholen hierin ondersteund kunnen worden. Tevens zal het onderzoek aanknopingspunten bieden voor monitoring van de voortgang.

Daarnaast faciliteert de PO-Raad schoolbesturen al bij het voeren van strategisch personeelsbeleid, onder andere door kennisontwikkeling en het delen van kennis en goede voorbeelden

Tijdens het notaoverleg over de staat van het onderwijs op 17 juni (Kamerstuk 35 000 VIII, nr. 211), is toegezegd dat u voor het zomerreces schriftelijk wordt geïnformeerd over de middelen voor het strategisch personeelsbeleid en over de mogelijkheden om de middelen te gebruiken voor het opleiden van zijinstromers. De middelen voor strategisch personeelsbeleid zijn niet geoormerkt. Het staat besturen vrij om de begeleiding van zijinstromers en andere starters op te nemen als prioriteit in hun strategisch personeelsbeleid. Eventuele reserves kunnen zij besteden aan de begeleiding van zijinstromers.

Tot slot werk ik aan deugdelijkheidseisen op het gebied van strategisch personeelsbeleid en professionalisering voor zowel de po-, vo- als mbo-sector. Dit zal de inspectie handvatten bieden hier het gesprek over te voeren met scholen en besturen.

Voortgang voortgezet onderwijs

In het kader van uitdagend onderwijs zien we in het vo dat leraren bij het voorbereiden of geven van lessen meerdere ICT-toepassingen gebruiken. Verder blijft het aantal leerlingen dat vakken op een hoger niveau afsluit jaarlijks groeien. Ook het gebruik van het plus-document is toegenomen.

Op het gebied van professionele ontwikkeling zien we dat het aantal plekken op opleidingsscholen zeer sterk is gegroeid. Ook het aandeel vmbo-docenten dat beschikt over kennis van de actuele beroepspraktijk en de opleidingsmogelijkheden hiervoor in het vervolgonderwijs is flink toegenomen.

In het kader van de verbetercultuur zien we dat vrijwel alle scholen in het vo werken met Vensters. Ook publiceert 98 procent van de schoolbesturen haar jaarverslag en publiceren ook meer besturen een klokkenluidersregeling, klachtenregeling en integriteitscode.

Hoewel er ook voortgang is geboekt met onvoldoende en zeer zwakke afdelingen die zich binnen één jaar respectievelijk twee jaar verbeteren is het wel belangrijk om hier aan te blijven werken. Doelstelling is immers dat in 2020 alle onvoldoende en zeer zwakke afdelingen zich binnen één jaar respectievelijk twee jaar verbeteren. De VO-raad zorgt dat Leren verbeteren zo vroeg mogelijk wordt ingeschakeld. Ook de inspectie wijst scholen op de mogelijkheid om Leren verbeteren in te zetten. De bekendheid van Leren verbeteren wordt vergroot. Leren verbeteren zet menskracht en middelen in en in bijzondere gevallen zet Leren verbeteren een ondersteuningsteam in.

Aandachtspunten in het voortgezet onderwijs

Ook in het vo behoeven enkele belangrijke thema’s extra aandacht. Zo is in het vo het aantal zittenblijvers in 2018 licht gestegen. Het is belangrijk om te begrijpen waar deze stijging door wordt veroorzaakt. Uit onderzoek dat de VO-raad heeft laten uitvoeren, blijkt dat scholen met specifiek beleid het zittenblijven ook echt terugdringen. Visie op zittenblijven, tijdige signalering van achterstanden en goede begeleiding van de leerling blijken de sleutelfactoren te zijn. De VO-raad heeft op basis van de uitkomsten van het onderzoek een handreiking ontwikkeld voor scholen met goede voorbeelden van scholen die erin slagen om het aantal zittenblijvers terug te dringen.

In relatie tot afstroom, doorstroom, basisschooladvisering en plaatsing van leerlingen hoeft zittenblijven overigens niet altijd negatief te zijn. Juist in het kader van gelijke kansen kan zittenblijven leerlingen soms helpen om alsnog de stap voorwaarts te zetten. De VO-Raad stelt voor nader onderzoek te doen naar de achtergrond van de stijgende trend.

Het aandeel startende leraren dat een begeleidingsprogramma volgt is helaas afgenomen. Net als in het po vind ik dit ook voor het vo een zorgelijke ontwikkeling. Een kanttekening is dat de cijfers van vo en mbo zijn gecombineerd en dat de begeleiding in het vo wel duidelijk hoger ligt dan in het mbo.

Er wordt gewerkt aan een betere aansluiting tussen opleiden en begeleiden door het concept Opleiden in de school en de begeleiding van startende lerararen beter met elkaar te verbinden. Landelijk loopt er een bestuurlijk traject met po, vo, mbo en de ho- en wo-lerarenopleidingen om Samen opleiden (incl. de begeleiding van startende leraren) onder te brengen in een doorlopende leerlijn voor de leraar. In 2019/2020 wordt daarnaast een onderzoek gedaan naar de terugval van het aantal starters dat aangeeft begeleid te worden.

Ook blijft het van belang om het aandeel schoolleiders dat een effectief inwerk- en begeleidingsprogramma volgt, te vergroten. De VO-academie heeft een handreiking gemaakt die online beschikbaar is. De VO-academie stimuleert het gebruik van de handleiding actief in direct contact met startende schoolleiders en scholen. Ook andere organisaties kunnen helpen bij het inwerken en begeleiden.

Schoolbesturen ontvangen via de prestatiebox middelen voor professionalisering van leraren en schoolleiders. Ik verwacht dat besturen hun verantwoordelijkheid nemen en deze middelen aanwenden om ook de professionele ontwikkeling en begeleiding van startende leraren en startende schoolleiders te versterken.

Daarnaast ontvangt de VO-raad in 2019 en 2020 sectorakkoord middelen om het programma Voortgezet Leren uit te voeren. Dit programma geeft ondersteuning aan besturen, schoolleiders en leraren voor schoolontwikkeling en innovatie. Strategisch personeelsbeleid is hier onderdeel van.

Om het belang van professionalisering en strategisch personeelsbeleid extra te benadrukken worden er, zoals hiervoor gemeld, wettelijke eisen aan gesteld.

Tot slot is er de ambitie dat alle scholen hun kwaliteitszorg op orde hebben. Dit is een nieuwe indicator. De inspectie heeft in de Staat van het Onderwijs 2017–2018 gerapporteerd dat 79% van de besturen de beoordeling voldoende of goed kreeg op kwaliteitszorg en ambitie. De VO-raad is het met mij eens dat dit nog onvoldoende is. Naast een pilot ter ondersteuning van besturen die op deze standaard door de inspectie de beoordeling onvoldoende hebben gekregen, wordt binnen het programma Voortgezet Leren aandacht worden aan de lerende cultuur en kwaliteitszorg op scholen.

Vervolg

De afgelopen jaren zijn veel ambities uit de sectorakkoorden verwezenlijkt. Voor het realiseren van de overgebleven ambities zal ik mij samen met de raden de komende maanden extra blijven inzetten. Over de opbrengsten van deze inspanningen informeer ik uw Kamer aan het einde van 2019.

In het najaar van 2019 zal ook het onderzoek naar mogelijke verantwoorde andere inzet van de prestatiebox middelen PO worden opgeleverd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van de leden Van Meenen (D66) en Rog (CDA) over de verbetering van de salarispositie en carrièrepaden van basisschoolleerkrachten.4 Ook heb ik de toezegging gedaan om te komen tot een kader voor mogelijke prioritaire onderwerpen die voor doelfinanciering in aanmerking zouden kunnen komen. Dit kader zal in samenhang met bovengenoemd onderzoek worden opgepakt.

Eind 2019 zal ik uw Kamer de uitkomsten van het onderzoek naar de prestatiebox PO en een kader voor mogelijke prioritaire onderwerpen voor doelfinanciering doen toekomen.

In 2020 lopen de sectorakkoorden af. De komende tijd zal daarom ook worden gebruikt om met alle betrokkenen toe te werken naar een grondige eindevaluatie. In 2020 zal met betrokken partijen worden geëvalueerd of bij het aflopen van de akkoorden alle doelstellingen zijn behaald en hoe dit heeft doorgewerkt op de scholen. Daarbij zal, rekening houdend met de boven genoemde motie van de leden Van Meenen (D66) en Rog (CDA), worden gekeken naar de effectiviteit van het sectorakkoord als instrument en hoe we afspraken kunnen maken die zo goed mogelijk aansluiten bij de opgaves in het onderwijs en leiden tot verbetering.

In het najaar van 2020 zal ik u informeren over de uitkomsten van de eindevaluatie van beide sectorakkoorden.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 383.

X Noot
2

Kamerstuk 31 293, nr. 395 en Kamerstuk 31 289, nr. 369.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Kamerstuk 35 000 VIII, nr. 68.

Naar boven