Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 december 2012
Bijgaand bied ik u het Financieel Beeld voor het funderend onderwijs 2011 aan1. Dit financieel beeld is opgesteld door de Inspectie van het Onderwijs en bevat een
totaaloverzicht van de financiële staat in het primair en voortgezet onderwijs, de
expertisecentra en samenwerkingsverbanden. Tevens ga ik in op de motie van de Eerste
Kamer waarin de regering wordt verzocht de Algemene Rekenkamer te verzoeken onderzoek
te doen naar de toereikendheid van de bekostiging in het primair onderwijs met oog
op invoering van passend onderwijs.
Evenals vorig jaar licht de Inspectie van het Onderwijs de jaarcijfers toe aan de
hand van de kengetallen die zij hanteert voor het continuïteitstoezicht. Uit de jaarcijfers
blijkt dat zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs sprake is van een
licht herstel. Ten opzichte van 2010 zijn er minder schoolbesturen met een negatief
resultaat en is het negatieve resultaat kleiner geworden. Dit neemt niet weg dat de
reserves van het funderend onderwijs afnemen en dat meer dan de helft van de schoolbesturen
meer uitgaven dan inkomsten had in 2011. Schoolbesturen moeten scherpe keuzes maken
om de inkomsten en de uitgaven weer met elkaar in evenwicht te brengen.
De Inspectie van het Onderwijs kondigt aan dat zij voor het continuïteitstoezicht
de signaleringswaarde voor solvabiliteit zal verhogen naar 0,30. Dit betekent dat
besturen die meer dan 70% van hun totale vermogen gefinancierd hebben met vreemd vermogen
onderzocht zullen worden door de Inspectie van het Onderwijs om te bezien of er een
financieel risico bestaat voor de langere termijn. Naast het aanscherpen van de signaleringswaarde
voor solvabiliteit zal de Inspectie van het Onderwijs de komende drie jaar alle schoolbesturen
in het funderend onderwijs doorlichten op de financiële continuïteit. Op deze manier
wordt invulling gegeven aan de intensivering van het continuïteitstoezicht zoals ik
die bij de begrotingsbehandeling OCW heb aangekondigd.
Deze intensivering van het continuïteitstoezicht komt bovenop de maatregelen die al
genomen zijn voor de verbetering van de financiële deskundigheid in het funderend
onderwijs. Ik steun bijvoorbeeld de projecten gericht op het primair onderwijs «Eerst
Kiezen, Dan Delen» en «In Balans», die gericht zijn op het verbeteren van de financiële
deskundigheid en het adviseren van besturen bij het op orde brengen van hun financiën.
Ook voor het voortgezet onderwijs ondersteun ik de inzet van financiële serviceteams.
Voor zowel het primair als het voortgezet onderwijs maakt kennis van financieel management
deel uit van de programma’s voor deskundigheidsbevordering van schoolleiders. Deze
maatregelen werpen hun vruchten af. Dit blijkt uit het onderzoek van Regioplan naar
de financiële deskundigheid. Dit onderzoek maakt deel uit van de evaluatie van de
acties naar aanleiding van de commissie Don die binnenkort aan u wordt toegezonden.
Op 2 oktober jl. vond in de Eerste Kamer de behandeling plaats van het wetsvoorstel
passend Onderwijs (Handelingen I, 2012/2013, nr. 2, item 8 blz. 17–37 en item 10, blz. 52–74). Tijdens deze behandeling is door de het lid Linthorst
c.s. een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht een onafhankelijke instantie
als de Algemene Rekenkamer onderzoek te laten doen naar de vraag of de structurele
bekostiging van het primair onderwijs afdoende is om passend onderwijs op een verantwoorde
manier in te voeren. Mijn verzoek aan de Algemene Rekenkamer is te uwer informatie
bijgevoegd2. De Algemene Rekenkamer zal zijn reactie op dit verzoek rechtstreeks aan uw Kamer
doen toekomen. Naar aanleiding van de begrotingsbehandeling heb ik de Algemene Rekenkamer
verzocht een soortgelijk onderzoek te doen voor het voortgezet onderwijs. Hierover
wordt u nog separaat geïnformeerd.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker