31 015 Kindermishandeling

Nr. 247 MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S.

Voorgesteld 14 april 2022

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat straffen voor zedendelicten vaak lager uitpakken dan op basis van de strafmaat verwacht zou kunnen worden;

constaterende dat uit WODC-onderzoek blijkt dat bij zaken van seksueel misbruik met minderjarigen de achterliggende motivering van het OM voor het formuleren van een bepaalde strafeis vaak afwezig is in vonnissen;

overwegende dat het inzichtelijk maken van de motivering van de officier van justitie om al dan niet af te wijken van strafvorderingsrichtlijnen en de motivering van de rechter om al dan niet mee te gaan met de eis van het OM bijdraagt aan het begrip voor de keuzes die zijn gemaakt;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met het College van procureurs-generaal en de Raad voor de rechtspraak hoe, met inachtneming van de autonomie van het OM en rechters, uitvoering kan worden gegeven aan de aanbevelingen uit het WODC-onderzoek om de motivering van de soort en hoogte van de straf nauwkeuriger in het vonnis op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Werf

Kuik

Eerdmans

Michon-Derkzen

Naar boven