30 995 Aanpak Wijken

Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 november 2010

Onlangs is de Tweede Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen in de 40 wijken middels de «Voortgangsrapportage Wijkaanpak 2010»1. Hierbij is geconstateerd dat vooruitgang in de wijken zichtbaar is en dat de aanpak werkt. Om tot deze conclusie te komen is gebruik gemaakt van uiteenlopende bronnen en rapporten. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van de uitkomsten van de eerste analyses voor de onderzoeken «Buurtleefbaarheid beschreven: ontwikkelingen in de 40 wijken» en «Buurtleefbaarheid begrepen: achtergronden en beleidsinvloeden bij leefbaarheidsverbetering». Inmiddels zijn ook de beoogde aanvullende analyses ten behoeve van deze onderzoeken uitgevoerd en zijn de twee rapporten afgerond2. Middels deze brief wil ik Uw kamer informeren over de uitkomsten hiervan.

Buurtleefbaarheid beschreven

De resultaten van het onderzoek «Buurtleefbaarheid beschreven: ontwikkelingen in de 40 wijken» bevestigen het beeld uit de Voortgangsrapportage: de leefbaarheid in de 40 wijken is op verschillende aspecten vooruit gegaan. Op sommige onderdelen is daarbij ook sprake is van een inhaalslag ten opzichte van de rest van het land. Voornamelijk op het terrein van de kwaliteit van woningvoorraad en openbare ruimte is een duidelijke vooruitgang geboekt. Maar ook voor leefbaarheid als totaalbegrip is een vooruitgang waar te nemen. Dit geldt voor zowel objectieve waarnemingen middels registratiebestanden en inspecties door getrainde inspecteurs als de percepties van de wijkbewoners zelf.

Buurtleefbaarheid begrepen

Het tweede onderzoek, «Buurtleefbaarheid begrepen: achtergronden en beleidsinvloeden bij leefbaarheidsverbetering», is mede naar aanleiding van een vraag uit de Kamer3 uitgevoerd. Uw kamer vroeg aanvullende inzichten over de in het onderzoek «Leefbaarheid door de tijd» geconstateerde leefbaarheidsontwikkelingen. In dit onderzoek is namelijk geconstateerd dat, hoewel de leefbaarheidsontwikkeling voor een belangrijk deel mede door de conjunctuur bepaald wordt, er een groot aantal wijken met een zwakke leefbaarheidssituatie zich heeft weten te onttrekken aan de negatieve trend tussen 2002 en 20064. Uw Kamer wilde graag weten om welke gebieden het daarbij gaat en wat de succesfactoren binnen deze wijken waren.

In de eerder genoemde Voortgangsrapportage Wijkaanpak bent u geïnformeerd over het eerste deel van de vraag. Aanvullend onderzoek heeft een aantal factoren opgeleverd die van groot belang voor wijken bleken om zich aan de negatieve trend te kunnen ontrekken. Fysieke herstructurering (sloop en nieuwbouw van woningen) blijkt daarbij een belangrijke rol te hebben gespeeld.

Daarnaast blijkt dat ook sociaal-fysiek5 beleid bijgedragen heeft aan de verbetering van de omstandigheden in gebieden met een zwakke leefbaarheidsituatie, voornamelijk als sociaal en fysiek beleid gecombineerd werden ingezet. Tevens laat het onderzoek zien dat de GSB-gemeenten in het afgelopen decennium een duidelijke inhaalslag hebben gemaakt op de rest van het land wat betreft leefbaarheid. Op dit moment worden de effecten van het GSB 3 nader geëvalueerd; ik zal de bevindingen van deze evaluatie begin volgend jaar met uw Kamer delen.

Tot slot

De vrij positieve uitkomsten van de twee onderzoeksrapporten wil ik eindigen met een waarschuwende noot: de vooruitgang in leefbaarheid in het afgelopen decennium gaat niet vanzelf en is mede te danken aan verschillende beleidsinitiatieven. Het is daarom van groot belang ook naar de toekomst toe te zorgen dat maatschappelijke dynamiek, sociale cohesie en de publieke borging daarvan, de leefbaarheid in de buurten, wijken en dorpen stimuleren en zeker stellen.

Het bovengenoemde onderzoek toont aan dat gebieden waar veel in is geïnvesteerd vaak vooruitgang hebben geboekt, maar dat wijken waar de problemen aan het begin van het decennium nog niet zo groot waren, en waar ook minder aandacht voor (nodig) was, het minder goed hebben gedaan. De gemeenten kunnen ervoor kiezen om het ISV-3 budget (deels) in te zetten om te voorkomen dat gebieden waar het nu nog niet zo slecht mee gaat in de (nabije) toekomst achteruitgaan. Hierbij kunnen ze gebruik maken van de inmiddels opgedane kennis in het kader van de wijkenaanpak en instrumenten zoals de Leefbaarometer.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Kamerstuk 30 995, nr. 84.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 30 995, nr. 78.

XNoot
4

Deze algemene, landelijke verslechtering van de leefbaarheidsscore werd voornamelijk veroorzaakt door de toename van het aantal werklozen, als gevolg van de economische neergang.

XNoot
5

Hierbij gaat het ondermeer om investeringen in voorzieningen voor jongeren, sociaal-culturele activiteiten en sport, projecten gericht op opvoeding en onderwijs van kinderen, extra toezicht en projecten op veiligheid en overlast, stimuleren van buurteconomie, etc.

Naar boven