30 523 Bepalingen met betrekking tot de veilige vaart op de binnenwateren (Binnenvaartwet)

Nr. 74 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2013

In vervolg op mijn toezegging, gedaan tijdens het Algemeen Overleg Verkeersveiligheid op 30 januari 2013, om uw Kamer nader te informeren betreffende de keuringsleeftijd voor vaarbewijzen, bericht ik u het volgende.

In juli 2009 is de keuringsleeftijd voor het klein vaarbewijs in de pleziervaart verhoogd van 65 naar 70 jaar, en vervolgens elke 5 jaar. Ondanks deze nog recente verhoging, bereikten mij afgelopen jaar signalen vanuit de watersportwereld dat daar de wens leefde de keuringsleeftijd voor vaarbewijzen verder te verhogen van 70 naar 75 jaar. Ik heb daarop de Domeinadviescommissie van de VAMEX, het exameninstituut voor het klein vaarbewijs, gevraagd om een onderbouwd advies met betrekking tot een dergelijke verhoging.

Overigens is bij het klein vaarbewijs niet standaard sprake van een daadwerkelijke medische keuring. Bij het verlengen van het klein vaarbewijs dient de aanvrager een door hem-/haarzelf ingevulde verklaring te overleggen. Slechts in geval deze verklaring daartoe aanleiding geeft, wordt de aanvrager daadwerkelijk medisch gekeurd.

In haar advies, d.d. 17 januari 2013, gaf de Domeinadviescommissie aan in te kunnen stemmen met een verhoging van de keuringsleeftijd. Zij gaf echter ook in overweging om, indien haalbaar, de keuringsleeftijd voor het klein vaarbewijs geheel te laten vervallen. Mocht dit niet haalbaar zijn dan adviseerde zij de keuringsleeftijd te verhogen, gelijk aan de leeftijdsverhoging bij het rijbewijs.

Ik ben bereid om het advies van de Domeinadviescommissie en de gelijkluidende signalen uit de watersportwereld in overweging te nemen. Ik ben daarom voornemens om parallel aan het lopende onderzoek betreffende de effectiviteit en alternatieven voor de seniorenkeuring voor het rijbewijs, voor het klein vaarbewijs te onderzoeken of het verhogen dan wel schrappen van de keuringsleeftijd wenselijk is. Ik zal uw Kamer over de resultaten van dit onderzoek in het voorjaar van 2013 informeren, aangezien ik uw Kamer eerder heb toegezegd om u over het onderzoek met betrekking tot de effectiviteit en alternatieven voor de seniorenkeuring voor het rijbewijs ook in het voorjaar 2013 te informeren.

Voor wat betreft de beroepsvaart wijs ik er op dat de betreffende keuringsleeftijden voor het (beperkt) groot vaarbewijs internationaal zijn geregeld, zowel binnen het kader van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (Rsp), als in EU-verband in Richtlijn 96/50/EG. Het Rsp kent keuringen bij 50, 55, 60 en 65 jaar en vervolgens jaarlijks. De Richtlijn kent alleen keuringen bij 50 en 65 jaar, en is verder gelijkluidend aan het Rsp.

Eventuele aanpassing van de keuringsleeftijden in de beroepsvaart dient dus altijd in internationaal verband te gebeuren, binnen de CCR zelfs op basis van unanimiteit. Desalniettemin ben ik voorstander van het waar mogelijk en nodig terugdringen van overbodige regeldruk en administratieve lasten. Daarom heb ik recent het initiatief genomen om in internationaal verband de wenselijkheid en mogelijkheid van aanpassing van de keuringsleeftijd aan de orde te stellen. Ik hoop in de komende twee jaar – in internationaal verband – concrete resultaten te kunnen bereiken. Zodra hierop zicht is, zal ik uw Kamer over de bereikte resultaten informeren.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven