30 420
Emancipatiebeleid

nr. 152
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2010

Op 27 januari jl. heeft het Committee on the Elimination of Discrimination against Women (CEDAW-comité) de vijfde Nederlandse regeringsrapportage in het kader van het VN-Vrouwenverdrag besproken. De Nederlandse delegatie stond onder leiding van voormalig staatssecretaris Dijksma en bestond voorts uit vertegenwoordigers van de ministeries van Justitie (JUS), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Buitenlandse Zaken (BZ), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De Arubaanse en de Antilliaanse delegaties werden respectievelijk vertegenwoordigd door de ministers Hooyboer-Winklaar en Leeflang. Het CEDAW-comité heeft in zijn «concluding observations» waardering uitgesproken voor de hoge vertegenwoordiging en brede samenstelling van de regeringsdelegatie.

In het verslag wordt een aantal positieve aspecten van het Nederlandse regeringsbeleid genoemd, maar ook worden gebieden van zorg genoemd en aanbevelingen gedaan.

Het verslag dat het comité naar aanleiding van de besprekingen heeft gemaakt, doe ik u hierbij ter informatie toekomen.1 Ik zal namens het kabinet voor het zomerreces inhoudelijk op de punten van zorg van het CEDAW-comité en de aanbevelingen reageren.

Voorafgaand daaraan zal dit voorjaar over de «concluding observations» van gedachten worden gewisseld met een vertegenwoordiging van NGO’s, die hebben meegewerkt aan het opstellen van de schaduwrapportage «Women’s rights: some progress, many gaps».

Ook heeft het comité zijn waardering uitgesproken voor de initiatieven en maatregelen die de Nederlandse regering neemt om lesbische, biseksuele en transgender(LBT)-vrouwen tegen discriminatie te beschermen.

Tot slot wil ik u wijzen op de website van het ministerie van OCW (www.minocw.nl) waarop alle Nederlandse voortgangsrapportages, de (algemene) aanbevelingen, de schaduwrapportages van de NGO’s en de verslagen met betrekking tot het VN-Vrouwenverdrag zijn te vinden.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven