29 664 Binnenvisserij

Nr. 108 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 maart 2013

In het VAO visserij van 21 maart jongstleden heb ik uw Kamer toegezegd meer informatie te verstrekken over de berekening van het streefbeeld en de aanpak van de Commissie Eijsackers.

In december 2008 heeft Nederland het aalbeheerplan ingediend in Brussel. Het plan bevatte een streefbeeld berekend door het onderzoeksinstituut Imares. Het streefbeeld zorgde destijds voor veel discussie. In 2009 is het streefbeeld uit het Nederlandse aalbeheerplan op het verzoek van uw Kamer door de Commissie Eijsackers opnieuw bekeken. Hierbij heeft zij ook gekeken of bij de afnemende voedselrijkdom van het Nederlandse water het streefbeeld nog wel haalbaar is.

Op basis van eigen analyses heeft de Commissie Eijsackers vastgesteld dat het streefbeeld bij de huidige toestand van het Nederlandse water haalbaar is. Daarnaast heeft de Commissie Eijsackers vastgesteld dat de berekeningen van het streefbeeld gebaseerd zijn op geaccepteerde methodes en dat deze correct zijn uitgevoerd, conform de aanwijzingen die de EU-verordening geeft. Wel stelt Commissie Eijsackers, net als Imares, dat vanwege vele aannames bij de berekening het exacte streefbeeld niet vast te stellen is, maar dat het een range is waar binnen het streefbeeld valt. Gezien die aannames stelt de Commissie Eijsackers daarbij een ruimere range voor dan Imares.

De maatregelen uit het Nederlandse aalbeheerplan zijn nu 3 jaar van kracht. Uw Kamer heeft gevraagd of het Nederlandse streefbeeld herijkt kan worden aan de meest recente gegevens. Imares heeft aangegeven dat nieuwe gegevens het streefbeeld op dit moment niet wezenlijk zullen veranderen, hooguit dat de bandbreedte wat smaller wordt omdat nu meer bekend is en minder aannames hoeven worden gedaan. De versmalling van de bandbreedte zal niet leiden tot versoepeling van de maatregelen.

Momenteel loopt de evaluatie van de Europese Commissie van het aalbeheerplan. In 2014 gaat de commissie in gesprek met de lidstaten over de maatregelen van het aalbeheerplan Op basis van de thans beschikbare kennis is er geen aanwijzing dat de Aalverordening op dit moment versoepeld zouden kunnen worden. Integendeel, het gaat nog steeds niet goed met de aalstand in Europa.

Het Nederlandse streefbeeld is hoger dan dat van ons omringende landen. Dit is omdat Nederland één grote delta is met van nature rijke wateren.

Duitsland heeft bijvoorbeeld een veel lager streefbeeld omdat het stroomopwaarts ligt. Om Duitsland te bereiken moet de intrekkende jonge aal eerst door Nederland heen. De kans dat de jonge aal voor die tijd al een goede optrekplek vindt, is groot.

De aalverordening schrijft voor dat alle landen een zo’n best mogelijke raming geven van de uittrekkende schieraal. Bij het opstellen van het Nederlandse berekeningsmodel is veel contact geweest tussen wetenschappers van Imares en die uit ons omringende landen.

Om meer inzicht te krijgen in de Europese context heb ik zoals u bekend, Imares gevraagd een quick scan te doen van de uitgangspunten die andere lidstaten voor hun streefbeelden hebben gebruikt. De eerste bevindingen worden voor de zomer verwacht.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Naar boven