28 684
Naar een veiliger samenleving

nr. 209
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE, EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2009

Met deze brief informeren wij U over de uitkomsten van de Integrale Veiligheidsmonitor 2008 (IVM 2008), die vandaag door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is gepubliceerd (bijgevoegd). Met behulp van deze bevolkingsenquête worden de kabinetsdoelstellingen van het project Veiligheid begint bij Voorkomen gemonitord. Hoofddoelstelling van dit project is een reductie van criminaliteit (gewelds- en vermogensdelicten), fysieke verloedering en ernstige sociale overlast met 25% in 2010 ten opzichte van 2002. Over de voortgang van het project Veiligheid begint bij Voorkomen bent U geïnformeerd door middel van de eerste voortgangsrapportage van 24 oktober 20081. De eerstvolgende voortgangsrapportage ontvangt U dit najaar, voorafgaand aan de behandeling in Uw Kamer van de begrotingen van onze ministeries voor 2010.

De Veiligheidsmonitor

De Veiligheidsmonitor is een jaarlijks terugkerend bevolkingsonderzoek waarin onder meer de leefbaarheid van de woonbuurt, beleving van buurtproblemen, onveiligheidsgevoelens, ervaringen met veel voorkomende criminaliteit en het oordeel van de burger over het optreden van de politie worden onderzocht.

De IVM 2008 is de tot het lokale niveau uitgebreide versie van de Veiligheidsmonitor Rijk (VMR), die in de periode 2005–2008 door het CBS uitsluitend op landelijk en politieregionaal niveau werd uitgevoerd. Met deze uitbreiding is een belangrijke stap gezet in de integratie van het verzamelen van gegevens over de landelijke, de regionale én de lokale veiligheid in Nederland. Door de inhoudelijke en methodologische afstemming zijn de onderzoeksresultaten onderling vergelijkbaar en is de IVM een bruikbaar en goed (meet)instrument voor meerdere bestuurlijke niveaus. Internationaal gezien is deze integratie van veiligheidsenquêtes op landelijk, regionaal én lokaal niveau uniek te noemen.

De landelijke en lokale bevolkingsenquêtes ten behoeve van de IVM 2008 zijn gehouden in het najaar van 2008. Op lokaal niveau namen al circa 80 gemeenten deel, het merendeel in politieregionaal verband. Naar verwachting zal dit aantal bij de IVM 2009 oplopen tot meer dan de helft van alle gemeenten.

Uitkomsten Veiligheidsmonitor

In onderstaande tabel zijn de resultaten van de Veiligheidsmonitor 2008 weergeven, inclusief de nog in deze kabinetsperiode te realiseren percentages. In onze brief aan Uw Kamer van 29 april 20081 over de vorige Veiligheidsmonitor hebben wij toegelicht met welke percentages de criminaliteit, overlast en verloedering nog verder moeten worden teruggedrongen ten opzichte van het nieuwe ijkjaar 2006 om de kabinetsdoelstellingen in 2010 te halen (kolom «Herijkte doelstelling t.o.v. 2006»). Zoals uit onderstaande tabel blijkt, zijn de in 2010 te behalen doelstellingen voor een deel thans reeds gerealiseerd. Voor een ander deel resteert nog een min of meer stevige taakstelling. Daarbij zien wij onder ogen dat de ernstig verslechterde financieel-economische situatie op onderdelen de taken van rechtshandhaving, rechtspleging en handhaving openbare orde verzwaart, terwijl de mogelijkheden om extra middelen beschikbaar te stellen op beperkingen stuiten.

 Overall doelstelling 2001 t.o.v. 2002Gerealiseerd t/m 2006Herijkte doelstelling 2010 t.o.v. 2006Resultaat monitor 2008 t.o.v. 2006Nog te realiseren*
Geweld25%6%20%14,5%5,5%
Vermogen25%20%6%20%
Overlast25%9%17,5%0%17,5%
Verloedering25%8%18,5%3%15,5%
Fietsdiefstal100 000     
 t.o.v. 2006 100 000110 000

* Nog te realiseren = Herijkte doelstelling 2010 tov 2006 verminderd met resultaat monitor 2008 (tov 2006).

Het aantal gewelds- en vermogensdelicten, dat sinds 2006 dalende is, is in 2008 verder afgenomen. Het aantal gewelds- en vermogensdelicten daalde met respectievelijk 14,5% en 20% ten opzichte van het ijkjaar 2006.

Op het terrein van de verloedering is de gewenste daling ingezet. De door burgers beleefde fysieke verloedering is afgenomen. De schaalscore fysieke verloedering verbeterde met 3% ten opzichte van 2006. Het percentage van de bevolking dat (sociale) overlast als vaak voorkomend heeft ervaren is ten opzichte van het voorgaande jaar niet verbeterd of verslechterd.

Het aantal gestolen fietsen liep terug met 38 000 ten opzichte van 2007, hetgeen overeenkomt met een vermindering van het aantal gestolen fietsen met 110 000 ten opzichte van het ijkjaar 2006.

Het aandeel burgers dat zich wel eens of vaak onveilig voelt, is geringer dan in 2006, maar niet verder afgenomen ten opzichte van de vorige meting over 2007.

Het vertrouwen in de politie krijgt een waardering van 6,4 op een schaal van 0 tot 10. Het oordeel van burgers over de beschikbaarheid van de politie is licht positiever geworden. De tevredenheid van burgers over het laatste politiecontact en over het functioneren van de politie is gelijkgebleven, terwijl die over het doen van aangifte is afgenomen.

Methodebreukanalyse

Zoals aangegeven in eerdergenoemde brief van 29 april 2008 is voor de totstandkoming van de IVM gebruik gemaakt van een gewijzigde vragenlijst. Daarnaast heeft, anders dan bij de VMR, de ondervraging van respondenten ook schriftelijk en via internet plaatsgevonden. Vanwege deze verschillen kunnen de landelijke uitkomsten van de VMR en de IVM niet zonder nadere analyse met elkaar vergeleken worden.

Om meer zicht te krijgen op de gevolgen van deze methodebreuk is parallel aan de IVM 2008 in dezelfde enquêteperiode op beperktere schaal nog een extra VMR uitgevoerd (VMR-extra). Het blijkt dat er door de methodebreuk bij nagenoeg alle onderzochte grootheden sprake is van een significant verschil in uitkomst tussen de IVM en de VMR.

Met behulp van de uitkomsten van beide metingen zijn de methodebreuken door het CBS geanalyseerd. Ook zijn door het CBS omrekenfactoren bepaald om de IVM-uitkomsten te kunnen vergelijken met uitkomsten van de monitoren uit voorgaande jaren.

Wij zijn overigens voornemens om eind 2009 – naast de IVM 2009 – wederom een VMR op beperktere schaal uit te voeren. Dit om de vergelijkbaarheid en aansluiting van de cijfers wederom op verantwoorde wijze mogelijk te maken. De resultaten daarvan komen tegelijk met de uitkomsten van de IVM 2009 (voorjaar 2010) beschikbaar.

Strafrechtelijke recidive

In eerdergenoemde brief van 29 april 2008 hebben wij de belangrijkste uitkomsten gepresenteerd van het recidivebericht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) over jeugdigen en ex-gedetineerden die in de periode 1997–2004 een strafzaak hadden of uitstroomden uit een justitiële inrichting. Het WODC is nu gevraagd de 2-jaars recidive te onderzoeken van ex-gedetineerden en jeugdigen die in de periode 1997–2006 een strafzaak hadden of uitstroomden uit een justitiële inrichting. Het recidivebericht zoals dat aan Uw Kamer is gezonden wordt dus met 2 cohorten uitgebreid, te weten het cohort 2005 en 2006. Om dit onderzoek uit te kunnen voeren zijn gegevens nodig over de strafrechtelijke recidive in 2007 en 2008. Aangezien deze gegevens momenteel nog niet definitief zijn zal het nieuwe recidiveonderzoek eerst eind 2009 kunnen worden afgerond. Zodra de recente recidivecijfers bekend zijn zal de minister van Justitie Uw Kamer nader informeren.

Tot slot

Het algemene beeld van de Veiligheidsmonitor 2008 is voor een belangrijk deel zonder meer positief. Het aantal gewelds- en vermogensdelicten is in 2008 verder afgenomen en de fysieke verloedering is licht verminderd. Dit neemt niet weg dat op een aantal weerbarstige onderdelen extra inspanningen nodig zijn om de veiligheid verder te verbeteren en de buurtproblemen aan te pakken. Zo informeert de minister van Justitie Uw Kamer nader over de aanpak van de overvalcriminaliteit. Om een significante reductie van de ervaren overlast en verloedering ten opzichte van voorgaande jaren te realiseren beziet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overleg met gemeenten en andere partners op welke wijze een intensivering kan plaatsvinden van de maatregelen uit het Actieplan Overlast en Verloedering1. Hierbij wordt voorrang gegeven aan

maatregelen die een substantieel effect hebben op de terugdringing van overlast en verloedering en de mogelijkheid voor lokaal maatwerk bieden.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst


XNoot
1

TK 2007–2008, 28 684, nr. 178.

XNoot
1

TK 2007–2008, 28 684, nr. 135.

XNoot
1

TK 2007–2008, 28 684, nr. 130

Naar boven