28 676 NAVO

Nr. 146 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 maart 2012

Hierbij bied ik het verslag aan van de bijeenkomst van de Navo-defensieministers te Brussel op 2 en 3 februari jl.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen

Agenda

In Brussel is op 2 en 3 februari jl. een ministeriële bijeenkomst van de defensieministers van de Navo gehouden. De bijeenkomst stond in het teken van drie hoofdonderwerpen, te weten de lopende operaties, de voorbereiding van de Navo-top in Chicago in mei 2012 en de stand van zaken van de hervormingen in de Navo. Voorafgaand aan de bijeenkomst is de Northern Group bijeengekomen, onder voorzitterschap van Finland. Ten slotte is ook de financiering van het project Alliance Ground Surveillance aan de orde gekomen.Hieronder volgt een verslag van de besprekingen van de verschillende onderwerpen.

Operaties

Afghanistan

Afghanistan werd tijdens de ministeriële zowel met als zonder partners besproken. De besprekingen stonden in het teken van de geleidelijke overdracht van verantwoordelijkheden voor de veiligheid aan de Afghaanse autoriteiten in 2014. Uiteraard werd daarbij ook stilgestaan bij de publieke uitspraken van Frankrijk en de Verenigde Staten over de overdracht van gevechtsmissies in 2013. Vanaf dan zullen de Afghaanse strijdkrachten in heel Afghanistan de leiding hebben in veiligheidsoperaties en zal de rol van ISAF geleidelijk aan afnemen en een ondersteunend karakter krijgen. Alle landen beklemtoonden dat deze overdracht een belangrijke stap voorwaarts zou zijn op weg naar een succesvolle transitie per eind 2014. Tot eind 2014 zal ISAF, indien nodig, ook gevechtstaken blijven uitvoeren. Tijdens de gecombineerde Navo-bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie op 18 en 19 april 2012 zullen de Navo-taken voor de periode na 2014 worden besproken. Dan zal er ook meer helderheid moeten zijn over de uiteindelijke omvang van de ANSF en de financiering daarvan.

KFOR

Tijdens de vergadering is met partners een werksessie over KFOR gehouden. Er werd geconcludeerd dat het nog te vroeg is om de Operational Response Forces, die sinds afgelopen zomer aan KFOR zijn toegevoegd, bij afloop van hun huidige opdracht op 31 januari a.s. terug te halen. Ook de overgang naar de zogenoemde Gate 3, waarbij KFOR zijn presentie verder afbouwt, zal pas aan de orde zijn als er een politieke oplossing is gevonden voor de spanningen in Noord-Kosovo. Verschillende landen vroegen aandacht voor de samenhang tussen de troepensterkte van de Navo-operatie KFOR en de EU-operatie EULEX. Voor de zomer zal naar verwachting een voorstel voor de verkleining van KFOR worden opgesteld.

De top in Chicago

Deze bijeenkomst stond vooral in het teken van tussenrapportages en een inventarisatie van nog openstaande actiepunten. Veruit het belangrijkste onderwerp was Smart Defence. Dit concept, geïntroduceerd door de secretaris-generaal, behelst het door slimmer te investeren en meer samen te werken kunnen behouden van capaciteiten die voor de Navo en de bondgenoten essentieel zijn. De afgelopen maanden hebben de speciale gezant voor Smart Defence, plaatsvervangend secretaris-generaal Bisogniero, en de Supreme Allied Commander Transformation, generaal Abrial, alle hoofdsteden bezocht om van bondgenoten te vernemen hoe zij aankijken tegen het concept en welke concrete bijdrage zij denken te kunnen gaan leveren. Het project Multinational Approaches, waarover ik u in het verslag van de vorige bijeenkomst heb bericht en waarin kansrijke projecten zijn opgenomen, is daar onderdeel van. Tijdens de vergadering heb ik aangekondigd dat Nederland lead nation wil zijn voor het project biometrie in het kader van counter IED. Het doel van dit project is de forensische onderzoekscapaciteiten voor het opsporen van netwerken van terroristen te vergroten. Zoals ik heb toegezegd in het algemeen overleg van 31 januari jl. zal ik de Kamer in de aanloop naar de top van Chicago informeren over alle projecten waaraan Nederland zal deelnemen en waarbij het de leiding neemt. Daartoe zal ik de komende maanden in contact treden met potentiële partners voor projecten die aansluiten bij de beleidsbrief van Defensie.

Tijdens de vergadering is ook over raketverdediging gesproken. De secretaris-generaal achtte het voornemen om de NATO Interim Ballistic Missile Defence Operational Capability tijdens de top in Chicago operationeel te verklaren haalbaar. Wel wees de Supreme Allied Commander in Europe, admiraal Stavridis, op het feit dat daarvoor nog het nodige werk moet worden verzet, vooral op het gebied van commandovoering, Rules of Engagement en communicatiesystemen. Alle landen achtten het van belang dat de dialoog met Rusland wordt voortgezet, maar dat dit de werkzaamheden op het gebied van raketverdediging voor de Navo niet mag vertragen.

Het derde onderwerp dat in het kader van de top is besproken, is de Defence and Deterrence Posture Review. De secretaris-generaal kondigde aan – op basis van drie geclassificeerde voorstudies op het gebied van nucleaire capaciteiten, conventionele capaciteiten, inclusief raketverdediging, en wapenbeheersing en non-proliferatie – in de aanloop naar Chicago met één document te komen dat de toereikende combinatie van middelen beschrijft. Een eerste versie zal tijdens de gecombineerde bijeenkomst op 18 en 19 april 2012 worden besproken. Uit de discussie bleek opnieuw dat weinig landen in de huidige onzekere veiligheidsomgeving en gelet op de druk op de defensiebudgetten aanleiding zien voor drastische wijzigingen in de combinatie van middelen. De lidstaten beschouwen raketverdediging als een goede aanvulling op de conventionele capaciteiten. Er wordt gewerkt aan transparantiemaatregelen op nucleair gebied waarover met Rusland in kan worden gesproken.

Hervormingen

Tijdens deze ministeriële is de stand van zaken geschetst van de vooruitgang van de uiteenlopende trajecten. Het betrof de hervorming van de commandostructuur en van de agentschappen, de inrichting van de capaciteitsontwikkeling in de Navo, de herstructurering van het hoofdkwartier en de financiële hervormingen.

Wat betreft de hervorming van de commandostructuur riepen alle landen op vast te houden aan de afspraken zoals die in het verleden zijn gemaakt. Naar verwachting zal er daarom vooruitgang kunnen worden geboekt op dit dossier.

Ook op het gebied van de financiële hervormingen en de hervorming van de agentschappen is vooruitgang geboekt. De secretaris-generaal riep de landen op zich ook in het vervolgtraject, als er bezuinigingen moeten worden bereikt, constructief op te stellen. Ik heb zijn pleidooi ondersteund.

De hervormingen van het Navo-hoofdkwartier en de staven die zijn belast met capaciteitsontwikkeling verlopen tot nu toe moeizaam. De landen hebben tot dusver geen overeenkomst bereikt over een structuur die tot aanzienlijke bezuinigingen zal leiden. De secretaris-generaal presenteerde zoals verwacht tijdens de afgelopen ministeriële nog geen resultaten van de hervorming van het hoofdkwartier. Samen met mijn Britse collega heb ik de secretaris-generaal aangespoord om nog voor Chicago met concrete voorstellen voor de verkleining van de staven te komen.

Tijdens de bijeenkomst is ook gesproken over de gemeenschappelijke financiering van het project Alliance Ground Surveillance (AGS). Er is een voorstel ontwikkeld waarin rekening wordt gehouden met bijdragen in natura en waarbij conform de Nederlandse wens dezelfde financieringsvorm geldt voor zowel AGS als AWACS. Eén land moet nog instemmen voor de volgende gecombineerde bijeenkomst in april 2012.

Northern Group

Zoals aangekondigd in de geannoteerde agenda van 25 januari jl. is voorafgaand aan de Navo-vergaderingen de informele Northern Group bijeengekomen. Deze bijeenkomst stond in het teken van Smart Defence, en de visie van de leden van de Northern Group hierop. Uit de discussie bleek dat alle landen Smart Defence omarmen. De meeste landen vinden dat internationale samenwerking op politiek niveau moet worden geïnitieerd, maar dat de concrete plannen bottom up moeten worden onderkend. Smart Defence gebeurt niet onder leiding van Brussel, maar tussen (groepen van) landen. Daarbij is ook voor partners als Zweden en Finland een rol weggelegd. De Navo dient het proces wel te ondersteunen. Smart Defence, zo was het algemene gevoelen, mag geen excuus zijn voor nieuwe bezuinigingen, maar moet een middel zijn om samen efficiënter om te gaan met de beschikbare defensiebudgetten.

Naar boven